Kalkhennep

En toen was het zover – de week van de kalkhennep. Dit was al maandenlang onze horizon en deadline. En het wás geweldig, opwindend, afmattend en verbijsterend om te zien hoeveel werk je in één week met een groep enthousiaste mensen kunt verzetten!

Bekisting al van tevoren aangebracht… klaar voor de start!
De vaste bekisting aan de buitenkant
Met de gehuurde mobiele badkamer
Close-up van de klosjes… dit verdwijnt straks allemaal in de kalkhennep
Joris pakt de mooie eiken balken in, om te voorkomen dat ze onder de kalk komen te zitten.
En dan begint het…
De meeste mensen waren de avond tevoren al aangekomen. Iedereen verwachtingsvol aan het ontbijt. De voorgevel is hier nog helemaal open.

Morris van Ecobouw Salland komt met de steigers aan
Geertje, Joris, Marjolijn, Maarten
Iedereen staat klaar voor de uitleg van Rens (Marjolijn, Bart, Sytske, Jasper, Marthe, Wilma, Willemien)
Rens geeft uitleg over de kalkhennep
“Het moeten bloemkooltjes worden”
Uitleg over het storten en aanstampen
Marthe, Geertje, Wilma, Bart, Frank, Morris, Sytske, Maarten
Jasper, Sytske en Frank aan het werk!
En na de eerste koffiepauze kan de bekisting al omhoog! Daar verschijnen de muren!
En dan ga je wat hoger weer verder met stampen
IJsbrand bij de mixer
Marthe verzette onvoorstelbaar veel werk. Tja, ze is nog een paar jaar jonger dan wij 😉
Morris, Rens en Joris verplaatsen telkens de schuifbekisting
Je komt aardig onder de kalk te zitten
Wilma, Willemien en Bart zorgen voor de catering en huishoudelijke ondersteuning , heel erg belangrijk!
Marthe en Sytske
“Nieuw spul!”
Stampen
Zeer stimulerend om te zien hoe snel je omhoog werkt
En dan gaan ook aan de buitenkant de eerste platen weer van de muur af!
Marjolijn en Marthe
Wilma aan de mixer
Het erf vol auto’s, busjes en tenten
Iedereen zéér moe maar voldaan na de eerste werkdag
Jammer dat het weer niet zo meezit. Maar in het huis wapperen de handdoeken lekker droog.
Op dag 2 neemt Wilma de mixer over van IJsbrand

Hoe hoger we komen, hoe lastiger het aanstampen wordt. Nelleke krijgt een knik in de nek.
Marjolijn
Uit de geïmproviseerde keuken in de schuur komt een stroom koffie, thee, taarten, koekjes, salades, brood en andere heerlijkheden
Demo van de mannen van Ecobouw Salland hoe het laatste stukje moet worden afgewerkt: horizontaal aanstampen met een schuifluikje
Marthe en Nelleke
Jasper, Marjolijn en de lastige hoekjes
Vooral achter de schoren van de gebinten is het lastig aanstampen
Aska vindt het énig, zo’n grote groep. Lekker vrijen met iedereen in de pauzes.
En dan is er zomaar een hoek klaar!
Natuurlijk had ik eigenlijk een filmpje moeten maken, om de mierenhoopachtige activiteit vast te leggen. Maar dat bedenk je te laat…
Binnen wordt gestampt, buiten wordt gemixed, er lopen kruiwagens af en aan met vers gemixte kalkhennep. De mannen van Ecobouw Salland zagen het spaanplaat op maat voor de lastige randjes En regelmatig klinkt de kreet “NIEUW SPUL!”

Bart claimt dat hij dit niet kan. Maar aan het eind bleek uiteraard dat dit stukje muur het meest vastgestampt is van het hele huis.
Frank (die helemaal uit Duitsland is gekomen om te helpen bouwen)
Maarten
Marjolijn

Dag 3!

Zoë, Marjolijn, Sarah, Amanda, Maarten, Frank, Bart.
Marcelle en Amanda hebben de tweede helft van de week de catering voor hun rekening genomen. Dat is zeker voor herhaling vatbaar! 🙂
Frank aan de mixer
Bij de voorgevel zit de vaste bekisting aan de binnenkant en de schuifbekisting aan de buitenkant. Van buitenaf werken dus. Prima, tot het ging regenen.
Maarten en Zoë
En zo ziet het er dan uit, het aanstampen in de lastige bovenhoekjes

Netjes aanstampen
Van binnen wordt het huis steeds ruimer, naarmate de pakken kalkhennep verdwijnen

Helaas zit het weer niet mee. Op donderdag hoosbuien. Ik ontdek dat kalk + hennep + natte mouwen enorm irriterend is voor de huid.
Rens houdt steeds in de gaten hoe de werkverdeling optimaal is.
Nathalie en Sarah
Nathalie
Sarah
Dag 4: Barbara en Marjolein repareren de stukjes waar na het verwijderen van de bekisting blijkt dat het toch te lastig was de kalkhennep goed aan te stampen
Vooral die bovenste randjes…
Simkje
Alvast een begin met het ‘kaleien’: een heel dun stuclaagje aanbrengen om de kalkhennep helemaal winddicht te maken.
En dan zit je zomaar in een huis!

Hout!

Heb je het al superdruk, lees je opeens in de krant dat er drie eiken gekapt gaan worden in het dorp. Nu hebben we nog steeds enigszins een trauma van de 12 grote eiken die hier een steenworp verderop geveld werden – en in mootjes gehakt om in de kachel te verdwijnen. Terwijl ons gebint van geïmporteerd hout gemaakt moest worden! Dat kan duurzamer!

Dus er op af. Gelukkig stonden Henk en Rita er positief tegenover om het hout als bouwhout aan ons te verkopen. Alleen bleek dat al twee dagen later (vandaag dus) de bomen geveld gingen worden!

Wel, het had weer heel veel voeten in de aarde (onvoldoende ruimte om de bomen in hun geheel te vellen, maar vanwege processierupsen kon er eigenlijk niet in geklommen worden om van bovenaf stukken eruit te zagen) maar uiteindelijk hebben de bomenmannen het toch voor elkaar gekregen. En ze waren best bereid om het in ‘zo groot mogelijke’ stukken te zagen.

Met zwaar eiken op de platte kar kostte ook nog wat moeite (en een ongeluk) maar met hulp van Edwin en Wim (die met wat zwaarder materieel kwamen) kregen we uiteindelijk het hout op het terrein.

Daar ligt onze trap! En een pergola, vensterbanken en wie weet wat nog meer…

Droogte – het derde jaar

We lijken precies te zijn verhuisd op het moment dat de klimaatverandering ongenadig toesloeg. In 2018 en 2019 was het verbijsterend droog – en nu weer.

Van half maart tot begin juni is er nauwelijks een spat regen gevallen, terwijl de zon volop scheen en het veel waaide. En daardoor zag half mei het land er al uit alsof het augustus was – flets en verdroogd in plaats van groen en sappig.

Dat zorgt voor veel extra werk. Extra opletten of de schapen en de kippen wel voldoende water hebben. De schapen moeten om de haverklap verplaatst, omdat ze het gras in een paar dagen op hebben. En het gras groeit niet bij – het staat helemaal stil! De moestuin, die intussen behoorlijk groot is, moet permanent bewaterd worden. Door de droogte zijn de planten ook gevoeliger voor luis en andere plagen.

Ook de bomen hebben het moeilijk. In 2018 heeft Landschapsbeheer Friesland een rij eiken langs onze sloot geplant. Door de droge zomer van 2019 was er veel uitval. Ondanks dat ik eindeloos water heb gegeven. Maar dat is omslachtig: IBC-containers met water vullen, op de platte kar achter de trekker naar de bomen rijden, een slang van de watercontainer bij een boom leggen en dan ieder half uur weer naar de kar sjokken om de slang en / of de trekker te verplaatsen. De verste boom is 200 m weg, dus al met al leg je dan heel wat afstand af. En toch ging er heel veel dood.

Afgelopen winter is de rij ‘ingeboet’ met winterlindes. Maar met zo’n voorjaar als dit jaar hebben die ook geen beste start. Ze laten nauwelijks een blaadje zien.

Uiteindelijk heb ik maar een watergeefsysteem aangelegd: een tyleenslang langs de bomen, met bij elke boom een slangetje met een druppelaar. Het lijkt te werken, al moet ik er regelmatig langs lopen om te kijken of de druppelaars niet verstopt zijn (er zit nogal wat zand in het water uit onze grondwaterpomp).

De jonge boompjes die ik afgelopen winter heb geplant zijn stuk voor stuk dood. Ik geef het op – heb nu geen tijd om weert eindeloos met de trekker rond te rijden om water te geven.

De grote stukken weiland zijn ook dor en droog. Geen gras voor de schapen – en ook geen schaduw. Ik ben aan het zinnen op een ontwerp met oost-west lopende boomsingels dwars over het land, zodat er wat schaduw is voor de schapen. En hopelijk houden de bomen ook wat meer vocht vast in de grond. Om die jonge aanplant dan wèl te laten aanslaan heb ik al een hele set bewateringsbuizen van een voormalig tuinbouwbedrijf gekregen. Dat wordt een project voor komend najaar!

Begin juni was er nergens gras-met-schaduw meer en stonden de schapen te schreeuwen van de honger. Ik moest ze bijvoeren met boombladeren!

Nu heb ik voor de weilanden-zonder-schaduw hokjes getimmerd van de oude aardappelkratten waarin de dakpannen geleverd werden. Pallet er tegenaan van sloophout, op hun kant gekieperd en voilá, een stukje met-de-tractor-verplaatsbare schaduw. Ze lijken voldoende schurkend-schaap-proof. Voor het najaar ook maar een dakje erop maken, dan helpen ze ook tegen de regen.

Intussen is er wel een paar mm regen gevallen (twee keer ongeveer 3 mm). Dat geeft alweer een iets frissere aanblik aan de hof, het gras wordt weer groen. Maar het is nog niet genoeg. Zolang de temperatuur onder de 25 graden blijft gaat het nèt, maar volgende week is er weer warmer weer voorspeld. Ik houd mijn hart vast.

In bijna heel Nederland hebben de zware buien voor verlichting van de droogte gezorgd. Behalve….

En daarbij is iets eigenaardigs aan de hand: als er een hele lijn met zware buien aankomt, splitst die steevast vlàk voor De Hoeve. De omliggende dorpen krijgen bakken met water en wij zitten in een smalle corridor waar het hooguit een beetje spettert. Of de wind nu uit het westen, zuiden, noorden of oosten komt. Het valt niet alleen mij op, vele dorpsgenoten hebben me op dit fenomeen gewezen.

Precies op het moment dat ik dit schrijf trekt er weer een onweersbui ten zuiden van ons langs. Dorpsgenote Hielke Strampel maakte er bovenstaande mooie foto van. Maar nog mooier was het geweest als het over ons heen was gekomen. Helaas bleef het weer bij een paar spetters.

In ‘The Hitchhikers’ Guide to the Galaxy’ beschrijft Douglas Adams een vrachtwagenchauffeur die zonder dat hij het zelf weet een regengod is.

“And as he drove on, the rainclouds dragged down the sky after him for, though he did not know it, RobMcKenna was a Rain God. All he knew was that his working days were miserable and he had a succession of lousy holidays. All the clouds knew was that they loved him and wanted to be near him, cherish him, and to water him. ”

Zouden we ook zo iemand in De Hoeve hebben, maar dan andersom? Iemand bij wie de regenwolken juist uit de buurt willen blijven? Blijkbaar alleen ’s zomers, want ’s winters kan het hier maandenlang regenen. Hmmm. Op een bevolking van nauwelijks meer dan 400 zielen moet na te gaan zijn wie dat is… 😉

Voorbereidingen kalkhennep

In de week van 29 juni t/m 4 juli wordt de kalkhennep in onze muren gestort. Dat is een belangrijke mijlpaal om naartoe te werken. Sterker nog, op dit moment is het even onze volledige horizon. Want natuurlijk moet er nog van alles gebeuren voor het zover is.

Om te beginnen het houtskelet. Joris heeft daar de afgelopen weken iedere vrije minuut aan besteed. Het voelt direct als een huis!

Dan de afwerking van de fundering en de baksteen muurtjes die de overgang tussen fundering en kalkhennep vormen. Die laten we maken, want we zijn allebei niet zo heel sterk in metselen. We hebben wel zelf heel zorgvuldig het EPDM folie aangebracht. We twijfelden over het afsluiten van het schuimbeton met folie, omdat waterdicht twee kanten uit werkt: er kan geen water meer ín het schuimbeton lopen, maar als het er in zit kan het er door de EPDM ook niet meer uit. Maar dankzij de droogte heeft het schuimbeton daaronder nog lang kunnen opdrogen, ook omdat er nog steeds een sleuf rondom de fundering liep waar we de bekisting hebben weggehaald. Nu is het aan de bovenkant waterdicht. Optrekkend grondwater verwachten we niet, daarvoor zitten we te hoog en zit het grondwater te diep. Bovendien zit aan de onderkant van het schuimbeton natuurlijk nog het plastic van het storten.

De onderste laag van de baksteen muurtjes is uitgevoerd in kalkzandsteen. Toen dat eenmaal lag hebben we een shovel gehuurd om eíndelijk die sleuf rondom dicht te maken. Wat een verademing dat we niet meer over dat ravijn heen hoeven te stappen! Het erf ziet er ook direct ruimer uit.

Daarna heeft Joris weer dagenlang staan zagen. Nu ruim 300 klosjes, waartegen de bekisting voor de kalkhennep wordt bevestigd. Ze zijn heel ambachtelijk gemaakt, met een schuine onderkant zodat het straks makkelijker is om de kalkhennep er omheen aan te duwen.

Intussen metselt de metselaar de baksteen muurtjes. En dát geeft een verschil in aanblik!

Zelf ben ik druk met de organisatorische voorbereiding van de kalkhennepweek. Er hebben heel veel mensen zich aangemeld om te komen helpen. Superfijn, maar het vergt natuurlijk de nodige organisatie om alles op rolletjes (en corona-proof!) te laten verlopen. Er is een mobiele badkamer besteld, het avondeten is geregeld en ik heb een hele dag lopen maaien met een gehuurde ‘ruigtemaaier’ om het kniehoge verdroogde gras een beetje weg te krijgen zodat mensen hun tent kunnen neerzetten.

(We hebben nog steeds zelf geen maaier omdat we nog niet hebben besloten wat voor type nu het handigst is voor ons. Eigenlijk willen we verschillende stukken gras op verschillende manieren onderhouden en het liefst wil je natuurlijk één machine die alles kan. Maar dat loopt flink in de papieren…)

En natuurlijk heeft de moestuin aandacht nodig. En water! In heel Nederland schijnt het geregend te hebben, behalve in De Hoeve! En de schapen ook, om maar niet te spreken van alle melk die ze geven… maar dat worden aparte blogjes.


Maar het wordt móói…!

Druk – en droog!

Al weken geen updates – we hebben het te druk met andere dingen.

Joris is hard aan het bouwen aan het houtskelet voor de muren van het huis. Dat geeft opeens weer een heel ander gevoel aan het huis, het krijgt meer vorm. Nu kunnen we zien wat het uitzicht uit de ramen straks gaat zijn!

Vooralsnog ziet dat uitzicht er minder groen uit dan ik zou willen. Er is sinds half maart welgeteld 10 mm regen gevallen. We hebben geen hooi kunnen winnen: het gras schoot al in de bloei toen het amper 10 cm hoog was. (Ter vergelijking: in 2017 heeft de boer hier wel 3 sneden hooi vanaf gehaald!)

Ik heb met een ‘weidebloter’ de toppen eraf gehaald in de hoop dat het blad weer een beetje zou gaan uitlopen, maar het was te droog. Het land ligt er (nu al!) verschroeid bij alsof het eind augustus is. En er moeten nog drie zomermaanden komen! .

We hebben dus maar heel weinig gras voor de schapen beschikbaar. En met de uitgebreide kudde (nu 5 volwassen schapen en 4 opgroeiende lammeren) moet ik erg creatief zijn. Er zijn nog wat kleine hoekjes op het verpachte land, waar de boer niet bij kon met het maaien. Daar kan ik ze nu weiden, maar na een dag of drie zijn ze daar uitgegeten en moet ik weer een nieuwe plek voor ze zoeken. Dat is elke keer ruim 2 uur werk met heen en weer sjouwen met hekken, schrikdraadapparaten en dergelijke. In de tussentijd lopen de schapen vrij rond. Dat gaat meestal goed (al beschadigen ze soms wel de boompjes) – tot ze opeens in de moestuin stonden.

Ik ben namelijk bezig het hek rond de moestuin te vervangen, van lelijk gaas en oude palen naar een Mooi (kastanjehouten) Hek. Maar omdat het zo druk is gaat dat in kleine stukjes. (Daar komt een keer een apart blogje over). Tja – en toen was het dus even niet schaap-dicht. Gelukkig vonden ze vooral het ‘eeuwig moes’ en de doogeschoten snijbiet erg lekker. Verder wat gaten in het worteltjes-en-uien bed, afgetopte kapucijners en wat bladen van de koolrabi en broccoli af – nog een redelijk beperkte schade.

Tja, dit is natuurlijk èrg verleidelijk als je een schaap bent.

(Ik probeer nog maar even niet te denken aan hoe dat van de zomer moet met de schapen, als het echt heet wordt en er geen regen valt. Het rotatieschema waarbij ze 3 maanden niet op hetzelfde stuk terug mogen komen in verband met parasieten is onmogelijk vol te houden op deze manier.)

Op deze screenshot van droogtemonitor.nl is goed te zien dat we weer echt in een ‘dry spot’ zitten (drieprovinciënpunt Drenthe-Overijssel-Friesland)

De moestuin heeft het ook héél moeilijk. Eerst was het te koud: 16 mei nog felle nachtvorst – overal bevroren toppen aan de bomen en de aardappels en optimistisch al uitgeplante tomaten tot de grond toe afgevroren. En het is kurkdroog. De bron draait weer overuren, maar de grond neemt het water nauwelijks op, zo uitgedroogd is het.

Dus, met intussen 3 schapen te melken, 6 liter melk per dag te verwerken (yoghurt, kwark, verschillende soorten kaas), de bouw, af en toe bouwvakkers, permanent water geven aan de moestuin en verdrogende boompjes, de bus die weer kuren vertoont, om de haverklap de schapen verplaatsen, voorbereiding voor de kalkhennepweek eind juni, glasvezel die opeens in het dorp (en ook bij ons!) wordt aangelegd, de verplichte rondjes-met-het-hondje en heel erg veel kantoorwerk vervelen we ons bepaald niet!

Hier staan de schapen op het randje gras waar de boer niet goed bij kon op het verpachte land. Een weinig efficiënt gebruik van de netten, langs zo’n strookje. En waar ze heen moeten als het gras hier op is?

Het is duidelijk dat het klimaat ècht aan het veranderen is. ’s Winters teveel regen en dan vanaf het voorjaar maandenlang niet. Weemoedig denk ik aan vroeger, toen drie weken zonder regen een bijzonderheid waren. En drie mooie dagen gevolgd werden door een drukkend hete dag, een nacht onweer en daarna koeler weer.

Op zich weet ik wel hoe ik het land op deze nieuwe werkelijkheid kan inrichten. Veel bomen planten, die het organische stof-gehalte van de bodem verhogen en schaduw en beschutting creëeren. Maar het is nu al drie winters boompjes planten en drie zomers zien hoe ze doodgaan. En het gehalte aan organische stof in de bodem gaat alleen maar achteruit. We moeten ons maar eens gaan verdiepen in uitgebreide (dure) watergeefsystemen, als we toekomstige nieuwe aanplant een kans van slagen willen geven.

Woningsdag

De Koningsdag (ik denk nog steeds: ‘Koninginnedag’ ) die anders was dan alle andere was hier gewoon een dag als alle andere. Maar we werkten wel aan het huis dus de term Woningsdag was toch wel toepasselijk.

Vorige week is het eerste deel van de muuropbouw gestart. Dit is weer een gedeelte van de bouw met allerlei details om ‘koudebruggen’ te voorkomen. Het is namelijk ook de overgang tussen de damp-open kalkhennepmuren en de dampdichte fundering. Als je dat niet juist uitvoert kan de waterdamp die door de kalkhennep vrij kan diffunderen gaan condenseren op het beton. Dan krijg je vochtvorming in de muren en dat willen we natuurlijk niet.

Het gewapend beton dat het huis draagt ligt weliswaar op 50 cm schuimbeton (dus het is al redelijk geïsoleerd), maar er komt toch nog een laag overheen van isolerend foamglass. Prachtig materiaal, een soort Brosreep van gerecycled glas. Heel licht, heel isolerend, heel inert (niet giftig) en heel duur. Omdat de bovenkant perfect recht moest worden (daar bovenop bouwt Joris het houtskelet voor de muren) hebben we dat weer door de aannemer laten doen.

Hier overheen heeft de architect een ‘houten stelregel duurzaamheidsklasse 1’ getekend. Dat komt goed uit, daarvoor kunnen we de oude hardhouten vlonderplanken gebruiken die we van Joost en Monique gekregen hebben.

Die stelregel moet overigens worden aangebracht op compriband. Dat is een soort schuim-band. Het schuim zet uit en zorgt dat er geen tocht kan ontstaan. Je kunt het dan ook als tochtstrip kopen, 1 cm breed. Maar onze architect had het 20 cm breed getekend. Dat bleek niet verkrijgbaar. Uiteindelijk vond Joris het bij een Zweedse webshop van 5 cm breed. Dan maar twee stroken.

Hieroverheen moet een waterwerende laag, om te voorkomen dat er water in de fundering kan trekken. Dat is ook weer zo’n aandachtspunt. Ons huis is gefundeerd op een plaat schuimbeton, die rondom 50 cm uitsteekt. Producenten van schuimbeton zeggen dat water er niet dieper dan 2 cm in kan trekken. Maar Peter en Marleen, die dezelfde fundering hebben als wij, hebben onbedoeld de proef op de som gesteld. Zij moesten (anders dan de bedoeling was) naderhand toch een gat in hun fundering maken. Daarbij bleek dat het schuimbeton behoorlijk nat was. En dan isoleert het een stuk minder!

Nu hopen we dat de nattigheid bij ons iets minder zal zijn: het huis staat precies op een zandkop, dus grondwater staat sowieso veel dieper. We hebben een grondwaterbuis niet ver van het huis staan en het grondwater staat daar zelfs in natte perioden anderhalve meter onder maaiveld. Maar regenwater van bovenaf is iets anders.

Terwijl wij in december, januari en februari bezig waren aan het dak kletterde al het regenwater dat van het vorderende dak af liep precies recht op het schuimbeton. Daar zal dus aardig wat water in zijn getrokken. En dat zal zich hebben opgehoopt aan de onderkant, op het plastic wat er nog onder zit (en langs de zijkanten) van het storten. Op dat moment was daar weinig aan te doen. De afgelopen weken is het lekker opgedroogd, maar of alles er nu uit is? Dat lijkt wat te optimistisch.

Om te voorkomen dat toekomstig regenwater dat langs de muren loopt in het schuimbeton trekt dekken we het dus af met een waterwerende laag EPDM. (In de tekening staat ‘geotextiel’, maar dat is anti-worteldoek, dus niet waterdicht.)

Maar waterdicht afsluiten betekent ook dat water wat er al in zit er niet meer uit kan. Wat een dilemma… Uiteindelijk hebben we besloten wel de EPDM laag aan de bovenkant aan te brengen en aan de zijkanten van het schuimbeton te laten overhangen, maar het plastic langs de zijkanten zo diep mogelijk weg te halen. Dat hadden we dus beter half maart al kunnen doen, dan had het zes weken kunnen opdrogen. Maar ja, dat wisten we toen nog niet. En toen stonden ook de steigers nog rond het huis.

Intussen wordt er éindelijk regen voorspeld. Jammer van het droge schuimbeton, maar goed voor de moestuin. Als het goed is komt die regen nu in onze nieuwe dakgoten terecht. Maar daar zitten nog geen regenpijpen aan. Die kunnen we namelijk nog nergens aan vastmaken zo lang er geen muren zijn. Maar daar hadden we al rekening mee gehouden: bij het afbreken van de oude boerderij hebben we zo veel mogelijk van de dakgoten bewaard. Er zijn er precies genoeg om bij iedere uitloop het regenwater van het huis weg te leiden. Het ziet er niet uit. Maar als het huis maar droog blijft!

Het schuimbeton is tijdelijk afgedekt met het EPDM folie (ook prijzig spul. Op de hoeken hebben we het daarom aangevuld met een restje wat ik nog over had van een vorig project.) Laat het nu maar even regenen! De volgende stap zijn de bakstenen muurtjes aan de voet.

Veel geblaat…

Zoals ik al eerder schreef, had ik dit jaar alleen een lammetje (een rammetje) van Nel gepland. Babette heeft vorig jaar heel laat gelammerd, daarna longontsteking gehad en de hele winter heel veel melk gegeven. Dus die wilde ik even een pauze geven en pas komend najaar weer laten dekken. En de twee ooitjes die vorig jaar zijn geboren (Lieke en Fen) vond ik ook nog wat te jong om te laten dekken.

Maar ja, de natuur hè. Eind november, toen ik net uit het ziekenhuis kwam na de kaakoperatie en nog wat groggy op de bank zat, speelde Arie het klaar om te ontsnappen. En trof Joris hem aan bij de andere drie dames. O jee. 

Arie en Babette zijn dol op elkaar

28 november plus 145 dagen is 21 april. Dus stond ik zo langzamerhand op scherp. Lieke was duidelijk drachtig: bolrond, met een prachtig roze uier van heb ik jou daar. Maar Babette toonde helemaal geen uier en leek ook niet veel ronder dan anders. Ze sprong ook nog altijd lenig en vrolijk op de melktafel.

Terwijl Nel de afgelopen weken opeens Helemaal Niet Meer Wist waar de melktafel voor diende. In de maanden dat ze bij Arie in de wei stond heb ik haar brokjes in de wei gebracht (dat was makkelijker dan het hele schaap elke ochtend in het donker ophalen naar de stal en daarna weer terugbrengen). En nu was de melktafel opeens een Eng Ding. Waar ze Niet Op Ging. Eindeloos soebatten, rammelen met brokjes, sjorren aan het beest (één poot op de melktafel, nog een poot, duwen, ‘toe maar Nel’, schaap zakt door de knieën, luidkeels protest, etc). Twee keer per dag dus. Met als resultaat dat het beest niet eens meer bij de melktafel in de buurt wilde komen.

Na een week heb ik haar samen met Joris met tamelijk grof geweld op de melktafel geduwd. (70 kg tegenstribbelend schaap plus een heleboel wol kan ik in mijn eentje niet in bedwang houden). En toen viel het kwartje blijkbaar. Nu springt ze er weer op als vanouds, om luidkeels brokjes te eisen. Gelukkig maar, want zoon Krelis is intussen 3 weken oud en dat betekent dat hij zo langzamerhand met wat minder melk toe kan. Hij moet nu ’s nachts apart van zijn moeder, zodat ik Nel ’s ochtends kan melken. Tenslotte was dat het hele punt van de melkschapen.

Op de voorgrond, helaas maar half op de foto: bolronde Lieke. De rest van de kudde maakt dankbaar gebruik van de steigers rond het huis als schurkpaal.

Intussen werd Lieke dus ronder en ronder en toen ze zondag na de ochtend-etensronde in de stal niet meer terug wilde naar de wei wist ik het wel. En ja hoor, een paar uur later waren er twee rammetjes. Lieke likt ze keurig schoon, beter dan haar moeder het vorig jaar deed. Maar net als haar moeder heeft ze melk genoeg, maar stilstaan om de kinderen te laten drinken is er niet zo bij. Kennelijk moet een schaap dat leren. En Lieke is met stip het meest nerveuze schaap van de kudde, dat helpt ook niet.

Rammetje nr. 1, nog in geschenkverpakking
Nummer twee in geel vlies

Overigens vindt Lieke het Helemaal Niets dat ze een paar dagen met haar kroost in afzondering mag. Ze wil terug naar de kudde! En dat heeft ze de hele nacht luidkeels laten weten. Omdat het ook de eerste nacht was dat Krelis en Nel apart stonden en Nel ook nogal vocaal is ingesteld kreeg ik niet zoveel slaap.

Aska vindt lammetjes ook heel leuk en vraagt telkens of ze in de stal mag kijken.

En toen ik vanmorgen om 05.15 slaperig de wei in liep om Nel op te halen voor het melken hoorde ik gemekker van pasgeboren lammetjes uit een verre hoek van het weiland. Twee lammetjes bij Babette! Dat had ik dus niet zien aankomen. Want Babette heeft geen uier, geen melk. En de lammetjes moeten biest krijgen! Daar zitten belangrijke antistoffen in. Gelukkig had ik gisteren van Lieke wat extra biest afgemolken (die uier stond zo strak gespannen dat de lammeren nauwelijks konden drinken). En op het bakje genoteerd wat de eerste biest, wat de tweede was etc. De samenstelling van de biest verandert namelijk steeds gedurende de eerste dagen na het lammeren, tot het na drie dagen gewoon melk is. Het is belangrijk dat de lammetjes dat steeds in de juiste volgorde krijgen.

Dus nu weer flesjes opwarmen voor de lammeren van Babette en steeds wat van Lieke afmelken. Hopelijk redden alle vier de lammeren het ermee.

Arie, de aanstichter van dit alles, loopt intussen sinds tien dagen rond met een grote bult op zijn kop. Eerst heb ik het maar even aangekeken, maar toen de bult alleen maar groter werd toch de dierenarts gebeld. ‘Een abces’, oordeelde die. ‘Laten rijpen, het moet vanzelf doorbreken. In de tussentijd kan je pijnstilling geven, ik zal drie spuitjes voor je klaarmaken, die moet je om de dag onderhuids geven.’

Slik. Spuitjes geven is iets wat ik Heel Eng vind, vooral bij een tegenspartelende ram van ongeveer 100 kg. Maar het hoort erbij. En kennelijk werkt het, want Arie vreet en herkauwt als normaal, terwijl hij intussen een afgrijselijke rode bult ter grootte van een clownsneus op zijn wang heeft. ‘Als het is doorgebroken kan je ook het gat wat groter maken of spoelen met een betadineoplossing’, raadde een bevriende schapenhouder nog aan. Ik zie er nu al naar uit.

Ik kreeg trouwens nogal wat verontwaardigde (en bezorgde) reacties over het feit dat Arie zich aan zijn dochter(s) heeft vergrepen. Of de lammeren dan wel gezond waren. Welja. Bij dieren die in groepen leven met een alfaman aan de top (schapen, koeien, kippen, bavianen, wolven…) is dat volkomen normaal. De taakomschrijving van een alfaman is namelijk:

  1. Seks hebben (met iedereen die daarvoor in aanmerking komt)
  2. Vechten (met iedereen die dat recht waagt te betwisten)

Dit verklaart waarom slap gelul op door mannen gedomineerde werkvloeren altijd gaat over vrouwen en voetbal (een gesublimeerde vorm van vechten): de sprekers aspireren alfamannetje te zijn. Waarbij ze vergeten dat zo’n alfaman natuurlijk snel slijt door al dat vechten en dus op natuurlijke wijze vervangen wordt vóórdat er al te erge inteelt optreedt.

Dus. Nu heb ik één volwassen ooi (Nel) die ’s nachts luidkeels protesteert omdat ze van haar lam (Krelis) is gescheiden, één volwassen ooi (Babette) die op omvallen staat wegens overdadig lammeren en melkgift, één jonge ooi (Lieke) die permanent luidkeels protesteert omdat ze naar de kudde terug wil, één jonge ooi (Fen) die luidkeels loopt te brullen omdat haar moeder (Babette) met nieuw grut in de stal ligt, twee jonge lammetjes met een moeder (Lieke) die niet wil stilstaan, twee jonge lammetjes met een moeder (Babette) die geen melk heeft en een ram (Arie) met een clownsneus van een abces op zijn kop.

‘Het wordt al een mooi koppel!’ vond onze boer. Ik vind het meer een circus…

Het derde jaar

Het is 11 april, de wilde kers staat weer in volle bloei en we beginnen aan ons vierde jaar hier. Wat hebben we het afgelopen jaar volbracht?

Rond de werkplaats is de grond op niveau gebracht. Nu nog een mooi vlonderterras er tegenaan.

Zo was het mei 2019

De moestuin heeft (bijna) zijn definitieve vorm. Nu nog een Mooi Hek er omheen. Dat kan nu ook, omdat eindelijk de jonge wilde kers is verplaats, die op de foto hierboven nog in de weg stond.

Wat betreft zelfvoorziening hebben we bijna het hele jaar melk en kaas van eigen erf gehad. En wat lamsvlees. Samen met groente en aardappelen uit de moestuin en eieren van de kippen komen we al een heel eind. Al kunnen we nog niet helemaal zonder de supermarkt.

En mijn hele beugel-en-kaakoperatie-episode is achter de rug. Nèt voor de coronacrisis had ik de laatste controle bij de kaakchirug.

Maar het belangrijkst is natuurlijk: De oude boerderij is afgebroken. En het nieuwe huis staat. Van kelder tot dak. Al moet daar tussenin nog wel het één en ander gebeuren…

Wat gaat er het komend jaar gebeuren? We hopen dat het huis dan wind- en waterdicht is, dat de dakramen er in zitten en dat we mooi op streek zijn met de binnenkant: dakisolatie, installaties en binnenwanden.

Voor nu wensen we iedereen bijzondere, maar fijne paasdagen!

Dak boven je hoofd

The devil is in the detail… Joris is dágen bezig geweest met de laatste voorbereidingen voor de dakgoten. Omdat de sporenkap stiekem net niet helemaal recht is (tja, het is hout hè) moest Joris allemaal klosjes exact op maat maken, om te zorgen dat de goten het juiste afschot zouden krijgen.

Maar deze week kon het installatiebedrijf voor de dakgoten komen. Na de ‘episode dakdekkers’ hadden we eigenlijk helemaal geen zin in weer Mannen Op Het Erf, maar dit zagen we onszelf toch echt niet doen. En het was een heel verschil: dit waren twee keurige, hardwerkende jongens. Die prachtige goten aanlegden, in éen dag rond het hele huis. En wat ziet het er dan opeens echt uit!

De goten glimmen nog wel heel erg, maar dat schijnt na drie regenbuien voorbij te zijn.

Daarna nog ‘even’

  • de onderste panlatten erop (met speciale stripjes zodat we niet door het folie geen hoeven te schroeven;
  • de laatste laag pannen (inclusief weer pannen die moeten worden doorgeslepen bij de hoekkepers);
  • het folie in de dakgoot en de ruiterrol over de kepers op maat afknippen;
  • de zijkanten van de voorgevel afwerken;
  • en een tijdelijke plastic goot (van de oude boerderij) aan de voorkant bevestigen (daar komt nog een mooie optimmerde bakgoot op klossen)

En dan… IS HET DAK AF! Niet gedacht dat we 4 1/2 maand bezig zouden zijn, enkel om pannen op het dak te krijgen…

Tijdelijke voorziening . Niet heel mooi, maar wel functioneel. De omtimmerde goot op klossen komt nog…

Dat is nog eens een mijlpaal, op de valreep van het vierde jaar!

Kalk en hennep partijtje

Eind juni gaan we (hopelijk!) de kalkhennepmuren storten. Nu is de wereld door het coronavirus opeens heel onvoorspelbaar geworden. We weten dus nog niet of we tegen die tijd, zoals gepland, met vrijwilligers kunnen en mogen werken.

Een andere onzekere factor is levering. Er zijn maar een paar leveranciers van de materialen. En de kalk moet uit België komen. Ook in normale tijden is levering van minder gangbare bouwmaterialen soms een vertragende factor. Laat staan in tijden van gesloten grenzen en mogelijke faillissementen.

Daarom hadden we bedacht dat we de kalkhennep wel alvast konden bestellen. Dat bleek een goed idee, want de levering duurde inderdaad een paar weken langer dan de kalkhennep-aannemer (Ecobouw Salland) gewend was. Maar dinsdag werd ik gebeld door het transportbedrijf, om even kort te sluiten over de levering.

“Hier staat dat u een stuk van de weg woont. Hoever is dat dan? Want dan rijden we achteruit. Of kunnen we bij u keren? En er ligt toch wel voldoende bestrating? Want hoe moeten we het er anders af krijgen?”

We geven bij bestellingen altijd héél nadrukkelijk aan dat we ver van de weg wonen, op een lastig bereikbare plaats en dat het bestelde alleen ter plaatse gebracht kan worden met een auto van maximaal 10 meter lang, met goede chauffeur. Die kan normaal gesproken hier wel keren (als het weiland niet te nat is) , maar nu staat het rond het huis vol met de kisten van de dakpannen en allerhande andere zooi. En blijkbaar was deze transporteur gewend aan bestrate oppervlakken, maar die hebben wij helemaal niet. Dus we moesten even goed nadenken over de logistiek. Temeer omdat de dakgootmannen er ook waren, met auto’s, materieel en al.

Het ‘hennephout’ zou komen op 8 pallets met 33 pakken van 14 kg hennephout. Groot, maar met onze trekker wel te hanteren. Maar de kalk zou komen op 5 pallets van 40 pakken á 25 kg. Onze trekker kan geen 1000 kg aan, weten we uit ervaring. We hebben al eens een palletvork gescheurd…

Gelukkig wonen we in een dorp met fantastisch hulpvaardige mensen. Even rond-whatsappen (‘Kan jouw shovel het aan?’ ‘Nee, maar misschien heeft Edwin geschikt materieel?’ ‘Nee, ik heb geen voorlader, maar ik heb het Koen gevraagd, die wil wel helpen’) en in no time was het geregeld dat Koen zijn platte kar van 10 meter lang op de parkeerplaats tegenover de school zette, zodat de pallets zó konden worden overgeladen.

De vrachtwagen die kwam was 18 meter lang. Die was nooit van zijn leven de Ratellaan in gekomen, laat staan bij ons huis. En hij kwam niet met een kooiaap of grijper, maar met een pompkarretje. Gelukkig was de chauffeur creatief en het parkeerterrein (dankzij de coronacrisis) leeg. In een uurtje stonden de 5 zware pallets kalk op de platte kar.

’s Middags heeft Koen ze met zijn grote trekker bezorgd. Het is toch telkens spannend, al dat groot materieel om het huis. En het viel nog niet mee om de pallets strak tegen elkaar aan te zetten. Het is sowieso moeilijk om precies te manoeuvreren op hobbelig terrein, en we moesten natuurlijk ook voorkomen dat de palletvork de al geparkeerde zakken met kalk zou beschadigen. Maar een boer krijgt altijd alles overal, dat blijkt maar weer.

Het valt niet op, maar deze trekker is echt anderhalf keer zo groot als de onze. Misschien had ik een foto moeten maken waar ze allebei op stonden. Maar op dit moment was Joris met onze trekker het hennephout aan het halen dus.

Levering is één, droog opslaan is twee. We hadden gedacht de partytent er overheen te zetten. Maar toen het allemaal stond bleek dat toch niet te passen. Uiteindelijk heb ik 8 x 33 pakken (á 14 kg) hennephout met de hand en de kruiwagen, onder de steiger door, over de betonrand heen, verplaatst naar ‘in het huis’. De zakken kalk zijn te zwaar en kwetsbaar, die hebben we maar even gelaten waar ze waren. Maar ze moeten natuurlijk wel droog blijven. Nu komt de partytent van het Postzegelpark weer goed van pas!

Al met al ben je toch een volle dag kwijt, alleen maar om het bouwmateriaal ter plekke te krijgen. Gelukkig hebben we nu de meeste grote leveranties wel gehad. Nog een keer bakstenen voor het trasraam, kozijnen en glas, schuimbeton en cement voor de cementdekvloer… maar dat duurt nog even.

Dus. Het materiaal is er. Nu de mensen nog. Of dat mogelijk wordt of niet hebben we niet in de hand. Afwachten maar hoe alles zich ontwikkelt. Vóór die tijd hebben we nog genoeg te doen. Het dak is (bijna) af. Maar het houtskelet is ook wel even werk. En vóór het houtskelet daadwerkelijk kan worden opgezet moet eerst het schuimbeton worden afgedekt (daar komen weer allerlei details bij kijken, om te voorkomen dat water via de fundering in het huis kan dringen) en het trasraam (baksteen muurtjes aan de onderkant) gemetseld. We hoeven ons dus nog altijd niet te vervelen.