Mobiele zagerij

Vandaag kwam de mobiele zagerij om de eiken stammen die we van Henk en Rita gekocht hebben te zagen. Spannend!

En zo ziet dat er dan uit. Wat ontzettend gaaf en wat een prachtige planken! Daar gaan we allerlei moois mee maken! (Natuurlijk eerst wel ‘even’ goed opstapelen, en daarvoor moet eerst ‘even’ de zuidschuur gereorganiseerd… komt er ooit een eind aan de klusjes die ‘even’ en halve of hele dag hard werken zijn? )

Tussendoor

We zijn er nog niet helemaal uit wat we gaan doen tegen de kevertjes. in ieder geval ben ik maar vast begonnen met het schoonmaken van de gebinten. Die zijn behoorlijk zwart geworden, door de maanden die ze in de regen hebben gestaan. Maar er is een fantastisch middel om vlekken uit eikenhout te krijgen: oxaalzuur.

Marleen heeft er al eerder een blog over geschreven. Hun kozijnen moesten netter worden dan voor ons gebint noodzakelijk is, dus ik bespaar me de moeite van het drie keer afspoelen. Ik werk wel van boven naar beneden, want het is natuurlijk niet handig om te druipen op balken die je al hebt schoongemaakt.

En schoon wordt het inderdaad. Het lijkt wel toverij: je brengt de oxaalzuur-oplossing aan en je ziet de zwarte vlekken gewoonweg verdwijnen. Zeer bevredigend, als je zoals ik een beetje poetserig bent aangelegd.

Niet dat het bovenin heel erg leuk werken is. Boven je hoofd werken met vloeistoffen is altijd een geklieder, en als het dan gaat om een zuuroplossing die langs je beschermende handschoenen zo je oksels inloopt is dat bijzonder oncomfortabel. Ik draag er wel een beschermbril bij, maar heb nog geen goede oplossing om mijn onderarmen te beschermen gevonden. Gelukkig kan ik het meeste hout van bovenaf doen.

Intussen heeft Joris andere klussen onder handen genomen. Een (tijdelijke) vloer boven de kelder bijvoorbeeld. Nog even schoonmaken en dan kunnen we daar daadwerkelijk spullen gaan opslaan!

Het voelt er direct koel aan (er komt nog isolatie tussen het kelderplafond en de vloer erboven). Het is ook heel fijn dat we niet meer om het gat hoeven heen te lopen. En het leuke is: als je op de tijdelijke vloer staat, sta je bíjna op de uiteindelijke vloerhoogte. Dan zien de plafondhoogte en hoogte van de ramen er ineens heel anders uit!

Ook heeft hij van oude pallets en een oud landbouwhek toegangshekken gemaakt, waardoor we het hek-om-Aska-binnen-te-houden nu helemaal rond de bouw hebben kunnen zetten. Aska werd namelijk erg ongedurig als wij aan het bouwen waren terwijl zij op het erf bij de stacaravan moest blijven. Terwijl dat toch al aardig wat ruimte bood vergeleken met wat het gemiddelde Nederlandse hondje aan uitloopruimte heeft… een beetje verwend is ze wel.

En hij heeft de pallets met dakpannen en alle andere zooi die zich begon op te hopen vóór het huis een beetje opgeruimd. Nu nog de laatste zakken kalk uit de partytent opruimen, dan kan die ook eindelijk afgebroken.

Dat is allemaal ter voorbereiding op de volgende bouwfase. Morgen worden de kozijnen geleverd. En als die er in zitten komt het hout om de buitenkant af te werken. Vóór die tijd moet ik nog een kaleilaag op de buitenkant aanbrengen (als ik klaar ben met het oxaalzuur). We hoeven ons nog even niet te vervelen…

Beestjes

Met de lammeren van dit voorjaar had ik drie melkgevende ooien. Waarvan er twee ècht heel veel gaven. In juni zat ik op zo’n zeven á acht liter melk per dag. Dat krijgen we natuurlijk nóóit weg. Dus ik was bijna fulltime bezig met melken, schapen verzorgen en melk verwerken. Tot kwark, verse kaas, yoghurt, halloumi, feta en af en toe Goudse kaas.

Goudse kaas is eigenlijk het handigst om te maken als je een melkoverschot hebt, want dat moet lang rijpen en kan je lang bewaren. Maar het is niet eenvoudig om te maken, dat kost bijna driekwart dag (inclusief al het schoonmaken). En eigenlijk gaat het het beste van verse melk. Dus ik kon de melk ook weer niet eindeloos opsparen om één keer per week een grote hoeveelheid kaas te maken. Temeer omdat ik gewoonweg geen ruimte en geen pannen heb om dat te doen.

En het rijpen moet gebeuren in de stacaravan. Die niet de juiste temperatuur heeft en waar op zeker moment vrijwel alle beschikbare oppervlakken waren ingenomen door kaas. En toen zag ik tot mijn grote afgrijzen dat mijn rijpende kaasjes waren aangeknaagd. Door Een Muis.

Dat betekende direct een grondige schoonmaakbeurt en reorganisatie van de stacaravan. We hebben aardig wat etenswaren op voorraad (de winkel is nu eenmaal niet om de hoek) en alles wat niet in blik of glas zit moet voortaan dus in muisdichte plastic kratten. Maar daar kan je geen kaas in laten rijpen. Kaas heeft lucht nodig.

Een hoop gegoochel dus: kaas in kratjes, ’s nacht een deksel op de kratjes tegen de muis, overdag deksel eraf om het goed droog te houden… wéér iets om aan te denken, alsof we het nog niet druk genoeg hebben. Maar het werkte niet goed, schimmel op de kaas en een zuur luchtje.

Met de uitgezette muizenvallen hebben we intussen ‘een’ muis gevangen. Hopelijk was dit de enige. Maar we laten de vallen in de stacaravan nog maar even staan…

‘Bleeding cheese’; een verse kruidenkaas met zoete chilisaus

Gelukkig had ik in de kalkhennepweek genoeg hulp om op andere wijze verwerkte melk weg te werken. In de vorm van verse kaas met allerlei kruiden, cajun-style ricotta, schapenstandyoghurt, schapenkwark en romige vanille- en chocoladevla. Of gewoon als melk.

En vlak vóór de kalkhennepweek heb ik één van de ooien verkocht. Nu heb ik alleen Babette en Nel nog en die lopen gelukkig al aardig terug in melkgift. Drie liter per dag is nog steeds meer dan voldoende om onszelf van al deze heerlijkheden te voorzien.

Lieke heb ik verkocht. De eerste lactatie en ze zat al aan bijna twee liter per dag!

Maar het ene beestjes-probleem was nog niet opgelost of het volgende diende zich aan. Vóór de kalkhennepweek hadden we de eiken gebinten zorgvuldig in plastic verpakt, om te voorkomen dat er kalkvlekken op zouden komen. Ná de kalkhennepweek begon ik enthousiast het plastic er af te halen, om te zien hoe mooi dat nou zou staan, die eiken balken tegen de kalkhennep.

Joris pakt de gebinten in in plastic
En bij het uitpakken zag ik dit…

Hé, zwarte dingetjes, zitten hier nu ook al muizen?

Tot ik een ‘muizenkeutel’ tegenkwam die aan de achterkant in een gebintpaal zat en zich door het plastic heen aan het werken was.

Houtworm!

Het blijkt te gaan om spinthoutkever. Een zogenaamde ‘drooghoutboorder’, die zich vooral thuisvoelt in het spinthout van bepaalde loofbomen, waaronder eiken, in de eerste jaren na het zagen. Een beestje met een vrij korte levenscyclus, waardoor hij zich snel kan verspreiden en grote schade kan aanrichten.

We hebben natuurlijk direct contact opgenomen met bestrijders. En met mijn oud-collega’s van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Want daar zit de nodige kennis over de do’s en dont’s van het bestrijden van ongedierte in houten gebouwen. Al is ons huis wel een beetje jonger dan de meeste monumenten.

Dat leerde ons dat er drie methoden zijn om van het gedierte af te komen: behandeling met gas, met gif of met hete lucht. Het is alle drie milieutechnisch niet erg plezierig.

Gas valt af; dat zou voor ons gebouw peperduur zijn. En het is ook wel een ontiegelijke hoeveelheid giftig gas, die je vervolgens in de open lucht laat ontsnappen.

Bij gif wordt al het eiken ingespoten met een bestrijdingsmiddel, dat tot ongeveer een centimeter in het hout trekt. De beestjes zitten ook dieper, maar als ze er dan uit komen moeten ze door de vergiftigde zone. Het wordt dan wel even goed opletten, want vier van de gebintpalen staan tegen de kalkhennep aan en daar kan dus een vlak niet worden ingespoten. En vervolgens zit je dus met een giftige constructie.

De eiken constructie heeft nog veel vlekken. Die gaan we weg werken met oxaalzuur. Daarna moet het goed drogen en dan wil ik het (enigszins) schuren. Dat stond op de planning voor ‘ergens deze winter’. Als je daarvóór een gifbehandeling zou uitvoeren, ben je vervolgens allemaal giftig schuurstof aan het verspreiden en inademen. Dus als we voor deze methode zouden kiezen moeten we éérst alles met het eiken doen wat we ooit nog willen doen aan bewerking, en er daarna tien jaar af blijven. In die tijd verdampt het gif (ook fijn voor je binnenklimaat). De gifbehandeling zal zelf ook voor vlekken op het eiken zorgen – tja, daar is dan niets aan te doen.

Bij een heteluchtbehandeling wordt er lucht van zo’n 70-80 graden in het huis gepompt, tot de binnentemperatuur op zo’n 60 graden is. Om te voorkomen dat daardoor al het hout enorm gaat draaien en kromtrekken is dit heel vochtige lucht. Als het huis eenmaal op temperatuur is wordt het nog een dag op die temperatuur gehouden, zodat de warmte diep in het hout kan dringen. Dan is alles in het hout wel dood.

Dit wordt bij voorkeur in de zomer (en tijdens een hittegolf) gedaan, dan verlies je de minste warmte. Het kost toch al een enorme partij brandstof. (Bouw je een heel energiezuinig huis, krijg je dit…) Maar dan moet het huis wel dicht zijn. En bij voorkeur goed geïsoleerd. Tja, wij hadden de dakisolatie als project voor komend voorjaar staan, na plaatsing van de dakramen en dakkapel. En sowieso zal het wel september of oktober worden voor we alles wind- en waterdicht hebben. De vraag is of het dan nog warm genoeg is, of dat we het tot volgend voorjaar moeten uitstellen. Wat betekent dat we in de winter nog geen tussenwanden, verdiepingsvloer en dergelijke kunnen aanbrengen.

Daarbij komt, dat we hier overal drogend eiken hebben liggen. Het hout dat we van Rita en Henk hebben gekocht wordt over een paar weken door de mobiele zagerij gezaagd. In de zuidschuur liggen eiken balken die de luifel bij de voordeur moeten gaan dragen. En het houthok zit vol met kleiner eiken, van afgezaagde en afgewaaide takken. Er hoeft maar een ondernemend kevertje op één van die plekken eitjes te gaan leggen en dan kan het probleem de dag na de hittebehandeling weer opnieuw optreden.

En niet alleen het hout kan gaan werken onder invloed van de hete lucht. Van de kalkhennep weten we eigenlijk ook niet hoe die zich zal gedragen. Wat betekent het voor het carbonisatieproces?

Kortom, we zijn er nog niet uit. Los van het geld (chemische bestrijding is duur, heteluchtbehandeling is nog veel duurder) is geen enkele oplossing milieutechnisch wenselijk. Maar niets doen is ook geen optie.

Wat hadden we dan moeten doen? Gewaterd eiken gebruiken. Vroeger werd hout eerst een paar jaar in water gelegd. Dan spoelen de suikers eruit, waarmee het minder aantrekkelijk wordt voor insecten. Maar tegenwoordig nemen we daar de tijd niet meer voor. Aan gewaterd eiken is gewoon niet te komen. En ‘achteraf is het mooi wonen’, zoals men zegt. (Ik dacht eerlijk gezegd dat eiken überhaupt niet aantrekkelijk was voor houtetende insecten.)

Hoe een heel klein beestje voor grote hoofdbrekens kan zorgen…

Kalkhennep

En toen was het zover – de week van de kalkhennep. Dit was al maandenlang onze horizon en deadline. En het wás geweldig, opwindend, afmattend en verbijsterend om te zien hoeveel werk je in één week met een groep enthousiaste mensen kunt verzetten!

Bekisting al van tevoren aangebracht… klaar voor de start!
De vaste bekisting aan de buitenkant
Met de gehuurde mobiele badkamer
Close-up van de klosjes… dit verdwijnt straks allemaal in de kalkhennep
Joris pakt de mooie eiken balken in, om te voorkomen dat ze onder de kalk komen te zitten.
En dan begint het…
De meeste mensen waren de avond tevoren al aangekomen. Iedereen verwachtingsvol aan het ontbijt. De voorgevel is hier nog helemaal open.

Morris van Ecobouw Salland komt met de steigers aan
Geertje, Joris, Marjolijn, Maarten
Iedereen staat klaar voor de uitleg van Rens (Marjolijn, Bart, Sytske, Jasper, Marthe, Wilma, Willemien)
Rens geeft uitleg over de kalkhennep
“Het moeten bloemkooltjes worden”
Uitleg over het storten en aanstampen
Marthe, Geertje, Wilma, Bart, Frank, Morris, Sytske, Maarten
Jasper, Sytske en Frank aan het werk!
En na de eerste koffiepauze kan de bekisting al omhoog! Daar verschijnen de muren!
En dan ga je wat hoger weer verder met stampen
IJsbrand bij de mixer
Marthe verzette onvoorstelbaar veel werk. Tja, ze is nog een paar jaar jonger dan wij 😉
Morris, Rens en Joris verplaatsen telkens de schuifbekisting
Je komt aardig onder de kalk te zitten
Wilma, Willemien en Bart zorgen voor de catering en huishoudelijke ondersteuning , heel erg belangrijk!
Marthe en Sytske
“Nieuw spul!”
Stampen
Zeer stimulerend om te zien hoe snel je omhoog werkt
En dan gaan ook aan de buitenkant de eerste platen weer van de muur af!
Marjolijn en Marthe
Wilma aan de mixer
Het erf vol auto’s, busjes en tenten
Iedereen zéér moe maar voldaan na de eerste werkdag
Jammer dat het weer niet zo meezit. Maar in het huis wapperen de handdoeken lekker droog.
Op dag 2 neemt Wilma de mixer over van IJsbrand

Hoe hoger we komen, hoe lastiger het aanstampen wordt. Nelleke krijgt een knik in de nek.
Marjolijn
Uit de geïmproviseerde keuken in de schuur komt een stroom koffie, thee, taarten, koekjes, salades, brood en andere heerlijkheden
Demo van de mannen van Ecobouw Salland hoe het laatste stukje moet worden afgewerkt: horizontaal aanstampen met een schuifluikje
Marthe en Nelleke
Jasper, Marjolijn en de lastige hoekjes
Vooral achter de schoren van de gebinten is het lastig aanstampen
Euh, Jasper… zullen we eerst ook aan de buitenkant bekisting aanbrengen?
Aska vindt het énig, zo’n grote groep. Lekker vrijen met iedereen in de pauzes.
En dan is er zomaar een hoek klaar!
Natuurlijk had ik eigenlijk een filmpje moeten maken, om de mierenhoopachtige activiteit vast te leggen. Maar dat bedenk je te laat…
Binnen wordt gestampt, buiten wordt gemixed, er lopen kruiwagens af en aan met vers gemixte kalkhennep. De mannen van Ecobouw Salland zagen het spaanplaat op maat voor de lastige randjes En regelmatig klinkt de kreet “NIEUW SPUL!”

Bart claimt dat hij dit niet kan. Maar aan het eind bleek uiteraard dat dit stukje muur het meest vastgestampt is van het hele huis.
Frank (die helemaal uit Duitsland is gekomen om te helpen bouwen)
Maarten
Marjolijn

Dag 3!

Zoë, Marjolijn, Sarah, Amanda, Maarten, Frank, Bart.
Marcelle en Amanda hebben de tweede helft van de week de catering voor hun rekening genomen. Dat is zeker voor herhaling vatbaar! 🙂
Frank aan de mixer
Bij de voorgevel zit de vaste bekisting aan de binnenkant en de schuifbekisting aan de buitenkant. Van buitenaf werken dus. Prima, tot het ging regenen.
Maarten en Zoë
En zo ziet het er dan uit, het aanstampen in de lastige bovenhoekjes

Netjes aanstampen
Van binnen wordt het huis steeds ruimer, naarmate de pakken kalkhennep verdwijnen

Helaas zit het weer niet mee. Op donderdag hoosbuien. Ik ontdek dat kalk + hennep + natte mouwen enorm irriterend is voor de huid.
Rens houdt steeds in de gaten hoe de werkverdeling optimaal is.
Nathalie en Sarah
Nathalie
Sarah
Dag 4: Barbara en Marjolein repareren de stukjes waar na het verwijderen van de bekisting blijkt dat het toch te lastig was de kalkhennep goed aan te stampen
Vooral die bovenste randjes…
Simkje
Alvast een begin met het ‘kaleien’: een heel dun stuclaagje aanbrengen om de kalkhennep helemaal winddicht te maken.
En dan zit je zomaar in een huis!

Hout!

Heb je het al superdruk, lees je opeens in de krant dat er drie eiken gekapt gaan worden in het dorp. Nu hebben we nog steeds enigszins een trauma van de 12 grote eiken die hier een steenworp verderop geveld werden – en in mootjes gehakt om in de kachel te verdwijnen. Terwijl ons gebint van geïmporteerd hout gemaakt moest worden! Dat kan duurzamer!

Dus er op af. Gelukkig stonden Henk en Rita er positief tegenover om het hout als bouwhout aan ons te verkopen. Alleen bleek dat al twee dagen later (vandaag dus) de bomen geveld gingen worden!

Wel, het had weer heel veel voeten in de aarde (onvoldoende ruimte om de bomen in hun geheel te vellen, maar vanwege processierupsen kon er eigenlijk niet in geklommen worden om van bovenaf stukken eruit te zagen) maar uiteindelijk hebben de bomenmannen het toch voor elkaar gekregen. En ze waren best bereid om het in ‘zo groot mogelijke’ stukken te zagen.

Met zwaar eiken op de platte kar kostte ook nog wat moeite (en een ongeluk) maar met hulp van Edwin en Wim (die met wat zwaarder materieel kwamen) kregen we uiteindelijk het hout op het terrein.

Daar ligt onze trap! En een pergola, vensterbanken en wie weet wat nog meer…

Droogte – het derde jaar

We lijken precies te zijn verhuisd op het moment dat de klimaatverandering ongenadig toesloeg. In 2018 en 2019 was het verbijsterend droog – en nu weer.

Van half maart tot begin juni is er nauwelijks een spat regen gevallen, terwijl de zon volop scheen en het veel waaide. En daardoor zag half mei het land er al uit alsof het augustus was – flets en verdroogd in plaats van groen en sappig.

Dat zorgt voor veel extra werk. Extra opletten of de schapen en de kippen wel voldoende water hebben. De schapen moeten om de haverklap verplaatst, omdat ze het gras in een paar dagen op hebben. En het gras groeit niet bij – het staat helemaal stil! De moestuin, die intussen behoorlijk groot is, moet permanent bewaterd worden. Door de droogte zijn de planten ook gevoeliger voor luis en andere plagen.

Ook de bomen hebben het moeilijk. In 2018 heeft Landschapsbeheer Friesland een rij eiken langs onze sloot geplant. Door de droge zomer van 2019 was er veel uitval. Ondanks dat ik eindeloos water heb gegeven. Maar dat is omslachtig: IBC-containers met water vullen, op de platte kar achter de trekker naar de bomen rijden, een slang van de watercontainer bij een boom leggen en dan ieder half uur weer naar de kar sjokken om de slang en / of de trekker te verplaatsen. De verste boom is 200 m weg, dus al met al leg je dan heel wat afstand af. En toch ging er heel veel dood.

Afgelopen winter is de rij ‘ingeboet’ met winterlindes. Maar met zo’n voorjaar als dit jaar hebben die ook geen beste start. Ze laten nauwelijks een blaadje zien.

Uiteindelijk heb ik maar een watergeefsysteem aangelegd: een tyleenslang langs de bomen, met bij elke boom een slangetje met een druppelaar. Het lijkt te werken, al moet ik er regelmatig langs lopen om te kijken of de druppelaars niet verstopt zijn (er zit nogal wat zand in het water uit onze grondwaterpomp).

De jonge boompjes die ik afgelopen winter heb geplant zijn stuk voor stuk dood. Ik geef het op – heb nu geen tijd om weert eindeloos met de trekker rond te rijden om water te geven.

De grote stukken weiland zijn ook dor en droog. Geen gras voor de schapen – en ook geen schaduw. Ik ben aan het zinnen op een ontwerp met oost-west lopende boomsingels dwars over het land, zodat er wat schaduw is voor de schapen. En hopelijk houden de bomen ook wat meer vocht vast in de grond. Om die jonge aanplant dan wèl te laten aanslaan heb ik al een hele set bewateringsbuizen van een voormalig tuinbouwbedrijf gekregen. Dat wordt een project voor komend najaar!

Begin juni was er nergens gras-met-schaduw meer en stonden de schapen te schreeuwen van de honger. Ik moest ze bijvoeren met boombladeren!

Nu heb ik voor de weilanden-zonder-schaduw hokjes getimmerd van de oude aardappelkratten waarin de dakpannen geleverd werden. Pallet er tegenaan van sloophout, op hun kant gekieperd en voilá, een stukje met-de-tractor-verplaatsbare schaduw. Ze lijken voldoende schurkend-schaap-proof. Voor het najaar ook maar een dakje erop maken, dan helpen ze ook tegen de regen.

Intussen is er wel een paar mm regen gevallen (twee keer ongeveer 3 mm). Dat geeft alweer een iets frissere aanblik aan de hof, het gras wordt weer groen. Maar het is nog niet genoeg. Zolang de temperatuur onder de 25 graden blijft gaat het nèt, maar volgende week is er weer warmer weer voorspeld. Ik houd mijn hart vast.

In bijna heel Nederland hebben de zware buien voor verlichting van de droogte gezorgd. Behalve….

En daarbij is iets eigenaardigs aan de hand: als er een hele lijn met zware buien aankomt, splitst die steevast vlàk voor De Hoeve. De omliggende dorpen krijgen bakken met water en wij zitten in een smalle corridor waar het hooguit een beetje spettert. Of de wind nu uit het westen, zuiden, noorden of oosten komt. Het valt niet alleen mij op, vele dorpsgenoten hebben me op dit fenomeen gewezen.

Precies op het moment dat ik dit schrijf trekt er weer een onweersbui ten zuiden van ons langs. Dorpsgenote Hielke Strampel maakte er bovenstaande mooie foto van. Maar nog mooier was het geweest als het over ons heen was gekomen. Helaas bleef het weer bij een paar spetters.

In ‘The Hitchhikers’ Guide to the Galaxy’ beschrijft Douglas Adams een vrachtwagenchauffeur die zonder dat hij het zelf weet een regengod is.

“And as he drove on, the rainclouds dragged down the sky after him for, though he did not know it, RobMcKenna was a Rain God. All he knew was that his working days were miserable and he had a succession of lousy holidays. All the clouds knew was that they loved him and wanted to be near him, cherish him, and to water him. ”

Zouden we ook zo iemand in De Hoeve hebben, maar dan andersom? Iemand bij wie de regenwolken juist uit de buurt willen blijven? Blijkbaar alleen ’s zomers, want ’s winters kan het hier maandenlang regenen. Hmmm. Op een bevolking van nauwelijks meer dan 400 zielen moet na te gaan zijn wie dat is… 😉

Voorbereidingen kalkhennep

In de week van 29 juni t/m 4 juli wordt de kalkhennep in onze muren gestort. Dat is een belangrijke mijlpaal om naartoe te werken. Sterker nog, op dit moment is het even onze volledige horizon. Want natuurlijk moet er nog van alles gebeuren voor het zover is.

Om te beginnen het houtskelet. Joris heeft daar de afgelopen weken iedere vrije minuut aan besteed. Het voelt direct als een huis!

Dan de afwerking van de fundering en de baksteen muurtjes die de overgang tussen fundering en kalkhennep vormen. Die laten we maken, want we zijn allebei niet zo heel sterk in metselen. We hebben wel zelf heel zorgvuldig het EPDM folie aangebracht. We twijfelden over het afsluiten van het schuimbeton met folie, omdat waterdicht twee kanten uit werkt: er kan geen water meer ín het schuimbeton lopen, maar als het er in zit kan het er door de EPDM ook niet meer uit. Maar dankzij de droogte heeft het schuimbeton daaronder nog lang kunnen opdrogen, ook omdat er nog steeds een sleuf rondom de fundering liep waar we de bekisting hebben weggehaald. Nu is het aan de bovenkant waterdicht. Optrekkend grondwater verwachten we niet, daarvoor zitten we te hoog en zit het grondwater te diep. Bovendien zit aan de onderkant van het schuimbeton natuurlijk nog het plastic van het storten.

De onderste laag van de baksteen muurtjes is uitgevoerd in kalkzandsteen. Toen dat eenmaal lag hebben we een shovel gehuurd om eíndelijk die sleuf rondom dicht te maken. Wat een verademing dat we niet meer over dat ravijn heen hoeven te stappen! Het erf ziet er ook direct ruimer uit.

Daarna heeft Joris weer dagenlang staan zagen. Nu ruim 300 klosjes, waartegen de bekisting voor de kalkhennep wordt bevestigd. Ze zijn heel ambachtelijk gemaakt, met een schuine onderkant zodat het straks makkelijker is om de kalkhennep er omheen aan te duwen.

Intussen metselt de metselaar de baksteen muurtjes. En dát geeft een verschil in aanblik!

Zelf ben ik druk met de organisatorische voorbereiding van de kalkhennepweek. Er hebben heel veel mensen zich aangemeld om te komen helpen. Superfijn, maar het vergt natuurlijk de nodige organisatie om alles op rolletjes (en corona-proof!) te laten verlopen. Er is een mobiele badkamer besteld, het avondeten is geregeld en ik heb een hele dag lopen maaien met een gehuurde ‘ruigtemaaier’ om het kniehoge verdroogde gras een beetje weg te krijgen zodat mensen hun tent kunnen neerzetten.

(We hebben nog steeds zelf geen maaier omdat we nog niet hebben besloten wat voor type nu het handigst is voor ons. Eigenlijk willen we verschillende stukken gras op verschillende manieren onderhouden en het liefst wil je natuurlijk één machine die alles kan. Maar dat loopt flink in de papieren…)

En natuurlijk heeft de moestuin aandacht nodig. En water! In heel Nederland schijnt het geregend te hebben, behalve in De Hoeve! En de schapen ook, om maar niet te spreken van alle melk die ze geven… maar dat worden aparte blogjes.


Maar het wordt móói…!

Druk – en droog!

Al weken geen updates – we hebben het te druk met andere dingen.

Joris is hard aan het bouwen aan het houtskelet voor de muren van het huis. Dat geeft opeens weer een heel ander gevoel aan het huis, het krijgt meer vorm. Nu kunnen we zien wat het uitzicht uit de ramen straks gaat zijn!

Vooralsnog ziet dat uitzicht er minder groen uit dan ik zou willen. Er is sinds half maart welgeteld 10 mm regen gevallen. We hebben geen hooi kunnen winnen: het gras schoot al in de bloei toen het amper 10 cm hoog was. (Ter vergelijking: in 2017 heeft de boer hier wel 3 sneden hooi vanaf gehaald!)

Ik heb met een ‘weidebloter’ de toppen eraf gehaald in de hoop dat het blad weer een beetje zou gaan uitlopen, maar het was te droog. Het land ligt er (nu al!) verschroeid bij alsof het eind augustus is. En er moeten nog drie zomermaanden komen! .

We hebben dus maar heel weinig gras voor de schapen beschikbaar. En met de uitgebreide kudde (nu 5 volwassen schapen en 4 opgroeiende lammeren) moet ik erg creatief zijn. Er zijn nog wat kleine hoekjes op het verpachte land, waar de boer niet bij kon met het maaien. Daar kan ik ze nu weiden, maar na een dag of drie zijn ze daar uitgegeten en moet ik weer een nieuwe plek voor ze zoeken. Dat is elke keer ruim 2 uur werk met heen en weer sjouwen met hekken, schrikdraadapparaten en dergelijke. In de tussentijd lopen de schapen vrij rond. Dat gaat meestal goed (al beschadigen ze soms wel de boompjes) – tot ze opeens in de moestuin stonden.

Ik ben namelijk bezig het hek rond de moestuin te vervangen, van lelijk gaas en oude palen naar een Mooi (kastanjehouten) Hek. Maar omdat het zo druk is gaat dat in kleine stukjes. (Daar komt een keer een apart blogje over). Tja – en toen was het dus even niet schaap-dicht. Gelukkig vonden ze vooral het ‘eeuwig moes’ en de doogeschoten snijbiet erg lekker. Verder wat gaten in het worteltjes-en-uien bed, afgetopte kapucijners en wat bladen van de koolrabi en broccoli af – nog een redelijk beperkte schade.

Tja, dit is natuurlijk èrg verleidelijk als je een schaap bent.

(Ik probeer nog maar even niet te denken aan hoe dat van de zomer moet met de schapen, als het echt heet wordt en er geen regen valt. Het rotatieschema waarbij ze 3 maanden niet op hetzelfde stuk terug mogen komen in verband met parasieten is onmogelijk vol te houden op deze manier.)

Op deze screenshot van droogtemonitor.nl is goed te zien dat we weer echt in een ‘dry spot’ zitten (drieprovinciënpunt Drenthe-Overijssel-Friesland)

De moestuin heeft het ook héél moeilijk. Eerst was het te koud: 16 mei nog felle nachtvorst – overal bevroren toppen aan de bomen en de aardappels en optimistisch al uitgeplante tomaten tot de grond toe afgevroren. En het is kurkdroog. De bron draait weer overuren, maar de grond neemt het water nauwelijks op, zo uitgedroogd is het.

Dus, met intussen 3 schapen te melken, 6 liter melk per dag te verwerken (yoghurt, kwark, verschillende soorten kaas), de bouw, af en toe bouwvakkers, permanent water geven aan de moestuin en verdrogende boompjes, de bus die weer kuren vertoont, om de haverklap de schapen verplaatsen, voorbereiding voor de kalkhennepweek eind juni, glasvezel die opeens in het dorp (en ook bij ons!) wordt aangelegd, de verplichte rondjes-met-het-hondje en heel erg veel kantoorwerk vervelen we ons bepaald niet!

Hier staan de schapen op het randje gras waar de boer niet goed bij kon op het verpachte land. Een weinig efficiënt gebruik van de netten, langs zo’n strookje. En waar ze heen moeten als het gras hier op is?

Het is duidelijk dat het klimaat ècht aan het veranderen is. ’s Winters teveel regen en dan vanaf het voorjaar maandenlang niet. Weemoedig denk ik aan vroeger, toen drie weken zonder regen een bijzonderheid waren. En drie mooie dagen gevolgd werden door een drukkend hete dag, een nacht onweer en daarna koeler weer.

Op zich weet ik wel hoe ik het land op deze nieuwe werkelijkheid kan inrichten. Veel bomen planten, die het organische stof-gehalte van de bodem verhogen en schaduw en beschutting creëeren. Maar het is nu al drie winters boompjes planten en drie zomers zien hoe ze doodgaan. En het gehalte aan organische stof in de bodem gaat alleen maar achteruit. We moeten ons maar eens gaan verdiepen in uitgebreide (dure) watergeefsystemen, als we toekomstige nieuwe aanplant een kans van slagen willen geven.

Woningsdag

De Koningsdag (ik denk nog steeds: ‘Koninginnedag’ ) die anders was dan alle andere was hier gewoon een dag als alle andere. Maar we werkten wel aan het huis dus de term Woningsdag was toch wel toepasselijk.

Vorige week is het eerste deel van de muuropbouw gestart. Dit is weer een gedeelte van de bouw met allerlei details om ‘koudebruggen’ te voorkomen. Het is namelijk ook de overgang tussen de damp-open kalkhennepmuren en de dampdichte fundering. Als je dat niet juist uitvoert kan de waterdamp die door de kalkhennep vrij kan diffunderen gaan condenseren op het beton. Dan krijg je vochtvorming in de muren en dat willen we natuurlijk niet.

Het gewapend beton dat het huis draagt ligt weliswaar op 50 cm schuimbeton (dus het is al redelijk geïsoleerd), maar er komt toch nog een laag overheen van isolerend foamglass. Prachtig materiaal, een soort Brosreep van gerecycled glas. Heel licht, heel isolerend, heel inert (niet giftig) en heel duur. Omdat de bovenkant perfect recht moest worden (daar bovenop bouwt Joris het houtskelet voor de muren) hebben we dat weer door de aannemer laten doen.

Hier overheen heeft de architect een ‘houten stelregel duurzaamheidsklasse 1’ getekend. Dat komt goed uit, daarvoor kunnen we de oude hardhouten vlonderplanken gebruiken die we van Joost en Monique gekregen hebben.

Die stelregel moet overigens worden aangebracht op compriband. Dat is een soort schuim-band. Het schuim zet uit en zorgt dat er geen tocht kan ontstaan. Je kunt het dan ook als tochtstrip kopen, 1 cm breed. Maar onze architect had het 20 cm breed getekend. Dat bleek niet verkrijgbaar. Uiteindelijk vond Joris het bij een Zweedse webshop van 5 cm breed. Dan maar twee stroken.

Hieroverheen moet een waterwerende laag, om te voorkomen dat er water in de fundering kan trekken. Dat is ook weer zo’n aandachtspunt. Ons huis is gefundeerd op een plaat schuimbeton, die rondom 50 cm uitsteekt. Producenten van schuimbeton zeggen dat water er niet dieper dan 2 cm in kan trekken. Maar Peter en Marleen, die dezelfde fundering hebben als wij, hebben onbedoeld de proef op de som gesteld. Zij moesten (anders dan de bedoeling was) naderhand toch een gat in hun fundering maken. Daarbij bleek dat het schuimbeton behoorlijk nat was. En dan isoleert het een stuk minder!

Nu hopen we dat de nattigheid bij ons iets minder zal zijn: het huis staat precies op een zandkop, dus grondwater staat sowieso veel dieper. We hebben een grondwaterbuis niet ver van het huis staan en het grondwater staat daar zelfs in natte perioden anderhalve meter onder maaiveld. Maar regenwater van bovenaf is iets anders.

Terwijl wij in december, januari en februari bezig waren aan het dak kletterde al het regenwater dat van het vorderende dak af liep precies recht op het schuimbeton. Daar zal dus aardig wat water in zijn getrokken. En dat zal zich hebben opgehoopt aan de onderkant, op het plastic wat er nog onder zit (en langs de zijkanten) van het storten. Op dat moment was daar weinig aan te doen. De afgelopen weken is het lekker opgedroogd, maar of alles er nu uit is? Dat lijkt wat te optimistisch.

Om te voorkomen dat toekomstig regenwater dat langs de muren loopt in het schuimbeton trekt dekken we het dus af met een waterwerende laag EPDM. (In de tekening staat ‘geotextiel’, maar dat is anti-worteldoek, dus niet waterdicht.)

Maar waterdicht afsluiten betekent ook dat water wat er al in zit er niet meer uit kan. Wat een dilemma… Uiteindelijk hebben we besloten wel de EPDM laag aan de bovenkant aan te brengen en aan de zijkanten van het schuimbeton te laten overhangen, maar het plastic langs de zijkanten zo diep mogelijk weg te halen. Dat hadden we dus beter half maart al kunnen doen, dan had het zes weken kunnen opdrogen. Maar ja, dat wisten we toen nog niet. En toen stonden ook de steigers nog rond het huis.

Intussen wordt er éindelijk regen voorspeld. Jammer van het droge schuimbeton, maar goed voor de moestuin. Als het goed is komt die regen nu in onze nieuwe dakgoten terecht. Maar daar zitten nog geen regenpijpen aan. Die kunnen we namelijk nog nergens aan vastmaken zo lang er geen muren zijn. Maar daar hadden we al rekening mee gehouden: bij het afbreken van de oude boerderij hebben we zo veel mogelijk van de dakgoten bewaard. Er zijn er precies genoeg om bij iedere uitloop het regenwater van het huis weg te leiden. Het ziet er niet uit. Maar als het huis maar droog blijft!

Het schuimbeton is tijdelijk afgedekt met het EPDM folie (ook prijzig spul. Op de hoeken hebben we het daarom aangevuld met een restje wat ik nog over had van een vorig project.) Laat het nu maar even regenen! De volgende stap zijn de bakstenen muurtjes aan de voet.

Veel geblaat…

Zoals ik al eerder schreef, had ik dit jaar alleen een lammetje (een rammetje) van Nel gepland. Babette heeft vorig jaar heel laat gelammerd, daarna longontsteking gehad en de hele winter heel veel melk gegeven. Dus die wilde ik even een pauze geven en pas komend najaar weer laten dekken. En de twee ooitjes die vorig jaar zijn geboren (Lieke en Fen) vond ik ook nog wat te jong om te laten dekken.

Maar ja, de natuur hè. Eind november, toen ik net uit het ziekenhuis kwam na de kaakoperatie en nog wat groggy op de bank zat, speelde Arie het klaar om te ontsnappen. En trof Joris hem aan bij de andere drie dames. O jee. 

Arie en Babette zijn dol op elkaar

28 november plus 145 dagen is 21 april. Dus stond ik zo langzamerhand op scherp. Lieke was duidelijk drachtig: bolrond, met een prachtig roze uier van heb ik jou daar. Maar Babette toonde helemaal geen uier en leek ook niet veel ronder dan anders. Ze sprong ook nog altijd lenig en vrolijk op de melktafel.

Terwijl Nel de afgelopen weken opeens Helemaal Niet Meer Wist waar de melktafel voor diende. In de maanden dat ze bij Arie in de wei stond heb ik haar brokjes in de wei gebracht (dat was makkelijker dan het hele schaap elke ochtend in het donker ophalen naar de stal en daarna weer terugbrengen). En nu was de melktafel opeens een Eng Ding. Waar ze Niet Op Ging. Eindeloos soebatten, rammelen met brokjes, sjorren aan het beest (één poot op de melktafel, nog een poot, duwen, ‘toe maar Nel’, schaap zakt door de knieën, luidkeels protest, etc). Twee keer per dag dus. Met als resultaat dat het beest niet eens meer bij de melktafel in de buurt wilde komen.

Na een week heb ik haar samen met Joris met tamelijk grof geweld op de melktafel geduwd. (70 kg tegenstribbelend schaap plus een heleboel wol kan ik in mijn eentje niet in bedwang houden). En toen viel het kwartje blijkbaar. Nu springt ze er weer op als vanouds, om luidkeels brokjes te eisen. Gelukkig maar, want zoon Krelis is intussen 3 weken oud en dat betekent dat hij zo langzamerhand met wat minder melk toe kan. Hij moet nu ’s nachts apart van zijn moeder, zodat ik Nel ’s ochtends kan melken. Tenslotte was dat het hele punt van de melkschapen.

Op de voorgrond, helaas maar half op de foto: bolronde Lieke. De rest van de kudde maakt dankbaar gebruik van de steigers rond het huis als schurkpaal.

Intussen werd Lieke dus ronder en ronder en toen ze zondag na de ochtend-etensronde in de stal niet meer terug wilde naar de wei wist ik het wel. En ja hoor, een paar uur later waren er twee rammetjes. Lieke likt ze keurig schoon, beter dan haar moeder het vorig jaar deed. Maar net als haar moeder heeft ze melk genoeg, maar stilstaan om de kinderen te laten drinken is er niet zo bij. Kennelijk moet een schaap dat leren. En Lieke is met stip het meest nerveuze schaap van de kudde, dat helpt ook niet.

Rammetje nr. 1, nog in geschenkverpakking
Nummer twee in geel vlies

Overigens vindt Lieke het Helemaal Niets dat ze een paar dagen met haar kroost in afzondering mag. Ze wil terug naar de kudde! En dat heeft ze de hele nacht luidkeels laten weten. Omdat het ook de eerste nacht was dat Krelis en Nel apart stonden en Nel ook nogal vocaal is ingesteld kreeg ik niet zoveel slaap.

Aska vindt lammetjes ook heel leuk en vraagt telkens of ze in de stal mag kijken.

En toen ik vanmorgen om 05.15 slaperig de wei in liep om Nel op te halen voor het melken hoorde ik gemekker van pasgeboren lammetjes uit een verre hoek van het weiland. Twee lammetjes bij Babette! Dat had ik dus niet zien aankomen. Want Babette heeft geen uier, geen melk. En de lammetjes moeten biest krijgen! Daar zitten belangrijke antistoffen in. Gelukkig had ik gisteren van Lieke wat extra biest afgemolken (die uier stond zo strak gespannen dat de lammeren nauwelijks konden drinken). En op het bakje genoteerd wat de eerste biest, wat de tweede was etc. De samenstelling van de biest verandert namelijk steeds gedurende de eerste dagen na het lammeren, tot het na drie dagen gewoon melk is. Het is belangrijk dat de lammetjes dat steeds in de juiste volgorde krijgen.

Dus nu weer flesjes opwarmen voor de lammeren van Babette en steeds wat van Lieke afmelken. Hopelijk redden alle vier de lammeren het ermee.

Arie, de aanstichter van dit alles, loopt intussen sinds tien dagen rond met een grote bult op zijn kop. Eerst heb ik het maar even aangekeken, maar toen de bult alleen maar groter werd toch de dierenarts gebeld. ‘Een abces’, oordeelde die. ‘Laten rijpen, het moet vanzelf doorbreken. In de tussentijd kan je pijnstilling geven, ik zal drie spuitjes voor je klaarmaken, die moet je om de dag onderhuids geven.’

Slik. Spuitjes geven is iets wat ik Heel Eng vind, vooral bij een tegenspartelende ram van ongeveer 100 kg. Maar het hoort erbij. En kennelijk werkt het, want Arie vreet en herkauwt als normaal, terwijl hij intussen een afgrijselijke rode bult ter grootte van een clownsneus op zijn wang heeft. ‘Als het is doorgebroken kan je ook het gat wat groter maken of spoelen met een betadineoplossing’, raadde een bevriende schapenhouder nog aan. Ik zie er nu al naar uit.

Ik kreeg trouwens nogal wat verontwaardigde (en bezorgde) reacties over het feit dat Arie zich aan zijn dochter(s) heeft vergrepen. Of de lammeren dan wel gezond waren. Welja. Bij dieren die in groepen leven met een alfaman aan de top (schapen, koeien, kippen, bavianen, wolven…) is dat volkomen normaal. De taakomschrijving van een alfaman is namelijk:

  1. Seks hebben (met iedereen die daarvoor in aanmerking komt)
  2. Vechten (met iedereen die dat recht waagt te betwisten)

Dit verklaart waarom slap gelul op door mannen gedomineerde werkvloeren altijd gaat over vrouwen en voetbal (een gesublimeerde vorm van vechten): de sprekers aspireren alfamannetje te zijn. Waarbij ze vergeten dat zo’n alfaman natuurlijk snel slijt door al dat vechten en dus op natuurlijke wijze vervangen wordt vóórdat er al te erge inteelt optreedt.

Dus. Nu heb ik één volwassen ooi (Nel) die ’s nachts luidkeels protesteert omdat ze van haar lam (Krelis) is gescheiden, één volwassen ooi (Babette) die op omvallen staat wegens overdadig lammeren en melkgift, één jonge ooi (Lieke) die permanent luidkeels protesteert omdat ze naar de kudde terug wil, één jonge ooi (Fen) die luidkeels loopt te brullen omdat haar moeder (Babette) met nieuw grut in de stal ligt, twee jonge lammetjes met een moeder (Lieke) die niet wil stilstaan, twee jonge lammetjes met een moeder (Babette) die geen melk heeft en een ram (Arie) met een clownsneus van een abces op zijn kop.

‘Het wordt al een mooi koppel!’ vond onze boer. Ik vind het meer een circus…

Het derde jaar

Het is 11 april, de wilde kers staat weer in volle bloei en we beginnen aan ons vierde jaar hier. Wat hebben we het afgelopen jaar volbracht?

Rond de werkplaats is de grond op niveau gebracht. Nu nog een mooi vlonderterras er tegenaan.

Zo was het mei 2019

De moestuin heeft (bijna) zijn definitieve vorm. Nu nog een Mooi Hek er omheen. Dat kan nu ook, omdat eindelijk de jonge wilde kers is verplaats, die op de foto hierboven nog in de weg stond.

Wat betreft zelfvoorziening hebben we bijna het hele jaar melk en kaas van eigen erf gehad. En wat lamsvlees. Samen met groente en aardappelen uit de moestuin en eieren van de kippen komen we al een heel eind. Al kunnen we nog niet helemaal zonder de supermarkt.

En mijn hele beugel-en-kaakoperatie-episode is achter de rug. Nèt voor de coronacrisis had ik de laatste controle bij de kaakchirug.

Maar het belangrijkst is natuurlijk: De oude boerderij is afgebroken. En het nieuwe huis staat. Van kelder tot dak. Al moet daar tussenin nog wel het één en ander gebeuren…

Wat gaat er het komend jaar gebeuren? We hopen dat het huis dan wind- en waterdicht is, dat de dakramen er in zitten en dat we mooi op streek zijn met de binnenkant: dakisolatie, installaties en binnenwanden.

Voor nu wensen we iedereen bijzondere, maar fijne paasdagen!

Dak boven je hoofd

The devil is in the detail… Joris is dágen bezig geweest met de laatste voorbereidingen voor de dakgoten. Omdat de sporenkap stiekem net niet helemaal recht is (tja, het is hout hè) moest Joris allemaal klosjes exact op maat maken, om te zorgen dat de goten het juiste afschot zouden krijgen.

Maar deze week kon het installatiebedrijf voor de dakgoten komen. Na de ‘episode dakdekkers’ hadden we eigenlijk helemaal geen zin in weer Mannen Op Het Erf, maar dit zagen we onszelf toch echt niet doen. En het was een heel verschil: dit waren twee keurige, hardwerkende jongens. Die prachtige goten aanlegden, in éen dag rond het hele huis. En wat ziet het er dan opeens echt uit!

De goten glimmen nog wel heel erg, maar dat schijnt na drie regenbuien voorbij te zijn.

Daarna nog ‘even’

  • de onderste panlatten erop (met speciale stripjes zodat we niet door het folie geen hoeven te schroeven;
  • de laatste laag pannen (inclusief weer pannen die moeten worden doorgeslepen bij de hoekkepers);
  • het folie in de dakgoot en de ruiterrol over de kepers op maat afknippen;
  • de zijkanten van de voorgevel afwerken;
  • en een tijdelijke plastic goot (van de oude boerderij) aan de voorkant bevestigen (daar komt nog een mooie optimmerde bakgoot op klossen)

En dan… IS HET DAK AF! Niet gedacht dat we 4 1/2 maand bezig zouden zijn, enkel om pannen op het dak te krijgen…

Tijdelijke voorziening . Niet heel mooi, maar wel functioneel. De omtimmerde goot op klossen komt nog…

Dat is nog eens een mijlpaal, op de valreep van het vierde jaar!

Kalk en hennep partijtje

Eind juni gaan we (hopelijk!) de kalkhennepmuren storten. Nu is de wereld door het coronavirus opeens heel onvoorspelbaar geworden. We weten dus nog niet of we tegen die tijd, zoals gepland, met vrijwilligers kunnen en mogen werken.

Een andere onzekere factor is levering. Er zijn maar een paar leveranciers van de materialen. En de kalk moet uit België komen. Ook in normale tijden is levering van minder gangbare bouwmaterialen soms een vertragende factor. Laat staan in tijden van gesloten grenzen en mogelijke faillissementen.

Daarom hadden we bedacht dat we de kalkhennep wel alvast konden bestellen. Dat bleek een goed idee, want de levering duurde inderdaad een paar weken langer dan de kalkhennep-aannemer (Ecobouw Salland) gewend was. Maar dinsdag werd ik gebeld door het transportbedrijf, om even kort te sluiten over de levering.

“Hier staat dat u een stuk van de weg woont. Hoever is dat dan? Want dan rijden we achteruit. Of kunnen we bij u keren? En er ligt toch wel voldoende bestrating? Want hoe moeten we het er anders af krijgen?”

We geven bij bestellingen altijd héél nadrukkelijk aan dat we ver van de weg wonen, op een lastig bereikbare plaats en dat het bestelde alleen ter plaatse gebracht kan worden met een auto van maximaal 10 meter lang, met goede chauffeur. Die kan normaal gesproken hier wel keren (als het weiland niet te nat is) , maar nu staat het rond het huis vol met de kisten van de dakpannen en allerhande andere zooi. En blijkbaar was deze transporteur gewend aan bestrate oppervlakken, maar die hebben wij helemaal niet. Dus we moesten even goed nadenken over de logistiek. Temeer omdat de dakgootmannen er ook waren, met auto’s, materieel en al.

Het ‘hennephout’ zou komen op 8 pallets met 33 pakken van 14 kg hennephout. Groot, maar met onze trekker wel te hanteren. Maar de kalk zou komen op 5 pallets van 40 pakken á 25 kg. Onze trekker kan geen 1000 kg aan, weten we uit ervaring. We hebben al eens een palletvork gescheurd…

Gelukkig wonen we in een dorp met fantastisch hulpvaardige mensen. Even rond-whatsappen (‘Kan jouw shovel het aan?’ ‘Nee, maar misschien heeft Edwin geschikt materieel?’ ‘Nee, ik heb geen voorlader, maar ik heb het Koen gevraagd, die wil wel helpen’) en in no time was het geregeld dat Koen zijn platte kar van 10 meter lang op de parkeerplaats tegenover de school zette, zodat de pallets zó konden worden overgeladen.

De vrachtwagen die kwam was 18 meter lang. Die was nooit van zijn leven de Ratellaan in gekomen, laat staan bij ons huis. En hij kwam niet met een kooiaap of grijper, maar met een pompkarretje. Gelukkig was de chauffeur creatief en het parkeerterrein (dankzij de coronacrisis) leeg. In een uurtje stonden de 5 zware pallets kalk op de platte kar.

’s Middags heeft Koen ze met zijn grote trekker bezorgd. Het is toch telkens spannend, al dat groot materieel om het huis. En het viel nog niet mee om de pallets strak tegen elkaar aan te zetten. Het is sowieso moeilijk om precies te manoeuvreren op hobbelig terrein, en we moesten natuurlijk ook voorkomen dat de palletvork de al geparkeerde zakken met kalk zou beschadigen. Maar een boer krijgt altijd alles overal, dat blijkt maar weer.

Het valt niet op, maar deze trekker is echt anderhalf keer zo groot als de onze. Misschien had ik een foto moeten maken waar ze allebei op stonden. Maar op dit moment was Joris met onze trekker het hennephout aan het halen dus.

Levering is één, droog opslaan is twee. We hadden gedacht de partytent er overheen te zetten. Maar toen het allemaal stond bleek dat toch niet te passen. Uiteindelijk heb ik 8 x 33 pakken (á 14 kg) hennephout met de hand en de kruiwagen, onder de steiger door, over de betonrand heen, verplaatst naar ‘in het huis’. De zakken kalk zijn te zwaar en kwetsbaar, die hebben we maar even gelaten waar ze waren. Maar ze moeten natuurlijk wel droog blijven. Nu komt de partytent van het Postzegelpark weer goed van pas!

Al met al ben je toch een volle dag kwijt, alleen maar om het bouwmateriaal ter plekke te krijgen. Gelukkig hebben we nu de meeste grote leveranties wel gehad. Nog een keer bakstenen voor het trasraam, kozijnen en glas, schuimbeton en cement voor de cementdekvloer… maar dat duurt nog even.

Dus. Het materiaal is er. Nu de mensen nog. Of dat mogelijk wordt of niet hebben we niet in de hand. Afwachten maar hoe alles zich ontwikkelt. Vóór die tijd hebben we nog genoeg te doen. Het dak is (bijna) af. Maar het houtskelet is ook wel even werk. En vóór het houtskelet daadwerkelijk kan worden opgezet moet eerst het schuimbeton worden afgedekt (daar komen weer allerlei details bij kijken, om te voorkomen dat water via de fundering in het huis kan dringen) en het trasraam (baksteen muurtjes aan de onderkant) gemetseld. We hoeven ons dus nog altijd niet te vervelen.

Lammetje(s)!

De bedoeling was dat er dit jaar maar één schaap zou lammeren. Babette heeft vorig jaar heel laat gelammerd, daarna longontsteking gehad en de hele winter heel veel melk gegeven. Dus die wilde ik even een pauze geven en pas komend najaar weer laten dekken. En de twee ooitjes die vorig jaar zijn geboren vond ik ook nog wat te jong om te laten dekken. Bovendien was het plan dat we dit jaar vooral aan het bouwen zouden zijn en dan is het niet handig als ik dagelijks drie uur bezig ben met melkwinning en -verwerking.

Dus alleen Nel ging begin november in een weitje bij Arie de dekram. Met als planning: eind maart / begin april een lammetje. Eéntje leek me wel voldoende. De kudde hoeft niet verder uitgebreid. Er is een grens aan de hoeveelheid ooien die ik met de hand wil melken en ook aan de hoeveelheid melk, kaas en yoghurt die wij nuttigen. Geen ooilammetje dus, maar een rammetje. Mits tijdig gecastreerd zou die als gezelschap voor Arie kunnen dienen. Arie wordt namelijk ontiegelijk chagrijnig als hij in zijn eentje moet staan.

Maar ja, de natuur hè. Eind november, toen ik net uit het ziekenhuis kwam na de kaakoperatie en nog wat groggy op de bank zat, speelde Arie het klaar om te ontsnappen. En trof Joris hem aan bij de andere drie dames. O jee.

Nel leek overigens aanvankelijk helemaal niet drachtig. Balen. Had Arie helemaal niets gedaan? Tot ze opeens binnen drie dagen een uier kreeg. Op 28 maart zette ik haar vóór ons avondeten op stal en toen ik na het avondeten ging kijken… ja hoor! Helemaal volgens planning, één mooi groot, gezond rammetje. Dankjewel Nel.

Een collega van Joris suggereerde Corona als naam, maar dat leek ons toch een wat nare associatie, nu de epidemie steeds heftiger wordt. Via Cor, Coronus en Cornelis werd het uiteindelijk Krelis. Krelis wordt goed bemoederd en drinkt zelfstandig (hoera) en binnen een paar dagen lag de hele kudde gezamenlijk tevreden te herkauwen in de wei. Dat ging dus helemaal zoals de bedoeling was.

Maar nu ontwikkelt Lieke, één van de jonge ooitjes een uier. Zo kan het verlopen; van één (verwacht) drachtige ooi, naar helemaal geen, naar twee. Of meer? Zou Arie tijdens zijn escapade nog meer dames bezwangerd hebben? Omstreeks half april weten we het…

Overigens doet Nel opeens alsof ze helemaal niet meer weet waar de melktafel voor is. Waarom kan er nou nooit iets vanzelf gaan?

Dak dichten (5)

In een paar weken is de wereld helemaal anders geworden. Maar op onze hof eigenlijk… nauwelijks. We voelen nu nog meer gezegend met zoveel ruimte. Het kost geen enkele moeite om afstand te houden van anderen. Het is hier eigenlijk net zo stil als anders (of niet stil: het werk van de de boer-buren gaat natuurlijk gewoon door). Nu duidelijk is dat het coronavirus ook op oppervlakken intact kan blijven zijn we nog voorzichtiger. We gaan het erf nauwelijks af, enkel 1 of 2 keer per week voor boodschappen.

Op het erf is overigens ook genoeg te doen. Het afwerken van het dak kost veel tijd, vooral langs de kepers. Daar moeten de dakpannen precies op maat schuin worden afgeslepen. Daarbij gaat vaak het nokje, waarmee de dakpannen op de panlat hangen, verloren. Dan moeten er dus dakpannen aan elkaar gelijmd worden. Allemaal schuine vlakken (en golvende dakpannen) dus het aftekenen is niet eenvoudig. Omhoog klimmen, aftekenen, naar beneden klimmen, afslijpen, weer omhoog klimmen, passen, als het niet past weer naar beneden om nog een keer bij te slijpen, schoonborstelen, vastlijmen…

Daarna komt over de kepers een ‘ruiterrol’. Dat is een prachtig materiaal: waterdicht en toch ademend, met een speciale ventilatierand, flexibel en zelfklevend. Die zorgt ervoor dat er ook bij harde wind geen wind van onderaf vat op het dak krijgt en dat er geen water tussen de nokvorsten en de dakpannen kan lopen. Om het goed te laten plakken moet je natuurlijk wel even met een stoffer over de dakpannen, zeker bij hergebruikte of afgeslepen pannen. Dat waren de bouwvakkers 2 weken geleden ook even vergeten…

Dáárna kunnen de nokvorsten worden vastgeschroefd. Onderaan beginnen, want je weet niet precies hoe het uitkomt en het ziet er niet uit als je onderaan een pan moet afslijpen. Dat kan je beter bovenaan doen. Dat betekent dus dat er de hele tijd ‘looppaadjes’ open moeten blijven, waar geen pannen liggen.

Dan het afwerken van het ‘ulebord’. Zelfs met daklood (wat tegenwoordig niet meer van lood is) een hele klus om dat goed op de nokvorsten te laten aansluiten en alle aansluitingen waterdicht af te werken.

En tot slot moeten de laatste dakpannen weer terug. Zónder dat de rijen gaan slingeren… (dat is alleen te zien van een afstandje, niet als je zelf bovenop het dak zit). En mèt voldoende panhaken. Kortom, dágen werk. Maar dan heb je ook wat!

De coronacrisis roept natuurlijk ook voor ons vragen op: hoe gaat het verder met de bouw? Kunnen we eind juni zoals gepland met vrijwilligers de kalkhennep storten of moeten we er vanuit gaan dat dat niet lukt? Moeten we het dan door bouwvakkers laten doen of het uitstellen? We weten het niet… in de tussentijd klussen we rustig door. Het volgende project zijn de goten. Daarna kunnen we beginnen met de muurtjes aan de voet van het huis en het houtskelet van de muren.

Dak dichten (4)

En de aannemer kwam inderdaad op maandag! Jammer genoeg niet zelf of met mannen die we al eerder hadden gehad, maar met twee dakdekkers die weer elders waren ingehuurd. Helaas hadden die niet echt gevoel voor onze bouwfilosofie. Tweedehands pannen gebruiken vonden ze absurd. Ze deden dan ook weinig moeite om slechte (afgeschilferde) of afwijkende pannen eruit te filteren. (Uiteraard was zo’n 10% van de partij toch een afwijkende pan. Wel allemaal OVH pannen, maar van een ander fabrikaat.)

Ik ben zelf maar gaan ‘opperen’ (pannen aanvoeren) om daar een beetje een oogje op te kunnen houden. Dat was erg hard werken, want het moet gezegd worden, ze legden de pannen heel vlot op de grote vlakken. Als ik het even niet kon bijbenen draaiden ze rustig een peukje. Pas toen ik er wat van zei kwamen ze meehelpen.

De Hollandse hitjes die – tussen allengs zorgelijker wordend coronanieuws door – de hele dag uit de radio schalden konden we nog aan. De rotzooi die ze maakten was irritant. Dat ze in hun handen hoestten en die vervolgens niet wasten vonden we vies en – in deze tijd – onverantwoordelijk. Maar dat het werk onzorgvuldig en zonder oog voor detail werd uitgevoerd (te weinig panhaken aangebracht; bovenste pannen niet afstoffen zodat de plakrol van de ondervorst niet meer plakte; de houtvezelplaten waar wij zo voorzichtig mee waren kapot gedraaid met hun schoenen…) was de druppel. Na vier dagen besloten we dat ze niet meer hoefden terug te komen. We maken het zelf wel af.

Dat gaat natuurlijk véél langzamer. Het pannendak is dus nog niet af. Maar de zon schijnt (al is de wind koud!). En je kunt al zien dat het héél mooi wordt.

Van de coronamaatregelen merken we betrekkelijk weinig. Joris werkt nu vijf dagen thuis in plaats van één, wat veel reistijd scheelt. Ook zijn sociale afspraken afgezegd. Dat schept allemaal extra tijd om dakpannen te leggen 🙂 . Afstand van anderen houden is makkelijk als de dichtstbijzijnde buren 150 meter verderop wonen. Op het erf blijven is nauwelijks een restrictie als dat erf 5 ha beslaat. En we hoeven ons niet te vervelen, er moet van alles gebeuren. We doen dus gewoon wat we anders ook zouden doen.

Wat de coronacrisis voor de planning van ons huis betekent weten we nog niet. Maar als het dak eenmaal dicht is kan de bouw in principe héél lang stilstaan. Voor de zekerheid hebben we de kalkhennep maar vast besteld. Overige bouwmaterialen kopen we bij de professionele bouwmarkt, die niet drukker is dan anders. En tot nu toe wordt hier nog niet al te erg gehamsterd in de supermarkten. We zijn erg blij dat we niet meer in de stad wonen en ook erg blij dat we niet in Noord-Limburg of Noord-Brabant zijn gaan wonen. We voelen ons bevoorrecht en dankbaar en we wensen iedereen die het met minder ruimte moet doen veel sterkte in deze tijd!

Eindelijk…

Al weken geen blogs. Niet dat er niets te melden was. Maar het slechte weer en de frustratie over het feit dat het dak nog steeds niet gedekt is waren niet bevorderlijk voor humeur en schrijflust.

Door de vele regen en de aanhoudende westenwind was het water in de IJsselmeer zó opgestuwd, dat het water uit de Linde niet geloosd kon worden. En de Linde is de waterafvoer voor deze hele streek. Het werd dus aardig nat, op een zeker moment stond het hele Lindedal blank. Spectaculair! Al werden onze favoriete rondjes-met-het-hondje wel lastig begaanbaar. Aska houdt niet van natte pootjes…

Intussen is het water gelukkig weer gezakt. Het weiland is wel nog vreselijk drassig. Vervelend voor de boer, die kan nu geen mest uitrijden.

Natuurlijk was het af en toe wel even droog. Op die dagen konden we de laatste voorbereidende werkzaamheden voor het dak uitvoeren: het overstek, inclusief lastige details met isolatie en folie, de laatste panlatten, de hoekkepers en de uleborden. Het overstek en de uleborden zijn ook meteen de eerste stukjes zichtwerk! (Nou ja, de gebinten blijven natuurlijk ook in het zicht.)

Het slechte weer maakte het ook niet aantrekkelijk om in de moestuin te werken. Ik heb wel 6 m3 nieuwe houtsnippers gehaald (hopelijk kan ik de volgende lading houtsnippers zelf maken van eigen hout), gezeefd en over de paden verspreid. Nadat ik eerst het anti-worteldoek, dat nog onder de oude snippers lag, onder de paden vandaan had gepeuterd. Het viel me alleszins mee hoe gaaf het worteldoek nog was. Bij de aanleg was ik bang dat er allemaal plastic rafels af zouden komen als ik het weer ging verwijderen. Maar dat viel mee.

Het anti-worteldoek heeft zijn functie goed vervuld: de kweek is verdwenen. Nu is het een kwestie van de paden af en toe aanvullen met houtsnippers. Onderaan het pakket vergaan die geleidelijk tot teelaarde, die door de wormen vanzelf naar de planten in de moestuinbedden wordt gebracht. En het anti-worteldoek kan weer elders op het terrein gebruikt worden waar ik de grasmat wil onderdrukken.

En als dan eindelijk de zon schijnt en je begint de moestuinbedden schoon te maken dan ziet het er wel héél mooi uit, zo met de nieuwe paden! Nu snel gaan zaaien, want ik loop achter op mijn normale schema.

(Nu wil ik alleen nog een Mooi Hek rond de moestuin. Zo’n gezellig landelijk Engels schapenhek. Maar dat is ook weer een heel project…)

En als het goed is komt morgen de aannemer dakpannen leggen! Nu is momenteel niets zeker in deze wereld, dus even duimen dat het ook daadwerkelijk doorgaat….

Oproep!

UPDATE 7 MEI Intussen is aangekondigd dat de maatregelen voorzichtig versoepeld gaan worden. En durven we dus weer erop te mikken dat het kalkhennep storten met een groep vrijwilligers door kan gaan. Bij deze een hernieuwde oproep voor vrijwilligers. Want kalkhennep storten is niet bijzonder zwaar of moeilijk, maar wel véél werk, waarbij veel handjes goed van pas komen.

Uiteraard nemen we daarbij de 1,5 meter afstand in acht en zorgen we voor voldoende hygiëne. Intussen kan ik ook melden dat er een ‘mobiele badkamer’ is gereserveerd, dus douchen is ook mogelijk. Plek genoeg voor tentjes en we hopen dat het tegen die tijd weer zulk mooi weer wordt (in de tussentijd mag het wel even regenen, dan blijft het gras groen…)


UPDATE 6 APRIL Sinds ik onderstaande blog schreef is er natuurlijk van alles veranderd. Momenteel weten we niet hoe lang de maatregelen om het coronavirus af te remmen van kracht blijven. En welke maatregelen het eerst zullen worden opgeheven. Of het eind juni verstandig is om met een gezellige groep kalkhennep te storten… we weten het echt niet. Misschien dat het niet eens mag. Maar het kan ook zijn dat de epidemie (in ons deel van de wereld) snel over raast en de maatregelen versoepeld kunnen worden. En dan is het natuurlijk júíst leuk om mee te doen, want er zijn al zoveel zaken afgelast. We houden het er even op dat het doorgaat. Mocht dat anders worden, dan laten we dat natuurlijk weten. Blijf allemaal gezond en hopelijk tot snel!


ORIGINEEL BERICHT Terwijl het dak zielig in de regen staat te wachten, zijn we in gedachten al bezig met de volgende stap: de muren. Dat is eigenlijk het meest bijzondere onderdeel van het huis. De muren worden namelijk gemaakt van kalkhennep.

Wat is kalkhennep? Simpel gezegd: een mengsel van kalk en hennep. De hennepplant (we hebben het hier dus over de industriële variant, niet de rassen met een hoog THC gehalte) levert twee nuttige grondstoffen: vezels aan de buitenkant van de steel en heel poreus ‘hout’ aan de binnenkant. Het is zo poreus, omdat hennep supersnel groeit. Dat maakt het een milieuvriendelijker materiaal dan hout. Hennep levert per hectare per jaar 4 x zoveel biomassa op als bos.

Dat ‘hennephout’ wordt versnipperd tot ‘scheven’. Die worden aan elkaar gekit met zuivere hydraulische kalk. Dat mengsel (90% hennep, 10% kalk, plus wat water) wordt gestort in een bekisting. En dat levert een muur op die

  • heel stevig is (in het Engels heet het ‘hempcrete’, ofwel ‘hennepbeton’);
  • relatief licht is (althans, vergeleken met baksteen);
  • damp-open, ademend en vochtregulerend is;
  • niet aantrekkelijk is voor ongedierte zoals muizen;
  • schimmeldodend en bacteriewerend is;
  • redelijk waterbestendig is (meer dan strobouw);
  • heel goed isoleert maar tegelijkertijd een hoge thermische massa heeft;

en bovendien een héél lage milieubelasting geeft. De hennep neemt tijdens de groei CO2 op. Bij het branden van de kalk komt weliswaar CO2 vrij, maar gedurende het uitharden neemt de kalkhennep die CO2 weer op uit de lucht. Op de website van Vereniging Kalkhennep Nederland is er meer over te lezen.

Een behoorlijk ideaal bouwmateriaal dus. Waarom wordt het dan nog niet massaal gebruikt in plaats van baksteen? Tja, veranderingen gaan langzaam en de bouw is een behoorlijk conservatieve sector. Maar daarnaast speelt mee, dat het aanbrengen tamelijk arbeidsintensief is. De aangemaakte kalkhennep moet laagje voor laagje worden gestort. Elke laag wordt dan met de hand, aan de buitenkant van de muur, dus tegen de bekisting aan, iets aangeduwd. Op die manier wordt het mengsel aan de buitenkant van de muur iets dichter (zodat het er niet doorheen tocht) maar aan de binnenkant blijft het open (zodat de isolerende werking goed behouden blijft).

Op deze foto’s zie je goed dat de muur uit laagjes kalkhennep wordt opgebouwd

In Frankrijk zijn wel al bedrijven op de markt die kalkhennep machinaal aanbrengen. Maar Nederland is gewoon nog niet zover. En bij deze klus kunnen wij dus héél veel handjes gebruiken. We zoeken dus hulp!

Ben of ken je iemand die interesse heeft om met dit mooie materiaal te leren werken: dit is je kans! We vragen: enthousiasme en werklust. We bieden: een interessante klus op ons mooie landgoed, koffie, thee en een lekkere lunch. Voor wie meerdere dagen meewerkt zorgen we bovendien voor een (eenvoudige) avondmaaltijd.

Het werk wordt begeleid door aannemersbedrijf Ecobouw Salland, dè kalkhennepspecialisten van Nederland. We zoeken voor iedere dag maximaal 5 vrijwilligers. Naar schatting zal het werk ongeveer 7 werkdagen (08.00-17.00) duren, vanaf maandag 29 juni.

Hier sta ik bij een demonstratie ‘bouwen met kalkhennep’ in 2018. Onze aannemer is het materiaal aan het mixen. Even later mocht ik het zelf storten en aanduwen. Het is niet heel erg zwaar werk, maar als je het een hele dag doet natuurlijk wel een goede work-out 😉

Behalve vrijwilligers voor de kalkhennep zoek ik ook hulpkrachten voor de catering. Want ik wil natuurlijk zelf ook aan de muren bouwen, en niet alleen maar broodjes smeren en koffie zetten voor de harde werkers!

Wie meerdere dagen wil helpen mag komen kamperen met tent of (klein) kampeerbusje. De voorzieningen zijn wel héél eenvoudig (composttoilet en kraan), maar we proberen om vóór die tijd nog een solar shower te regelen, zodat er in ieder geval warm gedoucht kan worden. En we hopen natuurlijk op mooi weer met heldere nachten, zodat er genoten kan worden van kampvuur onder de mooie sterrenhemels van De Hoeve …

Regen en wind

Regen en wind…regen en wind… December en januari waren ons nog redelijk gunstig gezind. Februari niet. Semi-permanent windkracht 5 en hoger, drie officiële stormen binnen twee weken en buien, die overgaan in regen, die overgaat in buien, die overgaan in motregen, die weer overgaat in regen maken het werk aan het dak vrijwel onmogelijk.

Als het even wat minder hard waait (en droog is) probeer ik snel nog wat panlatten bij te werken. Maar voor het grootste deel waait het te hard om het dak op te gaan. Joris probeert tussen de buien de ingewikkelde details van het overstek te maken. Maar ook dat gaat gewoon niet als er intussen een waterval van het dak over je heen spoelt. Gereedschap wordt nat, luchtdicht tape wil niet plakken.

Door de horizontale regen staat het huis weer vol water, de kelder ook. Het weiland zompt (op zich kon het land wel wat water gebruiken) en de poel is uitgegroeid tot een meer dat ons doet denken aan het natte najaar van 2017, toen we hier begonnen. De schapenstal (die erg wrak is) lekt op allerlei plaatsen. En het huis staat maar nat te worden. Gefrustreerd kijken we omhoog naar de houtvezel dakplaten. Ze schijnen ertegen te kunnen. Maar we hadden er al lang pannen overheen willen hebben.

Begin februari heeft de aannemer een steiger geplaatst. Maar die staat werkeloos te wachten (wat natuurlijk geld kost). Joris heeft een week vrij genomen om de laatste dingen te doen vóór de aannemer aan de slag kan. Maar het KNMI voorspelt steeds meer regen. Hoe vaak we ook naar het weerbericht kijken, het wordt maar niet beter!

Kom op Gerrit Hiemstra, does lief voor ons!

Dak dichten (3)

Wat is zo’n dak gróót! En wat is het dan allemaal veel werk!

Inmiddels zit het merendeel van de houtvezelplaten er op. De onderste rij nog niet, want dat kan pas als ook het overstek is aangebracht. Joris heeft intussen uitgewerkt hoe hij dat wil gaan doen en is druk bezig het hout op maat te zagen voor een kleine 50 m overstek.

Voor het beeld: Nu lijken de muren nog relatief hoog. Maar uiteindelijk komen de pannen tot een kleine 20 cm voorbij de muurplaat (de horizontale balk onderaan de sporen) Daaronder komt een brede goot, die zowel water gaat opvangen als ’s zomers voor welkome schaduw gaat zorgen. De grond rond het huis zal uiteindelijk opgehoogd worden tot iets boven het niveau van de betonnen rand. De verhouding dak / muur oogt dan een stuk authentieker.

Ook de dragers voor de ‘nokruiter’ zitten er al op. De hoekkepers zijn beschermd met folie, wat ook weer is vastgezet met balken. Daarop komen de dragers voor de ‘keperruiters’.

Ik heb een halve middag rondgereden in de buurt om te kijken hoe groot uleborden horen te zijn. We maken geen echte geornamenteerde uleborden, maar wel een verlengde nok met een ‘driehoekje’. Dat is groter dan je denkt… Helaas kwam de ideale maat net niet uit met de plek van de sporen. Ze zijn nu aan de kleine kant, maar anders zouden ze ofwel héél groot worden (wat geen gezicht is) ofwel het werd weer héél ingewikkeld om ze te construeren (en we hebben al genoeg te doen).

De mooie tweedehands Opnieuw Verbeterde Holle Pannen die we hebben gekocht sluiten prachtig, maar hebben weinig speling. De panlatten moeten dus niet teveel afwijken van de 30,7 cm werkende lengte. Wanneer je werkt met een blokje ertussen kan dat zomaar gebeuren. Eén of twee millimeter afwijking laten ze wel toe. Maar na 10 pannen steeds dezelfde millimeter extra is het zomaar een centimeter en dat gaat niet goed. We hebben héél zorgvuldig de afstand van de bovenste panlat af gemeten om onderaan (19 pannen omlaag) een ‘referentiepanlat’ aan te brengen. Daarna heb ik (opnieuw héél zorgvuldig) de hoogtes afgetekend waar de panlatten moeten komen. En dan maar schroeven…

Héél veel panlatten!

Intussen moeten we natuurlijk ook gewoon werken, wandelen met Aska, het huishouden draaiende houden en de dieren verzorgen. We moeten dus helaas steeds vaker ‘nee’ verkopen als mensen op bezoek willen komen of iets met ons willen afspreken. Sorry iedereen, we willen echt onze vrienden en familie niet te kort doen, maar het is nu echt prioriteit nr. 1 dat het dak dicht komt!

Wat wel ontzettend fijn is, is dat we nu een Droge Zolder hebben(nou ja, enigszins droge, en het tocht er flink). En een ‘onder het dak’ (al waait op de benedenverdieping nog wel erg veel regen naar binnen). Bouwmaterialen kunnen we daardoor nu enigszins droog opslaan, zonder dat ze ruimte in de werkplaats innemen. Heel plezierig!

En wat een ruimte! (Maar goed dat we niet voor een steilere dakhelling gekozen hebben, dan zou het nog hoger zijn geworden!)

Planning of volgorde?

“En?”, vraagt iedereen, “wanneer gaan jullie erin?”

Wij antwoorden dan standaard : “Vóór de kerst.”

En als mensen wat glazig kijken verhelderen we nog: “Het is ieder jaar kerst. We zeggen niet welk jaar.”

De werkelijkheid is gewoon dat we geen planning hebben. Om de simpele reden dat bij een project als dit een planning alleen maar voor frustraties zorgt. In de praktijk kost ieder bouwonderdeel méér tijd dan je denkt. Omdat, als je je erin gaat verdiepen, er (véél) meer handelingen nodig zijn dan je denkt.

Je denkt bijvoorbeeld: “Nou, het dak doen we in januari, dan kunnen we februari het houtskelet zetten en in maart kalkhennep gaan storten”

Echt niet.

Want eerst moeten alle platen op het dak bevestigd worden (oeps! de schroeven zijn op! en het is zondag!), er moet folie aan de onderkant bevestigd worden (folie uitrollen, op maat knippen, weer oprollen zodat je het naar boven kunt sjouwen, in positie brengen, vastnieten…), vervolgens moet je de naden aftapen met luchtdichte dampopen tape (oeps! het regent drie weken dus kan je niet tapen!), daarna moeten er panlatten bevestigd worden (wat is de werkende lengte van de dakpannen?) en ‘ruiters’ op de nok en de hoekkepers (dat alleen al gaat ettelijke weekends kosten) en dán pas kan de aannemer pannen gaan leggen. Maar als jíj weet wanneer je klaar bent heeft de aannemer het juist heel erg druk en kan hij pas over drie weken ruimte maken. En dan stormt het net een week lang. En dan zit je opeens al in maart. En moet je nog beginnen met het houtskelet.

Als je dan toeleeft naar ‘eind dit jaar kunnen we er in’ moet je dat keer op keer bijstellen. En dan word je dus heel erg gefrustreerd. Doen we niet. Dit is een once-in-a-lifetime project. Het gaat niet alleen om het resultaat, maar ook om de weg er naar toe. Daar willen we óók van genieten.

“Der Weg ist das Ziel”, zeggen ze in Duitsland zo mooi.

Tegelijkertijd is het wel handig om íets van een planning te hebben, want sommige onderdelen besteden we uit aan aannemers en die hebben een bepaalde aanlooptijd / productietijd nodig. En in 2020 hopen we ook een aantal onderdelen te doen waarbij we vrijwilligers nodig hebben (met name het storten van de kalkhennep!) Daarvoor moeten mensen natuurlijk weten wanneer we dat (ongeveer) gaan doen, zodat ze vast tijd in hun agenda kunnen reserveren 🙂

Daarom heb ik een nieuwe webpagina toegevoegd, waarop ik aangeef wat de volgorde is van de bouwonderdelen. Naarmate een bepaald onderdeel dichterbij komt krijgen we er meer zicht op welke deel-handelingen daarvoor nodig zijn en hoeveel tijd die ongeveer gaan nemen. En zo ontstaat er toch een soort van planning. Zo lang het geen deadline gaat heten!

Dak dichten (2)

We wensen iedereen een gezond en mooi 2020!

De hele kerst’vakantie’ zijn we druk aan het werk met het dak. Vandaag alleen even niet, want momenteel giet het van de regen. Helaas schiet het minder op dan we wel zouden willen. Het zijn weer veel (tijdrovende) handelingen:

  • platen één voor één naar boven manoeuvreren en op hun plaats brengen;
  • voor de platen aan de randen bepalen hoe groot ze moeten worden en zo goed mogelijk op maat afzagen;
  • balken naar boven manoeuvreren en de platen er mee vastzetten;
  • op de balken weer (tijdelijke) panlatten aanbrengen, waarover we over het dak kunnen klimmen voor het afwerken van de randen en de nok;
  • platen langs de nok exact op maat maken;
  • de naad waar de nokplaten elkaar raken afwerken met dampopen, luchtdichte tape;
  • aan de onderkant folie aanbrengen (18 m folie, lastig te hanteren met z’n tweeën!);
  • de laatste (onderste) laag platen over de folie aanbrengen.
Aan de voorkant komt nog een dakkapel op het dak. Maar die maken we later. Nu eerst het dak dicht!
Hier is de nok nog niet helemaal dicht, maar je kunt al zien hoe de zolder eruit gaat zien. Ooit wordt dit ons kantoor / studeerkamer.

Uiteraard kan je boven op het dak alleen maar langzaam en behoedzaam werken. Schroeven indraaien met dikke werkhandschoenen gaat niet goed, dus we hebben alleen maar dunne handschoenen aan (die maken het al onhandig genoeg werken!) Bij 2 graden boven nul met motregen en wind verkleum je dan in no time. En moet je dus na anderhalf uur werken weer opwarmen bij de kachel. Gelukkig was het op oudejaarsdag mooi weer en bijna comfortabel op de zuidkant van het dak.

We hebben de 2 grote dakvlakken af gekregen tijdens het goede weer. Maar vóór de kopse kanten kunnen worden afgewerkt moeten eerst de platen langs de rand onder de juiste hoek worden bijgezaagd. We hebben ze gewoon haaks ‘op maat’ gezaagd. (Of überhaupt nog niet, zoals te zien is op de foto’s). Maar omdat beide dakvlakken een hellingshoek hebben van 43 graden en de platen een dikte hebben van 5 cm, moeten ze ook scheef worden afgezaagd om ze goed te laten aansluiten. Joris heeft een mal gemaakt om onder de juiste hoek te kunnen zagen. Dan nog is het lastig. En het gaat ontzettend langzaam, de reciprozaag loopt vol met houtvezels.


En vandaag giet het dus van de regen en kunnen we überhaupt niet verder. Frustrerend, want dinsdag is er veel wind voorspeld en ik wilde dan in elk geval het zuidwestelijke dakvlak dicht hebben. Tja, als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.

Het zou natuurlijk een perfecte dag zijn om boompjes te (ver)planten. Maar eigenlijk heb ik er ook helemaal geen zin in om dat in de stromende regen te gaan doen. Dus misschien is het wel een perfecte dag om bij de kachel op te krullen met een boekje… (nádat ik mijn administratie en BTW-aangifte heb gedaan!)

Iedere vrije minuut is Joris bezig met bedenken hoe hij de details precies wil uitvoeren

Dak dichten (1)

Nu het een paar dagen wat rustiger weer is zijn we begonnen de houtvezelplaten (Gutex ultratherm) op het dak te monteren. Het valt niet mee! Plaat voor plaat moet naar boven gemanoeuvreerd, in elkaar geschoven en vastgezet. De bovenste (eerste) rij moet strak waterpas. Aan de zijkanten, bij de hoeken van het schilddak, moeten we zó uitkomen dat de platen nog aan de sporen kunnen worden vastgezet. En de verticale naden tussen de platen mogen niet te dicht bij elkaar uitkomen. Een boel gepuzzel!

Bovenop de platen monteren we 5 cm dikke balken. Hierop komen de panlatten, waar de dakpannen aan hangen. De 5 cm dikke balken schroeven we dóór de platen aan de sporen vast. Maar dat kan natuurlijk alleen maar als je nog ziet wat je doet. En er nog bij kunt. Dat betekent dat we de balken vastschroeven zodra de bovenste plaat geplaatst is. De rest van de platen moet dus van onderaf onder de balken geschoven. Uiteraard is het hout nooit helemaal recht, dus het is een hoop gepuzzel en gevloek. En dat alles op grote hoogte…



Ja, alle foto’s zijn van Joris. Als we samen bovenaan bezig zijn worden er namelijk geen foto’s gemaakt 😉 Op deze foto is ook goed te zien dat de vastzet-balken soms doorhangen, of juist omhoog krullen. Dat maakt het op hun plek krijgen van de platen ook niet makkelijker.

Ik ben ook nog steeds snel vermoeid van de kaakoperatie. Kortom, het gaat langzaam. En dat is spannend. Want het is nu best gunstig weer. Maar harde wind kan het dak in deze staat niet hebben. (Regen in principe wel, maar niet oneindig veel natuurlijk.) Na 2 1/2 dag hebben we 1 dakvlak bijna af. Maar in de nok, de hoeken en het afwerken van de onderkant gaat nog veel meer werk zitten. Doorwerken dus, en duimen dat de stormen nog even op zich laten wachten!

1 dakvlak bijna af… Het folie is ervoor om eventueel vocht op de overgang van dak en overstek buiten de muren te geleiden. Maar het goed afwerken van de hoeken wordt ook nog wel een puzzel.

Het dak op

Het volgende onderdeel van het huis is het dak dicht maken. Dan kunnen we daaronder rustig en droog verder bouwen. Joris heeft besloten dat we eerst het hele dak dicht maken, zonder aandacht voor dakkapellen, dakramen etc. Als het nu weer droog zomerweer zou zijn, zouden we dat misschien anders doen, maar gewoon een dak over het skelet heen heeft nu de hoogste prioriteit.

Op de sporen komen houtvezelplaten. Daar bovenop de panlatten en dakpannen. Dat gaan we nu doen. Tussen de sporen komt nog een dikke laag vlaswol isolatie. En aan de binnenkant plaatmateriaal om het te ‘verstijven’. Dat gaan we later doen. Dan plaatsen we ook de dakramen en dakkapel.

De opbouw is dus hetzelfde als bij de werkplaats. Alleen hebben we toen van binnen naar buiten gewerkt, wat makkelijker is. Kon ook prima, want het was kurkdroog zomerweer. Dat is nu niet te doen, met ons werktempo zou alles veel te nat worden. Het materiaal kan best een beetje vocht hebben. Tenslotte is alles dampopen: vocht kan er ook weer uit. Maar het kan niet weken- en wekenlang in de winterregens staan.

(We weten nu al dat we erg gaan vloeken als we straks de vlaswol vanaf de binnenkant moeten aanbrengen. Maar ja, het alternatief is tot juni wachten… met het risico dat de zomer alsnog geen droge zomer wordt. Dat is gewoon geen optie.)

Stap 1 is het tijdelijk aanbrengen van panlatten aan de binnenkant van de sporen, zodat we aan de buitenkant omhoog kunnen klimmen om de houtvezelplaten aan te brengen.

Joris heeft OSB-platen (die ook al voor de bekisting waren gebruikt), als tijdelijke verdiepingsvloer over de balken gelegd. Dat werkt prima. Alleen, waar de trap komt en de vide in de hal, zit geen balklaag. Daar moet de steiger eraan te pas komen. En dat is een gedoe, want voor iedere panlat moet de steiger weer iets verplaatst worden. Veel op en neer geklauter dus. Alles voor de veiligheid…

Je kunt ook al een beetje zien hoe de vorm van de zolder straks gaat worden. Leuk!

Intussen zitten alle latten erop. Nu even wachten tot het een paar dagen droog en rustig weer wordt, want bij windkracht 7 op 6 meter hoogte met grote platen gaan balanceren is vragen om problemen!