Landinrichting

En dan had ik nóg een klusje op het lijstje voor deze herfst staan: een stuk kruidenrijk weiland aanleggen. Ons weiland is botanisch niet zo interessant. Aanvankelijk dacht ik daarom: Maaien en afvoeren, dan verschraalt de grond. En dan kan je er wilde bloemen doorheen zaaien.

Maar toen kwamen de schapen. En voor mijn schapen blijkt ons gras en onze grond eigenlijk al te schraal. Dus ik moet heel veel brok bijvoeren. En het was nu juist de bedoeling te leven van eigen land. Bovendien werd de grond met het verschralen ook steeds droogtegevoeliger. Klimaattechnisch niet zo handig. Ik wil niet de rest van mijn leven elke zomer tegen een woestijn aan kijken. Dus het plan is omgegooid.

Het leek me een goed idee om het weiland ‘door te zaaien’ met klaver, luzerne en cichorei. Klaver en luzerne zijn vlinderbloemigen, die stikstof vastleggen. Luzerne en cichorei wortelen allebei diep, dus zijn ze beter bestand tegen droogte dan gras. En bovendien hebben ze alle drie een grote voedingswaarde voor de schapen. Dan kan ik hopelijk met minder brok toe. Cichorei is zelfs medicinaal en kan helpen om problemen met wormen bij de schapen te onderdrukken.

Er worden wel mengsels aangeboden met deze soorten (en nog een paar). Maar daar zit dan ook tot wel 70% graszaad doorheen. Die zijn bedoeld voor als je de bestaande grasmat eerst doodspuit. Daar had ik natuurlijk geen zin in. Omdat ik afgelopen jaar erg laat heb gemaaid (dus het gras in bloei heeft gestaan) zit er trouwens al behoorlijk wat graszaad in de grond. Dus waarom zou ik graszaad kopen? Enkel de grasmat lostrekken leek me voldoende. Een deel van de polletjes overleeft dat en groeit weer vast, en daartussen kan ik kruiden zaaien.

Toen ik zover was, wist ik dus ook dat dit in de herfst moet gebeuren, als de grond nog warm is en het weer vochtig. Liefst in oktober. Maar dit was weer zo’n jaar dat oktober voorbij was als je maar even met je ogen knipperde. Dus het duurde tot 6 november voor ik het geregeld had. Gelukkig was dat een dag met prachtig weer, gevolgd door een zachte week met lichte regen. Ideaal zaaiweer!

Jochem heeft met de motorfrees een stuk gefreesd van zo’n 50 x 25 m, wat ik in navolging van de commerciële mengsels heb ingezaaid met een mengsel van 2 kg cichorei, 1 kg witte klaver, 1 kg luzerne, 100 gr esparcette en nog wat andere kruiden, zoals peterselie, karwij en kleine pimpernel. Ik ben benieuwd!

Tien dagen later zie je de kruiden al ontkiemen!

Behalve andere planten door het gras heen, wil ik ook meer bomen. Nu kon ik een groot deel van de zomer alleen de randjes van het weiland gebruiken, omdat de schapen anders geen schaduw hadden. Met de verplaatsbare hokjes van dakpanpallets is dat deels opgelost (zolang die het volhouden, ze beginnen al een beetje uit elkaar te vallen). Maar meer bomen op het land heeft nog veel meer voordelen: bomen leggen CO2 vast, bieden een habitat voor talloze beestjes, de schapen eten ook graag boombladeren en jonge twijgen als aanvulling op gras of als er te weinig gras is en, niet onbelangrijk: bomen zijn gewoon móói!

De grote vraag was wel: hóe ga ik de boomsingels aanleggen? Het mooist is dwars op de kijkrichting vanuit onze woonkeuken, zodat je een dieptewerking krijgt.

Maar op de kaarten van het Actueel Hoogtebestand Nederland is te zien, dat de oude verkaveling in akkertjes juist met de kijkrichting mee loopt.

En als je in het veld staat, zie je dat helemaal nauwelijks, dan zie je enkel een zacht golvend weiland. Een beetje organische lijn leek me ook wel mooi. Dat is ook praktisch bij het bijhouden van het weiland (met de zitmaaier), dan hoef je niet in scherpe bochten te maaien.

Uiteindelijk ben ik voor de boomsingel uitgekomen op een flauwe S-curve, die rond een hoog punt in het weiland loopt en daarna min of meer haaks naar de singel loopt die ik afgelopen winters heb aangeplant. In het midden van de S komt een doorgang.

Rond de boompjes moet een hek van schapengaas komen, zodat de schapen ze niet kunnen aanvreten. Het gezaaide kruidenmengsel kan binnen het hek bloeien en zich uitzaaien. Tot de boompjes teveel schaduw gaan werpen misschien. Maar dat zien we tegen die tijd wel – het is een experiment.

Langs het hek wil ik ook Russische smeerwortel (‘Bocking 14′) planten. Nog zo’n plant met een hoge voedingswaarde (veel eiwit, dus deels een vervanger voor brok!). Maar die kan niet goed in het weiland geplant, omdat ze telkens maaien niet verdraagt. Als ik het aan de binnenkant van het schapengaas plant, zal het er doorheen groeien. De schapen vinden het heerlijk !

Een meter of 20 hierachter komt (volgend jaar?) weer een flauw gebogen houtsingel te lopen. Ook daardoor een doorgang. Met de aanleg van de voortuin en een – ooit nog te plaatsen – hek rond de boomgaard levert dat een mooie zichtlijn op naar de oude doorgang in de houtwal rond ons terrein.

Niet zo goed te zien, maar met oranje touw heb ik uitgezet waar de boomsingel moet komen en met witte paaltjes waar de doorgang komt.

Er is dus weer héél veel te doen. Paaltjes slaan, schapengaas plaatsen, boompjes planten, Russische smeerwortel planten en, heel belangrijk, een bewateringssysteem bij de boompjes aanleggen. Ik wil niet komend jaar weer moeten water geven! Wie komt er helpen?

Herfst…

Het is herfst. En zoals ieder jaar betekent dat, dat wij ook langzamerhand in de ruststand gaan. Maar dit jaar toch wat minder dan de afgelopen jaren. Want doordat het huis nu dicht is, kan ik ’s avonds ook wat doen. Verder metselen aan de kachel bijvoorbeeld .

Ik weet nu wel 100% zeker dat metselen niet mijn hobby is. Maar als je elke avond braaf een laagje of twee metselt is het op een dag gewoon af! En eenmaal in de eerste laag leemstuc ziet hij er al behoorlijk echt uit.

Hij is nog wel héél erg nat. Héél rustig instoken dus. Als het goed is komt volgende week de kachelpijp eraan. Dan moeten we wel nog ‘even’ de koperen buizen die er uit steken tijdelijk aansluiten aan een radiator.

(Door die spiralen komt het water te lopen dat ons buffervat voor warm water ’s winters gaat opwarmen. Maar als we de kachel droog stoken worden die spiralen misschien te heet. We hebben nu nog geen buffervat, maar wel behoefte aan wat extra warmte, zo zonder dakisolatie, verdiepingsvloer en tussenwanden. Dus een oude radiator aansluiten lijkt een handige oplossing.)

Wat zal het fijn zijn als we een warmtebron in huis hebben! En als al het hout dat we zo langzamerhand verzameld hebben tot warmte kan worden omgezet 😉

Buiten is Joris intussen bezig met de voorbereidingen voor de potdekselplanken. Tussen de planken en de kalkhennep komt een geventileerde ruimte. Ik ben erg benieuwd wat daar in gaat wonen – vleermuizen? We delen het huis nu al met allerlei medebewoners, we vinden op de gekste plekken vogelnestjes.

Het is een heel erg secuur werkje. Het Xyhlo biofinish hout is behoorlijk prijzig. Zaak dus om zo zuinig mogelijk te zagen. Maar natuurlijk blijven van alle planken nèt stukjes over die te kort zijn om nog te gebruiken…

Op deze foto is ook goed te zien dat de kantplanken onder de deuren er allemaal in zitten. In principe zouden we nu dus de grond rond het huis weer kunnen aanstorten met het zand dat is weggegraven voor de fundering. Maar eigenlijk willen we dan eerst de rioolbuis vóór het huis aanleggen. Anders moeten we daar weer 30 cm verder voor graven. Bovendien moet Joris met de steiger rond het huis kunnen, en dat is lastiger als er allemaal los gestorte grond ligt.

Nog een reden waarom ik eigenlijk graag die grond rond het huis wil gaan afwerken: in september is eindelijk de sloot geschoond. Dat stond ook sinds begin 2018 op het To Do-lijstje. Maar uit die sloot kwam dus een enorme hoeveelheid wilgenstruiken, met aanhangende bagger, pitrus en braamstruiken. Op zich práchtig spul: lemige grond vol organisch materiaal. Maar in de huidige staat zou het wel héél lang duren voor het allemaal tot vruchtbare grond is omgezet en bovendien ligt het op het land van de boer.

Ik ben langzamerhand, stukje bij beetje, de bult (zo’n 6 m3!) aan het afgraven. Héél zwaar werk! De bramen en wilgen worden gesnipperd, de pitrusplaggen gebruik ik om kuilen op te hogen waar ik regelmatig met de grasmaaier overheen ga (zodat hopelijk het gras wint van de pitrus, maar de kuilen wel mooi worden opgevuld) en de grond zou ik graag bij het huis willen storten. Maar dan liever bovenop, dan onder het zand van onder de fundering. De Volgorde Der Dingen..

Zo ben ik nog meer organisch materiaal aan het verzamelen. Rond de poel begon het ook aardig vol te groeien. Hans heeft al het gras, pitrus en de opgeschoten wilgjes gemaaid. Mooie biomassa om te composteren! Het was wel een klusje om het allemaal op een bult te kruien. Dat wordt straks een bovenlaag voor de tuin.

De bomen staan ook nog veel meer in blad dan vorig jaar (toen lieten ze door de droogte al in september het blad vallen). En het is nog zacht weer … kortom: wel herfst, maar nog geen winterrust!

Nog niet af…

Veel mensen reageren op de mededeling dat het huis wind- en waterdicht is met de vraag: “Oh, dan gaan jullie er zeker nu ook alvast in wonen?” Of “Slapen jullie daar nu ook al?”

Nou nee… Tijdens de hittegolf van de zomer heb ik wel een week of drie in het huis geslapen, maar dat was meer een manier van ‘buiten slapen’. Het huis mag dan wind- en waterdicht zijn, het is nog gewoon een huis in aanbouw. Er moet nog héél veel gebeuren.

Zo ziet het interieur eruit. Eén grote ruimte. Geen tussenwanden.
De vloer moet nog ruim 25 cm omhoog: zo’n 20 cm schuimbeton en 5 cm cementdekvloer. Wat daarop komt weten we nog niet. We twijfelen ook nog over een vloer van stampleem (vind ik mooi, maar schijnt erg kwetsbaar te zijn).
Maar vóór het schuimbeton kan worden gestort moeten eerst alle leidingen exact op de plaats waar ze moeten komen gelegd. En het handigst is, als dan de binnenwanden, of in elk geval de onderkant van de binnenwanden, al staan. Dan kan je namelijk veel beter zien wáár precies de wastafel, het bad en de wc moeten komen.
Moet je natuurlijk ook weten wát voor bad, wc en wastafel.
En uiteraard moeten de leidingen ook ergens op aangesloten; de riolering buiten naar de septic tank moet ook nog aangelegd.
Buiten ontbreekt trouwens nog een stukje isolatie onder de deuren (isolatie van de fundering. Is Joris mee bezig. Als dat af is, kan de riolering aangelegd en kan de grond weer worden aangestort.
Ondersabelmortel eronder om het netjes op zijn plek te houden…
O ja, de buitenkant van de muren moet nog afgewerkt. (Nadat ik alle kozijnen heb geolied.) Dat gaan we doen met Xyhlo biofinish planken. Heel bijzonder spul: de planken hebben een levende(!) coating die sprekend lijkt op ge(creoso)teerde planken, maar volkomen milieuvriendelijk is. Het is een schimmelsoort, die leeft van lijnolie en het hout beschermt tegen invloed van andere micro-organismen (dus rot). De planken zijn inmiddels gearriveerd. Wanneer zouden ze erop zitten? Met het bekleden van de werkplaats is Joris in 2018 twee weken fulltime bezig geweest. Maar dit is ingewikkelder, omdat de kopse kanten van de planken apart met het mengsel behandeld moeten worden, vóór ze worden vastgezet. Dus na elke zaagsnede ‘verven’.
Of dat nog dit jaar gaat lukken…?
Dit is wat je ziet als je binnenkomt. Ooit zie je links de trap (waar nu de BBQ staat) en recht s de deur naar de wc (waar nu de ladder staat). En binnenwanden…
Op de kelder ligt nu een tijdelijk vloertje. Maar vóór het schuimbeton gestort wordt moet daar nog een wat betere vloer gemaakt. Omdat de kelder iets minder diep is uitgevallen dan eigenlijk de bedoeling was, gaan we daar waarschijnlijk toch met een stalen balk en zwaluwstaartplaten werken, dat scheelt veel hoogte. Om te voorkomen dat alle schuimbeton de kelder in loopt moet er natuurlijk ook een muurtje omheen.
Van benedenaf kijk je nu nog recht de nok in
De verdiepingsvloer bestaat nog uit los liggende platen. Dat kan ook niet anders, totdat ik ál die balken heb geschuurd en geolied. Als we eerst de verdiepingsvloer leggen wordt dat aanzienlijk lastiger!
De dakisolatie bestaat nu enkel nog uit 5 cm Gutex platen. Binnenkort arriveert er zo’n 100 m3 vlaswol. Dat moet tussen de sporen verwerkt, zodat we het dakbeschot aan de binnenkant kunnen aftimmeren.
De vlaswol staat nu nog bij de transporteur te wachten. Per pallet 2.60 m hoog…
Dat aanbrengen van de vlaswol moet dus vanaf die losse platen. Goed opletten waar je staat dus.
Eerst de verdiepingsvloer erop timmeren is geen optie, omdat het schuren van de plafondbalken dan nóg veel moeilijker wordt. Maar we willen toch wel graag ‘snel’ de isolatie afmaken. Als straks de kachel het doet blijft de warmte tenminste binnen. Het huis is nu behoorlijk koud en vochtig.
Ik metsel ijverig verder aan de kachel, maar hij is nog lang niet af. En na het metselen moet hij aan de bovenkant worden afgewerkt met o.a. oude grindtegels (van die loodzware dingen van 40×60) . Dat betekent dus een betonzaag huren, die hier krijgen, opstellen etc. Je bent zo weer een weekendje of twee verder. En dan moet de schoorsteen er nog aan. Dakdoorvoer maken, netjes afwerken… O ja, de kachel moet ook nog gestuukt.

Natuurlijk zijn er ook altijd talloze andere klussen en klusjes, variërend van kleine, zoals het maken van windhaken waarmee de openslaande deuren kunnen worden vastgezet, tot grote, zoals het wegwerken van ongeveer 6 m3 takken en ander materiaal dat bij het baggeren van de sloot is vrijgekomen. En het afmaken van de moestuin, het planten van de broodnodige bomen…

Kortom, voor het huis enigszins bewoonbaar is zijn we nog héél wat maanden verder. En dan hebben we het nog niet over de badkamer, de zonneboiler met buffervat, het aansluiten daarvan op de kachel voor warm water in de winter, het aansluiten van het water zelf überhaupt, aansluiten en aanleggen van elektriciteit, aanleg van een ventilatiesysteem… Laat staan zulke dingen als afwerkvloeren en schilderwerk. En een warmwatervoorziening is voor mij toch echt een voorwaarde voor we erin trekken. Voorlopig is onze slaapkamer in de stacaravan echt een heel stuk gerieflijker!

De Kachel en de Volgorde der Dingen

Een wind- en waterdicht huis is één, een warm huis is twee. Daarom hadden we bedacht dat we binnenshuis zo snel mogelijk wilden beginnen met het bouwen van de rocket-leemkachel. Die moet gaan zorgen voor stralingswarmte in de woonkamer, keuken en badkamer, indirecte warmte via het ventilatiesysteem in de rest van het huis en voor warm kraanwater in de winter (’s Zomers moet de zon het water verwarmen). Als die kachel er is kunnen we mooi de enorme partijen brandhout en resthout die we zo langzamerhand hebben verzameld omzetten in warmte om comfortabel te klussen.

Al eerder blogde ik waarom we voor zo’n systeem kiezen.

Dit plaatje geeft de principes weer: de kachel heeft een superhete verbranding. Hiervoor wordt extra lucht aan het vuur toegevoegd (zodat de kachel niet teveel zuurstof aan de kamer onttrekt), die eerst wordt voorverwarmd via de bodem van de kachel. De hete rookgassen worden door een stelsel van kanalen geleid, waarbij ze de hitte afgeven aan een dikke mantel van steen of leem. Die geeft de warmte vervolgens langzaam af aan de ruimte. Wij hebben de kanalen ook door een bankje laten lopen. Dat wordt een héérlijke plek om uit te rusten na een koude winterdag buitenwerk. Bovendien laten we een deel van de ergste hitte van het vuur afvangen door koperen spiralen waardoor water loopt. Deze warmtewisselaars brengen de warmte over naar het buffervat, waar ons warme kraan- en douchewater straks vandaan komt.

(Dit plaatje is heel mooi en duidelijk wat betreft de ‘massa’werking. Maar het klopt niet helemaal wat betreft het type kachel wat wij hebben: een ‘rocket’. Kenmerk daarvan is dat achterin de vuurkamer de halfverbrande rookgassen door de trek van de schoorsteen omlaag ‘geduwd’ en vervolgens weer omhoog getrokken worden. Op dat punt wordt extra zuurstof toegevoegd, waardoor een werveling ontstaat die ervoor zorgt dat de verse zuurstof optimaal mengt met de halfverbrande rookgassen en er dus optimale verbranding plaatsvindt. Het klinkt ingewikkeld, maar Peter van den Berg legt het op zijn site heel duidelijk uit.)

Je kunt zoiets zelf ontwerpen en bouwen. Maar het is best wel (heel erg) complex, je moet met veel zaken rekening houden. Daarom lieten wij ons begeleiden door een ervaren kachelbouwer. Die heeft de kachel ontworpen en samen met ons in drie dagen heel hard werken de basis neergezet. Nu moeten we hem zelf nog afbouwen.

Eerst de contouren uitzetten op de vloer. Het pijpje wat uit de vloer steekt is de luchtinlaat. Die hebben we vorig jaar al aangelegd, voordat het schuimbeton gestort werd.
Er komt natuurlijk nog 25 cm schuimbeton en dekvloer op de huidige vloer. Dus onder de kachel en het warme bankje komt 25 cm Ytong-blokken, zodat ze op hoogte liggen. Onder de kachel ligt trouwens ook al een dubbele laag wapening in de dragende betonvloer, om het gewicht op te vangen.
Achter de stookkamer zit de hoge toren ingebouwd waar de rookgassen omhoog wervelen.
Intussen metsel ik links van oude bakstenen en leem het bankje, waar de (iets afgekoelde) rookgassen de hoek om geleid worden. Erg fijn dat we daarbij alle oude bakstenen gebruiken, die al tijden op het erf in de weg liggen. Het metselen gaat wel heel langzaam, omdat er allerlei kanalen door de kachel lopen die heel zorgvuldig moeten worden uitgevoerd.
De bovenkant van het bankje wordt afgedekt met 2 lagen dikke grindtegels (dit is de eerste laag). In de toekomst komt daar nog een laag mooi afgewerkte leem overheen. De binnenkant van het metselwerk wordt netjes met leem afgesmeerd zodat de rookgassen in het bankje blijven (en niet de woonkamer in komen). Alleen raken langzamerhand onze pallets met stenen op…
Ook merken we dat de stenen geen water opnemen uit de leem tijdens het metselen, waarschijnlijk omdat ze te nat zijn. De leem moet met veel water aangemaakt worden, zodat het metselwerk goed dichtvloeit en er geen rookgassen doorheen kunnen komen. Maar eigenlijk moeten de stenen direct een deel van dat water opzuigen, zodat de leem droger – en dus harder wordt. Dat is niet het geval en dus wint de zwaartekracht: het metselwerk zakt in.

BBovendien realiseren we ons dat we onvoldoende hebben nagedacht over de Volgorde der Dingen. Want de kachel kan uiteraard pas branden als-ie een schoorsteen heeft. Er zijn nog meer redenen waarom hij nog niet volgende week al aan kan; we moeten ‘m nog afmetselen en dat gaat langzaam, door alle ingewikkelde kanalen die netjes in verband gemetseld moeten worden. Daarna moet hij een aantal weken drogen (maar met ons werktempo komt dat vanzelf goed). En zolang er nog geen buffervat is voor warm water moeten we de warmtewisselaars op een andere manier laten doorstromen. Ook daar valt wel een oplossing voor te vinden.

Maar de schoorsteen moet helemaal naar de nok toe lopen. En daarvoor moet hij wel kunnen worden vastgezet aan een muur. De muur tussen de overloop en de studeerkamer / kantoor, in dit geval. Hij kan niet in het luchtledige hangen (zoals de zakjes eikels die links hangen om houtwormen te lokken)!

Alleen – die muur kan pas gebouwd worden als de verdiepingsvloer er ligt. En de verdiepingsvloer kan pas aangelegd worden nadat ik klaar ben met het schuren en oliën van de plafondbalken (wat echt nog héél veel werk is) èn de onderkanten van de planken voor de verdiepingsvloer zijn geschilderd. (Je kunt ze natuurlijk in theorie ook eerst vastzetten en dan schilderen, maar boven je hoofd schilderen is k*werk en bovendien is de kans dat je dan lelijke verfrandjes op de schoon geoliede balken maakt ongeveer duizend procent.)

En er zijn pas een paar balken geschuurd en geolied. (Ze worden wel heel mooi 🙂 )

En natuurlijk hebben we nog heel veel andere klussen, die eigenlijk allemaal het eerst (lees: vóór de winter) moeten. Al het potdekselwerk aan de buitenkant moet worden aangebracht, de kozijnen moeten geschuurd en geolied (in elk geval aan de buitenkant), de rioleringsbuis moet worden aangebracht en aangesloten zodat we de grond rond het huis weer kunnen aanbrengen en inzaaien. En op het erf liggen ook nog tal van klusjes die moeten gebeuren vóór de winter. Dus we constateren dat we (A) even serieus aan de slag moeten met een planning en (B) dat het nog wel even duurt voor we de kachel aan kunnen steken…

Wind- en waterdicht!

Hiep hiep hoera! Het Glas Is Geplaatst! En dat betekent dat we (bijna) Wind- en Waterdicht zijn!

Het begon gisteren al, toen er opeens een wanhopige (Duits sprekende) chauffeur het pad op kwam lopen. Uiteraard nét toen ik kaas stond te maken en niet kon ophouden met het roeren van de wrongel. Hij kwam de ruiten brengen, maar durfde met zijn (10 meter lange) glas-wagen niet de lastige bocht van ons pad op te draaien. Je moet daar een scherpe bocht maken, tussen twee sloten door.

Ik zeg altijd héél nadrukkelijk bij alle leveranties dat onze locatie “alleen bereikbaar is voor auto’s van maximaal 10 meter lang, met een goede chauffeur”. Maar soms gaat het over zoveel schijven dat het niet helemaal overkomt. Hoewel uiteraard geen chauffeur zal toegeven dat hij “geen goede chauffeur” is 😉 . Enfin, het is gelukt om het glas heelhuids hier te krijgen. (Hoe de kaas is geworden wachten we af.)

De rest van de woensdag heb ik besteed aan opruimen in en om het huis. In onze beide vorige huizen is bij het plaatsen van nieuwe ruiten een ruit gesneuveld. Het leek me handig om zoveel mogelijk ruimte vrij te maken voor mannen die met loodzware triple glas ruiten moeten sjouwen.

Vanmorgen stonden stipt om 07.00 de glaszetters op de oprit. Het was nog donker… Gelukkig hadden ze bouwlampen bij zich.

Toen ik om 09.00 terug kwam van een rondje-met-het-hondje zaten al die loodzware triple glas ruiten er al in! Even koffie, vervolgens kitten, en om 11.00 zwaaiden Aska en ik de mannen van achter het glas uit.

En geheel volgens voorspelling: wat een enorm verschil! Ineens voelt het echt als ‘binnen’. In Een Huis. De wind blijft buiten (en vanaf nu de regen ook!).

Het triple glas laat iets minder licht door. Het gekke is, dat het niet donkerder aanvoelt, maar juist lichter. Waarschijnlijk doordat het nu echt als ‘binnen’ voelt. En je bent gewend dat het binnen donkerder is dan buiten. De woonkamer en woonkeuken zijn heel licht. En als de muren gestuukt zijn (over een jaar of zo) wordt het nog veel lichter.

Op dezelfde manier voelt het ook opeens ruimer dan toen de raamopeningen nog leeg waren. Het feit dat het opgeruimd is zal daarbij helpen. Ik kon de verleiding niet weerstaan om de ‘keuken’ meteen een beetje in te richten…

Ook heel fijn: nu kan het huis op slot! Er ligt allerlei gereedschap dus we durfden het erf de afgelopen maanden eigenlijk niet onbeheerd achter te laten. En omdat ik sinds deze week de schapen nog maar 1 x per dag melk heb ik opeens een stuk meer bewegingsvrijheid en kan ik bijvoorbeeld een dagje weg. Hoera!

Natuurlijk zijn er altijd nog dingetjes. Zo moet er nog beslag op de deuren (dat is ook wel fijn om deuren van buitenaf te kunnen openen…). En nu waait het nog door de gaten waar de deurkrukken in moeten. En aan de onderkant van de deuren zitten nog kieren langs de deurkozijnen die moeten worden gedicht. Bíjna wind- en waterdicht dus. Genoeg voor bubbels!

Schuren

Het eerste wat iedereen die ons nieuwe huis bekijkt opmerkt is: “Wat prachtig, die ruige eiken balken! Blijven ze wel in het zicht?”

Dat is wel de bedoeling ja. Maar dan moeten ze wel ietsje gladder worden. Een ruige uitstraling is prachtig, maar ik wil wel de onvermijdelijke spinnenwebben eraf kunnen vegen.

(We hebben hier echt bizar veel spinnen. Gelukkig maar, want anders zouden we nóg meer vliegen hebben).

De balken zijn nu ‘fijnbezaagd’, wat dus niet zo erg fijn is. In de huidige staat blijven niet alleen spinnenwebben, maar ook de hele stofdoek eraan plakken.

Na het behandelen met oxaalzuur van het gebint ben ik dus gaan schuren. Joris had speciaal een nieuwe excentrische schuurmachine aangeschaft. Lichter en veel krachtiger dan de vorige. Met een hoog vermogen en heel veel schuurbewegingen per seconde.

“Pas je wel op dat hij zich niet invreet?” zei hij nog.

Nou.

Het eikenhout bleek zo kanonnehard dat ik de schuurmachine met korrel 24 (!) wel 10 minuten op één plek kon houden en dat nog steeds de ribbels van het zagen op de balken zaten.

Er was duidelijk zwaarder geschut vereist.

Dus nu doe ik alles eerst met de haakse slijper, met schuuropzetstuk. Helaas is dat niet alleen een zwaarder apparaat in termen van vermogen, maar ook in termen van gewicht. Wat vooral vervelend is bij de onderkant van balken, dis nu eenmaal van onderaf geschuurd moeten worden. Ik houd het maar een paar uur vol en zit ’s avonds met trillende armen op de bank.

Hij maakt ook een werkelijk ongelooflijke herrie. En ondanks de aanschaf van een speciaal opzet-afzuigstuk vliegt er enorm veel grof schuursel vanaf. Ogen, neus en haren komen vol te zitten.

Eerst de ribbels en grote oneffenheden weghalen met de haakse slijper, op korrel 40. Daarna is het glad maken met de schuurmachine met korrel 60 een eitje. Korrel 60 klinkt nog niet heel erg glad (voor mensen die wel eens met schuurpapier werken), maar het is glad genoeg. In ieder geval voor de balken boven je hoofd (daar sta je toch niet met je neus op). Glad genoeg om spinnenwebben weg te halen. En met een alleszins acceptabele ruige uitstraling. Wie weet schuur ik de staanders ook nog met korrel 80.

Daarna ga ik het hout behandelen met Verbeterde Houtolie van De Cokerije, mogelijk nog verdund met terpentijn- of citrusolie. Dat moet ook gaan helpen tegen de spinthoutkevertjes. Want dat hoofdstuk was ook nog niet afgesloten.

We hebben over de kevertjes allerlei mensen geraadpleegd, die met allerlei adviezen kwamen, die (uiteraard) grotendeels niet overlapten en soms ronduit tegenstrijdig waren. Dus gaan we maar op ons gezond verstand af en hopen op het beste. (En nu ik ervaar hoe kanonnehard dat hout is krijg ik ook het gevoel dat het gekeverte wel echt flink moet doorknagen om structurele schade aan te richten.)

Gif en gas vinden we allebei eigenlijk geen optie. Een warmtebehandeling gaat dit jaar niet meer lukken. En daarbij twijfelen we of dat effectief is: zoals ik al eerder schreef ligt er hier zoveel eikenhout rond het huis, dat er altijd plekken zijn waar de kevertjes een toevlucht kunnen vinden. Om vervolgens het huis weer te her-infecteren.

Dus voorlopig kiezen we voor een andere strategie. We proberen het hout ín het huis minder aantrekkelijk te maken voor de kevertjes om er eitjes op te leggen. En wat ze buiten uitvreten moeten ze zelf maar weten.

Door de olie schijnen ze het hout minder lekker te vinden om eitjes op te leggen. Dat heeft ook als voordeel dat we het hout stukje bij beetje kunnen behandelen, steeds als er weer een project klaar is. En daarnaast een zak eikels in de nok ophangen, waar ze juist heel graag eitjes in schijnen te leggen. En die zak eikels dan ieder voorjaar verbranden (en vervangen door verse).

Op die manier hopen we de activiteiten van het gedierte voldoende te kunnen sturen. Het is nu eenmaal hun werk om dode bomen op te helpen ruimen. Maar ja, deze bomen hadden wij nu juist dood gemaakt met de bedoeling dat ze lang intact zouden blijven.

Al die balkjes bij elkaar zijn overigens nog een puur beetje schuren. Ik heb uitgerekend dat het in totaal om en nabij de 200 m2 oppervlak is. Ik ben dus deze winter nog wel even onder de pannen, qua klus.

(Wat uiteraard een stuk beter is dan óp het dak zitten, zoals afgelopen winter. Wat heerlijk dat we komende winter ‘onder dak’ kunnen klussen!)

Kozijnen

De afgelopen weken is Joris druk geweest met het plaatsen van de kozijnen. Wat een verschil maakt dat!

Alles rondom netjes aftappen

Veiligheidshalve begonnen met de kleinste ramen…
Met de (loodzware!) deuren kwam de aannemer helpen
De keukendeuren!
Met wat plantjes erbij ziet het er nog véél gezelliger uit
Het wordt helemaal echt!
En dan de voorgevel

Nu alleen nog de allerlaatste grote ramen in de voorgevel. Maar dan moeten eerst de hardstenen onderdorpels (waterslagen) geplaatst worden. Dat was eerst anders bedacht, maar dit lijkt toch het mooist. Alleen betekent het dat er weer wat baksteen moet worden weggeslepen om de onderdorpels te laten passen. En zo is er altijd iets wat eerst moet, voor je iets anders kunt doen…

Hitte! (het derde jaar…)

En daar kwam-ie dan, de eerste hittegolf van dit jaar. Ik dacht eigenlijk dat we er eind juni al eentje gehad hadden, net vóór de kalkhennepweek. Maar blijkbaar voldeed die niet aan de eisen.

Fijn dat we de schaduwhokjes voor de rammen hebben. Voor de ooien had ik gelukkig nog twee weitjes met gras-en-schaduw. Weer veel gedoe, want ze moeten toch wel erg vaak verplaatst.

De kleine boompjes doen dapper hun best. (Voor zover ze de droogte va half maart-half juni overleefd hebben dan, want alles wat ik afgelopen winter had geplant is toen overleden.) Het aanbrengen van grote stukken halfverteerd hout bij wijze van mulch lijkt goed te werken.

De moestuin geef ik permanent water. ’s Nachts sproeien lukt niet meer; het water wat uit de bron komt bevat teveel zand, waardoor de zwenksproeieer steeds verstopt. Ik heb er nu drie versleten. In plaats daarvan leg ik de tuinslang tussen de planten. Elke twintig minuten gaat het alarm van mijn telefoon af en leg ik hem iets bij de volgende plant. Op die manier heb ik de meeste planten kunnen redden. Wel een hoop werk. Een paar bedden, die het toch al niet goed deden, heb ik maar opgegeven. Al met al is dit het droogste moestuinjaar wat ik tot nu toe heb meegemaakt.

Slapen in de stacaravan is zo goed als onmogelijk. Maar dat geeft niet; het nieuwe huis is een stuk luchtiger (en was de eerste dagen nog lekker koel). Wel onder een klamboe, de muggen zijn opeens weer terug. Al doen onze ‘huis’zwaluwen hun best bij de bestrijding.

Maar na een paar dagen liep ook in het nieuwe huis de temperatuur op. Wat zal het fijn zijn als de ramen en deuren er in zitten. En de dakisolatie!

We hebben nu al drie jaar alle nattigheid in de winter, gevolgd door een droge zomer. Als dit het nieuwe normaal wordt moeten we het land daarop gaan inrichten. Ik heb allerlei plannen… dat wordt weer planten deze winter!

Drukke dagen

Zoals ieder jaar is er in juli en augustus zoveel te doen dat ik nauwelijks aan een blogje toe kom.

We hebben het eikenhout netjes ‘opgelat’ in de zuidschuur. Dat kostte uiteindelijk een heel weekend sjouwen, want die stond hartstikke vol met andere meuk en natuurlijk moest alles ergens anders komen te staan en liggen, wilde het er allemaal in passen. Maar nu ligt al het andere hout ook weer netjes gesorteerd en liggen de (loeizware!) planken keurig op latten te drogen. Nu maar hopen dat ze niet splijten. En dat de wrakke zuidschuur het nog een paar jaar uithoudt…

Daarna was het hoognodig tijd om een keer te maaien, want dat was nog niet gebeurd dit jaar en eind juli kwam er een weekje droog weer. (Natuurlijk wisten we niet dat er nog een hittegolf aan kwam, ik had beter nog twee weken kunnen wachten. Dat had minstens één ronde schudden gescheeld. Maar ja, achteraf is het mooi wonen…)

Zelf gemaaid (met de maaier van Arnaud), geschud en geharkt (met de Strela). (En in de hoekjes nog een beetje met de hand…) Best veel dan, twee hectare.

En toen kwam de loonwerker om het tot 85 pakjes te persen. De helft hebben we meteen verkocht aan iemand-met-een-paard, de andere helft is voor de schapen van de winter. Het is niet het beste hooi, zo laat gemaaid en van zulk droog land. Maar ze doen het er maar mee. ’s Avonds ging het regenen, maar pas nádat we het hooi onder dak hadden. Zeer bevredigend.

En natuurlijk bouwen we iedere vrije minuut door. De mooie (en loodzware!) Accoya kozijnen zijn gearriveerd en Joris is ze aan het installeren. Weer veel geplak met luchtdichte tape.

Ik ben met verschillende klussen bezig. Ten eerste nog steeds het behandelen van de balken met oxaalzuur. Dat is heel veel (en onaangenaam) werk. Dus het gaat niet zo heel hard. Maar de meeste vlekken verdwijnen wel uit de balken. Móói!

Daarnaast het ‘kaleien’ van de buitengevels: het aanbrengen van een dun stuclaagje om de kalkhennep winddicht te maken. Leuk werk, maar erg zwaar voor mijn geblesseerde elleboog.

Intussen gaat het schapen melken en kaas maken ook nog steeds door. De wei breng ik naar de varkens van de zorgboerderij, die het gretig afnemen. Het éne ooilammetje van dit jaar oefent alvast met op de melktafel brokjes eten. Jong geleerd…

En we hebben na lang twijfelen toch maar een zitmaaier aangeschaft. Eéntje die sterk genoeg is om het weiland mee te kunnen maaien, nadat de schapen er gestaan hebben. Die verwende beesten eten namelijk alleen de topjes van het gras. Maar om het weer goed te laten uitlopen moet het dan wel kort gemaaid. En met de zeis is dat toch wel erg veel werk. Enfin, het ding moet ook ergens staan (achter slot en grendel!) dus daar bouw ik ook nog even een tijdelijk hokje voor.

(En ooit moeten de kozijnen in de olie gezet…)

Aska ziet al ons geploeter gelaten aan. Wat een drukte maken de bazen weer. En het is al zo warm…

Mobiele zagerij

Vandaag kwam de mobiele zagerij om de eiken stammen die we van Henk en Rita gekocht hebben te zagen. Spannend!

En zo ziet dat er dan uit. Wat ontzettend gaaf en wat een prachtige planken! Daar gaan we allerlei moois mee maken! (Natuurlijk eerst wel ‘even’ goed opstapelen, en daarvoor moet eerst ‘even’ de zuidschuur gereorganiseerd… komt er ooit een eind aan de klusjes die ‘even’ en halve of hele dag hard werken zijn? )

Tussendoor

We zijn er nog niet helemaal uit wat we gaan doen tegen de kevertjes. in ieder geval ben ik maar vast begonnen met het schoonmaken van de gebinten. Die zijn behoorlijk zwart geworden, door de maanden die ze in de regen hebben gestaan. Maar er is een fantastisch middel om vlekken uit eikenhout te krijgen: oxaalzuur.

Marleen heeft er al eerder een blog over geschreven. Hun kozijnen moesten netter worden dan voor ons gebint noodzakelijk is, dus ik bespaar me de moeite van het drie keer afspoelen. Ik werk wel van boven naar beneden, want het is natuurlijk niet handig om te druipen op balken die je al hebt schoongemaakt.

En schoon wordt het inderdaad. Het lijkt wel toverij: je brengt de oxaalzuur-oplossing aan en je ziet de zwarte vlekken gewoonweg verdwijnen. Zeer bevredigend, als je zoals ik een beetje poetserig bent aangelegd.

Niet dat het bovenin heel erg leuk werken is. Boven je hoofd werken met vloeistoffen is altijd een geklieder, en als het dan gaat om een zuuroplossing die langs je beschermende handschoenen zo je oksels inloopt is dat bijzonder oncomfortabel. Ik draag er wel een beschermbril bij, maar heb nog geen goede oplossing om mijn onderarmen te beschermen gevonden. Gelukkig kan ik het meeste hout van bovenaf doen.

Intussen heeft Joris andere klussen onder handen genomen. Een (tijdelijke) vloer boven de kelder bijvoorbeeld. Nog even schoonmaken en dan kunnen we daar daadwerkelijk spullen gaan opslaan!

Het voelt er direct koel aan (er komt nog isolatie tussen het kelderplafond en de vloer erboven). Het is ook heel fijn dat we niet meer om het gat hoeven heen te lopen. En het leuke is: als je op de tijdelijke vloer staat, sta je bíjna op de uiteindelijke vloerhoogte. Dan zien de plafondhoogte en hoogte van de ramen er ineens heel anders uit!

Ook heeft hij van oude pallets en een oud landbouwhek toegangshekken gemaakt, waardoor we het hek-om-Aska-binnen-te-houden nu helemaal rond de bouw hebben kunnen zetten. Aska werd namelijk erg ongedurig als wij aan het bouwen waren terwijl zij op het erf bij de stacaravan moest blijven. Terwijl dat toch al aardig wat ruimte bood vergeleken met wat het gemiddelde Nederlandse hondje aan uitloopruimte heeft… een beetje verwend is ze wel.

En hij heeft de pallets met dakpannen en alle andere zooi die zich begon op te hopen vóór het huis een beetje opgeruimd. Nu nog de laatste zakken kalk uit de partytent opruimen, dan kan die ook eindelijk afgebroken.

Dat is allemaal ter voorbereiding op de volgende bouwfase. Morgen worden de kozijnen geleverd. En als die er in zitten komt het hout om de buitenkant af te werken. Vóór die tijd moet ik nog een kaleilaag op de buitenkant aanbrengen (als ik klaar ben met het oxaalzuur). We hoeven ons nog even niet te vervelen…

Beestjes

Met de lammeren van dit voorjaar had ik drie melkgevende ooien. Waarvan er twee ècht heel veel gaven. In juni zat ik op zo’n zeven á acht liter melk per dag. Dat krijgen we natuurlijk nóóit weg. Dus ik was bijna fulltime bezig met melken, schapen verzorgen en melk verwerken. Tot kwark, verse kaas, yoghurt, halloumi, feta en af en toe Goudse kaas.

Goudse kaas is eigenlijk het handigst om te maken als je een melkoverschot hebt, want dat moet lang rijpen en kan je lang bewaren. Maar het is niet eenvoudig om te maken, dat kost bijna driekwart dag (inclusief al het schoonmaken). En eigenlijk gaat het het beste van verse melk. Dus ik kon de melk ook weer niet eindeloos opsparen om één keer per week een grote hoeveelheid kaas te maken. Temeer omdat ik gewoonweg geen ruimte en geen pannen heb om dat te doen.

En het rijpen moet gebeuren in de stacaravan. Die niet de juiste temperatuur heeft en waar op zeker moment vrijwel alle beschikbare oppervlakken waren ingenomen door kaas. En toen zag ik tot mijn grote afgrijzen dat mijn rijpende kaasjes waren aangeknaagd. Door Een Muis.

Dat betekende direct een grondige schoonmaakbeurt en reorganisatie van de stacaravan. We hebben aardig wat etenswaren op voorraad (de winkel is nu eenmaal niet om de hoek) en alles wat niet in blik of glas zit moet voortaan dus in muisdichte plastic kratten. Maar daar kan je geen kaas in laten rijpen. Kaas heeft lucht nodig.

Een hoop gegoochel dus: kaas in kratjes, ’s nacht een deksel op de kratjes tegen de muis, overdag deksel eraf om het goed droog te houden… wéér iets om aan te denken, alsof we het nog niet druk genoeg hebben. Maar het werkte niet goed, schimmel op de kaas en een zuur luchtje.

Met de uitgezette muizenvallen hebben we intussen ‘een’ muis gevangen. Hopelijk was dit de enige. Maar we laten de vallen in de stacaravan nog maar even staan…

‘Bleeding cheese’; een verse kruidenkaas met zoete chilisaus

Gelukkig had ik in de kalkhennepweek genoeg hulp om op andere wijze verwerkte melk weg te werken. In de vorm van verse kaas met allerlei kruiden, cajun-style ricotta, schapenstandyoghurt, schapenkwark en romige vanille- en chocoladevla. Of gewoon als melk.

En vlak vóór de kalkhennepweek heb ik één van de ooien verkocht. Nu heb ik alleen Babette en Nel nog en die lopen gelukkig al aardig terug in melkgift. Drie liter per dag is nog steeds meer dan voldoende om onszelf van al deze heerlijkheden te voorzien.

Lieke heb ik verkocht. De eerste lactatie en ze zat al aan bijna twee liter per dag!

Maar het ene beestjes-probleem was nog niet opgelost of het volgende diende zich aan. Vóór de kalkhennepweek hadden we de eiken gebinten zorgvuldig in plastic verpakt, om te voorkomen dat er kalkvlekken op zouden komen. Ná de kalkhennepweek begon ik enthousiast het plastic er af te halen, om te zien hoe mooi dat nou zou staan, die eiken balken tegen de kalkhennep.

Joris pakt de gebinten in in plastic
En bij het uitpakken zag ik dit…

Hé, zwarte dingetjes, zitten hier nu ook al muizen?

Tot ik een ‘muizenkeutel’ tegenkwam die aan de achterkant in een gebintpaal zat en zich door het plastic heen aan het werken was.

Houtworm!

Het blijkt te gaan om spinthoutkever. Een zogenaamde ‘drooghoutboorder’, die zich vooral thuisvoelt in het spinthout van bepaalde loofbomen, waaronder eiken, in de eerste jaren na het zagen. Een beestje met een vrij korte levenscyclus, waardoor hij zich snel kan verspreiden en grote schade kan aanrichten.

We hebben natuurlijk direct contact opgenomen met bestrijders. En met mijn oud-collega’s van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Want daar zit de nodige kennis over de do’s en dont’s van het bestrijden van ongedierte in houten gebouwen. Al is ons huis wel een beetje jonger dan de meeste monumenten.

Dat leerde ons dat er drie methoden zijn om van het gedierte af te komen: behandeling met gas, met gif of met hete lucht. Het is alle drie milieutechnisch niet erg plezierig.

Gas valt af; dat zou voor ons gebouw peperduur zijn. En het is ook wel een ontiegelijke hoeveelheid giftig gas, die je vervolgens in de open lucht laat ontsnappen.

Bij gif wordt al het eiken ingespoten met een bestrijdingsmiddel, dat tot ongeveer een centimeter in het hout trekt. De beestjes zitten ook dieper, maar als ze er dan uit komen moeten ze door de vergiftigde zone. Het wordt dan wel even goed opletten, want vier van de gebintpalen staan tegen de kalkhennep aan en daar kan dus een vlak niet worden ingespoten. En vervolgens zit je dus met een giftige constructie.

De eiken constructie heeft nog veel vlekken. Die gaan we weg werken met oxaalzuur. Daarna moet het goed drogen en dan wil ik het (enigszins) schuren. Dat stond op de planning voor ‘ergens deze winter’. Als je daarvóór een gifbehandeling zou uitvoeren, ben je vervolgens allemaal giftig schuurstof aan het verspreiden en inademen. Dus als we voor deze methode zouden kiezen moeten we éérst alles met het eiken doen wat we ooit nog willen doen aan bewerking, en er daarna tien jaar af blijven. In die tijd verdampt het gif (ook fijn voor je binnenklimaat). De gifbehandeling zal zelf ook voor vlekken op het eiken zorgen – tja, daar is dan niets aan te doen.

Bij een heteluchtbehandeling wordt er lucht van zo’n 70-80 graden in het huis gepompt, tot de binnentemperatuur op zo’n 60 graden is. Om te voorkomen dat daardoor al het hout enorm gaat draaien en kromtrekken is dit heel vochtige lucht. Als het huis eenmaal op temperatuur is wordt het nog een dag op die temperatuur gehouden, zodat de warmte diep in het hout kan dringen. Dan is alles in het hout wel dood.

Dit wordt bij voorkeur in de zomer (en tijdens een hittegolf) gedaan, dan verlies je de minste warmte. Het kost toch al een enorme partij brandstof. (Bouw je een heel energiezuinig huis, krijg je dit…) Maar dan moet het huis wel dicht zijn. En bij voorkeur goed geïsoleerd. Tja, wij hadden de dakisolatie als project voor komend voorjaar staan, na plaatsing van de dakramen en dakkapel. En sowieso zal het wel september of oktober worden voor we alles wind- en waterdicht hebben. De vraag is of het dan nog warm genoeg is, of dat we het tot volgend voorjaar moeten uitstellen. Wat betekent dat we in de winter nog geen tussenwanden, verdiepingsvloer en dergelijke kunnen aanbrengen.

Daarbij komt, dat we hier overal drogend eiken hebben liggen. Het hout dat we van Rita en Henk hebben gekocht wordt over een paar weken door de mobiele zagerij gezaagd. In de zuidschuur liggen eiken balken die de luifel bij de voordeur moeten gaan dragen. En het houthok zit vol met kleiner eiken, van afgezaagde en afgewaaide takken. Er hoeft maar een ondernemend kevertje op één van die plekken eitjes te gaan leggen en dan kan het probleem de dag na de hittebehandeling weer opnieuw optreden.

En niet alleen het hout kan gaan werken onder invloed van de hete lucht. Van de kalkhennep weten we eigenlijk ook niet hoe die zich zal gedragen. Wat betekent het voor het carbonisatieproces?

Kortom, we zijn er nog niet uit. Los van het geld (chemische bestrijding is duur, heteluchtbehandeling is nog veel duurder) is geen enkele oplossing milieutechnisch wenselijk. Maar niets doen is ook geen optie.

Wat hadden we dan moeten doen? Gewaterd eiken gebruiken. Vroeger werd hout eerst een paar jaar in water gelegd. Dan spoelen de suikers eruit, waarmee het minder aantrekkelijk wordt voor insecten. Maar tegenwoordig nemen we daar de tijd niet meer voor. Aan gewaterd eiken is gewoon niet te komen. En ‘achteraf is het mooi wonen’, zoals men zegt. (Ik dacht eerlijk gezegd dat eiken überhaupt niet aantrekkelijk was voor houtetende insecten.)

Hoe een heel klein beestje voor grote hoofdbrekens kan zorgen…

Kalkhennep

En toen was het zover – de week van de kalkhennep. Dit was al maandenlang onze horizon en deadline. En het wás geweldig, opwindend, afmattend en verbijsterend om te zien hoeveel werk je in één week met een groep enthousiaste mensen kunt verzetten!

Bekisting al van tevoren aangebracht… klaar voor de start!
De vaste bekisting aan de buitenkant
Met de gehuurde mobiele badkamer
Close-up van de klosjes… dit verdwijnt straks allemaal in de kalkhennep
Joris pakt de mooie eiken balken in, om te voorkomen dat ze onder de kalk komen te zitten.
En dan begint het…
De meeste mensen waren de avond tevoren al aangekomen. Iedereen verwachtingsvol aan het ontbijt. De voorgevel is hier nog helemaal open.

Morris van Ecobouw Salland komt met de steigers aan
Geertje, Joris, Marjolijn, Maarten
Iedereen staat klaar voor de uitleg van Rens (Marjolijn, Bart, Sytske, Jasper, Marthe, Wilma, Willemien)
Rens geeft uitleg over de kalkhennep
“Het moeten bloemkooltjes worden”
Uitleg over het storten en aanstampen
Marthe, Geertje, Wilma, Bart, Frank, Morris, Sytske, Maarten
Jasper, Sytske en Frank aan het werk!
En na de eerste koffiepauze kan de bekisting al omhoog! Daar verschijnen de muren!
En dan ga je wat hoger weer verder met stampen
IJsbrand bij de mixer
Marthe verzette onvoorstelbaar veel werk. Tja, ze is nog een paar jaar jonger dan wij 😉
Morris, Rens en Joris verplaatsen telkens de schuifbekisting
Je komt aardig onder de kalk te zitten
Wilma, Willemien en Bart zorgen voor de catering en huishoudelijke ondersteuning , heel erg belangrijk!
Marthe en Sytske
“Nieuw spul!”
Stampen
Zeer stimulerend om te zien hoe snel je omhoog werkt
En dan gaan ook aan de buitenkant de eerste platen weer van de muur af!
Marjolijn en Marthe
Wilma aan de mixer
Het erf vol auto’s, busjes en tenten
Iedereen zéér moe maar voldaan na de eerste werkdag
Jammer dat het weer niet zo meezit. Maar in het huis wapperen de handdoeken lekker droog.
Op dag 2 neemt Wilma de mixer over van IJsbrand

Hoe hoger we komen, hoe lastiger het aanstampen wordt. Nelleke krijgt een knik in de nek.
Marjolijn
Uit de geïmproviseerde keuken in de schuur komt een stroom koffie, thee, taarten, koekjes, salades, brood en andere heerlijkheden
Demo van de mannen van Ecobouw Salland hoe het laatste stukje moet worden afgewerkt: horizontaal aanstampen met een schuifluikje
Marthe en Nelleke
Jasper, Marjolijn en de lastige hoekjes
Vooral achter de schoren van de gebinten is het lastig aanstampen
Euh, Jasper… zullen we eerst ook aan de buitenkant bekisting aanbrengen?
Aska vindt het énig, zo’n grote groep. Lekker vrijen met iedereen in de pauzes.
En dan is er zomaar een hoek klaar!
Natuurlijk had ik eigenlijk een filmpje moeten maken, om de mierenhoopachtige activiteit vast te leggen. Maar dat bedenk je te laat…
Binnen wordt gestampt, buiten wordt gemixed, er lopen kruiwagens af en aan met vers gemixte kalkhennep. De mannen van Ecobouw Salland zagen het spaanplaat op maat voor de lastige randjes En regelmatig klinkt de kreet “NIEUW SPUL!”

Bart claimt dat hij dit niet kan. Maar aan het eind bleek uiteraard dat dit stukje muur het meest vastgestampt is van het hele huis.
Frank (die helemaal uit Duitsland is gekomen om te helpen bouwen)
Maarten
Marjolijn

Dag 3!

Zoë, Marjolijn, Sarah, Amanda, Maarten, Frank, Bart.
Marcelle en Amanda hebben de tweede helft van de week de catering voor hun rekening genomen. Dat is zeker voor herhaling vatbaar! 🙂
Frank aan de mixer
Bij de voorgevel zit de vaste bekisting aan de binnenkant en de schuifbekisting aan de buitenkant. Van buitenaf werken dus. Prima, tot het ging regenen.
Maarten en Zoë
En zo ziet het er dan uit, het aanstampen in de lastige bovenhoekjes

Netjes aanstampen
Van binnen wordt het huis steeds ruimer, naarmate de pakken kalkhennep verdwijnen

Helaas zit het weer niet mee. Op donderdag hoosbuien. Ik ontdek dat kalk + hennep + natte mouwen enorm irriterend is voor de huid.
Rens houdt steeds in de gaten hoe de werkverdeling optimaal is.
Nathalie en Sarah
Nathalie
Sarah
Dag 4: Barbara en Marjolein repareren de stukjes waar na het verwijderen van de bekisting blijkt dat het toch te lastig was de kalkhennep goed aan te stampen
Vooral die bovenste randjes…
Simkje
Alvast een begin met het ‘kaleien’: een heel dun stuclaagje aanbrengen om de kalkhennep helemaal winddicht te maken.
En dan zit je zomaar in een huis!

Hout!

Heb je het al superdruk, lees je opeens in de krant dat er drie eiken gekapt gaan worden in het dorp. Nu hebben we nog steeds enigszins een trauma van de 12 grote eiken die hier een steenworp verderop geveld werden – en in mootjes gehakt om in de kachel te verdwijnen. Terwijl ons gebint van geïmporteerd hout gemaakt moest worden! Dat kan duurzamer!

Dus er op af. Gelukkig stonden Henk en Rita er positief tegenover om het hout als bouwhout aan ons te verkopen. Alleen bleek dat al twee dagen later (vandaag dus) de bomen geveld gingen worden!

Wel, het had weer heel veel voeten in de aarde (onvoldoende ruimte om de bomen in hun geheel te vellen, maar vanwege processierupsen kon er eigenlijk niet in geklommen worden om van bovenaf stukken eruit te zagen) maar uiteindelijk hebben de bomenmannen het toch voor elkaar gekregen. En ze waren best bereid om het in ‘zo groot mogelijke’ stukken te zagen.

Met zwaar eiken op de platte kar kostte ook nog wat moeite (en een ongeluk) maar met hulp van Edwin en Wim (die met wat zwaarder materieel kwamen) kregen we uiteindelijk het hout op het terrein.

Daar ligt onze trap! En een pergola, vensterbanken en wie weet wat nog meer…

Droogte – het derde jaar

We lijken precies te zijn verhuisd op het moment dat de klimaatverandering ongenadig toesloeg. In 2018 en 2019 was het verbijsterend droog – en nu weer.

Van half maart tot begin juni is er nauwelijks een spat regen gevallen, terwijl de zon volop scheen en het veel waaide. En daardoor zag half mei het land er al uit alsof het augustus was – flets en verdroogd in plaats van groen en sappig.

Dat zorgt voor veel extra werk. Extra opletten of de schapen en de kippen wel voldoende water hebben. De schapen moeten om de haverklap verplaatst, omdat ze het gras in een paar dagen op hebben. En het gras groeit niet bij – het staat helemaal stil! De moestuin, die intussen behoorlijk groot is, moet permanent bewaterd worden. Door de droogte zijn de planten ook gevoeliger voor luis en andere plagen.

Ook de bomen hebben het moeilijk. In 2018 heeft Landschapsbeheer Friesland een rij eiken langs onze sloot geplant. Door de droge zomer van 2019 was er veel uitval. Ondanks dat ik eindeloos water heb gegeven. Maar dat is omslachtig: IBC-containers met water vullen, op de platte kar achter de trekker naar de bomen rijden, een slang van de watercontainer bij een boom leggen en dan ieder half uur weer naar de kar sjokken om de slang en / of de trekker te verplaatsen. De verste boom is 200 m weg, dus al met al leg je dan heel wat afstand af. En toch ging er heel veel dood.

Afgelopen winter is de rij ‘ingeboet’ met winterlindes. Maar met zo’n voorjaar als dit jaar hebben die ook geen beste start. Ze laten nauwelijks een blaadje zien.

Uiteindelijk heb ik maar een watergeefsysteem aangelegd: een tyleenslang langs de bomen, met bij elke boom een slangetje met een druppelaar. Het lijkt te werken, al moet ik er regelmatig langs lopen om te kijken of de druppelaars niet verstopt zijn (er zit nogal wat zand in het water uit onze grondwaterpomp).

De jonge boompjes die ik afgelopen winter heb geplant zijn stuk voor stuk dood. Ik geef het op – heb nu geen tijd om weert eindeloos met de trekker rond te rijden om water te geven.

De grote stukken weiland zijn ook dor en droog. Geen gras voor de schapen – en ook geen schaduw. Ik ben aan het zinnen op een ontwerp met oost-west lopende boomsingels dwars over het land, zodat er wat schaduw is voor de schapen. En hopelijk houden de bomen ook wat meer vocht vast in de grond. Om die jonge aanplant dan wèl te laten aanslaan heb ik al een hele set bewateringsbuizen van een voormalig tuinbouwbedrijf gekregen. Dat wordt een project voor komend najaar!

Begin juni was er nergens gras-met-schaduw meer en stonden de schapen te schreeuwen van de honger. Ik moest ze bijvoeren met boombladeren!

Nu heb ik voor de weilanden-zonder-schaduw hokjes getimmerd van de oude aardappelkratten waarin de dakpannen geleverd werden. Pallet er tegenaan van sloophout, op hun kant gekieperd en voilá, een stukje met-de-tractor-verplaatsbare schaduw. Ze lijken voldoende schurkend-schaap-proof. Voor het najaar ook maar een dakje erop maken, dan helpen ze ook tegen de regen.

Intussen is er wel een paar mm regen gevallen (twee keer ongeveer 3 mm). Dat geeft alweer een iets frissere aanblik aan de hof, het gras wordt weer groen. Maar het is nog niet genoeg. Zolang de temperatuur onder de 25 graden blijft gaat het nèt, maar volgende week is er weer warmer weer voorspeld. Ik houd mijn hart vast.

In bijna heel Nederland hebben de zware buien voor verlichting van de droogte gezorgd. Behalve….

En daarbij is iets eigenaardigs aan de hand: als er een hele lijn met zware buien aankomt, splitst die steevast vlàk voor De Hoeve. De omliggende dorpen krijgen bakken met water en wij zitten in een smalle corridor waar het hooguit een beetje spettert. Of de wind nu uit het westen, zuiden, noorden of oosten komt. Het valt niet alleen mij op, vele dorpsgenoten hebben me op dit fenomeen gewezen.

Precies op het moment dat ik dit schrijf trekt er weer een onweersbui ten zuiden van ons langs. Dorpsgenote Hielke Strampel maakte er bovenstaande mooie foto van. Maar nog mooier was het geweest als het over ons heen was gekomen. Helaas bleef het weer bij een paar spetters.

In ‘The Hitchhikers’ Guide to the Galaxy’ beschrijft Douglas Adams een vrachtwagenchauffeur die zonder dat hij het zelf weet een regengod is.

“And as he drove on, the rainclouds dragged down the sky after him for, though he did not know it, RobMcKenna was a Rain God. All he knew was that his working days were miserable and he had a succession of lousy holidays. All the clouds knew was that they loved him and wanted to be near him, cherish him, and to water him. ”

Zouden we ook zo iemand in De Hoeve hebben, maar dan andersom? Iemand bij wie de regenwolken juist uit de buurt willen blijven? Blijkbaar alleen ’s zomers, want ’s winters kan het hier maandenlang regenen. Hmmm. Op een bevolking van nauwelijks meer dan 400 zielen moet na te gaan zijn wie dat is… 😉

Voorbereidingen kalkhennep

In de week van 29 juni t/m 4 juli wordt de kalkhennep in onze muren gestort. Dat is een belangrijke mijlpaal om naartoe te werken. Sterker nog, op dit moment is het even onze volledige horizon. Want natuurlijk moet er nog van alles gebeuren voor het zover is.

Om te beginnen het houtskelet. Joris heeft daar de afgelopen weken iedere vrije minuut aan besteed. Het voelt direct als een huis!

Dan de afwerking van de fundering en de baksteen muurtjes die de overgang tussen fundering en kalkhennep vormen. Die laten we maken, want we zijn allebei niet zo heel sterk in metselen. We hebben wel zelf heel zorgvuldig het EPDM folie aangebracht. We twijfelden over het afsluiten van het schuimbeton met folie, omdat waterdicht twee kanten uit werkt: er kan geen water meer ín het schuimbeton lopen, maar als het er in zit kan het er door de EPDM ook niet meer uit. Maar dankzij de droogte heeft het schuimbeton daaronder nog lang kunnen opdrogen, ook omdat er nog steeds een sleuf rondom de fundering liep waar we de bekisting hebben weggehaald. Nu is het aan de bovenkant waterdicht. Optrekkend grondwater verwachten we niet, daarvoor zitten we te hoog en zit het grondwater te diep. Bovendien zit aan de onderkant van het schuimbeton natuurlijk nog het plastic van het storten.

De onderste laag van de baksteen muurtjes is uitgevoerd in kalkzandsteen. Toen dat eenmaal lag hebben we een shovel gehuurd om eíndelijk die sleuf rondom dicht te maken. Wat een verademing dat we niet meer over dat ravijn heen hoeven te stappen! Het erf ziet er ook direct ruimer uit.

Daarna heeft Joris weer dagenlang staan zagen. Nu ruim 300 klosjes, waartegen de bekisting voor de kalkhennep wordt bevestigd. Ze zijn heel ambachtelijk gemaakt, met een schuine onderkant zodat het straks makkelijker is om de kalkhennep er omheen aan te duwen.

Intussen metselt de metselaar de baksteen muurtjes. En dát geeft een verschil in aanblik!

Zelf ben ik druk met de organisatorische voorbereiding van de kalkhennepweek. Er hebben heel veel mensen zich aangemeld om te komen helpen. Superfijn, maar het vergt natuurlijk de nodige organisatie om alles op rolletjes (en corona-proof!) te laten verlopen. Er is een mobiele badkamer besteld, het avondeten is geregeld en ik heb een hele dag lopen maaien met een gehuurde ‘ruigtemaaier’ om het kniehoge verdroogde gras een beetje weg te krijgen zodat mensen hun tent kunnen neerzetten.

(We hebben nog steeds zelf geen maaier omdat we nog niet hebben besloten wat voor type nu het handigst is voor ons. Eigenlijk willen we verschillende stukken gras op verschillende manieren onderhouden en het liefst wil je natuurlijk één machine die alles kan. Maar dat loopt flink in de papieren…)

En natuurlijk heeft de moestuin aandacht nodig. En water! In heel Nederland schijnt het geregend te hebben, behalve in De Hoeve! En de schapen ook, om maar niet te spreken van alle melk die ze geven… maar dat worden aparte blogjes.


Maar het wordt móói…!

Druk – en droog!

Al weken geen updates – we hebben het te druk met andere dingen.

Joris is hard aan het bouwen aan het houtskelet voor de muren van het huis. Dat geeft opeens weer een heel ander gevoel aan het huis, het krijgt meer vorm. Nu kunnen we zien wat het uitzicht uit de ramen straks gaat zijn!

Vooralsnog ziet dat uitzicht er minder groen uit dan ik zou willen. Er is sinds half maart welgeteld 10 mm regen gevallen. We hebben geen hooi kunnen winnen: het gras schoot al in de bloei toen het amper 10 cm hoog was. (Ter vergelijking: in 2017 heeft de boer hier wel 3 sneden hooi vanaf gehaald!)

Ik heb met een ‘weidebloter’ de toppen eraf gehaald in de hoop dat het blad weer een beetje zou gaan uitlopen, maar het was te droog. Het land ligt er (nu al!) verschroeid bij alsof het eind augustus is. En er moeten nog drie zomermaanden komen! .

We hebben dus maar heel weinig gras voor de schapen beschikbaar. En met de uitgebreide kudde (nu 5 volwassen schapen en 4 opgroeiende lammeren) moet ik erg creatief zijn. Er zijn nog wat kleine hoekjes op het verpachte land, waar de boer niet bij kon met het maaien. Daar kan ik ze nu weiden, maar na een dag of drie zijn ze daar uitgegeten en moet ik weer een nieuwe plek voor ze zoeken. Dat is elke keer ruim 2 uur werk met heen en weer sjouwen met hekken, schrikdraadapparaten en dergelijke. In de tussentijd lopen de schapen vrij rond. Dat gaat meestal goed (al beschadigen ze soms wel de boompjes) – tot ze opeens in de moestuin stonden.

Ik ben namelijk bezig het hek rond de moestuin te vervangen, van lelijk gaas en oude palen naar een Mooi (kastanjehouten) Hek. Maar omdat het zo druk is gaat dat in kleine stukjes. (Daar komt een keer een apart blogje over). Tja – en toen was het dus even niet schaap-dicht. Gelukkig vonden ze vooral het ‘eeuwig moes’ en de doogeschoten snijbiet erg lekker. Verder wat gaten in het worteltjes-en-uien bed, afgetopte kapucijners en wat bladen van de koolrabi en broccoli af – nog een redelijk beperkte schade.

Tja, dit is natuurlijk èrg verleidelijk als je een schaap bent.

(Ik probeer nog maar even niet te denken aan hoe dat van de zomer moet met de schapen, als het echt heet wordt en er geen regen valt. Het rotatieschema waarbij ze 3 maanden niet op hetzelfde stuk terug mogen komen in verband met parasieten is onmogelijk vol te houden op deze manier.)

Op deze screenshot van droogtemonitor.nl is goed te zien dat we weer echt in een ‘dry spot’ zitten (drieprovinciënpunt Drenthe-Overijssel-Friesland)

De moestuin heeft het ook héél moeilijk. Eerst was het te koud: 16 mei nog felle nachtvorst – overal bevroren toppen aan de bomen en de aardappels en optimistisch al uitgeplante tomaten tot de grond toe afgevroren. En het is kurkdroog. De bron draait weer overuren, maar de grond neemt het water nauwelijks op, zo uitgedroogd is het.

Dus, met intussen 3 schapen te melken, 6 liter melk per dag te verwerken (yoghurt, kwark, verschillende soorten kaas), de bouw, af en toe bouwvakkers, permanent water geven aan de moestuin en verdrogende boompjes, de bus die weer kuren vertoont, om de haverklap de schapen verplaatsen, voorbereiding voor de kalkhennepweek eind juni, glasvezel die opeens in het dorp (en ook bij ons!) wordt aangelegd, de verplichte rondjes-met-het-hondje en heel erg veel kantoorwerk vervelen we ons bepaald niet!

Hier staan de schapen op het randje gras waar de boer niet goed bij kon op het verpachte land. Een weinig efficiënt gebruik van de netten, langs zo’n strookje. En waar ze heen moeten als het gras hier op is?

Het is duidelijk dat het klimaat ècht aan het veranderen is. ’s Winters teveel regen en dan vanaf het voorjaar maandenlang niet. Weemoedig denk ik aan vroeger, toen drie weken zonder regen een bijzonderheid waren. En drie mooie dagen gevolgd werden door een drukkend hete dag, een nacht onweer en daarna koeler weer.

Op zich weet ik wel hoe ik het land op deze nieuwe werkelijkheid kan inrichten. Veel bomen planten, die het organische stof-gehalte van de bodem verhogen en schaduw en beschutting creëeren. Maar het is nu al drie winters boompjes planten en drie zomers zien hoe ze doodgaan. En het gehalte aan organische stof in de bodem gaat alleen maar achteruit. We moeten ons maar eens gaan verdiepen in uitgebreide (dure) watergeefsystemen, als we toekomstige nieuwe aanplant een kans van slagen willen geven.

Woningsdag

De Koningsdag (ik denk nog steeds: ‘Koninginnedag’ ) die anders was dan alle andere was hier gewoon een dag als alle andere. Maar we werkten wel aan het huis dus de term Woningsdag was toch wel toepasselijk.

Vorige week is het eerste deel van de muuropbouw gestart. Dit is weer een gedeelte van de bouw met allerlei details om ‘koudebruggen’ te voorkomen. Het is namelijk ook de overgang tussen de damp-open kalkhennepmuren en de dampdichte fundering. Als je dat niet juist uitvoert kan de waterdamp die door de kalkhennep vrij kan diffunderen gaan condenseren op het beton. Dan krijg je vochtvorming in de muren en dat willen we natuurlijk niet.

Het gewapend beton dat het huis draagt ligt weliswaar op 50 cm schuimbeton (dus het is al redelijk geïsoleerd), maar er komt toch nog een laag overheen van isolerend foamglass. Prachtig materiaal, een soort Brosreep van gerecycled glas. Heel licht, heel isolerend, heel inert (niet giftig) en heel duur. Omdat de bovenkant perfect recht moest worden (daar bovenop bouwt Joris het houtskelet voor de muren) hebben we dat weer door de aannemer laten doen.

Hier overheen heeft de architect een ‘houten stelregel duurzaamheidsklasse 1’ getekend. Dat komt goed uit, daarvoor kunnen we de oude hardhouten vlonderplanken gebruiken die we van Joost en Monique gekregen hebben.

Die stelregel moet overigens worden aangebracht op compriband. Dat is een soort schuim-band. Het schuim zet uit en zorgt dat er geen tocht kan ontstaan. Je kunt het dan ook als tochtstrip kopen, 1 cm breed. Maar onze architect had het 20 cm breed getekend. Dat bleek niet verkrijgbaar. Uiteindelijk vond Joris het bij een Zweedse webshop van 5 cm breed. Dan maar twee stroken.

Hieroverheen moet een waterwerende laag, om te voorkomen dat er water in de fundering kan trekken. Dat is ook weer zo’n aandachtspunt. Ons huis is gefundeerd op een plaat schuimbeton, die rondom 50 cm uitsteekt. Producenten van schuimbeton zeggen dat water er niet dieper dan 2 cm in kan trekken. Maar Peter en Marleen, die dezelfde fundering hebben als wij, hebben onbedoeld de proef op de som gesteld. Zij moesten (anders dan de bedoeling was) naderhand toch een gat in hun fundering maken. Daarbij bleek dat het schuimbeton behoorlijk nat was. En dan isoleert het een stuk minder!

Nu hopen we dat de nattigheid bij ons iets minder zal zijn: het huis staat precies op een zandkop, dus grondwater staat sowieso veel dieper. We hebben een grondwaterbuis niet ver van het huis staan en het grondwater staat daar zelfs in natte perioden anderhalve meter onder maaiveld. Maar regenwater van bovenaf is iets anders.

Terwijl wij in december, januari en februari bezig waren aan het dak kletterde al het regenwater dat van het vorderende dak af liep precies recht op het schuimbeton. Daar zal dus aardig wat water in zijn getrokken. En dat zal zich hebben opgehoopt aan de onderkant, op het plastic wat er nog onder zit (en langs de zijkanten) van het storten. Op dat moment was daar weinig aan te doen. De afgelopen weken is het lekker opgedroogd, maar of alles er nu uit is? Dat lijkt wat te optimistisch.

Om te voorkomen dat toekomstig regenwater dat langs de muren loopt in het schuimbeton trekt dekken we het dus af met een waterwerende laag EPDM. (In de tekening staat ‘geotextiel’, maar dat is anti-worteldoek, dus niet waterdicht.)

Maar waterdicht afsluiten betekent ook dat water wat er al in zit er niet meer uit kan. Wat een dilemma… Uiteindelijk hebben we besloten wel de EPDM laag aan de bovenkant aan te brengen en aan de zijkanten van het schuimbeton te laten overhangen, maar het plastic langs de zijkanten zo diep mogelijk weg te halen. Dat hadden we dus beter half maart al kunnen doen, dan had het zes weken kunnen opdrogen. Maar ja, dat wisten we toen nog niet. En toen stonden ook de steigers nog rond het huis.

Intussen wordt er éindelijk regen voorspeld. Jammer van het droge schuimbeton, maar goed voor de moestuin. Als het goed is komt die regen nu in onze nieuwe dakgoten terecht. Maar daar zitten nog geen regenpijpen aan. Die kunnen we namelijk nog nergens aan vastmaken zo lang er geen muren zijn. Maar daar hadden we al rekening mee gehouden: bij het afbreken van de oude boerderij hebben we zo veel mogelijk van de dakgoten bewaard. Er zijn er precies genoeg om bij iedere uitloop het regenwater van het huis weg te leiden. Het ziet er niet uit. Maar als het huis maar droog blijft!

Het schuimbeton is tijdelijk afgedekt met het EPDM folie (ook prijzig spul. Op de hoeken hebben we het daarom aangevuld met een restje wat ik nog over had van een vorig project.) Laat het nu maar even regenen! De volgende stap zijn de bakstenen muurtjes aan de voet.

Veel geblaat…

Zoals ik al eerder schreef, had ik dit jaar alleen een lammetje (een rammetje) van Nel gepland. Babette heeft vorig jaar heel laat gelammerd, daarna longontsteking gehad en de hele winter heel veel melk gegeven. Dus die wilde ik even een pauze geven en pas komend najaar weer laten dekken. En de twee ooitjes die vorig jaar zijn geboren (Lieke en Fen) vond ik ook nog wat te jong om te laten dekken.

Maar ja, de natuur hè. Eind november, toen ik net uit het ziekenhuis kwam na de kaakoperatie en nog wat groggy op de bank zat, speelde Arie het klaar om te ontsnappen. En trof Joris hem aan bij de andere drie dames. O jee. 

Arie en Babette zijn dol op elkaar

28 november plus 145 dagen is 21 april. Dus stond ik zo langzamerhand op scherp. Lieke was duidelijk drachtig: bolrond, met een prachtig roze uier van heb ik jou daar. Maar Babette toonde helemaal geen uier en leek ook niet veel ronder dan anders. Ze sprong ook nog altijd lenig en vrolijk op de melktafel.

Terwijl Nel de afgelopen weken opeens Helemaal Niet Meer Wist waar de melktafel voor diende. In de maanden dat ze bij Arie in de wei stond heb ik haar brokjes in de wei gebracht (dat was makkelijker dan het hele schaap elke ochtend in het donker ophalen naar de stal en daarna weer terugbrengen). En nu was de melktafel opeens een Eng Ding. Waar ze Niet Op Ging. Eindeloos soebatten, rammelen met brokjes, sjorren aan het beest (één poot op de melktafel, nog een poot, duwen, ‘toe maar Nel’, schaap zakt door de knieën, luidkeels protest, etc). Twee keer per dag dus. Met als resultaat dat het beest niet eens meer bij de melktafel in de buurt wilde komen.

Na een week heb ik haar samen met Joris met tamelijk grof geweld op de melktafel geduwd. (70 kg tegenstribbelend schaap plus een heleboel wol kan ik in mijn eentje niet in bedwang houden). En toen viel het kwartje blijkbaar. Nu springt ze er weer op als vanouds, om luidkeels brokjes te eisen. Gelukkig maar, want zoon Krelis is intussen 3 weken oud en dat betekent dat hij zo langzamerhand met wat minder melk toe kan. Hij moet nu ’s nachts apart van zijn moeder, zodat ik Nel ’s ochtends kan melken. Tenslotte was dat het hele punt van de melkschapen.

Op de voorgrond, helaas maar half op de foto: bolronde Lieke. De rest van de kudde maakt dankbaar gebruik van de steigers rond het huis als schurkpaal.

Intussen werd Lieke dus ronder en ronder en toen ze zondag na de ochtend-etensronde in de stal niet meer terug wilde naar de wei wist ik het wel. En ja hoor, een paar uur later waren er twee rammetjes. Lieke likt ze keurig schoon, beter dan haar moeder het vorig jaar deed. Maar net als haar moeder heeft ze melk genoeg, maar stilstaan om de kinderen te laten drinken is er niet zo bij. Kennelijk moet een schaap dat leren. En Lieke is met stip het meest nerveuze schaap van de kudde, dat helpt ook niet.

Rammetje nr. 1, nog in geschenkverpakking
Nummer twee in geel vlies

Overigens vindt Lieke het Helemaal Niets dat ze een paar dagen met haar kroost in afzondering mag. Ze wil terug naar de kudde! En dat heeft ze de hele nacht luidkeels laten weten. Omdat het ook de eerste nacht was dat Krelis en Nel apart stonden en Nel ook nogal vocaal is ingesteld kreeg ik niet zoveel slaap.

Aska vindt lammetjes ook heel leuk en vraagt telkens of ze in de stal mag kijken.

En toen ik vanmorgen om 05.15 slaperig de wei in liep om Nel op te halen voor het melken hoorde ik gemekker van pasgeboren lammetjes uit een verre hoek van het weiland. Twee lammetjes bij Babette! Dat had ik dus niet zien aankomen. Want Babette heeft geen uier, geen melk. En de lammetjes moeten biest krijgen! Daar zitten belangrijke antistoffen in. Gelukkig had ik gisteren van Lieke wat extra biest afgemolken (die uier stond zo strak gespannen dat de lammeren nauwelijks konden drinken). En op het bakje genoteerd wat de eerste biest, wat de tweede was etc. De samenstelling van de biest verandert namelijk steeds gedurende de eerste dagen na het lammeren, tot het na drie dagen gewoon melk is. Het is belangrijk dat de lammetjes dat steeds in de juiste volgorde krijgen.

Dus nu weer flesjes opwarmen voor de lammeren van Babette en steeds wat van Lieke afmelken. Hopelijk redden alle vier de lammeren het ermee.

Arie, de aanstichter van dit alles, loopt intussen sinds tien dagen rond met een grote bult op zijn kop. Eerst heb ik het maar even aangekeken, maar toen de bult alleen maar groter werd toch de dierenarts gebeld. ‘Een abces’, oordeelde die. ‘Laten rijpen, het moet vanzelf doorbreken. In de tussentijd kan je pijnstilling geven, ik zal drie spuitjes voor je klaarmaken, die moet je om de dag onderhuids geven.’

Slik. Spuitjes geven is iets wat ik Heel Eng vind, vooral bij een tegenspartelende ram van ongeveer 100 kg. Maar het hoort erbij. En kennelijk werkt het, want Arie vreet en herkauwt als normaal, terwijl hij intussen een afgrijselijke rode bult ter grootte van een clownsneus op zijn wang heeft. ‘Als het is doorgebroken kan je ook het gat wat groter maken of spoelen met een betadineoplossing’, raadde een bevriende schapenhouder nog aan. Ik zie er nu al naar uit.

Ik kreeg trouwens nogal wat verontwaardigde (en bezorgde) reacties over het feit dat Arie zich aan zijn dochter(s) heeft vergrepen. Of de lammeren dan wel gezond waren. Welja. Bij dieren die in groepen leven met een alfaman aan de top (schapen, koeien, kippen, bavianen, wolven…) is dat volkomen normaal. De taakomschrijving van een alfaman is namelijk:

  1. Seks hebben (met iedereen die daarvoor in aanmerking komt)
  2. Vechten (met iedereen die dat recht waagt te betwisten)

Dit verklaart waarom slap gelul op door mannen gedomineerde werkvloeren altijd gaat over vrouwen en voetbal (een gesublimeerde vorm van vechten): de sprekers aspireren alfamannetje te zijn. Waarbij ze vergeten dat zo’n alfaman natuurlijk snel slijt door al dat vechten en dus op natuurlijke wijze vervangen wordt vóórdat er al te erge inteelt optreedt.

Dus. Nu heb ik één volwassen ooi (Nel) die ’s nachts luidkeels protesteert omdat ze van haar lam (Krelis) is gescheiden, één volwassen ooi (Babette) die op omvallen staat wegens overdadig lammeren en melkgift, één jonge ooi (Lieke) die permanent luidkeels protesteert omdat ze naar de kudde terug wil, één jonge ooi (Fen) die luidkeels loopt te brullen omdat haar moeder (Babette) met nieuw grut in de stal ligt, twee jonge lammetjes met een moeder (Lieke) die niet wil stilstaan, twee jonge lammetjes met een moeder (Babette) die geen melk heeft en een ram (Arie) met een clownsneus van een abces op zijn kop.

‘Het wordt al een mooi koppel!’ vond onze boer. Ik vind het meer een circus…

Het derde jaar

Het is 11 april, de wilde kers staat weer in volle bloei en we beginnen aan ons vierde jaar hier. Wat hebben we het afgelopen jaar volbracht?

Rond de werkplaats is de grond op niveau gebracht. Nu nog een mooi vlonderterras er tegenaan.

Zo was het mei 2019

De moestuin heeft (bijna) zijn definitieve vorm. Nu nog een Mooi Hek er omheen. Dat kan nu ook, omdat eindelijk de jonge wilde kers is verplaats, die op de foto hierboven nog in de weg stond.

Wat betreft zelfvoorziening hebben we bijna het hele jaar melk en kaas van eigen erf gehad. En wat lamsvlees. Samen met groente en aardappelen uit de moestuin en eieren van de kippen komen we al een heel eind. Al kunnen we nog niet helemaal zonder de supermarkt.

En mijn hele beugel-en-kaakoperatie-episode is achter de rug. Nèt voor de coronacrisis had ik de laatste controle bij de kaakchirug.

Maar het belangrijkst is natuurlijk: De oude boerderij is afgebroken. En het nieuwe huis staat. Van kelder tot dak. Al moet daar tussenin nog wel het één en ander gebeuren…

Wat gaat er het komend jaar gebeuren? We hopen dat het huis dan wind- en waterdicht is, dat de dakramen er in zitten en dat we mooi op streek zijn met de binnenkant: dakisolatie, installaties en binnenwanden.

Voor nu wensen we iedereen bijzondere, maar fijne paasdagen!

Dak boven je hoofd

The devil is in the detail… Joris is dágen bezig geweest met de laatste voorbereidingen voor de dakgoten. Omdat de sporenkap stiekem net niet helemaal recht is (tja, het is hout hè) moest Joris allemaal klosjes exact op maat maken, om te zorgen dat de goten het juiste afschot zouden krijgen.

Maar deze week kon het installatiebedrijf voor de dakgoten komen. Na de ‘episode dakdekkers’ hadden we eigenlijk helemaal geen zin in weer Mannen Op Het Erf, maar dit zagen we onszelf toch echt niet doen. En het was een heel verschil: dit waren twee keurige, hardwerkende jongens. Die prachtige goten aanlegden, in éen dag rond het hele huis. En wat ziet het er dan opeens echt uit!

De goten glimmen nog wel heel erg, maar dat schijnt na drie regenbuien voorbij te zijn.

Daarna nog ‘even’

  • de onderste panlatten erop (met speciale stripjes zodat we niet door het folie geen hoeven te schroeven;
  • de laatste laag pannen (inclusief weer pannen die moeten worden doorgeslepen bij de hoekkepers);
  • het folie in de dakgoot en de ruiterrol over de kepers op maat afknippen;
  • de zijkanten van de voorgevel afwerken;
  • en een tijdelijke plastic goot (van de oude boerderij) aan de voorkant bevestigen (daar komt nog een mooie optimmerde bakgoot op klossen)

En dan… IS HET DAK AF! Niet gedacht dat we 4 1/2 maand bezig zouden zijn, enkel om pannen op het dak te krijgen…

Tijdelijke voorziening . Niet heel mooi, maar wel functioneel. De omtimmerde goot op klossen komt nog…

Dat is nog eens een mijlpaal, op de valreep van het vierde jaar!

Kalk en hennep partijtje

Eind juni gaan we (hopelijk!) de kalkhennepmuren storten. Nu is de wereld door het coronavirus opeens heel onvoorspelbaar geworden. We weten dus nog niet of we tegen die tijd, zoals gepland, met vrijwilligers kunnen en mogen werken.

Een andere onzekere factor is levering. Er zijn maar een paar leveranciers van de materialen. En de kalk moet uit België komen. Ook in normale tijden is levering van minder gangbare bouwmaterialen soms een vertragende factor. Laat staan in tijden van gesloten grenzen en mogelijke faillissementen.

Daarom hadden we bedacht dat we de kalkhennep wel alvast konden bestellen. Dat bleek een goed idee, want de levering duurde inderdaad een paar weken langer dan de kalkhennep-aannemer (Ecobouw Salland) gewend was. Maar dinsdag werd ik gebeld door het transportbedrijf, om even kort te sluiten over de levering.

“Hier staat dat u een stuk van de weg woont. Hoever is dat dan? Want dan rijden we achteruit. Of kunnen we bij u keren? En er ligt toch wel voldoende bestrating? Want hoe moeten we het er anders af krijgen?”

We geven bij bestellingen altijd héél nadrukkelijk aan dat we ver van de weg wonen, op een lastig bereikbare plaats en dat het bestelde alleen ter plaatse gebracht kan worden met een auto van maximaal 10 meter lang, met goede chauffeur. Die kan normaal gesproken hier wel keren (als het weiland niet te nat is) , maar nu staat het rond het huis vol met de kisten van de dakpannen en allerhande andere zooi. En blijkbaar was deze transporteur gewend aan bestrate oppervlakken, maar die hebben wij helemaal niet. Dus we moesten even goed nadenken over de logistiek. Temeer omdat de dakgootmannen er ook waren, met auto’s, materieel en al.

Het ‘hennephout’ zou komen op 8 pallets met 33 pakken van 14 kg hennephout. Groot, maar met onze trekker wel te hanteren. Maar de kalk zou komen op 5 pallets van 40 pakken á 25 kg. Onze trekker kan geen 1000 kg aan, weten we uit ervaring. We hebben al eens een palletvork gescheurd…

Gelukkig wonen we in een dorp met fantastisch hulpvaardige mensen. Even rond-whatsappen (‘Kan jouw shovel het aan?’ ‘Nee, maar misschien heeft Edwin geschikt materieel?’ ‘Nee, ik heb geen voorlader, maar ik heb het Koen gevraagd, die wil wel helpen’) en in no time was het geregeld dat Koen zijn platte kar van 10 meter lang op de parkeerplaats tegenover de school zette, zodat de pallets zó konden worden overgeladen.

De vrachtwagen die kwam was 18 meter lang. Die was nooit van zijn leven de Ratellaan in gekomen, laat staan bij ons huis. En hij kwam niet met een kooiaap of grijper, maar met een pompkarretje. Gelukkig was de chauffeur creatief en het parkeerterrein (dankzij de coronacrisis) leeg. In een uurtje stonden de 5 zware pallets kalk op de platte kar.

’s Middags heeft Koen ze met zijn grote trekker bezorgd. Het is toch telkens spannend, al dat groot materieel om het huis. En het viel nog niet mee om de pallets strak tegen elkaar aan te zetten. Het is sowieso moeilijk om precies te manoeuvreren op hobbelig terrein, en we moesten natuurlijk ook voorkomen dat de palletvork de al geparkeerde zakken met kalk zou beschadigen. Maar een boer krijgt altijd alles overal, dat blijkt maar weer.

Het valt niet op, maar deze trekker is echt anderhalf keer zo groot als de onze. Misschien had ik een foto moeten maken waar ze allebei op stonden. Maar op dit moment was Joris met onze trekker het hennephout aan het halen dus.

Levering is één, droog opslaan is twee. We hadden gedacht de partytent er overheen te zetten. Maar toen het allemaal stond bleek dat toch niet te passen. Uiteindelijk heb ik 8 x 33 pakken (á 14 kg) hennephout met de hand en de kruiwagen, onder de steiger door, over de betonrand heen, verplaatst naar ‘in het huis’. De zakken kalk zijn te zwaar en kwetsbaar, die hebben we maar even gelaten waar ze waren. Maar ze moeten natuurlijk wel droog blijven. Nu komt de partytent van het Postzegelpark weer goed van pas!

Al met al ben je toch een volle dag kwijt, alleen maar om het bouwmateriaal ter plekke te krijgen. Gelukkig hebben we nu de meeste grote leveranties wel gehad. Nog een keer bakstenen voor het trasraam, kozijnen en glas, schuimbeton en cement voor de cementdekvloer… maar dat duurt nog even.

Dus. Het materiaal is er. Nu de mensen nog. Of dat mogelijk wordt of niet hebben we niet in de hand. Afwachten maar hoe alles zich ontwikkelt. Vóór die tijd hebben we nog genoeg te doen. Het dak is (bijna) af. Maar het houtskelet is ook wel even werk. En vóór het houtskelet daadwerkelijk kan worden opgezet moet eerst het schuimbeton worden afgedekt (daar komen weer allerlei details bij kijken, om te voorkomen dat water via de fundering in het huis kan dringen) en het trasraam (baksteen muurtjes aan de onderkant) gemetseld. We hoeven ons dus nog altijd niet te vervelen.

Lammetje(s)!

De bedoeling was dat er dit jaar maar één schaap zou lammeren. Babette heeft vorig jaar heel laat gelammerd, daarna longontsteking gehad en de hele winter heel veel melk gegeven. Dus die wilde ik even een pauze geven en pas komend najaar weer laten dekken. En de twee ooitjes die vorig jaar zijn geboren vond ik ook nog wat te jong om te laten dekken. Bovendien was het plan dat we dit jaar vooral aan het bouwen zouden zijn en dan is het niet handig als ik dagelijks drie uur bezig ben met melkwinning en -verwerking.

Dus alleen Nel ging begin november in een weitje bij Arie de dekram. Met als planning: eind maart / begin april een lammetje. Eéntje leek me wel voldoende. De kudde hoeft niet verder uitgebreid. Er is een grens aan de hoeveelheid ooien die ik met de hand wil melken en ook aan de hoeveelheid melk, kaas en yoghurt die wij nuttigen. Geen ooilammetje dus, maar een rammetje. Mits tijdig gecastreerd zou die als gezelschap voor Arie kunnen dienen. Arie wordt namelijk ontiegelijk chagrijnig als hij in zijn eentje moet staan.

Maar ja, de natuur hè. Eind november, toen ik net uit het ziekenhuis kwam na de kaakoperatie en nog wat groggy op de bank zat, speelde Arie het klaar om te ontsnappen. En trof Joris hem aan bij de andere drie dames. O jee.

Nel leek overigens aanvankelijk helemaal niet drachtig. Balen. Had Arie helemaal niets gedaan? Tot ze opeens binnen drie dagen een uier kreeg. Op 28 maart zette ik haar vóór ons avondeten op stal en toen ik na het avondeten ging kijken… ja hoor! Helemaal volgens planning, één mooi groot, gezond rammetje. Dankjewel Nel.

Een collega van Joris suggereerde Corona als naam, maar dat leek ons toch een wat nare associatie, nu de epidemie steeds heftiger wordt. Via Cor, Coronus en Cornelis werd het uiteindelijk Krelis. Krelis wordt goed bemoederd en drinkt zelfstandig (hoera) en binnen een paar dagen lag de hele kudde gezamenlijk tevreden te herkauwen in de wei. Dat ging dus helemaal zoals de bedoeling was.

Maar nu ontwikkelt Lieke, één van de jonge ooitjes een uier. Zo kan het verlopen; van één (verwacht) drachtige ooi, naar helemaal geen, naar twee. Of meer? Zou Arie tijdens zijn escapade nog meer dames bezwangerd hebben? Omstreeks half april weten we het…

Overigens doet Nel opeens alsof ze helemaal niet meer weet waar de melktafel voor is. Waarom kan er nou nooit iets vanzelf gaan?

Dak dichten (5)

In een paar weken is de wereld helemaal anders geworden. Maar op onze hof eigenlijk… nauwelijks. We voelen nu nog meer gezegend met zoveel ruimte. Het kost geen enkele moeite om afstand te houden van anderen. Het is hier eigenlijk net zo stil als anders (of niet stil: het werk van de de boer-buren gaat natuurlijk gewoon door). Nu duidelijk is dat het coronavirus ook op oppervlakken intact kan blijven zijn we nog voorzichtiger. We gaan het erf nauwelijks af, enkel 1 of 2 keer per week voor boodschappen.

Op het erf is overigens ook genoeg te doen. Het afwerken van het dak kost veel tijd, vooral langs de kepers. Daar moeten de dakpannen precies op maat schuin worden afgeslepen. Daarbij gaat vaak het nokje, waarmee de dakpannen op de panlat hangen, verloren. Dan moeten er dus dakpannen aan elkaar gelijmd worden. Allemaal schuine vlakken (en golvende dakpannen) dus het aftekenen is niet eenvoudig. Omhoog klimmen, aftekenen, naar beneden klimmen, afslijpen, weer omhoog klimmen, passen, als het niet past weer naar beneden om nog een keer bij te slijpen, schoonborstelen, vastlijmen…

Daarna komt over de kepers een ‘ruiterrol’. Dat is een prachtig materiaal: waterdicht en toch ademend, met een speciale ventilatierand, flexibel en zelfklevend. Die zorgt ervoor dat er ook bij harde wind geen wind van onderaf vat op het dak krijgt en dat er geen water tussen de nokvorsten en de dakpannen kan lopen. Om het goed te laten plakken moet je natuurlijk wel even met een stoffer over de dakpannen, zeker bij hergebruikte of afgeslepen pannen. Dat waren de bouwvakkers 2 weken geleden ook even vergeten…

Dáárna kunnen de nokvorsten worden vastgeschroefd. Onderaan beginnen, want je weet niet precies hoe het uitkomt en het ziet er niet uit als je onderaan een pan moet afslijpen. Dat kan je beter bovenaan doen. Dat betekent dus dat er de hele tijd ‘looppaadjes’ open moeten blijven, waar geen pannen liggen.

Dan het afwerken van het ‘ulebord’. Zelfs met daklood (wat tegenwoordig niet meer van lood is) een hele klus om dat goed op de nokvorsten te laten aansluiten en alle aansluitingen waterdicht af te werken.

En tot slot moeten de laatste dakpannen weer terug. Zónder dat de rijen gaan slingeren… (dat is alleen te zien van een afstandje, niet als je zelf bovenop het dak zit). En mèt voldoende panhaken. Kortom, dágen werk. Maar dan heb je ook wat!

De coronacrisis roept natuurlijk ook voor ons vragen op: hoe gaat het verder met de bouw? Kunnen we eind juni zoals gepland met vrijwilligers de kalkhennep storten of moeten we er vanuit gaan dat dat niet lukt? Moeten we het dan door bouwvakkers laten doen of het uitstellen? We weten het niet… in de tussentijd klussen we rustig door. Het volgende project zijn de goten. Daarna kunnen we beginnen met de muurtjes aan de voet van het huis en het houtskelet van de muren.

Dak dichten (4)

En de aannemer kwam inderdaad op maandag! Jammer genoeg niet zelf of met mannen die we al eerder hadden gehad, maar met twee dakdekkers die weer elders waren ingehuurd. Helaas hadden die niet echt gevoel voor onze bouwfilosofie. Tweedehands pannen gebruiken vonden ze absurd. Ze deden dan ook weinig moeite om slechte (afgeschilferde) of afwijkende pannen eruit te filteren. (Uiteraard was zo’n 10% van de partij toch een afwijkende pan. Wel allemaal OVH pannen, maar van een ander fabrikaat.)

Ik ben zelf maar gaan ‘opperen’ (pannen aanvoeren) om daar een beetje een oogje op te kunnen houden. Dat was erg hard werken, want het moet gezegd worden, ze legden de pannen heel vlot op de grote vlakken. Als ik het even niet kon bijbenen draaiden ze rustig een peukje. Pas toen ik er wat van zei kwamen ze meehelpen.

De Hollandse hitjes die – tussen allengs zorgelijker wordend coronanieuws door – de hele dag uit de radio schalden konden we nog aan. De rotzooi die ze maakten was irritant. Dat ze in hun handen hoestten en die vervolgens niet wasten vonden we vies en – in deze tijd – onverantwoordelijk. Maar dat het werk onzorgvuldig en zonder oog voor detail werd uitgevoerd (te weinig panhaken aangebracht; bovenste pannen niet afstoffen zodat de plakrol van de ondervorst niet meer plakte; de houtvezelplaten waar wij zo voorzichtig mee waren kapot gedraaid met hun schoenen…) was de druppel. Na vier dagen besloten we dat ze niet meer hoefden terug te komen. We maken het zelf wel af.

Dat gaat natuurlijk véél langzamer. Het pannendak is dus nog niet af. Maar de zon schijnt (al is de wind koud!). En je kunt al zien dat het héél mooi wordt.

Van de coronamaatregelen merken we betrekkelijk weinig. Joris werkt nu vijf dagen thuis in plaats van één, wat veel reistijd scheelt. Ook zijn sociale afspraken afgezegd. Dat schept allemaal extra tijd om dakpannen te leggen 🙂 . Afstand van anderen houden is makkelijk als de dichtstbijzijnde buren 150 meter verderop wonen. Op het erf blijven is nauwelijks een restrictie als dat erf 5 ha beslaat. En we hoeven ons niet te vervelen, er moet van alles gebeuren. We doen dus gewoon wat we anders ook zouden doen.

Wat de coronacrisis voor de planning van ons huis betekent weten we nog niet. Maar als het dak eenmaal dicht is kan de bouw in principe héél lang stilstaan. Voor de zekerheid hebben we de kalkhennep maar vast besteld. Overige bouwmaterialen kopen we bij de professionele bouwmarkt, die niet drukker is dan anders. En tot nu toe wordt hier nog niet al te erg gehamsterd in de supermarkten. We zijn erg blij dat we niet meer in de stad wonen en ook erg blij dat we niet in Noord-Limburg of Noord-Brabant zijn gaan wonen. We voelen ons bevoorrecht en dankbaar en we wensen iedereen die het met minder ruimte moet doen veel sterkte in deze tijd!