Snipperdagje(s)

Hoera, de zon schijnt! Tijd om iets te doen aan de enorme berg houtsnippers die al tijden ons pad verspert. Waarom?

In mijn moestuin had ik altijd paden van houtsnippers. Heel handig, makkelijk bij te houden, de grond wordt beschermd tegen uitdrogen, de verterende snippers geven (heel langzaam) voedingsstoffen en humus af aan de grond en dat beetje onkruid wat er in op kwam was betrekkelijk makkelijk uit te trekken. Eéns in de twee, drie jaar een nieuwe lading snippers erop en klaar is Kees. Dus dat wilde ik weer.

Uit ervaring weet ik, dat je moet zorgen dat je snippers zónder blad hebt. Als er erg veel blad, zaagsel en andere ‘prut’ tussen de houtsnippers zit, loop je in no-time over een verende composthoop. Om die reden heb ik wel eens een hele lading gezeefd. De grove snippers konden op het pad en het fijne materiaal was mooi om mee te mulchen.

Dus ik bestelde altijd pas nieuwe snippers in november of december, als het blad van de bomen was. Dan werd er een berg heerlijk ruikende, verse houtsnippers voor de voordeur gedumpt en was ik een dag bezig om dat allemaal naar achterin de tuin te kruien.

Hier moest ik op zoek naar een nieuwe leverancier. Die was makkelijk te vinden en kon  wel even 6 m3 snippers komen brengen. Ik wees waar het moest komen,

“Doe wel voorzichtig”, zei ik nog van tevoren “ons weiland is héél nat en modderig. Misschien is het nog het makkelijkst om achteruit het pad op te rijden, dan blijf je met de auto op het pad en kan je ze er makkelijk op de juiste plek uit kiepen. ”

“Geen probleem! riep de leverancier. “Ik heb dat al wel duizend keer gedaan!” Hij reed op volle kracht het weiland in om te keren en zat onmiddellijk vast in de modder.  Toen moesten de snippers dus op die plek van de aanhanger af gekieperd, want anders was hij er nooit meer uitgekomen.

Dat kostte toch al ruim anderhalf uur gezwoeg met planken en scheppen snippers en voorzichtig proberen. De chauffeur was een non-stop kletskous op hoog volume en zijn “Nou, dan heb ik het toch een keer verkeerd ingeschat” veranderde gaandeweg in “Ja, het was ook echt niet te zien dat het hier zó modderig was” tot “Je had me wel mogen waarschuwen, jullie hebben wel hele rare grond.”  Ik was erg blij toen hij eindelijk het weiland uit was en in het halfduister wegreed.

Toen hadden we dus een omgeploegd stuk nieuw microreliëf vlak voor het huis en een berg snippers op het pad. En ik zag het direct al: geen verse snippers.

“Nee, je hebt geluk dat ze er nog zijn.”riep de leverancier (hij was toen nog maar net vastgelopen en nog in een redelijk humeur). “Het is het laatste restje, in februari krijg ik weer nieuwe.”

Dus oude snippers, die al een half jaar op een hoop lagen, mèt veel blad, zaagsel en andere prut ertussen. Dat zou weer zeven worden. Ik hoopte dat het een beetje droog weer zou worden. Maar dat werd het dus niet: daarna bleef het semi-permanent regenen.  De snippers hebben zich boordevol vocht gezogen, zijn zwaar en plakken aan elkaar.

Maar nu zijn de moestuinbedden (bijna) af en kan ik het niet meer uitstellen. Van een oud kwekerskratje en een stuk kuikengaas heb ik een mooie zeef gemaakt.

Drie scheppen in de zeef, één minuut schudden, grote snippers in een kruiwagen. Tien kratjes is één kruiwagen grote snippers en een halve kruiwagen kleine snippers.

Het klinkt als niet veel, maar als je voorovergebogen over een kruiwagen staat gaan drie scheppen snippers na een poosje behoorlijk zwaar wegen.

Gekkenwerk eigenlijk. Maar schep voor schep, kratje voor kratje, kruiwagen voor kruiwagen, meter voor meter, vorderen de paden in de moestuin en wordt de berg snippers kleiner.

Op die paden heb ik dit keer trouwens, na lang twijfelen, wel anti-worteldoek onder de houtsnippers gelegd. Ik weet nu al dat ik mezelf vervloek als ik dat spul er over een paar jaar probeer uit te halen en overal plastic rafels blijven zitten. Maar  ik weet ook dat ik mezelf zal vervloeken als het kweekgras dóór de houtsnippers heen zou blijven opkomen van de zomer, wat dan vast het geval zou zijn.

En wat doe ik met de kleine snippers en ‘prut’? Die zijn voor de fruitbomen.

Op de voedselbossen-cursus die ik een jaar geleden deed, leerde ik dat er een groot verschil is tussen het bodemleven in een bos en onder een grasland. In een bosbodem heb je een schimmelgedomineerd bodemleven. Boomwortels gaan een samenwerking aan met die schimmeldraden: mycorrhiza. De schimmeldraden functioneren als transportnetwerk, waarlangs vocht en voedingsstoffen getransporteerd worden.  Op die manier ‘eten’ de bomen in een bos niet alleen met hun eigen wortels, maar via een veel groter netwerk (tot wel 40 meter afstand!) Dat maakt ze natuurlijk veel beter in staat om schommelingen in temperatuur en aanbod van vocht en voeding te weerstaan.

Onder gras houden schimmels het niet uit. Ze kunnen niet tegen de UV-straling van het zonlicht, dat door het dunne laagje gras de bodem in dringt. Dus onder grasland krijg je een bacteriegedomineerd bodemleven. Eigenlijk is het beeld van de boomgaard met solitaire bomen in het gras dus helemaal niet logisch. Bovendien concurreert het gras met de ondiepe wortels van fruitbomen.

Daarom geef ik mijn fruitbomen een stukje instant bosbodem. Na het planten leg ik rondom de stam karton, net als in de moestuin. Het gras houdt het daaronder niet uit en sterft af door gebrek aan licht. Daaroverheen komt een laag  gehakselde bramen, blad en/of fijne houtsnippers. Er zit al aardig wat schimmel in de snippers, zag ik.

(De groen-georiënteerde lezer roept nu meteen: “Krijgen je bomen dan geen stikstoftekort?!” Ik verwacht dat dat wel meevalt.  Zolang ik de snippers maar niet dóór de grond werk. En het gehakselde materiaal van bramen en brandnetel bevat, verwacht ik, ook zelf al de nodige stikstof. Ach, vergeleken met de natuurlijke groeiomstandigheden van de wilde appel valt hier de stikstof met de regen uit de lucht.)

Volgens alle theorieën zou dit de fruitbomen goed moeten doen. Met hun voetjes in een bosbodem en hun hoofd in het zonlicht, net als op hun natuurlijke standplaats aan de rand van het bos. Ik ben benieuwd!

Winterse perikelen

Het valt natuurlijk nog alleszins mee. Maar afgelopen week hadden we toch wal speldenprikjes ‘winter’. Op zich niet eens zo erg, eigenlijk was het een verademing om af en toe zon te hebben in plaats van semi-permanente horizontale regen. We waren bijna vergeten hoe mooi het er hier dan uit ziet!

 

Maar een beetje bar was het wel. Dat je op het composttoilet zit en dat het kopje om het ‘vloeibaar’ gedeelte weg te spoelen zit vastgevroren in de emmer water. De eerste ochtend kreeg ik het (met behulp van mijn hak) nog wel los uit het ijs, maar er kwam een moment dat alles stijf bevroren was. Gelukkig duurde het niet zo lang.

(Ons composttoilet heeft een separatie-systeem. ‘Vloeibaar’ wordt middels een slang aan de voorkant weggeleid naar een oude septic tank; ‘vast’ komt in een emmer en dient afgedekt te worden met een beetje zaagsel. Dat werkt werkelijk uitstekend  – ook in de zomer hadden we géén stank en géén vliegen. Die emmer leeg ik in een speciaal compostvat: deze compost gebruiken we niet in de moestuin, maar misschien bij de fruitbomen of zo.)

De kou op het toilet deed me ook denken aan een boek van Roald Dahl, over zijn traumatische kostschool-ervaringen. Hij beschreef daarin hoe kleine jongens de wc-bril moesten voorverwarmen voor de grote jongens. Dat vond ik destijds  wonderlijk: het voelt altijd een beetje vies als je op een warme bril gaat zitten. Maar nu begrijp ik het. Als de temperatuur in de wc namelijk gelijk is aan de buitentemperatuur (en dat was in die kostscholen geloof ik ook het geval) dan is he bij vrieskou nauwelijks te gebruiken. Zodra je met je blote billen op die ijskoude bril gaat zitten trekt als reactie daarop alles samen. Van de benodigde ontspanning om te doen wat je moet doen komt dan niets meer… Nu begrijp ik dus ook waarom je ook kon kiezen voor een wc-bril van piepschuim bij het separatie-systeem. Helaas kozen wij voor goed schoon te maken, maar ’s winters dus ijskoud plastic.

Verder valt het, dankzij het kacheltje, redelijk uit te houden. Alleen het hout gaat nogal hard. We hebben massa’s gekloofd en gezaagd hout, maar dat is van dit seizoen en dus nog niet droog. En we hebben ook massa’s droog en onbehandeld hout, maar dat zit nu nog in de boerderij verwerkt. Hopelijk redden we het net. En anders worden de balken en planken van de oude mijnheer die we hadden bewaard voor ruw timmerwerk alsnog brandhout.

En het is wennen aan de koude vloer. Voor het woongedeelte hebben we nu een warm wollen kleed gekocht.   En overdag draag ik met wol gevoerde laarzen. En bij voorkeur  wollen sokken. Ik had een hele voorraad, ooit met liefde gebreid door de oma van een aangetrouwd familielid. Helaas slijt ik nogal snel door de hielen heen. En sokken stoppen (of breien) valt niet  onder mijn talenten. Gelukkig stuurde mijn nicht uit Noorwegen me nog een paar toe als kerstcadeau.

Kortom, alles gaat goed, maar het moge duidelijk wezen dat wij reikhalzend naar de eerste lentedagen uitkijken.

Wagenpark

Hmmm, we wilden toch ecologischer gaan wonen en leven? Maar inmiddels hebben we in plaats van één, al drie gemotoriseerde voertuigen.

Tja, we kwamen er wel achter dat een trekker héél erg handig gaat zijn. Want als we straks gaan bouwen moeten hier natuurlijk heel veel bouwmaterialen bezorgd worden. En die komen meestal met een vrachtwagen. Maar vrachtwagens langer dan 10 meter kunnen helemaal niet bij ons huis komen.  Ze kunnen de bocht de Ratellaan op niet eens maken, vanwege de grote bomen die daar staan.

Tot nu toe moesten we dan telkens een beroep doen op onze boer met zijn shovel. Met de boedel hebben we een platte kar geërfd (één van de weinige zaken die ons echt handig leken). Dat is een handige manier om de bouwmaterialen het laatste stukje vanaf de openbare weg te vervoeren. Moet je dus wel een trekker hebben.

Verder kan je met een trekker… trekken. Aan grote zaken (sinds we met veel moeite de zware hulststam verplaatst hebben zijn mijn rechterschouder en pols geblesseerd). Je kunt er grond mee verplaatsen (er zit een voorlader op, nu nog effe een grondbakkie op de kop tikken). Of houtsnippers. Of puin. Je kunt er mee maaien (als we een maaimachine zouden hebben, maar die hebben we dan weer weggegeven, het exemplaar dat we vonden leek me dè manier om van je vingertoppen af te komen). Of hooi schudden (de hooischudder hebben we gehouden!)  En je kunt er, heel belangrijk, de postbode mee lostrekken als die weer eens vast komt te zitten.

Kortom, weer een gemotoriseerd voertuig aan het wagenpark toegevoegd.Met dank aan een dorpsgenoot die in trekkers bemiddelt (en ze ook opknapt en repareert!) Een Renault 551.  Met een motor van 55 pk.

“Tjonge'”zei ik “Betekent dat dat we nu ongeveer 55 paarden gekocht hebben?” Maar naar het schijnt is 1 pk niet echt het equivalent van een stevig Fries boerenpaard. Meer het equivalent van een verkouden shetlandpony. Op een slechte dag op de manege. Als het regent. En met een kleuter op zijn rug.  Evenzogoed, 55 pk is een behoorlijke hoeveelheid til-en-trek-hulp.

Nu nog leren om er mee om te gaan.

Welstand, beton en het weerbericht

Goed nieuws wat betreft het ontwerp voor onze nieuwe woning: in het vooroverleg was de gemeente overwegend positief. Behalve de gemeente (die vooral kijkt of het in het bestemmingsplan past) gaf ook de welstandscommissie een ‘voorlopig advies’. Meer dan voorlopig kan natuurlijk nog niet wat we hebben alleen nog maar een schetsontwerp. Ik wilde graag mee, want voor mijn werk heb ik het wel eens over de rol van de welstandscommissie. Interessant om het dan nu eens van binnenuit mee te maken!

De commissie bestond uit twee heren (uiteraard…) en een ambtelijk secretaris (een gemeente-ambtenaar dus). Van tevoren hadden de architect en ik de welstandsnota (uit 2003) natuurlijk goed bestudeerd. We verwachtten weinig problemen. Wij doen júist ons best om een huis te maken wat lijkt op de traditionele boerderijen uit de streek, maar dan veel energiezuiniger en gemaakt met natuurlijke materialen. Dat past prachtig binnen de ambities over de identiteit van de streek, klimaatbestendigheid en een circulaire economie, zoals de gemeente die in de nieuwe Omgevingsvisie heeft verwoord.

Eigenlijk is het enige punt in ons ontwerp wat niet strookt met de welstandsnota, dat ons hele huis bekleed wordt met zwart potdekselwerk. Traditioneel werd vaak wel potdekselwerk voor het stalgedeelte van een boerderij gebruikt, maar werd het voorhuis opgetrokken uit duurdere (dus chiquere) baksteen. Wij willen zo min mogelijk baksteen gebruiken. Voor het onderste deel van de muur (waar vocht uit de grond kan optrekken) ontkom je er niet aan (het zogeheten ‘trasraam’), maar daarboven wordt het kalkhennep. En dat moet worden afgewerkt met een beschermlaag die water keert, maar waterdamp ongehinderd doorlaat. Dampopen bouwen dus. Potdekselwerk is daar bijzonder geschikt voor en geeft dit nieuwe bouwmateriaal een heel traditionele ‘look’.

Zou je er een wand van baksteen en cement omheen zetten, dan gaat dat element van damp-openheid verloren. Dan gaat het vocht wat ontstaat door koken, douchen en ademen zich ophopen op de grens van baksteen en kalkhennep, wat voor schimmelvorming en ellende kan zorgen. Om dat te voorkomen moet je dus een krachtig mechanisch ventilatiesysteem installeren. Waarmee weer warmte verloren gaat. Dan kom je uit bij een balansventilatiesysteem met warmtewisselaar…. duur, kwetsbaar, het kost elektriciteit en het is veel elektronisch geregel. Dat wilden we nu juist niet.

Maar ja, in de welstandsnota staat dat het woongedeelte “in steenachtig materiaal” wordt opgetrokken. En één commissielid vond dat toch wel heel belangrijk. Het andere commissielid vond dat grote onzin en stelde voor  de gemeente te adviseren om de welstandsnota op dit punt aan te passen. Na enig heen en weer discussiëren kwam het advies er op uit dat wellicht  op andere wijze kan worden voorzien in het door de gebiedscriteria beoogde bebouwingsbeeld. Met andere woorden: de suggestie van een ‘voor’gevel kan misschien toch ook wel op een andere manier gemaakt worden. Door meer glas, meer detaillering van de goten en misschien en dakkapelletje op de kopse gevel. Prima. Daarmee kan de architect weer verder.

Ik ben ook druk bezig met installateurs en constructeurs, want in deze fase van het ontwerp moeten die ook een rol spelen. Jammer is dat de hele bouwwereld het razend druk heeft. Alleen al offertes opvragen is een klus van wéken…

Maar goed, intussen zijn er klussen genoeg om ons mee bezig te houden. Vorige week is in de mooie bekisting die we hadden gemaakt het beton gestort. (Helaas heb ik daar geen foto’s van. Zelf was ik een weekje er tussenuit: helpen met de lammertijd op een bevriende geitenboerderij. En Joris was te druk bezig met kruiwagens beton en koffie en stroopwafels voor de hulpploegen om foto’s te maken.) Dat ligt nu uit te harden en te wachten tot we het onderste deel van de fundering kunnen metselen. Dat duurt nog even, want er is vorst voorspeld, tot ons grote ongenoegen.

Al onze (water)systemen hangen van kunst en vliegwerk aan elkaar en zijn dus niet echt vorstbestendig. Natuurlijk is de klimaatverandering geen goede zaak, maar de tot nu toe zachte winter kwam ons niet slecht uit.  In afwachting van de voorspelde dagen echt winterweer rennen we koortsachtig rond om ‘hittelint’ rond gasflessen te bevestigen, kwetsbare planten naar binnen te halen, wassen te draaien zolang het nog kan, hout te kloven en verlengsnoeren uit te rollen voor het ‘kippendrinkbakjes-ontdooiertje’.

Van bomen planten zal weinig komen de komende week. Gelukkig zijn er altijd nog wel andere klussen…

 

Fundering

Ondertussen hebben we de afgelopen weekends vlijtig doorgegraven aan de fundering voor de nieuwe werkplaats. Die willen we heel comfortabel en goed geïsoleerd maken (zodat Joris’ dure gereedschap niet meer roest en zijn mooie timmerhout niet kromtrekt). We mikken op de isolatiestandaard voor woningen uit het huidige bouwbesluit. Volgens onze architect hoorde daar ook een geïsoleerde fundering bij. Dat bleek gemakkelijk gezegd, maar een crime om uit te voeren.

(En je ontkomt ook nog eens niet aan ‘moderne’ materialen: piepschuim en pur. Terwijl we juist milieuvriendelijk wilden bouwen…. Maar ja, onder het maaiveld wordt het echt wel lastig om met natuurlijke materialen te werken in een steenloze omgeving zoals Nederland.)

Waar je bij een ‘gewone ‘strookfundering gewoon  een sleuf graaft van ongeveer de juiste breedte, er folie in legt, aan de bovenkant nog wat bekisting erlangs en het beton vangt alle kleine afwijkingen in hoogte en breedte wel op, moest dat nu heel precies. De bodem moest volkomen vlak en recht zijn, als er maar een hobbeltje van een centimeter in zit breken de piepschuimplaten al en krijg je een ‘koudelek’. En dat het maaiveld over de lengte van de schuur ongeveer een halve meter afloopt en dat er allemaal boomwortels zaten  maakte het ook al niet makkelijker.

Op 1 januari kwamen Bart en Willemien helpen met graven
Zorgvuldig waterpas gestelde bekisting

Het kostte ons een weekend om de sleuven te graven en de ‘vloer’platen er in te leggen, een weekend om de bekisting zuiver waterpas te stellen en de  opstaande platen er in te zetten en nog een weekend om de dubbele betonwapening netjes aan te brengen. Maar toen was de aannemer ook zeer tevreden. 26 januari komt hij het beton storten en daarna de rest van de fundering opmetselen. Daarboven gaan we dan zelf weer verder met de houtbouw.

Het op maat maken van de opstaande delen van de isolatie
Met een speciale piepschuimsnijder gaat het redelijk makkelijk (zolang het niet waait!)

En dan het betonijzer

Joris als betonvlechter

 

En de bovenste laag (dubbele wapening!)
Goedgekeurd

Dat betonstorten is ook wel een dingetje: een gewone betonwagen kan niet op de locatie komen. Hopelijk lukt het met een kleine , waarbij het laatste stukje moet worden overbrugd met kruiwagens. Zelf beton draaien is helaas geen optie, daardoor is het project net te groot. De kans dat je het dan niet binnen de gestelde tijd voor elkaar krijgt is aanzienlijk. Dus vandaar dat we daar toch maar even de aannemer voor inschakelen. Hoe dat straks moet met het huis is weer een verhaal apart…

Nu ligt onze mooie funderingssleuf dus tot 26 januari te wachten. Omdat het weer is gaan regenen, sneeuwen en donderdag ook weer storm is voorspeld heb ik ‘m maar preventief afgedekt.

 

Pech langs de weg

 

Vorig jaar, vlak voor we de sleutels van ons nieuwe huis kregen, kochten we een bus. We realiseerden ons dat we hoe dan ook een tweede auto nodig zouden hebben op onze nieuwe stek (Joris is met zijn auto vier dagen per week van huis) en gezien de onderneming die we aangingen leek een klusbus wel zo handig. We noemden ‘m Joop en fleurden hem op met plakbloemetjes. En het moet gezegd worden, het wás ook erg handig, toen we al die zooi uit het huis aan het ruimen waren en ondertussen alvast spullen van Amersfoort naar hier verplaatsten zodat het huis in Amersfoort ‘voor de verkoop’ zo ruim en opgeruimd mogelijk zou zijn.

Het was minder handig toen we na een snikhete dag klussen in juni terug naar Amersfoort reden, halverwege even wilden wisselen van bestuurder en vervolgens Joop niet meer wilde starten. Anderhalf uur later was de temperatuur van de motor weer van 80 graden naar 40 graden gedaald en konden we weer starten.

Dat bleek vaker voor te komen: bij een Mercedes Vito schijnen de krukassensor en de nokassensor nogal eens problemen te geven met een warme start. Dus die lieten we maar vast vervangen.

Maar tijdens de laatste verhuisrit, na de sleuteloverdracht van het huis in Amersfoort, stonden we opnieuw stil, dit keer in de regen. Volgens de ANWB-meneer was de accu nog goed, maar leek het hem dit keer in de dynamo te zitten. Dus we konden direct op zoek naar een nieuwe garage in Wolvega. Die vervingen de dynamo.

Het ging een poosje redelijk, maar naarmate het kouder werd ging de bus steeds lastiger starten. Tot ik op een goede dag überhaupt niet meer weg kwam. Dit keer leek de accu te zijn leeggelopen. Teveel kleine stukjes op de binnenwegen gereden? Voortaan beter opletten dat ik regelmatig een stukje snelweg of provinciale weg pak!

Op 23 december ging ik op weg om boompjes op te halen. Een druk programma: ’s ochtends moest ik 250 stuks ‘bosplantsoen’ (kleine boompjes)  halen in Berghem, vervolgens zou ik gaan lunchen bij de schoonfamilie in Oss en daarna op de terugweg nog 20 grotere lindebomen ophalen bij een kwekerij bij Apeldoorn.  Toen ik halverwege even een sanitaire stop maakte bij een tankstation  was het weer zover…. de bus wilde niet starten. Dit keer vond de ANWB-man de accuspanning wel laag. Ik kreeg het advies om zonder de motor nog te laten afslaan naar huis te rijden. Dus ik heb de afspraken in het zuiden afgebeld, ben wel nog langs de kwekerij met de lindebomen gereden, heb de bomen met draaiende motor op de bus gesjord, ben naar huis gereden, heb de linden weer van de bus af gehaald (nog steeds met draaiende motor) en ben naar de garage gereden, waar Joop de kerstdagen doorbracht in afwachting van een nieuwe accu.

(Gelukkig gingen we tweede kerstdag toch naar de schoonfamilie in Oss en met de aanhanger van de schoonfamilie kregen we de boompjes alsnog thuis – al was de afstand Oss-De Hoeve met een maximumsnelheid van 90 km/uur wel héél lang!).

Nu viel me vorige week opeens op, dat er rode lettertjes ‘EDC’  in het dashboard brandden. Op naar de vriendelijke mensen van garage Speerstra, die na het ‘uitlezen’ concludeerden dat het om de raildruksensor ging. Maandag zouden ze tijd hebben om die te vervangen.

“Is dat heel erg risicovol?” vroeg ik. “Ik heb ‘m eigenlijk alleen vrijdag nodig om naar het station te rijden, voor een afspraak.”

Nee, dat kon nog wel.

Maar toen ik vrijdagavond terug wilde rijden na een lange dag treinen viel tijdens het schakelen de motor ineens uit. Doorstarten lukte nog, zij het met moeite… maar even later hield hij er opnieuw mee op, net toen ik op de provinciale 80-km weg was, natuurlijk niet bij een vluchthaven in de buurt maar op een plek waar onlangs werkzaamheden waren geweest en de berm dus nog één diepe modderpoel was. Het enige wat ik kon doen was de bus laten uitrijden die modderpoel in, want ondertussen zat al het spitsverkeer van de Stellingenweg toeterend achter me.

Uiteindelijk heeft garage Speerstra me er uit gekregen en naar de garage gesleept (heb ik dat ook een keer meegemaakt) en me een leenbusje meegegeven voor het weekend.

Nu ben ik wel heel benieuwd of het na het vervangen van de raildruksensor over is. Het moet gezegd worden: het houdt de spanning erin, iedere keer dat je in de bus stapt en maar hoopt dat je kunt doen wat je van plan was om te doen.

 

Nat!

Het wordt een beetje saai, als het enige waar ik over blog de nattigheid is. Maar het is dan ook héél bepalend in ons avontuur momenteel.

Ik geloof dat we officieel al twee maanden geen droge dag meer hebben gehad en al zes maanden (sinds we hier wonen dus) iedere maand meer neerslag dan gemiddeld. De toekomstige poel werd steeds minder toekomstig. Wat heet, poel is nauwelijks meer het juiste woord, het wordt een heel meer! Op een zeker moment stond het water tot in de moestuin. En het klotste tegen de onderkant van het helofytenfilter aan.

Nu lopen er allerlei sloten over het terrein, maar die zijn al jaren niet goed onderhouden. Ik heb in de zomer nog wel gezocht naar duikers onder de dammen, maar toen ik ze niet kon vinden (en er bovendien vanaf mei geen drupje water meer in de sloten stond) ging ik er vanuit dat het hier blijkbaar zo droog is dat de sloten alleen als greppel functioneren.

Maar dat is niet zo. Op een zeker moment viel me op, dat één van de sloten, die van het erf wegloopt, veel lager stond dan het water in de poel. Blijkbaar is die sloot wel aangesloten op een watersysteem. Met geultjes en een dompelpompje dat we in de boerderij gevonden hebben lukte het (na vijf dagen non-stop pompen!) om zoveel mogelijk water die kant uit te werken. Maar toen ging het weer twee dagen hard regenen. Momenteel staat het water weer even hoog, maar nu in alle sloten.

Vandaag trok er een storm over, met nóg veel meer water. Het meer is inmiddels weer volgelopen tot in de moestuin en tegen de onderkant van het helofytenfilter. Maar we kunnen het water nergens meer heen pompen. We kunnen niets anders doen dan hopen dat het wat droger wordt. Anders is ons helofytenfilter naar de gallemiezen.

(Gelukkig klaagt iedereen in de wijde omtrek dat het nog nooit zo nat is geweest. Ik begon me echt zorgen te maken of dit normaal zou zijn…)

Ergens op een verre hoek van ons terrein is nog wel een sloot die mooi laag staat. Maar er zitten zoveel onderbrekingen in het watersysteem daartussen en tussen ons ‘probleemgebied’, dat we het water niet meer die kant op kunnen krijgen. Dan zouden we wel 200 m sloot (vèr!) moeten (laten) uitdiepen. Momenteel kan dat sowieso niet, want het land is niet begaanbaar voor een graafmachine.  Voor komende zomer hebben we duidelijk een opgave: sloten schonen, duikers aanbrengen en herstellen. Alsof er nog niet genoeg te klussen is…

Wat dat betreft: veel mensen vragen of ze een keer kunnen komen klussen. En natuurlijk is hulp welkom, maar we merken ook dat het wel enige voorbereiding en afstemming vergt. Anders kost goedbedoelde hulp vaak meer tijd dan dat het oplevert. Daarom is er een nieuwe pagina aan de website toegevoegd: de klussenpagina. Die zal ik proberen up to date te houden. Wie een keer wil komen helpen kan dan zelf zien welke klussen er zijn.

Verder hebben we natuurlijk de afgelopen weken kerst gevierd (even wennen hoe ver het rijden is naar de familie tegenwoordig!), tussen de buien door verder gegraven aan de fundering van de schuur, met hulp van Hans de zich irritant uitzaaiende esdoorn gekapt (de bomenrij ten noorden van de schuur ziet er nu een stuk evenwichtiger uit!), op oudejaar saai op de bank De Hobbit gekeken (waardeloze films – ik ben halverwege afgehaakt)  en héél veel brandhout klein gemaakt. Er ligt overigens nog steeds veel hout wat klein gemaakt moet worden. En met de bomen die vandaag zijn omgewaaid zal daar wel weer het nodige bij komen.

 

Modder en nattigheid, fijn dorp en een warme douche

We wisten natuurlijk dat het ’s winters, en zéker de eerste winter, flink bikkelen zou worden. En dat is ook zo.  Want nadat afgelopen winter één van de droogste van de afgelopen dertig jaar was, hebben we nu volgens mij het natste najaar sinds járen. En dat brengt een aspect van het buitenleven op de voorgrond wat we wel hadden ingecalculeerd, maar waarvan we iedere keer weer versteld staan hoe hardnekkig het is: Modder.

In Amersfoort woonden we natuurlijk hoog en droog op de (voet van de) Amersfoortse Berg. Bovendien in de stad: alles netjes bestraat. Hier niet. Er is één héél klein stukje verharding achter de stal en op de meest gebruikte routes over het erf hebben we wat roosters neergelegd uit de ‘Haanstra-erfenis’ in de stal. Verder is het rond het huis onverhard. Van de zomer was het een grasveldje, en zelfs begaanbaar genoeg om de auto’s op te stallen. Maar na de aanleg van de riolering en alle regen en sneeuw die we daarna hebben gekregen is er van het gras weinig meer over. Wat overblijft is Modder.

Valt het op het erf nog op te lossen door hoge laarzen aan te trekken en wat loopplanken neer te leggen, onze bereikbaarheid met / voor auto’s blijft problematisch. Het pad zelf begint de eerste kuilen te vertonen (dat was verwacht en ingecalculeerd) maar is nog begaanbaar. Maar zoals al eerder gemeld: aan het eind van het pad moet je keren. En daarvoor is het weiland eigenlijk te zacht. Met als gevolg dat het helemaal is omgeploegd en dat er al diverse mensen hebben vastgezeten. We dachten  dat we het hadden opgelost met de kunststof rijplaten. Maar het blijkt dat zich daaronder water gaat ophopen. Geef je dan gas, dan kunnen de rijplaten wegschieten en graven je wielen zich binnen no time tot diep in de modder in. Met onze eigen auto’s gaat het tot nu toe nog wel, ook omdat we er rekening mee houden. Maar de postbode die een pakketje kwam bezorgen kwam vast te zitten zodat we de loonwerker weer eens moesten bellen om hem los te trekken. De postbode  wil nu nooit meer pakketjes komen bezorgen. Waarschijnlijk ontkomen we er dus niet aan om ook een parkeerhaventje met gebroken puin te maken.

 

Over de uitdagingen van de was doen blogde ik al eerder. Buiten drogen is nu natuurlijk geen optie meer. Maar binnen in het kantoortje, met de kachel flink opgestookt, droogt het best. Nadeel is alleen, dat het water in de lucht weer condenseert in het keukentje en de bedsteden tegen de koude muur van de stal aan. En daar letterlijk in straaltjes langs de muur loopt (samen met het lekwater wat nog steeds door het keukendak komt).

 

Sowieso is het erg vochtig. Hoewel de vloer van de stal droog is, het plafond met behulp van een plastic zeil waterdicht is gemaakt en de ruimte zéér goed geventileerd is, zagen we tot ons ongenoegen dat onderdelen van Joris’ dure zaag en vlakbank waren gaan roesten.

Ons geïmproviseerde onderkomen heeft natuurijk wel meer gebreken, die zich nu laten voelen. Zo blijkt, dat het ventiel van de gasflessen waarmee ons douchewater verwarmd wordt, kan bevriezen. Dat ontstaan er ijsnaaldjes uit het kleine beetje water wat in het gas zit opgelost. En die kunnen de gastoevoer verstoppen. Dan krijgt de geiser onvoldoende of geen gas en maakt hij het douchewater niet warmer dan een graad of 30 (in het gunstigste geval), of wordt het water opeens ijskoud als je al onder de douche staat (en dat is minder gunstig want het water is hier HEEL  KOUD).

Gelukkig blijkt dan dat we in een heel fijn dorp wonen. Diverse mensen hebben het gebruik van hun douche al aangeboden. Dat aanbod alleen al voelt als een warme douche! We hebben er ook daadwerkelijk gebruik van gemaakt en dat zal vast nog wel vaker gebeuren. Een warme douche, dat is Beschaving. En zulke hulpvaardigheid , dat is tekenend voor onze ‘mienskip’ (gemeenschap in het Fries en het Stellingwerfs).

Sowieso zijn we ontzettend blij met alle hulp en ondersteuning vanuit het dorp. Arnaud en Jan-Luc hebben ons met spierballen en een shovel al diverse keren uit de brand geholpen met zware karweien.  Onze directe buurvrouw Marja past op het hondje Aska als ik een dag weg moet. Joost en Monique waren hun tuin aan het herinrichten en hadden gaas over (wat ikgoed kan gebruiken voor de kippenren) en hardhouten vlonderplanken die precies de goede maat blijken te hebben voor mijn moestuinbakken!

Met die moestuinbakken kan ik nu trouwens eindelijk verder. We hebben dit weekend een karweitje geklaard waar we al twee maanden tegenaan hikten: de stam van de hulst uit de moestuin halen. Die stam is vier meter lang en loodzwaar, maar omdat we ‘m in het nieuwe huis willen gebruiken willen we hem graag heel houden. Maar ja, hij lag in de moestuin (waar nu een degelijk hek omheen staat met een smalle deur) en moest omhoog, zijdelings door die deur en een bochtje om gemanoeuvreerd.  Met behulp van twee hefbomen, een oude krik van Haanstra, een rijplaat, drie spanbanden, veel blokjes hout, de bus en de nodige zweetdruppels zijn we er met ons tweeën in geslaagd om hem naar de ‘zuidschuur’ te verplaatsen. Daar kan hij nu rustig verder drogen.  En ik kan met de planken van Joost en Monique mooi de overige vijf moestuinbakken gaan aanleggen. Wel eerst nog een heel regiment eikenzaailingen verwijderen…

Ook staan inmiddels alle hoogstam fruitbomen. Nu de laagstammen nog. Komende vrijdag ga ik meer ‘landschappelijk’ plantgoed halen: onder andere elzen, lindes en sleedoorns.

En we zijn  eindelijk begonnen met het uitgraven van de fundering voor de nieuwe werkplaats. Wat fijn om weer wat progressie te boeken!

En tenslotte hebben we op zondagmiddag zéér genoten van het ‘Kerstival’ van De Hoeve. Een heuse kerstmarkt in en rond het dorpshuis, met glühwein, natúúrlijk een levende kerststal,  workshops kerststerren maken en wol spinnen, verkoop van kerstspullen door kunstenaars, ambachtslieden en ondernemers uit het dorp, een zweefmolen,  rondrennende engeltjes, rendieren en kerstmannen, lekkere hapjes en héél veel gezelligheid. Dit alles vrijwel continu begeleid door live muziek door Het Koor Van De Hoeve (waar ik ook in meezing!) en brassband Crescendo uit het nabijgelegen Steggerda. Wat heeft een mens nog meer nodig?

 

 

Massakachel

En toen werd het winter in Friesland! Tot nu toe overleven we het. We hebben wel uit voorzorg voor een flinke hoeveelheid droog en gekloofd kachelhout gezorgd. Het levert natuurlijk mooie plaatjes op. En het is een mooie aanleiding om te schrijven over de manier waarop we het toekomstige huis denken te verwarmen. Want dat mag dan supergoed geïsoleerd worden (voor kenners: we mikken op een Rc van 5 voor de vloer, 6,5 voor de muren en 8 voor het dak), iets van verwarming is altijd nodig, zeker op dagen met een sneeuwstorm zoals we nu gehad hebben.

Een gasaansluiting komt er natuurlijk niet (gas in een nieuwbouwhuis is zó 2016!). Een mogelijk alternatief zou een warmtepomp zijn. Maar die zijn duur en bovendien zit er vreselijk veel electronica en regelwerk in. Daar kunnen we zelf niets mee als het stuk gaat, dus dat voldoet niet aan onze wens om op het gebied van energie zelfvoorzienend te zijn. Lucht-lucht en lucht-water warmtepompen verbruiken bovendien vreselijk veel elektriciteit. Daarvoor kan je zonnepanelen op je dak leggen, maar die produceren de elektriciteit vooral in de zomer, als het minder nodig is. Tot nu toe kan je de teveel geproduceerde stroom dan aan het net leveren en dat wegschrijven tegen de stroom die je in de winter inkoopt, maar in 2020 vervalt die salderingsregeling. Afhankelijk van hoever op dat moment de ‘huisbatterij’ gevorderd is, lijkt het dus raadzaam de elektriciteitsbehoefte te beperken.

Tegen water-water warmtepompen (die de warmte van het grondwater op grote diepte benutten) heb ik nog een ander bezwaar: we prikken met dergelijke systemen allemaal gaatjes in de diepere ondergrond. Daar zijn we toch al met ons allen steeds meer mee bezig. Drinkwaterbedrijven waarschuwen al dat de kwaliteit van drinkwater in gevaar kan komen, omdat de ondoordringbare bodemlagen die zoetwatervoerende en brakwatervoerende lagen van elkaar scheiden zo veel doorboord worden.

Wat we wel in overvloed hebben en kunnen stoken is hout. Zeker als we er eindelijk aan toe komen om de houtwallen daadwerkelijk te gaan beheren.

Verwarmen op hout, is dat milieuvriendelijk? Hout is in principe een oneindige en hernieuwbare bron van energie, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen. Daar staat tegenover dat een gewone (stalen of gietijzeren) houtkachel een relatief slecht rendement heeft: hij haalt maar een beperkt deel van de opgeslagen energie uit het hout. De rest verdwijnt als vliegas, rook en (fijn)stof uit de schoorsteen, samen  met een aanzienlijk deel van de warmte.

(Het rendement wat de verkoper van je kachel noemt, wordt alléén behaald gedurende de tijd dat de kachel heet is en voluit brandt. Niet tijdens de aanloopperiode, niet als je steeds het deurtje opendoet om er blokjes hout bij te gooien en al helemaal niet wanneer het vuur ‘gesmoord’ wordt, omdat het ondertussen bloedheet is geworden in de kamer.)

Dat kan beter. In een ‘massakachel’ vindt de verbranding van het hout plaats bij een véél hogere temperatuur, over een veel kortere tijd. Daardoor is de verbranding veel vollediger: al die kleine deeltjes houtas die in een  gewone kachel als rook op de warme lucht uit de schoorsteen vliegen, verbranden nu ook. Een gewone metalen kachel zou bezwijken onder zulke temperaturen. De massakachel is dan ook uitgevoerd in steenachtig materiaal, met een dikke mantel van steen of leem. (Die is loodzwaar: vandaar de term ‘massakachel’). De gloeiendhete rookgassen worden door een stelsel van kanalen gevoerd, waarbij ze hun warmte aan die mantel afgeven. Uiteindelijk is wat er uit de schoorsteen komt relatief koel en relatief schoon. De mantel geeft de opgeslagen warmte langzaam af: met anderhalf uur vuur heb je 24 uur warmte-uitstraling. Je hoeft dus ook niet de hele tijd blokjes hout op de kachel te gooien.

De mantel van de kachel  wordt ongeveer 50-60 graden, de warmte van een verwarmingsradiator. Maar, en nu komt het: die mantel kan je véél creatiever vormgeven dan een verwarmingsradiator. Het ding wordt immers op maat gemaakt. Je kunt er een warme bank aan metselen, die door de rookgassen verwarmd wordt. Héérlijk, na een natte en koude dag buiten! Je kunt de kachel zó inrichten, dat de meeste warmte straalt naar de kant die jij wilt. Je kunt er een warmtewisselaar inbouwen, die je  douchewater verwarmt, of water voor de vloerverwarming, als je dat wilt. En op een heter deel van de kachel kan je een bakoventje inbouwen.

Binnen de familie van ‘massakachels’ zijn er allerlei modellen. De bron ligt bij de ouderwetse ‘Kachelofens’ of tegelkachels die we kennen uit Duitsland en Oost-Europa. (En  trouwens ook uit China). De afgelopen veertig jaar is er veel onderzoek gedaan en zijn er technische verbeteringen doorgevoerd. Dat heeft geresulteerd in de Finnoven, de Tichgelkachel, de Bergkachel, de Rocket Batch Box en allerlei afgeleiden en hybrides daarvan. Die verschillen onderling in technische details als de exacte plaatsing van de secundaire luchttoevoer en dergelijke… maar dat wordt te gedetailleerd voor dit blog.

 

Vooralsnog gaat onze voorkeur uit naar een leemkachel met Rocket Stove technologie. In strenge Oostenrijkse laboratoria is vastgesteld dat de rookgassen daarvan, als ze uit de schoorsteen komen, maar 80-90 graden zijn, en bovendien vrijwel geen fijnstof bevatten.  Dan wordt hout dus zeker een milieuvriendelijke brandstof. Wij kunnen straks ons huis verwarmen met eigen hout, zonder dat Groningen verzakt, we bij Poetin of andere gasmagnaten hoeven aan te kloppen, er hoeven geen vrachtwagens met houtpellets uit Oost-Europese bossen naar ons toe te rijden en de buren zitten niet in onze rook. Een fijn vooruitzicht. Tot die tijd  moeten we het nog even doen met het Noorse metalen houtkacheltje…

 

Winter!

En toen ging het sneeuwen. En dat levert plaatjes op, die te mooi zijn om niet te delen:

Zelfs het varkenskot ziet er idyllisch uit
Romantische ijspegels aan de asbestplaten
De Grote Eik, nu nóg mooier!
Goed te zien dat het water in de poel flink hoog staat
Het SBB-bosje heeft duidelijk een beschuttende werking bij winterse oostenwind
Mooie doorkijkjes
Bevroren katjes, de poel en de Grote Eik
De Grote Eik en de moestuin
De jonge appelboompjes staan dapper in de sneeuw
De Uiterste Eik
De rij eiken aan de noordkant
Reeën in eigen achtertuin

Het enige lastige is nu: welke kies ik uit voor een kerstkaart? 🙂