WC en workshop

Ik blogde al eerder over het composttoilet dat Joris gemaakt heeft. En dat we uiteindelijk op de plek gezet hebben waar ook de oude mijnheer zijn wc had.

Nou was die wc vast functioneel, maar erg decoratief aangekleed was het allemaal niet.  Twee muren van het hokje waren van onafgewerkt cement, de derde van splinterige planken. Het plafond bestond uit een (doorzichtige) oude plastic voederzak, die onder een doorschijnende golfplaat in het dak zat. Daardoor was er weliswaar daglicht, maar in de loop der tijd was er het nodige vuil opgehoopt op en tussen de lagen plastic. Daardoor zat je toch een beetje met het groezelige gevoel dat er ieder moment rattenkeutels op je hoofd konden vallen. Bovendien was de plastic zak net niet breed genoeg. Dat was opgelost met een stuk karton, maar dat was in de loop der jaren scheef gaan hangen en krom gaan trekken.

En om het helemaal erg te maken: ergens erboven ontbraken wat dakpannen. Het water dat daar naar binnen kwam vond niet alleen via de lagen plastic en karton zijn weg de toiletruimte in, maar ook via de vloer. Want de betonvloer loopt af richting de voormalige wc. Met als gevolg dat na iedere bui de vloer blank stond met modderig water, wat op een toilet altijd onaangename associaties oproept.

Kortom: het composttoilet functioneerde uitstekend (geen stank en -tot mijn verrassing- zelfs geen vliegen), maar echt ontspannen zat je er niet.

Zondag hadden we een workshop “haren van en maaien met de zeis” op het erf. (Haren is het heel dun uithameren van het blad. Dat moet zo dun als een scheermes worden een dat krijg je met slijpen niet gedaan. Maar een zeis goed haren is een hele kunst!) Met zoveel bezoek in het vooruitzicht was het zaterdagmiddag hoog tijd om het toilet een beetje te beschaven.

Joris heeft eerst een stuk van de overkapping tussen de stal en de ‘noordschuur’ weg gehaald, zodat hij er bij kon. De  overkapping en het dak van de stal vormden een soort V. Wat een hoop rotzooi had zich daar opgehoopt!

 

De golfplaten vielen zo uit elkaar toen we ze eraf haalden. Geen wonder dat het erdoorheen lekte! Zonder de golfplaten konden we ook het plastic-zak-plafond een beetje schoonvegen. We hebben het vervangen door een ander stuk golfplaat, wat we in één van de andere schuren vonden en wat nog wat heler was. Het kostte wat gepruts en gevloek om het op zijn plek te krijgen.

Je kijkt hier tegen de achtermuur van het wc-hokje aan. De grijze plaat is het plastic-zak-plafond.

Binnen heb ik de cementmuren wit geschilderd. De muur van splinterige planken heb ik bekleed met prachtige eiken fineerplaten, waar we een voorraadje van aantroffen in één van de kleine slaapkamertjes. Het plastic plafond bleef groezelig ogen, maar leek wel een waterkerende functie te hebben. Dus voor de zekerheid hebben we het maar laten zitten en eronder ook een eikenfineer-plafonnetje aangebracht. Jammer van het daglicht, maar we hebben nu wel een toilet met een onvervalste Oostblok-hotel-look. Voor een wat vrolijker noot heb ik er maar wat vlaggetjes op gehangen.

.

Zaterdagavond ging het regenen – een mooie vuurproef. We liepen met zaklantaarns rond (het was intussen donker), maar HET BLEEF DROOG in het toilet. Het wekt nog steeds een beetje associaties op  met de toiletvoorziening van een camping à la ferme anno 1970, maar dat is een hele verbetering ten opzichte van associaties met de toiletvoorziening van een zuidoost-Aziatische gevangenis.

En de workshop zeisen? Die was hartstikke leuk! Er werd druk gehaard, gemaaid, gewet en gestrekeld. Een enkel buitje mocht de sfeer niet verstoren en we sloten af met een lekkere BBQ. Veel geleerd, gezellige mensen en heerlijk gegeten. Wat geweldig leuk dat we zulke dingen op ons erf kunnen organiseren. Dank jullie wel John, Alef, Lieve, Yann, Ric, Cecile, Don, Gretchen, Jojanneke en Jasper voor deze geweldige dag!

haren op een Duits ‘Dengelaparat’
haren op een ‘potje’
knijpen met de zeisknijper
En het ècht haren, met de hand op een haarspit


 

 

 

Groententuin

Ik mis mijn groentetuin. Dit voorjaar heb ik, zoals ieder jaar, gewoon netjes gezaaid en geplant. In mijn mooie bedjes, waarvan ik de bodem vijf jaar lang zorgvuldig zo min mogelijk bewerkt heb maar wel gewied en veel organische stof toegevoegd, zodat het een luchtig en vruchtbaar geheel was…

Maar ik wist natuurlijk dat ik er dit jaar maar nauwelijks van zou kunnen oogsten. Vlak voor de overdracht stond ik nog bietjes en uien uit te graven… de rest is nu voor de nieuwe bewoners. Het zijn aardige mensen, dat scheelt.

Om in De Hoeve een stukje groentetuin aan te leggen, daar had ik gewoon geen tijd voor. Ik begon nog met eind april hoopvol een klein stukje van de voormalige moestuin ‘om te spitten’. Maar die tuin is volledig vergrast. De graswortels vormen een ongelooflijk taai en dicht netwerk. En daar doorheen groeien bramen. Na een uur werk had ik nog geen vierkante meter kaal… dit was duidelijk niet de weg.

Maar. Ik blogde al eerder over het stof-met-zand-met-oud-hooi-en-verrotte-takjes dat we (met hulp van Hanneke) uit de tasruimte hebben gekruid. En stof, oud hooi en verrotte takjes… dat is feitelijk allemaal organisch materiaal. Dus eigenlijk was dat gewoon heel humeus zand. Wel heel erg steriel en kurkdroog zand.  Van bodemleven geen sprake. Maar toch. Als je daar nou wat stikstof aan toevoegt, dan zou er toch iets op gang moeten komen. En laat ik nou stikstof beschikbaar hebben. In een hoek van het terrein staat een oud varkenshokje, waar nog een laag decennia oude, kurkdroge varkensmest in ligt.

Dus. Ik heb tussen de bedrijven door in de hoop zand / stof wat gaten gegraven, daar een plak geweekte mest in gestopt, er wat courgettes, patissons en pompoenplanten in geplant en als ik tijd had er een emmer water bij gegooid.

En kijk nou.

Nu mis ik alleen nog maar de rest van mijn groentetuin.

 

 

 

Allemaal beestjes

Behalve met de kippen en de loopeenden delen we onze nieuwe plek nog met heel veel ander gedierte. Over mijn spinnenangst heb ik me maar heengezet, dat is gewoonweg niet te doen. Zowel huisje als stal zitten vol met spinnen met dunne lijven en lange poten. Ik ben opgehouden ze netjes buiten te zetten en doe mijn best om de webben onder controle te houden.

Daarnaast hebben we hier verbijsterend veel muggen. In Amersfoort hadden we ‘wel eens’ een mug in de slaapkamer, maar hier zoemen ze na zonsondergang in wólken rond. Ik heb horren voor de slaapkamerramen gemaakt maar die zijn nog niet helemaal afdoende. Ik slaap met oordopjes in terwijl je hier hé-le-maal níets hoort ’s nachts – maar ik kan niet tegen dat gejengel in mijn oor. Dan maar een steek, die trekt bij mij toch snel weg. Helaas voor Joris is dat bij hem anders, hij telde na twee dagen 68 muggebulten op één onderarm. De muggen vinden hem een stuk lekkerder dan mij…

Over de papier- en zilvervisjes heb ik al geschreven. Nou hadden we in Amersfoort ook papiervisjes, maar ik ben wel bang dat wat we onvermijdelijk hebben meegevoerd zich hier nu explosief kan vermenigvuldigen. De lokale populatie hier lijkt meer uit zilvervisjes te bestaan, die feitelijk minder schade aanrichten… Ik druppel driftig pepermunt- en lavendelolie in het rond, daar schijnen ze niet van te houden.

Boven ons hoofd (en soms op ooghoogte) bevinden zich buizerds, rode wouwen en ooievaars. De kippen en eenden houden zich dan ook het liefst tussen de (schaarse) bosjes op.

En verder hoor je allerlei muizigs trippelen. Omdat we daar niet helemaal  gelukkig mee zijn hebben we gisteren nog twee beestjes aan de veestapel toegevoegd. Max (naar een rode kater die ik goed gekend heb) en zijn zusje Minoes zijn echte stalkittens, van het soort dat je eigenlijk niet moet kopen, maar dat hier in ruime mate verkrijgbaar is.

(Echt, ik wílde gewoon twee volwassen katten die ik niet meer hoef op te voeden. Maar ik kon geen enkel asiel vinden in de buurt en op Marktplaats stonden helemaal geen advertenties van het soort “Helaas helaas moet ik afstand doen van mijn lieve poes Nelly maar ik ga op een flat wonen en ze moet ècht naar buiten…” Er stonden alleen maar advertenties in de trant van “Drie nestjes is echt teveel voor ons. Wie komt ze halen?” Dus toen hebben we dat maar gedaan.)

Ze zijn speels, sociaal, lief en actief, maar Max heeft ontstoken oogjes en uiteraard zijn ze nog niet ingeënt of gechipt. Dus gaan we morgen ook maar kennis maken met de dierenarts. Intussen doe ik mijn best ze met het fenomeen ‘kattenbak’ vertrouwd te maken. Ze hebben aardig door waar die voor is, maar vergeten wel waar hij ook alweer stond als ze ‘m nodig hebben…

Joris is maar meteen (binnen een half uur na aankomst) begonnen ze te trainen op muizen, met behulp van een filmpje op de tablet.

Officieel verhuisbericht

We moesten nog een verhuiskaartje sturen.  En we konden het niet laten. Twee jaar geleden gebruikten we de prent ‘Liefde vergaat niet’ van Marius van Dokkum om het feest voor onze veertigste verjaardagen aan te kondigen.

(Dat feest dat stiekem dus ook was omdat we getrouwd waren…)

Laten we nou een boerderijtje hebben gekocht wat daar wel héél veel aan doet denken…

 

En nu…verder!

Intussen zijn we een beetje geland. Het internet doet het en zelfs de wasmachine (met wat provisorische voorzieningen). Omdat we het helemaal zat waren dat iedereen die bij ons moest zijn bij de buren uitkwam heb ik een (volgens mij tamelijk duidelijk) bordje gemaakt naar nummer 4. De PostNL zag het meteen, maar de firma Baas Stam, die krachtstroom kwam aansluiten, reed er straal langs. Tja, over die firma heb ik al eerder geschreven…

Rik, die zelf aan het verbouwen is, had grote ‘lexaanplaten’ over van zijn serredak. Die kunnen wij weer goed gebruiken om her en der het dak dicht te maken. Het was wel spannend, om met 4 m lange platen op het dak van de bus van Deventer naar De Hoeve te rijden…

Bart en Willemien kwamen weer een dag helpen en hebben de stekjes die ik nog uit de vorige tuin had meegenomen ingekuild/geplant op en kaal stuk van het erf, zodat er zowaar een soort tuintje is ontstaan, de ‘kantine’ wit gesaust en er gordijnen opgehangen. Het begint er steeds beschaafder uit te zien.

Tussen al het harde werken door genieten we ook van onze mooie nieuwe omgeving. Van de schitterende zonsondergangen, de foeragerende staartmezen en winterkoninkjes in de meidoornhaag en van de bloeiende kamperfoelie in de houtwallen.

En we hebben één dagje echt ‘vrij’ genomen, om de omgeving te verkennen. We hebben het Koloniemuseum in Frederiksoord bezocht, waar we de nagebootste kolonistenwoning een stuk ruimer, frisser en degelijker vonden ogen dan ons huisje…

En nu is het heel hard verder klussen. Want bij droog weer is het hier paradijselijk, maar als het gaat regenen (zoals nu) regent het op veel plekken dwars door het dak heen.  Op een deel van de zolder hebben we gewoon een zeil over de zoldervloer gelegd. Geen erg duurzame oplossing (want dat zorgt voor onvoldoende ventilatie van de planken van de zoldervloer), maar volgend jaar hopen we toch te kunnen gaan slopen. Nu blijven de spullen die eronder staan tenminste droog.

Een ander deel van het dak moet echt van buitenaf aangepakt. Maar… daar kunnen we niet bij, doordat op die plek een overkapping tegen de stal is aangebouwd. Die moet dus afgebroken. Maar… onder die overkapping hebben we al allerlei spullen staan die wij uit Amersfoort hadden meegenomen. Die moeten dus ergens anders in. Dus moeten allereerst de twee resterende schuren leeggeruimd. Wie heeft zin om daar de komende weken mee te komen helpen?

Update

Het is even stil geweest op het blog. Wat kost verhuizen toch een tijd en energie! Hoog tijd voor een update. Vooralsnog zonder foto’s, die komen wanneer we het snoertje hebben teruggevonden om foto’s van de camera op de computer te zetten.

7 juli hebben we een groot deel van onze inboedel naar Oss verhuisd. Daar mag het voorlopig bij Joris’ ouders staan. Gelukkig iets minder zware zaken dan de vorige keer, maar toch fijn dat we weer een bus met laadlift hadden.  Onze oude vriend Rob hielp in Oss met uitladen.

Overigens was het dit keer wel makkelijker inpakken, omdat we plotseling de beschikking hadden over héél veel zware kwaliteit bubbeltjesplastic. Mijn oude vriendin Barbara verhuisde op 1 juli van Dublin naar Amersfoort.

(Natuurlijk leuk dat ze weer naar NL komt, maar waarom nou net op het moment dat wij Amersfoort verlaten? Het ergste is: zeventien jaar geleden deed ze dat ook al. Toen verhuisde zij van Groningen naar Den Haag één week voordat ik van Leiden naar Groningen verhuisde. Je zou er bijna wat van gaan denken…)

En tot haar ontzetting wikkelde het Ierse verhuisbedrijf haar volledige inboedel in kilometers bubbeltjesplastic. Nou is dat natuurlijk wel heel handig: alles is beschermd tegen regen, stof, stoten, krassen… en het pakt ook nog makkelijker op. Alleen was dit wel genoeg plastic om de halve Noordzee tot plastic soep te maken. Maar ja, dat leed was al geschied, dus wij hebben er dankbaar een tweede maal gebruik van gemaakt. Het moet gezegd worden: Lundia-planken (met die krasserige ijzertjes) zijn véél makkelijker te hanteren als ze in bundeltjes in bubbeltjesplastic zitten.

8 juli was dan de ‘echte’ verhuizing. Weer vroeg op, gelukkig ook weer veel hulp. En dat was nodig ook! Het kostte veel moeite om ‘alles’ in de bus te krijgen en dat is dan ook niet gelukt.  Uiteindelijk maakten we een schifting: wat kan ook nog met onze eigen bus vervoerd en wat past alleen in de (grotere) huurbus?

Het kippenhok was nog een verhaal apart. Dat had Joris zó gemaakt, dat het precies door de poort zou passen als we ooit zouden verhuizen. Maar sindsdien hebben we een nieuwe poortdeur gemaakt. En de buren hadden hun uitbouw verbouwd, waardoor we moeilijker de hoek om konden. Uiteindelijk lukte het, maar pas na heel veel gevloek en nadat we zelfs de scharnieren van het deurtje eraf hadden gehaald. Op de míllimeter! Ondertussen liep de temperatuur al lekker op.  Gelukkig had de huurbus dit keer airco.

Uitgeput na twee dagen verhuizen, met bubbels op de nieuwe stek

En op het landgoed aangekomen werd de grote vraag: waar moet alles heen? Het is natuurlijk  momenteel een wat wonderlijk geheel, met enkele bewoonbare ruimtes, enkele minder bewoonbare en een aantal plekken die zo lek als een mandje zijn. Momenteel ziet het er dan ook weer ongeveer net zo vol en ongeorganiseerd uit als toen de oude meneer er nog woonde. Alleen zijn het nu onze spullen die er staan.

De volgende dag weer om 06.00 op om de huurbus op tijd weer in Amersfoort te kunnen inleveren. De rest van de dag bezig geweest om de ‘laatste’ (dat dachten we!) spullen in Amersfoort bij elkaar te zoeken en daar alvast wat schoon te maken. Tegen de avond hebben we de loopeenden in hun hok gejaagd, het hok in de bus gezet, die zo vol als maar mogelijk was gepakt met spullen en zijn we met twee auto’s naar De Hoeve gereden.

En op zondag is Joris nóg een keer op en neer gereden om een overvolle bus op te halen, terwijl ik onze leefruimtes bewoonbaar maakte.

“Volgens mij staat er nu nog maar een halve bus ofzo”, zei Joris.

Daarna een week hard gewerkt. Spullen uitgepakt, een kamertje gewit, tijdelijke riolering naar de oude gierkelder aangelegd (in augustus laten we een septic tank plaatsen en helofytenfilter aanleggen), provisorische voorzieningen tegen het inregenen gemaakt, internet geregeld, een nieuwe mooie ren voor de kippen en de eenden gemaakt en eindeloos heen en weer gelopen.

(Dat internet  is een verhaal apart. Ons dorp had geen zin om te wachten tot de provincie haar voornemen om het buitengebied van glasvezel te voorzien eindelijk zou waarmaken. Dus is het dorp met het bedrijf ‘Northned’ in zee gegaan. Die hebben een hoge mast naast het dorpshuis geplaatst. Vanaf daar komt er via een straalverbinding -soort radio- internet naar een ontvanger die je bij je huis moet plaatsen. Werkt prima. Alleen moet je wel een zichtverbinding hebben met de mast. En bij ons staat daar de houtwal tussen. We dachten er nog even over om een heel hoge paal met ooievaarsnest te plaatsen, waar dan ook die ontvanger aan kan hangen. Maar dat is toch een beetje een gedoe, om dat goed windvast te krijgen. Dus ons ontvangstkastje staat nu midden in ons weiland, op een plek waar je de mast nèt kunt zien door een gaatje in de houtwal. Het enige is, dat als het waait er een tak de zichtlijn stoort. We moeten nog even uitvinden welke tak dat is, zodat we wat internet-gerelateerd kunnen gaan snoeien. En het draadje van de ontvanger naar het huis even ingraven. Anders zitten we na de volgende maaibeurt opeens zonder internet…)

Vrijdag 14 juli was de overdracht van het huis in Amersfoort. 13 juli ’s Ochtends vroeg al naar Amersfoort. Daar weer een dag bezig geweest met schoonmaken, laatste dingen loshalen en inpakken. Er blíjft maar zooi uit zo’n huis komen! ’s Avonds lekker gedineerd bij onze lieve buurvrouw Els, die we erg gaan missen. Jammer genoeg wilde ze niet mee verhuizen.  Vrijdagochtend nog even snel, voor de laatste keer, veel boodschappen gedaan op de Amersfoortste markt en bij De Nieuwe Graanschuur (de verpakkingsvrije bio-winkel). Ik zal er aan moeten wennen dat ik niet meer een supermarkt op de hoek van de straat heb! Daarna, ook even snel, nog aardappels, snijbiet, bietjes, uien en courgettes uit de moestuin geoogst. Nu zijn ze nog van ons!

En toen de overdracht bij de notaris. Toch wel een beetje emotioneel: we hebben veel werk en liefde in dat huis gestoken.

Van de kopers kregen we een zelfgekweekte Paulownia, als vervanging voor onze mooie Paulownia tomentosa die we achterlaten en die van het voorjaar zo prachtig paars bloeide. Een eerste boom om op het landgoed te planten! Hij paste niet meer achterin, de bus zat nokkievol. En één fiets moest nog achterblijven bij Els.

In Hilversum de kippen opgehaald, die al twee weken bij Frank en Harmen logeerden. En toen met have en goed op weg naar ‘huis’!

Helaas wilde de bus niet meer starten toen we even een plaspauze hadden gehouden. (Bij de notaris was het erg druk; ze hadden een dubbele afspraak gemaakt. Daardoor stond hun parkeerplaats heel erg vol en moesten wij, met onze grote bus, er snel af. Dus vergeten om nog even van het toilet gebruik te maken.) Daar stonden we, in de stromende regen, op parkeerplaats ‘De Abt’, bij Nagele. Gelukkig was ik tijdig lid geworden van de ANWB. Na anderhalf uur kwam de wegenwacht ons verlossen en konden we de kipjes blij maken met hun nieuwe grote ren.

Intussen scharrelt al het gedierte dus heerlijk rond. Nu snel ergens katten vinden, want er scharrelt hier ook van alles rond dat we niet per se ín huis hoeven. En voor de nabije toekomst staat er ook nog een hond op het programma. En de door mij gedroomde geitjes en varkentjes…

 

 

Verhozen

Het woord ‘verhozen’ wordt nogal eens gebruikt als verleden of voltooide vorm van verhuizen. Maar hoewel onze verhuizing nog niet geheel voltooid is was er van verhozen afgelopen woensdag wel sprake! Na al die weken van mooi weer, een strakblauwe lucht en zonneschijn moet het weer net op onze eerste verhuisdag omslaan.

Omdat het dak van de stal allerminst waterdicht is gaan de meest kwetsbare delen van onze inboedel in de opslag. Gelukkig konden de boeken, de grote schilderijen  en de piano naar Joris’ zus, die in Dalen (Emmen) woont.

Behalve de piano is ook Joris’ werkplaats een puntje van aandacht. De grote vlakbank en de zaagtafel  wegen allebei meer dan 300 kg. Daarnaast staat er nog een massief beukenhouten werkbank en een flink aantal kasten en natuurlijk zwaar gereedschap. Dus een bus met laadlift was geen overbodige luxe.

Om 08.00 een grote 18 m3 bus opgehaald. Via de LETS (local exchange trading system) hadden we hulp geregeld, daarnaast kwam de geweldige klusjesman van de buurvrouw helpen.  Met behulp van de gehuurde pompwagen, stalen rijplaten en het nodige gevloek is het gelukt om alles vanuit de achtertuin naar de bus te krijgen. Waarom heb ik ooit een achtertuin met stapelmuurtjes en trapjes aangelegd?

    

Al met al paste het (uiteraard) nèt. Het idee om de bus zó in te pakken dat alle spullen voor Dalen achterin stonden moesten we laten varen. En intussen begon het zachtjes te regenen…

“Ik hoop dat het nu even een uur goed doorregent, dan is het droog als we in Dalen komen.” zei ik nog hoopvol. Maar de regen schoof netjes met ons mee. Beste spannend, in zo’n grote bus rijden en dan met maar 50 m zicht…

“Goh”, zei Anneke “Het regent hier eigenlijk nog maar net, het is de hele ochtend droog geweest”

Maar dat was het dus niet meer. De spullen-van-de-werkplaats-die-vóór-de-spullen-voor-Dalen-stonden uitgeladen en onder een zeiltje op de parkeerplaats gelegd. Piano uitgeladen en naar zijn logeerbestemming aan de achterkant van het huis gebracht. Bus om het huis heen gereden. Op de oprit geparkeerd (handrem deed het slecht dus hij schoof bijna weer de straat op). De grote narcissenschilderijen  die op platen MDF van 110 x 278 cm geschilderd zijn bleken na uitladen en proberen tóch niet door het trapgat te kunnen. Dus die moesten we weer inladen en er een andere oplossing voor verzinnen. De 35 dozen met boeken gelukkig wel, die staan nu veilig op zolder. Daarna de  spullen-van-de-werkplaats-die-vóór-de-spullen-voor-Dalen-stonden weer ingeladen en wat droogs aangetrokken.

Na een lekkere maaltijd bij Anneke doorgereden naar ons fantastische logeeradres bij Jenny en Joop in Langedijke. Jenny ontmoette ik dit voorjaar op een cursus over voedselbossen. Toen zij hoorde van ons avontuur bood ze ons spontaan het gebruik van  hun comfortabele gastenverblijf aan. Met allerlei luxe die we op de Ratellaan niet hebben, zoals een douche, een schone vloer en de afwezigheid van ongedierte. Daar hebben we dus heel wat weekends dankbaar gebruik van gemaakt.

Donderdagochtend op tijd weer op, want om 07.30 zou de installateur op de Ratellaan zijn om de meterkast op te plussen. Gelukkig was het intussen droog! De installateurs vertelden ons dat op woensdag in Wolvega het zo hard geregend had dat er 30 cm water in de straten stond en de onderdoorgang onder het spoor was afgesloten. In de stal was nu ook goed te zien waar het naar binnen had geregend: bijna overal. Jammer dat we er nu pas aan dachten dat we een stuk zeil over de zolder hadden willen uitspreiden na een periode droog weer…

We hebben ons best gedaan om zoveel mogelijk spullen op zo droog mogelijke plekken neer te zetten en voor alle zekerheid een tentje over de meest kwetsbare apparaten heen gebouwd. Misschien moeten we toch maar beginnen met het bouwen van een degelijke werkplaats.

De architect kwam ook nog langs en stak ons een hart onder de riem met verhalen over véél ergere situaties die hij had meegemaakt. En zoals Joris zei: In Roemenië hebben we boerderijtjes gezien die echt niet degelijker waren dan dit, en nog veel kleiner. Het is een kwestie van je perspectief een beetje verschuiven. We zijn natuurlijk erg verwend met 180 m2 schoon, droog, comfortabel woonoppervlak.

Nog een klein weekje, dan volgende week ‘echt’ over!