Warmte

We stoken nu één keer per dag de leemkachel op. De warmte die ooit naar het buffervat toe moet (voor warm water) ging nog steeds naar de vorig jaar provisorisch aangesloten radiator. Een uur of vier na de stook bereikt die zijn maximumtemperatuur van 60 graden; daarna zakt hij langzaam terug. In de voorkamer en keuken is het best behaaglijk.

Maar intussen is de installateur druk bezig met onze toekomstige warmtevoorziening in elkaar te zetten. En dat doet hij ook meteen goed.

Het klonk zo simpel, op onze verlanglijstje voor het huis: ” ’s Zomers moet het warme kraanwater door de zon verwarmd worden en ’s winters door de kachel.”

Maar zo rechtstreeks loopt dat niet. Het moet via een buffervat. (Dat grote ding wat Joris en Chris in september omhoog hebben getakeld.) In dat vat zit water en daar doorheen lopen allemaal leidingen ( ‘spiralen’). Eén spiraal is, in een gesloten systeem, gekoppeld aan de vijf zonnecollectoren die inmiddels op ons dak liggen. Door die spiraal komt glycol te lopen. Eén spiraal is, eveneens in een gesloten systeem, gekoppeld aan de kachel. Deze spiralen verwarmen de inhoud van het vat.

Eén spiraal is aangesloten op ons watersysteem. Dus vers leidingwater loopt door het vat heen, wordt daar verwarmd, en loopt dan naar onze warmwaterkranen en douche.

We hebben meteen maar een vat gekocht waar ook de vloerverwarming (in de woonkamer, keuken en badkamer) op kon worden aangesloten. Als blijkt dat er teveel warmte van de kachel naar het buffervat gaat (teveel warm water en te weinig warmte in huis˜) kunnen we die warmte weer terugvoeren via de vloerverwarming.

Uiteraard moet er voorkómen worden dat de boel te heet wordt (bijvoorbeeld als het dagenlang zonnig weer is). Dus zitten er een heleboel sensoren in. En zo wordt het allemaal een beetje high-tech. Voor de installateur ook geen alledaagse klus, daarom is hij er al een poosje mee bezig.

En vandaag is het allemaal aangesloten en zijn alle systemen gevuld! De kachel brandt, maar het zal wel een poosje duren voor we het hele systeem op temperatuur hebben.

Er lekt ook nog flink wat warmte weg. Tussen de woonkamer en de hal en tussen de keuken en de bijkeuken hangen alleen nog maar gordijnen. En de hal en de slaapkamer staan nog in open verbinding met de kelder. En die heeft gewoon ventilatiegaten naar buiten.

En er zijn ook nog openingen naar de schuur in het achterhuis (omdat we anders het plafond niet goed kunnen afwerken. En in die schuur staat een raampje open (want daar hebben de huiden van de twee rammen die in oktober geslacht zijn een paar weken gelegen, vóór ik ze naar de looierij bracht, en die lucht trekt maar héél langzaam weg). Sowieso is de muur tussen woonhuis en schuur nog niet geïsoleerd.

Opening naar het achterhuis

En er gaat ook nog warmte naar boven, want een groot deel van het plafond van de woonkamer en keuken is nog niet geïsoleerd en de dakkapel moet ook nog afgewerkt.

De 20 graden in de woonkamer halen we dus nog niet. Maar de basis van de installatie staat!

The hole in the bucket

We hebben het weer eens – al maanden – te druk om blogjes te schrijven. Joris besteedt iedere vrije minuut aan het huis. Ik heb in september wat kantoorklussen aangenomen, omdat ik verwachtte wel een paar maanden invalide te zijn door de gescheurde kruisband. Maar dat viel erg mee: ik was na een week of acht eigenlijk weer helemaal op de been (tot grote tevredenheid van zowel de fysio als mijzelf). Maar door het kantoorwerk had ik het dus in oktober en vooral november verschrikkelijk druk. En zijn er talloze klussen blijven liggen. Mijn klussenlijst past intussen nog maar net op het whiteboard.

Dit is uiteraard nog los van de zaken die elke dag of elke paar dagen moeten gebeuren: de schapen melken, de stal aanvegen, afwassen (moet minstens 2 x en op kaasmaakdagen wel 4 x gebeuren anders staat het aanrecht vol) , met Aska wandelen, de pelletkachels schoonmaken en bijvullen, de leemkachel in het huis opstoken, de caravan opruimen en stofzuigen (moet echt elke dag), de dieren voeren, eten koken, de melk verwerken tot kaas (hoeft gelukkig nog maar eens in de 4 dagen) , de was doen, de badkamer schoonmaken, de schapen elke 3 dagen op vers gras zetten, het composttoilet legen, boodschappen doen… Het zijn allemaal kleine klusjes maar ze kosten allemaal tijd. En hoewel ik om 6 uur opsta en doorga tot 21.30 heb ik eigenlijk maar een paar uur per dag ‘over’ voor kantoorwerk of grotere klussen.

Wat ook niet helpt, is dat alles zo ontzettend inefficiënt geregeld is. Het huishouden is zo langzamerhand verdeeld over drie plekken: koken en douchen kan nog altijd alleen in de stacaravan en daar eten we (meestal) en slapen we dus ook. Maar heel veel spullen staan in het huis, in het kantoor of op de zolder boven de werkplaats. Dat is geleidelijk zo gegroeid, maar het gevolg is dat we talloze keren per dag heen en weer lopen om dingen te halen die elders staan (of dingen terug te brengen als de hoeveelheid legruimte in de stacaravan weer eens op raakt).

Ook hebben we intussen een werkplek in het huis ingericht, want met zijn tweeën kantoorwerk doen in het kleine kantoortje was onmogelijk sinds we de helft van de tijd aan het videovergaderen zijn. (Op dagen dat de installateur er is, is het huis overigens ook niet de meest rustige werkplek.) Uiteraard betekent het, dat de kachel in het huis ook één keer per dag gestookt moet worden, om de temperatuur een beetje aangenaam te houden. Dat lukt overigens heel aardig. Om de warmte een beetje vast te houden in het ‘voorhuis’ heb ik gordijnen geïmproviseerd in de deuropeningen. Want aan het maken van mooie eiken deuren van oude vloerplanken komt Joris voorlopig uiteraard ook niet toe.

Het doet allemaal een beetje denken aan het liedje over ‘the hole in the bucket‘. We zijn zoveel tijd kwijt door alle houtje-touwtje oplossingen, dat we nauwelijks aan definitieve oplossingen toe komen. En er moet nog zó vreselijk veel gebeuren voor het huis bewoonbaar is (zelfs met onze vrij lage standaarden voor ‘bewoonbaar’):

  • de installaties moeten afgemaakt en het hele warmwater systeem moet opwarmen;
  • er moet minimaal een deur in de WC zitten (en liefst ook in de badkamer en de woonkamer);
  • de badkamer moet nog gestuukt (en ik wil eerst de kelder stuken, om te oefenen) en het sanitair moet geplaatst en aangesloten;
  • de ‘tijdelijke woonkamer’ boven de uiteindelijke woonkamer en de keuken moet nog deels voorzien van isolatie, voorzien van folie, afgetimmerd en geschilderd;
  • de vloer in de ‘tijdelijke woonkamer’ moet geïsoleerd en afgemaakt en de parketvloer (die we laatst per ongeluk op een online veiling gekocht hebben) moet er op komen;

Maar het is vertraging op vertraging. Al vanaf april. Momenteel heeft de installateur het verschrikkelijk druk (net als alle installateurs in Nederland, het was zelfs op het NOS-journaal). En we hebben de hoeveelheid werk die in onze warm-water-in-de-zomer-van-de zonneboiler-en-in-de-winter-van-de-kachel installatie zit toch wel een klein beetje onderschat. Zo één dag per week weet de installateur voor ons vrij te maken. Dan is hij er ook om half acht (dan hééft hij dus al materialen ingekocht) en hij werkt door tot ver na vijven, en volgens mij doet hij dat nu al een jaar lang zes dagen per week dus aan zijn inzet ligt het zéker niet. Maar ja, personeel is niet te krijgen, en ze krijgen allemaal corona, en materialen worden met vertraging geleverd, en het loopt uit en uit en uit…

Klinkt dit gefrustreerd? Ja, wel een beetje. We gaan tóch weer op naar – inmiddels – de vijfde kerst in de stacaravan… en we hadden zó gehoopt dat we ongeveer nu wel in het huis zouden kunnen wonen. Maar goed, het is niet anders. Gewoon elke dag een klusje van de lijst uitvoeren. (En dan niet bedenken dat ‘nestkastjes schoonmaken’ en ‘kerstkaarten maken’ er nog niet op staat…)