Ons achterhuis was ooit ontworpen om een gastenverblijf in te realiseren. Toen hadden we nog het idee om een B&B te gaan beginnen. Maar al vrij snel realiseerden we ons dat het bouwen van ons eigen huis al enorm veel tijd kostte, als je het doet zoals wij doen. En dat het erf dus al die tijd best wel een teringzooi is (geweest). Eigenlijk oogt het nu pas, na bijna negen jaar, een beetje beschaafd. En kunnen gasten hun auto ergens parkeren zonder in de modder vast te lopen.

Daar komt nog bij dat het sinds corona zoveel makkelijker en meer geaccepteerd is om op afstand te werken. Het economische tijd/geld plaatje wordt een stuk eenvoudiger met part-time kantoorwerk dan met een fulltime B&B. Bovendien is het af en toe ook wel prettig om je hoofd bezig te houden met andere zaken dan beslommeringen van huis en erf.
En eigenlijk zijn we ook wel heel erg gewend geraakt aan de luxe van zoveel (buiten)ruimte waar we onze eigen gang kunnen gaan, zonder rekening te hoeven houden met anderen. Bovendien nam de opbouwfase ál onze tijd en energie in beslag. Er bleef niet zoveel over om vrolijk en vriendelijk te doen tegen (betalende) gasten.
Niet-betalende gasten, dat is iets anders! Onze vrienden en familie zouden we wel vaker willen zien. Maar voor hen is het meestal een heel eind rijden. Dan is het fijn als er toch een logeergelegenheid is (en graag iets uitgebreider dan een geïmproviseerd bed tussen een bureau en een stapel schrootjes). Dus we zijn begonnen aan het volgende project: het gastenverblijf.

Eerst maar eens de boel leeggeruimd, want al sinds de bouw van het huis is de ruimte die we ‘gastenverblijf’ noemen vooral een dumpplek geworden voor spullen die elders niet pasten. En incidenteel voor kippen en schapen die een winterstalling nodig hadden, stapels zakken schapenvoer, waar vervolgens een muizenkolonie zich in vestigde, en allerlei stukjes en beetjes die overbleven bij bouwwerkzaamheden en misschien nog te gebruiken waren. Alles bedekt met een centimeters dikke laag stof, vermengd met kippenpoep en muizenkeutels.

Joris heeft afgelopen najaar al (het eerste deel van) de balken geschuurd. Die blijken in vijf jaar nóg veel harder geworden te zijn dan ze al waren! Wat een pokkenwerk. Hadden we dus meteen moeten doen. Maar ja. Gek genoeg zijn ze na behandeling met olie ook veel donkerder dan de balken in het huis, die we vijf jaar geleden geschuurd hebben. Geen idee hoe dat komt.

Eind januari hebben Joris en de aannemer de muren van de wc en badkamer opgezet. En vervolgens heeft Joris dagenlang leidingen lopen leggen. Voor elektriciteit, voor luchttoevoer (van een eventueel houtfornuis), voor warm en koud water, voor de afvoer van water… Het werd een mooi doolhof op de vloer.


Dat moest helemaal onder het schuimbeton verdwijnen. Uiteraard werd de levering van het schuimbeton weer een paar dagen uitgesteld; door de dagen met vorst, gladheid en ijzel lopen alle planningen uit. Maar op 9 februari was het eindelijk zover!

Beton is altijd spannend. Er moest een héél grote betonauto achteruit ons pad op. Dat is altijd ontzettend lastig omdat zowel de Ratellaan als ons pad smal zijn. En er zitten heel lastige en krappe bochten in. Maar het is gelukt!
En daar gaat-ie dan! Joris wilde dit keer wel het beton verdelen (de betonmannen waren al lang blij dat zij niet de blub in hoefden).

Niet zo spetteren tegen de kozijnen!

Langzaam afvullen…


En toen overal 15 cm schuimbeton in lag was het weer gedaan. deurkozijnen schoongemaakt, beton afgereid, en nu maar rustig wachten terwijl het uithardt. Pfff, weer een mijlpaaltje verder.
