Zeisdag

In 2013 maakten we in Transsylvanië voor het eerst kennis met de hoge kunst van het maaien met de zeis. Wat een prachtig ding is zo’n zeis! Het is bijna niets, in termen van materiaal: een houten handvat en een dun ijzeren blad. Maar als hij ècht goed scherp is en je een goede techniek hebt, dan maai je mooier, sneller en véél stiller dan met apparaten waar veel meer techniek in zit, zoals een bosmaaier.

(Oké, een tractor met 12 m breed maaidek haal je niet in met een zeis. Maar zo’n tractor en het gebruik daarvan hebben ook onvergelijkbaar meer fossiele input nodig. Met een zeis blijft het dierenleven in het gras, zoals rupsen en insecten, trouwens ook intact. Zo’n cyclomaaier vermorzelt alles, up to and including gruttokuikens, jonge hazen en reekalfjes.)

2013: “Het is nauwelijks werk, het is net spelen”, zei deze mijnheer. Tja, dan moet je wel de techniek beheersen. Hij doet het al 60 jaar…
2013: Zelf vond ik het best lastig.

Natuurlijk zit de truc ‘m erin dat de zeis ècht scherp moet zijn. Dat doe je door het blad te ‘haren’; héél zorgvuldig de rand van het blad uithameren op een aambeeldje (een ‘haarspit’), tot het zo dun en scherp is als een scheermes. En dat is veel moeilijker dan het maaien zelf. Sla je te hard, dan maak je het blad kapot en gaat het golven, sla je te zacht, dan blijft de zeis bot. Sla je te ver van de rand, dan maak je de zeis onbruikbaar. Na een halve dag zeisen moet je het blad opnieuw haren; tussendoor maak je de zeis telkens scherp met een strekel (of, als je in Transsylvanië of Oostenrijk woont: een natte wetsteen.)

In het dorpje in Transsylvanië waar we waren, brachten veel mensen regelmatig hun zeis naar een paar boeren die het haren echt goed beheersten. En naar het schijnt gingen op de hoge zandgronden in Brabant vroeger oude mannen speciaal met de maaiersploeg mee om te haren. Het maaien zelf ging dan niet meer; ze werden in een kruiwagen naar het te maaien veld gebracht en zaten de hele dag de bot geworden zeisen uit te hameren. Specialistenwerk dus.

2013: Joris probeert een Roemeense zeis te haren
2013: Het blad moet precies de juiste hoek hebben. De lokale boeren hanteren daarvoor een bijzondere houding. Zo hoeven ze het blad niet van de steel te halen om het te haren. Als ik dit zie krijg ik op allerlei plaatsen kramp; bedenk dat je dan ook nog heel precies moet hameren.

Enfin. Wij hebben in 2016, toen we weer in Roemenië waren, allebei op de markt een zeisblad gekocht en de lokale timmerman een handvat (op maat!) laten maken. We waren nog even bang dat zulks bij het passeren van de grens voor problemen zou zorgen. Maar nadat de norse douanebeambte de merken van onze zeisen nauwkeurig had bestudeerd gaf hij ze met een goedkeurend knikje terug. Blijkbaar hadden we een goede kwaliteit uitgezocht.

Maar in onze – toch tamelijk ruim bemeten – Amersfoortse tuin was niet echt ruimte om met een zeis te zwaaien. En in het nabijgelegen Postzegelpark lagen allerlei bakstenen en ander bouwafval op de loer om mijn zeis onherstelbaar te beschadigen. Dus de zeis hing grotendeels ongebruikt te wezen, tot we naar De Hoeve verhuisden. Hier hebben we gras genoeg om te maaien. Maar dat haren dus hè.

En toen kwamen we (via het ecologieforum) in contact met John. Die woont hier niet ver vandaan en heeft een bijna-helemaal-fossielvrije zelfvoorzienende boerderij. En dan een echte, niet zo amateuristisch als wij. Hij bakt zijn eigen brood en brouwt zijn eigen bier, van graan dat hij zelf verbouwt en maalt in de door zijn eigen paard aangedreven en en eigenhandig gerestaureerde rosmolen. Dat soort dingen. Groente, fruit, vlees, het komt allemaal van eigen erf. En hij maait dus met de zeis (op NK -niveau). En hij kan haren.

In 2017, toen we hier net woonden, hebben we al een keer een zeisdag met John georganiseerd. Dat was een groot succes. Nu de coronaregels versoepeld waren wilden we dat graag herhalen. Dit keer kwamen er vooral veel mensen van wildezadenbedrijf De Cruydthoeck. En we hadden geweldig mooi weer!

2021: uitleg van John
De zeisen veilig opgehangen. Struikelen over een messcherpe zeis die in het gras ligt is levensgevaarlijk!
En als de zeisen scherp zijn: maaien!
Thijs, Jojanneke en Joep maaien als team achter elkaar aan. Het is hier niet te zien, maar dit is bij de poel . Daar kan je niet maaien met groot materieel; de zeis is het ideale instrument. En laat ook de boomkikkers heel!
Uiteraard de dag afgesloten met een lekkere maaltijd met zelfgemaakte producten. Wat een fantastische dag!

Vertraging…

We doen ‘slow building’ en we hebben geen planning. Maar eind dit jaar (vóór de winter) willen we toch wel erg graag van de stacaravan naar het huis verhuizen. En daarvoor moeten drie ruimtes in elk geval klaar zijn: de wc, de badkamer en de ruimte-boven-de-keuken- en-woonkamer (het toekomstige kantoor / studeerkamer.)

In die laatste ruimte komen een dakkapel en een dakraam. Begin dit jaar hebben we daarover al met de aannemer overlegd. ‘Dat is geen probleem’, zei hij ‘een dakraam plaatsen is maximaal een dagje werk, dat krijgen we er altijd wel tussendoor’.

Maar vervolgens liep hij heel veel vertraging op, doordat (A) half Nederland de zolder tot werkkamer aan het verbouwen is (B) de helft van alle bouwvakkers corona heeft (afstand houden is op de bouw vrijwel onmogelijk) en (C) het de hele maand mei regende, waardoor alle ándere bestelde dakkapelklussen uitliepen.

En toen we eindelijk een datum bij de aannemer hadden kunnen reserveren werd de levering van het al lang bestelde dakraam uitgesteld. Daar hadden we rekening mee gehouden, het zou geleverd worden twee weken vóór de geplande plaatsingsdatum. Maar toen werd de levering weer uitgesteld. En wéér….

Enfin… de datum voor de aannemer is intussen verlopen, het dakraam is er nog steeds niet en de bouwvak staat voor de deur. Dat wordt dus weer een paar maanden later…

En zo gaat het met veel dingen. De laatste paar maanden is er wereldwijd een gigantisch tekort aan bouwmaterialen. Heel veel is niet te krijgen (simpele zaken als inbouwreservoirs voor toiletten bijvoorbeeld!) en van wat wel te krijgen is, zijn de prijzen in een paar maanden tijd verdubbeld. Hoe komt dat?

Allerlei zaken spelen mee. Toen corona uitbrak werd er verwacht dat de bouw stil zou komen te liggen. Daarom gingen veel houtzaagbedrijven afschalen. Maar wereldwijd werd er juist meer ge- en verbouwd, wat tot een enorme schaarste heeft geleid. Ook is er wereldwijd een tekort aan mensen, door ziekte en quarantaine. Ook in de maak-industrie. China heeft de export volledig platgelegd. En dat werkt door; bedrijven die normaal gesproken materialen uit China gebruiken wijken uit naar andere materialen etc. Bovendien zijn de transportroutes van allerlei zaken in de soep geschoven doordat in maart het Suezkanaal een week geblokkeerd was. Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar dat heeft een impact die nog maandenlang doorwerkt.

En ook in ons bouwproject merken we dat dus. En levert het vertraging op. We gaan maar door met de zaken die wel wel al kunnen doen. En hopen dat het gaat lukken om vóór de winter over te gaan. Want voor het zover is moet er nog veel gebeuren: het tegelwerk en plaatsen van sanitair beneden, aanleg van de ventilatievoorzieningen, aanschaf en plaatsing van het buffervat voor warm water, muren zetten rond de technische ruimte en de toekomstige studeerkamer / tijdelijke woonruimte, plaatsing van de dakkapel en dakraam en alle afwerking die daarbij komt kijken en natuurlijk het aftimmeren van de toekomstige studeerkamer / tijdelijke woonruimte. O ja, het is ook wel fijn als daar een vloer in ligt tegen de tijd dat we erin trekken. En onder die vloer moet een isolatielaag (waarin ook de ventilatiebuizen komen te liggen).

(Over luxe zaken als het plaatsen van een keuken heb ik het dan nog niet… dat komt daarna wel!)

En dat soort zaken moet nu eenmaal in een bepaalde volgorde, en sommige zaken kunnen of willen we niet zelf doen. Dus vandaar dat alles nog ‘slower’ gaat dan we al planden. Maar we hadden geen planning, toch…?

Intussen houden we ons rustig (nou ja) bezig met wat er wèl kan:

Ik heb mijn handen vol aan de moestuin – alles groeit nu tegen de klippen op!
Ook het onkruid op het erf, dat zo langzamerhand de bestrating aan het oog onttrekt. Wat zullen we blij zijn als we eindelijk afscheid kunnen nemen van dit ‘Tokkiedorp’! Nog even geduld…
Als je de ruimte hebt… dan bouw je toch vast binnen een ‘pre-fab’dakkapel? We wachten tot er droog weer voorspeld wordt vóór we het dak gaan open maken.
Hardstenen raamdorpels plaatsen onder de keukenramen
Een binnenraam tussen de badkamer en de bijkeuken, om wat licht in de badkamer te laten. Deze glas-in-loodramen hebben we gered uit een container in Amersfoort, één week voor we verhuisden. Ze hebben al die jaren staan wachten in de schuur om gebruikt te worden bij de bouw van het huis.
De bijkeuken, met links de meterkast (binnenkort wordt de stroom verplaatst van de bouwmeterkast naar de echte) en rechts een tijdelijk keukentje dat Joris in elkaar heeft geknutseld van allemaal resthout en een aanrechtblad wat we hier op de hooizolder aantroffen. Wie wat bewaart heeft wat…

Voor het overige een beetje weinig foto’s; de (relatief nieuwe) camera hapert weer. Ik vermoed dat er, net als met het vorige exemplaar, bouwstof in het scherpstel-mechaniek is gekomen. Des te meer reden om hier weer een keer zelf te komen kijken, nu we weer gasten mogen ontvangen. 🙂

Betonvloer!

Ik loop alweer weken achter met het bijhouden van de blog. Te druk. Maar er is (op 22 juni) wel weer een mijlpaal bereikt: de cementdekvloer is gestort!

Van tevoren weer heel veel werk. Vooral door de installateur, maar dat vergt het nodige overleg en begeleiding van onze kant. Want we doen het allemaal net een beetje anders dan anderen…

We denken dat de leemkachel het huis voldoende warm gaat houden. Maar mochten we ooit genoeg krijgen van hout hakken, of mocht blijken dat het buffervat voor warm water te heet wordt, dan is het natuurlijk makkelijk als we een verwarmer (bijvoorbeeld een warmtepomp) alleen maar hoeven aan te koppelen en niet de hele vloer open hoeven te maken. Dus we hebben wel alvast vloerverwarming laten leggen onder de cementdekvloer.

Er moesten natuurlijk ook allemaal andere (water)leidingen aangelegd

En de kelder moest worden dichtgemaakt! Ook zoiets wat sneller gezegd dan gedaan is – Joris en de aannemer zijn er een volle dag mee bezig geweest.

En toen kon dan eindelijk het (bijna) definitieve vloerniveau aangelegd worden! (Bijna: er komt nog een leemlaag op in de woonkamer en slaapkamer en tegels in de overige ruimtes.) Daarvoor moest een gigantische mengbak geplaatst worden.

En toen… verdween alles onder een strakke cementvloer!

En dát maakt een verschil!

Land van melk en honing

Toen we hier kwamen namen we de bijen mee uit Amersfoort. Voor de bijenkast zocht ik tijdelijk een mooi plekje bij de houtwal uit, in afwachting van het moment dat ik de bijenstal weer zou monteren. Maar ze deden het hier niet zo best. De eerste jaren controleerde ik het volkje nog zorgvuldig. Maar toch ‘kwam er soms een zwerm af’, omdat ik een ‘dop’ over het hoofd had gezien. Die zwerm probeerde ik dan te ‘scheppen’ maar niet altijd met succes.

(Excuses voor het imkerjargon – zoals zoveel van de activiteiten die we hier ondernemen is bijen houden een wereld op zich.)

En toen ik eenmaal schapen had, had ik het helemaal te druk voor de bijen. Want juist in de periode dat de bijen eigenlijk iedere week gecontroleerd moeten worden (om te controleren of er ‘doppen’ in zitten, waar dus een koningin uitkomt die kan gaan ‘zwermen’) moeten ook de lammeren gespeend worden en vervolgens heb ik heel veel melk die verwerkt moet worden. Twee keer per dag melken, al het melkgerei telkens afwassen en ontsmetten, en elke dag kaas maken, waarvoor ook alles telkens moet worden schoongemaakt en ontsmet. En dat in een caravan met een piepklein keukentje.

(Dit jaar gelukkig iets minder melk dan vorig jaar; toen had ik in juni zeven en een halve liter per dag. Nu ‘maar’ een liter of zes. Die anderhalve liter maakt een essentieel verschil, namelijk: past de melk van twee melkmalen net wel of niet in één soeppan? Dat scheelt een hoop geëmmer met pannetjes, die dus allemaal moeten worden schoongemaakt. )

Uiteraard is die periode ook de periode dat de moestuin om aandacht schreeuwt. En het gras tegen de klippen op groeit. En er duizend-en-één andere dingen moeten gebeuren. Dus het bijenvolkje raakte wat op de achtergrond de laatste jaren. En toen ik eind vorig jaar eindelijk de kast wilde transporteren naar de inmiddels in elkaar gezette bijenstal bleek dat er geen bijen meer in zaten. Wel een muizennest.

Dus de bijenstal stond leeg en ongebruikt te wezen. Maar een week of twee geleden dacht ik ‘Hé, dat lijkt wel een zwerm, die daar richting de bijenstal vliegt!’

En ja hoor. Niet alleen was er een bijenzwerm (van een naburige imker?) op mijn land terecht gekomen, ze hadden ook nog eens de lege bijenkast geheel vrijwillig als woning betrokken. En het blijken ook nog lieve rustige bijtjes te zijn.

Dus eigenlijk moet ik nu weer wekelijks gaan controleren, doppen breken en darrenraat uitsnijden… als ik erin slaag ze hier te houden en goed de winter door te laten komen hebben we volgend jaar behalve melk ook honing van eigen land!

Mooi weer en mooie plaatjes

Eindelijk is het mooi weer geworden. En wat levert dat een mooie plaatjes op. Dankzij het koude en natte weer van de afgelopen weken is de grond vochtig, de meidoorns en lijsterbessen bloeien nog en de bomen komen mooi in het jonge blad.

Jammer genoeg wil de camera niet goed meer scherpstellen… misschien moeten we toch eens op zoek naar een bouwvakkerbestendig exemplaar.

Door de nattigheid heeft de boer ook nog niet kunnen maaien. Het gras staat tot op heuphoogte (de bloeistengels van de vossestaart tot schouderhoogte), vól paarde- , pinkster- en boterbloemen, veldzuring en allerlei bloeiende grassen.

De meidoornstruiken zijn dit jaar overladen met bloemen.

Nog steeds water in de poel – al begint het gras er nu hard doorheen te komen
Mooi doorkijkje vanuit de moestuin tussen de werkplaats en de Grote Eik door naar de Uiterste Eik
Het zicht vanuit ons kantoor is ook niet verkeerd, vooral bij avondlicht
Het wordt wel wat…