En weer hitte…

Voor de zoveelste keer sinds we hier wonen is er weer een hittegolf. Heftiger zelfs dan voorgaande jaren (althans, toen kondigde het KNMI geen ‘code rood’ af.) Maar dit keer is het voor ons een stuk beter te overleven dan in 2019. Het scheelt een stuk, of je in een goed geïsoleerd huis woont of in een stacaravan. In 2019 liep de temperatuur binnen op tot 41 graden. Nu blijft het hangen op een heel aangename 23 – 24. Dat is dus helemaal zonder actieve koeling!

Als ik de selfies zie waarop ik destijds met opgezwollen gezicht, bijna onherkenbaar door hitte en slaapgebrek, als een zombie rondliep, heb ik erg medelijden met mensen die nu in bloedhete (huur)woningen wegbakken.

De kelder warmt wel een beetje op. We hebben bij de aanleg aan beide kanten een buis met een doorsnede van 20 cm vanuit de kelder onder het huis door naar buiten gelegd. Daardoor ventileert het altijd en wordt de kelder niet te vochtig.

Zolang de luchttemperatuur niet al te gek veel afwijkt van de 13 graden die de keldermuren en -vloer zijn, gaat dat prima. Maar bij erg warm weer, zoals nu, komt er te veel warme lucht binnen. Die gaat dan condenseren in de koele kelder, en maakt het daar zowel te warm als vochtiger. Met als gevolg schimmelende kazen.

Daarom heb ik mijn toevlucht genomen tot een letterlijk duizenden jaren oude techniek: ik laat een bloempot zich volzuigen met water, en zet die dan omgekeerd over de luchtinlaat heen. Dan komt er alleen nog door het drainagegat lucht binnen, en bovendien wordt die lucht gekoeld door het water wat uit het aardewerk verdampt. Dat scheelt wel twee graden in de kelder!

Er is nog ruimte voor optimalisatie: ik heb alleen nog hardgebakken bloempotten, die niet zo heel veel water opzuigen. Dus ik moet de pot om de haverklap omwisselen. Idealiter zou ik een hele stapel zachtgebakken kommetjes-met-gat op de luchtinlaat zetten. Maar ja… de afgelopen jaren heb ik geselecteerd op ‘als het ’s winters stuk vriest gaat het weg’.

Verder scheelt het dat het de afgelopen maand flink heeft geregend. Het gras verschroeit natuurlijk, maar de bomen kunnen nog aan wat water komen en zijn nog groen. Ook kan ik nog gieten, er is nog plenty regenwater. Zolang ik het zelf volhoud buiten natuurlijk. Nu maar hopen dat de komende weken niet alle buien langsdrijven…

De schapen moest ik destijds drie keer per dag verplaatsen, op zoek naar een plek waar nog zowel schaduw als vegetatie was. Nu staan ze overdag in de wei-met-de-schommeleik, die ruim genoeg schaduw geeft, en ’s nachts in een wolfproof nachtkraal aan de andere kant van het huis. Daar stond nog voldoende gras om ook ’s nachts te grazen, maar overdag staat daar de volle zon op, dus dat is nu ‘staand hooi’ geworden.

Als het gras helemaal op is kan ik overschakelen op takken en hooi. Vooral wilg vinden ze lekker. Ik hoef niet meer de ondergroei van de houtwal te laten kaalgrazen.

In een poging om de jonge rammetjes nog wat extra af te koelen heb ik ze een douche met de gieter gegeven. Klein Klaasje vond het wel lekker, en werd niet alleen koel, maar ook blinkend schoon. Helaas vinden de andere drie én de volwassen schapen het een Heel Erg Stom Idee. Ik wil ze niet nog meer stress bezorgen, dus moest mijn visioen van een kraakhelder pluizig witte schaapskudde in het groene gras laten varen.