Schapen scheren

De schapen stonden al weken enorm overal tegenaan te schurken als ze de kans kregen. Zelfs als ik in de wei stond werd ik als schurk-paal gebruikt. Oorzaak is waarschijnlijk de wol die door het warme weer begint los te laten. Dat jeukt.

niet te zien, maar hier schurkt Babette uitgebreid tegen een oud veedrinkbakje

Nu dacht ik dat je een hoogdrachtige ooi niet op de kont moet zetten. Maar dat bleek toch te kunnen. En voor mijn eigen overzicht (en de hygiëne)  tijdens het lammeren is het dan handiger om de wol er af te hebben.

Dus kwam vandaag Arian langs om de schapen uit hun jasje te helpen. Weliswaar is het nu juist weer koud geworden, maar dat duurt maar een paar dagen. En de schapen hebben niet zoveel last van de kou. Ze gaan dan meer eten en brengen hun stofwisseling omhoog. Binnen een paar dagen kunnen  ze zich daarmee al weer voldoende warm houden.

Wat hangt er nu boven ons hoofd?

Wát een pakken wol kwamen er af! De schapen hebben ineens veel meer ruimte in hun stalletje.

Helaas bevestigde Arian wat ik al een beetje vermoedde: Nellie zit tegen het werpen aan, maar Babette lijkt helemaal niet drachtig te zijn. Tijd voor een functioneringsgesprek met Arie?

Ze lijken wel tevreden met hun nieuwe outfit

En wat doe ik met de wol? Maandag gaat Ria uit het dorp me laten zien hoe ik moet kaarden en spinnen. Nog een klusje erbij…

 

 

Puinruimerij

De afgelopen weken hebben we geleidelijk alle muurtjes van de boerderij omgeduwd en -geslagen. Het resultaat: een grote puinhoop. En het puin wat we samen met de buren hebben gebroken lag er ook nog. Om het allemaal met kruiwagens over het pad te rijden was loodzwaar. Ik  probeerde elke dag een paar kruiwagens te doen, maar meer dan een paar lukte niet, dan vielen mijn armen er af. Dinsdag kwamen Berber en Jacob gelukkig een middagje helpen. Ze hebben het pad versterkt met ettelijke kuubs gebroken puin en het laatste muurtje wat nog overeind stond omgeduwd.

Om verder te kunnen met de afbraak van de boerderij moest het puin uit de weg. Maar het duurt nog even voor we weer een puinbreker kunnen huren (die zijn erg populair op het moment). We besloten dus eerst maar een shovel te huren. Daarmee hebben we op vrijdag en zaterdag al het losse (maar nog niet gebroken) puin getransporteerd naar hoopjes langs het pad. Zo zal het veel makkelijker worden om het straks met de puinbreker op het pad te breken.

Met de shovel manoeuvreren was nog helemaal niet zo makkelijk. Gelukkig werd Joris er snel handiger in. Het ding maakte het slopen van de laatste onderkanten van de muurtjes en de houten vloeren uit het woongedeelte ook een stuk eenvoudiger.

En toen was de boerderij echt met de grond gelijk. Dat gaf op Paaszondag de gelegenheid voor een bijzonder Paasontbijt. Zeg nou zelf: hoe vaak heb je de mogelijkheid om met Pasen buiten te ontbijten en dan ook nog op de vloer van wat ooit een boerderij was en waar je nieuwe huis gaat komen?

Volgende stap: het gebint. En dat was even puzzelen. Want het originele (grenen) gebint was deels al helemaal doorgerot en staat ook deels nog in het stukje schuur wat voorlopig overeind blijft staan. Maar het stuk waarmee het ooit verlengd was, was van eiken, dus loodzwaar en mooi. Dat wilde ik graag heel houden.

En dan moest het ook nog op zo’n manier naar beneden komen dat het niet op de stacaravan of het tijdelijke schuurtje zou komen. En ook niet de steiger wegslaan waar Joris op stond…

Het grijze is de stacaravan. Die staat deels ín de noordschuur (met zwarte planken en houthok er tegenaan) geparkeerd. Daarvóór staat de grupstal, het stukje schuur wat nog even blijft staan. En de palen van het oude gebint houden dat stukje nog overeind… hoeveel kan je veilig weghalen?

Uiteindelijk hebben we eerst de ene horizontale verbindingslegger doorgezaagd.Daarbij heeft Joris aan beide kanten er eerst een stevige plank onder geschroefd (alleen vastgeschroefd aan het deel wat nog bleef staan). De losgehaalde stukken rustten dus op die plankjes. Met een lange paal konden we de ligger er toen veilig vanaf duwen.

Daarna hebben we het staande deel met spanbanden gezekerd aan de Jonge Eik, zodat het in elk geval niet achterover kon vallen.

Daarna de andere ligger (bijna helemaal) doorgezaagd, opnieuw met een plank eronder om te voorkomen dat hij zou gaan doorhangen en het gebint naar achteren zou omtrekken.

En toen konden we het met ons tweeën vanuit een veilige positie omtrekken. Best spannend.

Daarna was het grenen gebint eigenlijk een fluitje van een cent. Dit keer vormde ik de zekering (dus daar heb ik weinig foto’s van)

Het grenen bintwerk, vol boktor en houtworm, is helaas alleen nog bruikbaar als brandhout. Maar het eiken gebint is nog prachtig! De eiken deuvels kregen we er (met enige overtuigingskracht), nog uit, zodat we het helemaal netjes konden demonteren. Deze bouwwijze maakte het vroeger mogelijk een hele boerderij relatief eenvoudig te verplaatsen. In dit geval zullen we het netjes bewaren. Ik ben al aan het broeden op de vraag hoe dit het uitgangspunt kan worden voor de stal die ooit op de plaats van de noordschuur moet komen.

Al met al een zeer welbesteed paasweekend. En wat een verschil!

Grote schoonmaak

Het is april, het is mooi weer, en dus werd Witte Donderdag de jaarlijkse Schoonmaakdag Van Het Kippenhok. Om bloedluis en andere parasieten te voorkomen doe ik dat ieder jaar in het voorjaar (behalve in 2017, toen ik er door de verhuizing geen tijd voor had – en in augustus dan ook prompt een enorme bloedluis-uitbraak kreeg).

Dat is een hele dag werk: al het losse stro en strooisel eruit, met de stofzuiger helemaal schoonmaken, al het ‘meubilair’ (zitstokken, poepplank etc.) er uit, hele hok (inclusief dak) schoonmaken met kokendheet sodawater, alle naden föhnen met een verfbrander in de hoop nog wat bloedluis dood te stomen, alles dik in de witkalk zetten en helemaal laten drogen (daarvoor moet het dus  warm en droog weer zijn, liefst met een windje).

Daarna heb ik nieuwe zitstokken en een nieuwe poep-plank gemaakt. De schroeven waarmee de zitstokken aan de wand zijn gemonteerd lopen door een oliebadje. In theorie kunnen de bloedluizen dus niet anders dan via dat oliebadje bij de kippen komen. En daar kunnen ze niet doorheen, dan lopen hun tracheeën (adembuisjes) vol. Moeten de kippen natuurlijk niet met hun veren tegen de zijkant van het hok komen. Daarvoor zitten er zijstukken op de zitplanken gemonteerd.

Al met al een hele dag knutselwerk. Maar het resultaat mag er wezen: een fris en schoon hok met gloednieuw meubilair, waar Harrie en de dames weer rustig kunnen slapen zonder ’s nachts door de kleine vampiertjes belaagd te worden. Het was ook geen dag te vroeg: in kieren en naden en op de uiteinden van de zitstokken zaten nu al korsten bloedluis. Die zouden zich in het warme weer akelig snel vermenigvuldigd hebben.

Zou het komen door de zachte winter waardoor de bloedluizen niet zijn doodgevroren? Of doordat het hok nu toch aardig vol zit en daardoor ook ’s winters relatief warm blijft? Of gewoon doordat er altijd naden en kieren zijn waar je niet goed bij kunt en waar de bloedluis zich kan handhaven? Het lijkt raadzaam om voortaan ook in oktober zo’n Kippenhok-Schoonmaakdag te gaan houden. En er schijnt één of ander wondermiddel te bestaan wat diatomeeënaarde heet en waar de mijten niet tegen kunnen. Misschien ga ik dat ook maar eens proberen.

Melktafel

Als Arie heeft gedaan waarvoor-ie is aangeschaft zijn mijn Friese Melkschaapjes drachtig. En dan kan ik dus over ongeveer een maand mijn eerste lammetjes verwelkomen! Hartstikke spannend, want er kan best veel mis gaan bij zo’n geboorte, zeker omdat het voor de schapen ook de eerste keer is.

Bij Hanneke Kuppens in Zevenhuizen (aanrader – overheerlijke geitenkaasjes!) heb ik de afgelopen jaren af en toe geholpen tijdens het lammerseizoen. Dus ik ben niet helemaal onbekend met het principe. Maar ja, dat zijn geiten. En op de Ouwendorperhoeve (aanrader! overheerlijke schapenkaas, -yoghurt en -vlees) heb ik wel enige ervaring met schapen opgedaan, maar dat is al vijf jaar geleden. Er staat alvast navelstreng-ontsmetspul, glijmiddel en een lammetjesfles klaar en het telefoonnummer van de dierenarts staat onder ‘favorieten’ in mijn telefoon.

Maar áls alles goed gaat, en er kómen lammetjes, dan komt er dus ook melk. Want daarvoor heb ik immers Friese melkschapen. En dan kan ik (na een paar weken) dus ook gaan melken. Nu zijn de schapen op dat moment voor het eerst moeder, dus die hebben al heel veel aan hun kop.  En zullen niet zo in de stemming zijn voor nog meer nieuwigheden. Het is dus handig ze alvast aan het principe van de melktafel te laten wennen.

Zó troffen we ‘m aan… wat zou het geweest zijn?

Eén van de objecten die we hier tussen de zooi aantroffen was een soort oerstevig gelast onderstel met twee miniwieltjes. Hans zag er een buitenkeuken in, maar Joris leek het wel een mooi uitgangspunt voor een verplaatsbaar melktafeltje. Oude planken zijn er in overvloed en mooi hoeft het niet te zijn voor schapen… maar wel stevig! Het is een prototype, maar het werkt wel.

      

Hmmm, een hekje aan één kant en een trappetje zijn wel handig
Wat ben je aan het doen?

Wat moet dat met die rommel hier?
Lekker tegenaan schurken… met 70 kilo schaap

 

Zijn dat brokjes? NEE, dat zijn bitjes!

Een melktafel maken is één, de schapen er op krijgen is twee. Gelukkig gaat het na een week al heel aardig. De dames krijgen nu dus twee keer per dag hun brokjes op de melktafel. Ze springen er geheel zelfstandig op, vaak nog vóór het trapje is uitgeklapt. “Waar blijven die brokjes?!”

Het is goed dat hij ook de wei weer kan worden uitgereden, want Babette vindt het vooral een leuk speelobject.

En arme Arie snapt maar niet waarom hij niet met dit nieuwe spelletje mag meedoen!

 

 

Het tweede jaar

Het is haast niet te geloven, we zijn hier alweer twee jaar bezig. De kersenboom bloeit weer – en is al een week één gonzende massa hommels en bijen. Het afgelopen jaar is er veel gebeurd.

De werkplaats is gebouwd.

De poel is gegraven.

De moestuin gaat zijn tweede seizoen in en is uitgebreid.

Er zijn weer heel veel bomen en boompjes geplant.

We hebben er nieuwe kippen bij, en natuurlijk de schapen.

En de boerderij is (bijna) afgebroken.

We kijken uit naar het komend jaar. Hoe zal het zijn als we echt gaan bouwen? Hoe zal het er hier over een jaar uit zien?

 

Eieren conserveren

De hele winter heb ik lopen mopperen op de kippen. De vier jonge hennen, “tegen de leg aan”, die we in september aanschaften legden slechts zo heel af en toe een eitje. Met vier jonge Barnevelders en één oudere, twee jonge Drentse Hoenders en Leentje het Loopeendje hadden we hooguit één ei per dag en vaak helemaal niks. Ik heb zelfs een paar keer eieren moeten kopen, dat was voor het eerst sinds we onze eerste kippen kregen!

Maar nu hebben ze eindelijk begrepen wat de bedoeling is. De acht dames (inclusief Leentje dus) samen produceren nu vijf of zes eieren per dag. Nu eten wij graag eieren, maar dit is zelfs ons te gek. We delen er heel wat uit, maar met de winter nog vers in het geheugen willen we ook weer eens proberen eieren te conserveren.

Ooit heb ik wel eens eieren ingevroren, maar dat was niets. Je moet eiwitten en dooiers scheiden, en dan de dooiers mengen met zout of suiker, omdat ze anders rubberig zouden worden. Dan gebruikte ik ze eigenlijk niet.

Peter en Marleen, die ook een huis aan het bouwen zijn, hebben het vorig jaar geprobeerd met kalkwater. Dat wilde ik ook wel eens proberen. Marleen heeft er een mooie blog over geschreven.

Het valt nog niet mee om aan zuivere hydraatkalk te komen (al schijnen we het komend jaar met de kalkhennep vanzelf op het erf te krijgen). Daarom  heeft Peter me een pakketje wit poeder toegestuurd. Het zag er inderdaad nogal verdacht uit… 😉

Vroeger werden eieren ingelegd in Keulse Potten. Die heb ik niet. Tegenwoordig in plastic emmers. Maar ik heb alleen maar erg grote emmers. Als er dan iets mis gaat met een ei gaat de hele boel bederven, zoals Peter en Marleen hebben gemerkt.

Dus komen de weckpotten die ik in de kelder vond nu goed van pas! Ik zal nog even nieuwe rubbers en klemmen kopen. 30 gram kalk op 1 liter water en dan maar vullen met (schone, ongewassen) eieren. Het ziet er alvast mooi uit, die bepoederde eieren.

We willen ook eieren proberen te bewaren in waterglas en door ze met olie in te wrijven. Eigenlijk komt het er allemaal op neer dat je de schaal afsluit met een substantie die niet aantrekkelijk is voor bacteriën. We zijn benieuwd…

 

 

 

 

Op herhaling

Nu we weten hoe we het handig moeten aanpakken, dan ook meteen maar doorpakken. Afgelopen weekend de rode holle Muldenpannen ook op het andere dakvlak van de werkplaats gelegd. Ik had er al zoveel mogelijk van de zwarte oude holle pannen af gehaald (hoe vaak heb ik die dakpannen intussen in mijn handen gehad?). Vervolgens zaterdag de rest er af gehaald. Daarna heeft Joris alle panlatten verplaatst, ruiterfolie onder de nokvorsten gelegd en de nokvorsten vastgeschroefd. En op zondag hebben we het hele dak gedekt met de rode pannen. Wat een heerlijk gevoel, dat de pannen nu niet meer kunnen weg waaien en dat er geen sneeuw of regen meer onder kan komen.

Vóór…
Tijdens…

En na!
Wát een plaatje!

En de hele week lonkten de muurtjes… Na het eten zei Joris dan “het is nog wel even licht, we wassen zo dadelijk wel af…”en dan ging hij even nog een muurtje om meppen. En ik natuurlijk ook. Eerst de muurplaten eraf wrikken, en dan even kijken hoe stevig het nog was. Niet zo stevig, meestal.  Zeer bevredigend werk.  De oudste muurtjes zijn met kalkmortel gemetseld en die zijn zo om te gooien (met één hand, zonder handschoen aan…). De muurtjes die in de jaren ’60 zijn gemetseld zijn keihard, zij het dan ook vrijwel niet gefundeerd.

Een daar komt ons tijdelijke onderkomen achter de boerderij vandaan… eindelijk uitzicht!
Alleen de muren van de werkplaats staan nog!

Het schone puin wordt allemaal grondstof om het pad te versterken. Maar dat is natuurlijk ook wel een klusje.  Want of we het puin nu éérst breken en dan naar het pad verslepen, of eerst langs het pad leggen en ter plaatse breken, het is veel en zwaar werk. Maar wel bijzonder nuttig en zichtbaar werk. Wie heeft er zin om zich een dagje uit te komen leven en te zien hoe mooi de Hof in de lente is?