Vlaswol

We bouwen een goed geïsoleerde werkplaats. Als je wilt isoleren met natuurlijke materialen zie je al snel door de bomen het bos niet meer. Stro, (kalk)hennep, gerecyclede spijkerbroeken, cellulosevlokken, houtvezelplaat, schapenwol en vlaswol. Dat laatste gebruiken wij. Waarom?

We hebben ons er een beetje in verdiept. Het lastige is dat gezaghebbende websites zoals DuurzaamThuis en MilieuCentraal volkomen tegengesteld advies geven. Dus we zijn op ons eigen gezond verstand afgegaan. Glaswol is akelig spul, dat willen we sowieso niet gebruiken. Schapenwol komt meestal van ver, evenals kurk. Papier en cellulose lijkt ons op de lange duur niet vochtbestendig. Datzelfde geldt voor gerecyclede spijkerbroeken: als je een katoenen theedoek een jaar in de tuin laat liggen valt-ie uit elkaar. Vlas- en hennepvezels werden vroeger gebruikt om touwen te maken waarmee een beetje zeventiende eeuws schip de halve wereld over voer. Dus die zijn toch wat robuuster. Waarbij vlas net wat beter schijnt te isoleren en een stuk goedkoper is. En onze architect adviseerde het ook.

Het is makkelijk  te verwerken, dampopen en natuurlijk. Maar… volgens de website van Milieu Centraal scoort het minder goed dan steenwol en glaswol. Milieu Centraal beschouw ik toch altijd als een autoriteit. Toch eens achteraan gebeld. Wat blijkt: MilieuCentraal beoordeelt de producten niet zelf, maar gaat af op rapporten die een fabrikant door één of andere centrale instantie kan laten opstellen. Maar MilieuCentraal deelt daarbij ‘minpunten’ uit bij de vergelijking, als het beoordelingsrapport te oud is. Dus Isovlas BV zou een nieuw rapport moeten maken, alleen om dat te voorkomen. Vreemd.

Een wij kunnen er gewoon niet met ons verstand bij dat steenwol milieuvriendelijker zou zijn dan vlaswol. Het is een afvalproduct van de kledingindustrie, uit een hernieuwbare grondstof. Dus toch maar voor vlas gekozen. Het werkt inderdaad prettig. Wel erg jammer is de hoeveelheid verpakkingsmateriaal: de dekens zitten per twee of drie verpakt in enorme plastic zakken, die opgestapeld op een pallet arriveren met nog meer plastic er omheen. Dat zou Isovlas eigenlijk weer moeten innemen voor hergebruik of recycling, vinden wij.

Joris heeft de maatvoering van het houtskelet precies afgestemd op de afmetingen van de vlaswoldekens, dus de grote vlakken zijn in no time op te vullen. Vanzelfsprekend geldt dat niet voor alle kleine stukjes boven de ramen en de schuine stukjes van het dak- die kosten veel meer tijd. Daarna wordt het volledige houtskelet ingepakt met dampopen houtvezelplaten en dáárop komen potdekselplanken. Aan de binnenkant zit al OSB, daaroverheen komt dan nog een stucplaat waarop ik me straks mag uitleven met leemstuc.

Al met al een heel werk. Het gaat dan ook een stuk langzamer dan we        hadden gehoopt. We dachten vorig jaar dat we al in maart in dit stadium zouden zijn. “Anything worth having is worth waiting for”, houden we onszelf maar voor.

 

Opgraving aan huis

Lange dagen, veel te doen. Onkruid wieden, verder bouwen aan de werkplaats, ridderzuring uitsteken (oef!), zware balken ophalen die iemand weg wil doen  en af en toe ook wat leuks, zoals een kunsttentoonstelling met muziek bij vrienden in de tuin.

Tussen de bedrijven door timmer ik af en toe een beetje verder aan het varkenskot-cum-schapenstalletje. En al timmerend viel mij op dat er ook erg veel stenen vóór het varkenskot lagen. Zou het…?

En ja hoor. Onder een 5 cm dikke zode van gras en buitengewoon taaie brandnetelwortels komt een bestrating vandaan, van hergebruikte bakstenen, ooit netjes in verband gelegd.

Als archeoloog wil je meteen verder onderzoeken. Hoe ver zou de bestrating doorlopen? Maar ik kan telkens maar een klein stukje doen. Ik heb mijn schouders, elleboog èn onderrug overbelast bij het uitsteken van de ridderzuring.  En de gras-en-brandnetelzode is ook vreselijk taai en zwaar.    Dus dat blijft nog even een verrassing…