Hoera! Half mei kregen we toch nog een weekje regenachtig weer. Eerst trokken alle buien De Hoeve weer voorbij, maar uiteindelijk viel er toch nog 40 mm. En toen spoot het groen de bomen en de grond uit! Zomer!




Ons Friese landgoed
Hoera! Half mei kregen we toch nog een weekje regenachtig weer. Eerst trokken alle buien De Hoeve weer voorbij, maar uiteindelijk viel er toch nog 40 mm. En toen spoot het groen de bomen en de grond uit! Zomer!




In de negen jaar dat we hier nu wonen hebben we vrij weinig geluk met de kippen. Telkens als we nieuwe kippen kopen leggen ze één seizoen, en dan stoppen ze er weer mee. Omdat we niet echt het hart hebben om ze te slachten blijven ze vervolgens rondscharrelen tot ze vanzelf omvallen.
We maakten ons ook niet al te druk over de ophef over PFAS in eieren. Onze kippen leggen toch niet zoveel. We hebben de eieren niet laten testen. Het kost veel geld, en intussen is gebleken dat tests maar een momentopname zijn. Eieren van dezelfde kippen, op dezelfde plek, kunnen een half jaar later opeens een heel andere uitslag geven.
En wij zijn zo oud dat we in onze kindertijd nog op plastic speelgoed met de meest gruwelijke weekmakers hebben lopen sabbelen. Oftewel, zoals een vriend zei: “Je moet toch ergens aan doodgaan”.
(Niet dat ik het een goede zaak vind dat we de leefomgeving zo ontzettend vervuild hebben dat het blijkbaar niet meer mogelijk is om kippen op een dierwaardige manier te houden, zonder dat hun eieren “onveilig” zijn. Maar ja, wat is “veilig”? Wij drinken in het weekend graag een glaasje wijn, met de bewezen kankerverwekkende stof alcohol erin. Ook niet veilig.)
Zo langzamerhand waren er genoeg kippen omgevallen om de toom weer eens uit te breiden. En het leek me leuk om nu eens ‘kleurleggers’ aan te schaffen, de nieuwste trend onder kippenhouders. Kippen die bijzonder gekleurde eieren leggen. Ik heb een Olivette gekocht, een Marans en een witgekleurde ‘groenlegger’. De Olivette (‘Olijfje’) legt olijfgroene eitjes, de Marans donkerbruine en de groenlegger legt ondanks de naam lichtblauwe eieren.

Omdat Floortje er nog bleekroze eitjes bijlegt, en Bianca af en toe een spierwit eitje, is het nu elke dag Pasen!

Nadat de eitjes gelegd zijn mogen de kippen tegenwoordig lekker vrij scharrelen. Onder toeziend oog van Aska (en alleen als ik er ook een oogje op kan houden dat ze niet de moestuin of siertuin in gaan…)
Het lijkt wel alsof ik me ieder jaar eerder zorgen ga maken over de droogte. Dit jaar begon het redelijk goed, met dat dikke pak sneeuw. Toen dat smolt, was de bovenlaag van de grond echt goed nat. Dat mocht ook wel, want de grond was nog steeds droog van de droge nazomer.
Maar sindsdien is er geen regen van betekenis gevallen. Februari was tamelijk droog, maart was droog, april was kurkdroog. En de grond dus ook. Qua droogte is het nu erger dan in het droogtejaar 1976.

De afgelopen week was het ook nog zonnig, met een harde wind. Goed om energie op te wekken en de was te doen. Maar bepaald geen groeizaam weer. Het gras groeit voor geen meter, en her en der krijgt het al gele randjes (niet goed te zien op de foto). De mest die we begin april hebben uitgereden ligt er nog onaangeroerd tussen. (Dat uitrijden moeten we dus voortaan ECHT in februari gaan doen…). De plantjes in de nieuw aangelegde border komen maar aarzelend op.

De moestuin is helemaal een droevige vertoning. Ik heb dus heel hard gespit om de boomwortels (althans tijdelijk) weg te krijgen. En toen als de wiedeweerga van alles gezaaid. Voor ik zaaide had ik de grond echt goed nat gemaakt, maar dat water is natuurlijk al lang weg. Dus ik vrees dat het allemaal weer mislukt is: de bietjes, worteltjes, pastinaak, prei, spruitjes, mitsuma, snijbiet, schorseneren, uien… Alleen de tuinbonen, kapucijners en sugar snaps doen het redelijk. Het enige wat overal opkomt is rode melde en Nieuw-Zeelandse spinazie. Niet onze lievelingsgroente…

Het slootje van de loopeenden staat alweer droog, de bomen maken (heel verstandig!) maar héle kleine blaadjes

Ik word er een beetje wanhopig van. Na half mei wordt er wel regen voorspeld. Maar dat is nog ver weg, en het is maar afwachten of tegen die tijd de verwachting niet is veranderd. Intussen heb ik de grondwaterpomp maar weer geïnstalleerd…


Het is 11 april, de grote kers bloeit weer en het is alweer 9 jaar geleden dat we hier zijn geland! Wat is er het afgelopen jaar gebeurd?

Er zijn weer wat nieuwe gebouwtjes bijgekomen: de ‘Brunoschuur’ met het mooie composttoilet en de prachtige veranda.


De moestuin is intussen – grotendeels – diep doorgespit en deels ingezaaid. Nu graag een buitje om de zaden te helpen ontkiemen!

De nieuwe border ziet er veelbelovend uit.

Klein Klaasje krijgt heel veel flesjes (maar niet genoeg, vindt hij zelf) en groeit voorspoedig.

Ook binnen zitten we niet stil. Joris is druk bezig met de voorbereidingen voor de vloerverwarming in het gastenverblijf.

Intussen ben ik aan het leemstuken in de badkamer en wc van het gastenverblijf. Op deze muren hebben we alleen gipsplaat laten aanbrengen waar er tegels zijn gekomen. Daarboven wordt het alleen leem. Om de leemlaag op gelijke hoogte met de tegels te brengen moet er op sommige plekken wel 3 dikke lagen leem aangebracht. Die moeten tussendoor helemaal drogen, dus daar gaat veel tijd in zitten. Maar wat zal de vochthuishouding straks goed zijn – de spiegel zal nauwelijks beslaan.


Straks heb je van onder de douche zicht op deze mooie gebintstaander en de gewelfde hoek. (Die overigens heel erg lastig is om te maken – want ik kan er niet goed bij door die staander!)

Het plafond in de nieuwe kamer is (bijna) af, nu de muren stuken…

En de grote muur in de hal moet ook nog. Dat lukt mij niet in één dag (een zichtlaag moet altij in één keer aangebracht). Dus we hebben professionals ingehuurd voor de toplaag; ik hoef alleen het voorbereidende werk te doen. Dat kan gelukkig wel in etappes.


Buiten bloeit alles uitbundig! Zowel de wilde bloemen als de borders en de fruitbomen. Hoera, het kijkfeest van de lente!



Vorig najaar heb ik de dekram Bruno verkocht. Erg jammer, ik mis hem nog steeds, het was zo’n leuk dier en hij maakte mooie lammetjes. Maar hij had al vijf jaar onze schapen gedekt en het werd tijd voor vers bloed. Hij mocht naar een nieuw adres, waar hij direct door mocht met een dekseizoen.

Ook is het experiment om Solognote in te kruisen in de melkschapenkudde niet 100% naar tevredenheid uitgevallen. De kruisingen hebben weliswaar minder brok nodig, maar geven ook heel veel minder melk, en daarmee is de verhouding brok / melk eigenlijk niet anders, of zelfs ongunstiger.
Bovendien kan ik de kruisingen niet meerdere seizoenen melken na het lammeren. Met de melkschapen kan dat wel. Sandra geeft zelfs nu (2026) nog steeds (veel) melk, terwijl ze in 2023 voor het laatst gelammerd heeft! En lammetjes zijn wel lief, maar ook veel werk. En omdat de kudde groot genoeg is heb ik ze eigenlijk alleen nodig om de melk op gang te brengen.
Dus ik wilde toch weer terug naar een ‘melktype’. Liefst niet alleen Fries melkschaap, maar met wat Midden-Oosters (Awassi) of Frans (Lacaune) melkschapenbloed erin. Mijn hoop is dat die wat beter bestand zijn tegen droge zomers, als ons gras schaars en schraal is.
Helaas bleken die moeilijk te vinden. We overwogen al een rit naar Duitsland of België. Maar na veel zoeken en heen en weer mailen bleek afgelopen najaar dat een melkschapenhouderij in Zwolle aan het overgaan was van Fries melkschaap naar Lacaune! Zij verwachtten dit voorjaar wel een kruising Fries x Lacaune ramlammetje te hebben.
Het was nog even spannend, maar het is gelukt. Vlak voor Pasen mocht ik Klaasje ophalen. Drie dagen oud, weg van mama en zusje en in een vreemde omgeving… dat valt niet mee!

De eerste dag liep klein Klaasje helemaal verweesd in de wei rond, een klein wit hoopje stress, doodsbang voor al het nieuwe. De andere lammeren zijn vier weken ouder en veel groter – die eten al gras! En de moeders laten niet toe dat hij bij hen drinkt. Het duurde ook even voor hij begreep wat een fles is, en dat je niet voor mensen hoeft weg te lopen. Heel vermoeiend, want hij krijgt om de drie uur een fles.

Gelukkig kwamen de nichtjes met Pasen. Twee meisjes van 10 en 12 jaar zijn uitstekende hulpkrachten om een klein leblammetje te socialiseren. Na 48 uur begrijpt Klaasje prima waar een fles voor is en komt hij je enthousiast tegemoet rennen. En hij lijkt ook zijn draai te hebben gevonden tussen de andere lammetjes. Gelukkig!




