Vorig najaar heb ik de dekram Bruno verkocht. Erg jammer, ik mis hem nog steeds, het was zo’n leuk dier en hij maakte mooie lammetjes. Maar hij had al vijf jaar onze schapen gedekt en het werd tijd voor vers bloed. Hij mocht naar een nieuw adres, waar hij direct door mocht met een dekseizoen.

Ook is het experiment om Solognote in te kruisen in de melkschapenkudde niet 100% naar tevredenheid uitgevallen. De kruisingen hebben weliswaar minder brok nodig, maar geven ook heel veel minder melk, en daarmee is de verhouding brok / melk eigenlijk niet anders, of zelfs ongunstiger.
Bovendien kan ik de kruisingen niet meerdere seizoenen melken na het lammeren. Met de melkschapen kan dat wel. Sandra geeft zelfs nu (2026) nog steeds (veel) melk, terwijl ze in 2023 voor het laatst gelammerd heeft! En lammetjes zijn wel lief, maar ook veel werk. En omdat de kudde groot genoeg is heb ik ze eigenlijk alleen nodig om de melk op gang te brengen.
Dus ik wilde toch weer terug naar een ‘melktype’. Liefst niet alleen Fries melkschaap, maar met wat Midden-Oosters (Awassi) of Frans (Lacaune) melkschapenbloed erin. Mijn hoop is dat die wat beter bestand zijn tegen droge zomers, als ons gras schaars en schraal is.
Helaas bleken die moeilijk te vinden. We overwogen al een rit naar Duitsland of België. Maar na veel zoeken en heen en weer mailen bleek afgelopen najaar dat een melkschapenhouderij in Zwolle aan het overgaan was van Fries melkschaap naar Lacaune! Zij verwachtten dit voorjaar wel een kruising Fries x Lacaune ramlammetje te hebben.
Het was nog even spannend, maar het is gelukt. Vlak voor Pasen mocht ik Klaasje ophalen. Drie dagen oud, weg van mama en zusje en in een vreemde omgeving… dat valt niet mee!

De eerste dag liep klein Klaasje helemaal verweesd in de wei rond, een klein wit hoopje stress, doodsbang voor al het nieuwe. De andere lammeren zijn vier weken ouder en veel groter – die eten al gras! En de moeders laten niet toe dat hij bij hen drinkt. Het duurde ook even voor hij begreep wat een fles is, en dat je niet voor mensen hoeft weg te lopen. Heel vermoeiend, want hij krijgt om de drie uur een fles.

Gelukkig kwamen de nichtjes met Pasen. Twee meisjes van 10 en 12 jaar zijn uitstekende hulpkrachten om een klein leblammetje te socialiseren. Na 48 uur begrijpt Klaasje prima waar een fles voor is en komt hij je enthousiast tegemoet rennen. En hij lijkt ook zijn draai te hebben gevonden tussen de andere lammetjes. Gelukkig!




















































