Koning Winter

’s Zomers is leven in de stacaravan prima te doen. Maar de winters zijn elk jaar weer spannend. Dit is al de vierde winter en tot nu toe ging alles goed… Maar opeens begon het weerbericht er steeds winterser uit te zien. Met heel veel sneeuw en strenge vorst. Wij denken dan meteen terug aan de twee ‘Siberische beren’ van februari en maart 2018. Die waren heftig. We dachten destijds dat de waterleidingen onder de stacaravan wel vorstvrij zouden blijven door de warmte-uitstraling van de caravan zelf. Tenslotte is de vloer van de caravan mega-koud en die warmte moet ergens blijven, nietwaar? Om die warmte een beetje vast te houden hebben we rond de onderkant van de stacaravan al meteen de eerste winter platen piepschuim gezet. (Met zwart landbouwplastic eromheen zodat het er niet al te armoedig uitziet.)

Maar dat viel tegen; op zekere ochtend kwam er destijds geen water meer uit de kraan. Ik heb toen met de verfbrander de leidingwirwar ontdooid. Kon zelfs warm douchen daarna (dat was nodig, want onder de caravan was destijds ook een favoriete kattenpoeppplek). Toen ben ik naar Wolvega gereden voor ‘hittelint’ en buisisolatie. En de rest van de dag heb ik toen onder de caravan gelegen om alle buizen zo goed mogelijk te isoleren.

Nu is ‘onder de caravan’ niet echt één ruimte. Nou ja, wel, maar gecompartimenteerd, of beter: gefragmenteerd door het onderstel van de caravan en kris-kras lopende gasleidingen, waterleiding, leiding van de geiser naar de keuken, leiding van de geiser naar de badkamer, afvoer van toilet en douche, keukenafvoer, elektriciteitsdraden etc.

Daarbij is de ruimte tussen de 20 en 50 cm hoog. ‘Onder de caravan kruipen’ betekent dus op je buik of rug (vooraf kiezen, draaien kan niet meer) vanaf een punt waar je het piepschuim langs de onderkant hebt weggehaald zover mogelijk komen om te doen wat je doen moet en daarna dezelfde weg weer terug wriggelen (op je tenen en je ellebogen, of op je hielen en schouderbladen). En dan die plaat weer terug manoeuvreren (zonder dat-ie breekt). Op die manier kan je de meeste plekken bereiken. Wel met scherpe stenen die in je rug prikken en spinnenwebgordijnen die in je gezicht slieren.

Dit even om het idee te schetsen.

Na de hittelint-actie ontdooide het watersysteem destijds langzaam. Toen bleek dat één koppeling gesprongen was, zodat uiteindelijk Joris ’s avonds op zijn rug in een plas water bij een gevoelstemperatuur van -20 vloekend knelkoppelingen lag aan te brengen. Daarna ontdooide ook de rest, alleen ontdooide de warmwaterleiding sneller dan de afvoer en had ik de keukenkraan per ongeluk laten openstaan terwijl ik elders bezig was, zodat er uiteindelijk 4 cm water in de slaapkamer stond (het laminaat is nooit meer helemaal hetzelfde geworden.)

Dat soort episodes blijft je bij.

Dus toen er anno nu gewaarschuwd werd voor heel veel sneeuw en strenge vorst namen we maatregelen. We hebben eten en klusmateriaal ingeslagen om desnoods tien dagen op het erf te kunnen blijven, dertig zakken houtpellets laten bezorgen, de buitenkraan hebben we afgekoppeld en de bouwwaterput waar de watermeter in zit volgepropt met isolatiemateriaal, de kippen in de luwte van het huis gezet en de schapen in de luwte van het bos, extra hooi in de stal zodat de schapen desnoods een paar dagen op stal kunnen, alle planten-in-potten het huis in gesleept en we vertrouwden op de hittelinten langs de waterleidingen onder de stacaravan.

En zondag werden we wakker met de beloofde sneeuwstorm. Veel storm, weinig sneeuw, vooraleerst. Wel enorm horizontale sneeuw. Nou ja, pan erwtensoep op het vuur en we zijn maar lekker verder gegaan met Operatie Isolatie. Daar word je drievoudig warm van: het is een inspannend klusje (veel boven je hoofd werken en tienduizend keer de ladder op en af), je bent bovenin het huis bezig, waar de warmte van de kachel naartoe trekt (het wordt hoog tijd voor een verdiepingsvloer!) en uiteraard blijft de warmte steeds beter hangen, naarmate er meer dak geïsoleerd wordt (we zijn intussen op ongeveer 3/4). We stonden in een T-shirtje te werken!

De schapen waren wel een beetje zielig toen ik ze naar binnen haalde, met dikke randen ijs aan hun oren en een laag sneeuw op hun vacht. En de kippen weigerden de hele dag pertinent om hun hok uit te komen.

Maandag sneeuwde het nog steeds. En hoewel het niet enorm dichte sneeuw was, is er in 36 uur toch aardig wat gevallen. Waarbij je mooi kan zien waar de harde oosterstorm werd afgeremd: daar komt de sneeuw naar beneden. In de open velden ligt maar een paar cm. Maar op luwe plekken ( zoals op ons erf) ligt de sneeuw op sommige plekken kniehoog. Op de Ratellaan zelfs sneeuwduinen tot heuphoogte!

Prachtige plaatjes. Maar toen ik na een inspannend rondje-met-het-hondje (poolexpeditie!) de afwas wilde gaan doen kwam er geen warm water meer uit de kraan.

Dus.

Overall aan, hoofdlampje op, verfföhn, verlengsnoer, diep ademhalen en op je rug in de onder-het-klompenhok-gestoven sneeuw de caravan onder glibberen. De bevriezing bleek te zitten op het punt waar de leiding omhoog buigt de stacaravan in. Daar kon ik destijds geen hittelint en isolatie aanbrengen, omdat het één grote soepzooi van leidingen is en omdat er allemaal koppelingen zitten.

Maar intussen beschikken wij over een grote voorraad prachtig flexibel isolatiemateriaal: schapenwol. Nadat de leiding was ontdooid (was gelukkig nog niet gesprongen) heb ik zoveel mogelijk schapenwol tussen en rond de leidingen gepropt en noppenfolie met ducttape en nietjes tegen de onderkant van de caravan geplakt om het op zijn plaats te houden.

Als we er aan de bovenkant (vanuit de caravan) nu ’s avonds een hete kruik op leggen is dat hopelijk voldoende om deze kwetsbare plek vorstvrij te houden. (Geen warme kruik voor mij in bed dus, maar de waterleiding is belangrijker!)

De rest van de dag heb ik weer onder de caravan heen en weer gekropen om de spleten tussen de piepschuimplaten zo goed mogelijk dicht te stoppen met een heel assortiment aan restanten isolatiemateriaal: purplaat, noppenfolie, schapenwol in plastic zakken, steenwol, vlaswol, houtwol en Gutex houtvezelplaat.

(Voor alle oplossingsgerichte mensen die nu mailtjes willen gaan sturen met “Kan je niet ‘gewoon’ de hele onderkant van de caravan dichtstoppen met isolatiemateriaal?”: nee, dat kan dus niet. Want dat oerwoud van leidingen. Echt waar. We hadden het graag gedaan. Maar je krijgt het niet dicht. Want je kunt er niet bij. Rondom zo dicht mogelijk maken is echt de beste oplossing. En de leidingen hangen ook flink aan de buitenkant dus een hele ring hooibalen rondom past ook niet. Nog los van dat die niet meer isoleren als ze nat worden en dat er altijd kieren blijven tussen de bovenkant van de baal en de onderkant van de caravan.)

Intussen schepte Joris paadjes tussen huis, stacaravan en werkplaats (die elk uur opnieuw geveegd moesten worden, pas ’s middags hield het op met sneeuwen) en toverde hij ’s avonds van een paar pallets en een stuk gaas een luxe-ren voor de kippen in het nieuwe huis. De kippen zijn nu dan maar even binnenkippen geworden. Hoeven we ons bij één set beestjes geen zorgen te maken over bevroren drinkwater.

Dat waren dag één en dag twee. Het KNMI voorspelt nog een week dalende temperaturen. We houden ons hart vast.

O ja, het toegangspad is voorlopig inderdaad niet toegankelijk, daar ligt 25 cm sneeuw op. Helemaal echt ingesneeuwd. Op zich wel spannend (en lekker rustig), maar het was net iets relaxter geweest als we al in het huis zouden wonen. Volgend jaar…

Operatie Isolatie

Het wordt buiten aardig koud en de vlaswol staat verschrikkelijk in de weg, dus we zijn meteen maar begonnen met het in het dak te proppen. Geen geringe klus. Nu blijkt, dat het misschien toch niet zo handig was dat we akkoord gingen met de oplossing van de leverancier om een extra laag van 4 cm toe te voegen. De kussens van 14 cm dik kunnen we gewoon tussen de sporen proppen en die blijven dan hangen. (Behalve op de plekken waar de sporen een beetje wijken – niets is kaarsrecht.) Maar de dunne ‘deken’ van 4 cm doet dat niet.

Dat betekent : eerst de laag van 4 cm aanbrengen. Vastklemmen met een houtje wat je tussen de sporen klemt. Op dezelfde manier nóg een ‘deken’ (officieel heet het geloof ik een ‘paneel) erboven of eronder aanbrengen. Zorgen dat de naden netjes aansluiten, ondanks dat beide panelen slap over hun houtje bungelen. Dan anderhalf paneel van 14 cm aanbrengen, waar het paneel van 4 cm dan boven blijft hangen. Op die manier overlappen de lagen tot halverwege en komen de naden tussen de panelen steeds halverwege de volgende laag. Ergens het houtje er tussenuit peuteren. En dan het laatste paneel van 14 cm.

Dat betekent dus dat je per baan steeds over een ‘werklengte’ van 2 hele panelen (=2,40 m) erbij moet kunnen. Zolang je vanaf de verdiepingsvloer werkt, gaat dat nog wel.

Maar toen moesten we de nok in.

Eerst de héle steiger (6m hoog!) opbouwen
De eerste twee dunne panelen stotend aanbrengen en vastklemmen met latjes
Naar beneden, steiger verplaatsen…
…weer naar boven, volgende panelen aanbrengen. Weer naar beneden, steiger terug verplaatsen, volgende laag. Etc…
Steiger een tandje minder hoog opbouwen voor de volgende serie lagen.
Het moet precies zó, dat je er wel goed bij kunt. Steeds passen en meten wat het beste uitkomt. En maar op en neer klimmen…

Uiteindelijk kostte het een hele dag hard werken met ons tweeën, om vier ‘banen’ (tussen de sporen) helemaal vol vlaswol te krijgen. Nu waren dit waarschijnlijk wel de lastigste om te bereiken. Maar in de schuine stukken wordt het natuurlijk snijwerk, wat ook weer meer tijd kost. Gewoon twee dikke ‘kussens’ aanbrengen was aanmerkelijk makkelijker geweest.

‘Ik geloof dat het zestig sporen zijn’, zei Joris.

Vlaswol… eindelijk!

Het blog stond een beetje stil, terwijl wij ons in onze lockdown-kluscocoon ingroeven. Net als iedereen zien wij bijna niemand en kijken we verbaasd naar het wereldnieuws, dat met de week absurder lijkt te worden. We concentreren ons maar op onze eigen plek onder de zon. Daar is nog genoeg te doen.

Zo is eíndelijk het isolatiemateriaal voor het dak gearriveerd. Dat is een lang verhaal.

In het dak moet 30 cm vlaswol tussen de sporen komen. Na overleg met de fabriek koos Joris voor 2 lagen van 16 cm (15 cm bestaat niet). Dan kan je de kussens verspringend ten opzichte van elkaar leggen, wat mogelijke koudelekken op de naden voorkomt. En doordat het net een beetje teveel is druk je het iets samen, zodat je in elk geval nergens te weinig hebt. (Iets teveel is beter dan iets te weinig.)

Het is natuurlijk best wel een heel groot dak. En in totaal was het bijna 90% van een hele vrachtwagen vol. “Als ik nou een hele vrachtwagen bestel”, vroeg Joris aan de lokale dealer, “krijg ik dan korting?” De dealer kwam inderdaad met een leuke prijs.

Zo gezegd, zo gedaan en op 1 oktober plaatste Joris de bestelling. We moesten wel nog even het transport regelen, want zo’n grote vrachtwagen kan hier natuurlijk niet komen. Maar we spraken af dat het eerst bij de dealer bezorgd zou worden en dat we dan het transport zouden regelen.

Drie weken later was het er. Joris moest toevallig bij de leverancier zijn voor een andere bestelling en keek vol ontzag naar de vele pallets met 2,8 m hoog opgeladen vlaswol.

En toen keek hij op de pakbon: 140 mm. Geen 160.

De fout bleek bij de leverancier te liggen. Die had een productnummer verkeerd overgenomen. Maar daar bleek dus ook die aardige prijs vandaan te komen. Ze hadden gewoon een goedkopere dikte besteld.

De leverancier heeft eerst nog geprobeerd het aan iemand anders te slijten, maar dat is niet gelukt. Dus we kregen – na wekenlang héél veel heen en weer gebel – de keuze: ofwel ze konden de juiste dikte bestellen, maar dan betaalden we wel de normale prijs. Ofwel we kregen er gratis het benodigd oppervlak aan 4 cm dikke vlaswoldekens bij, zodat we het in 3 lagen konden installeren (14 + 14 + 4).

Het prijsverschil was aanzienlijk, dus dat hebben we maar gedaan. Volgende vraag: hoe komt die 80 m3 vlaswol hier?

Nu was het weerbericht afgelopen week iedere dag anders. Uiteindelijk werd het transport gepland op de donderdag. Op woensdag zei ik tegen Joris: “Er wordt morgen windkracht 9 voorspeld!” Joris belde de leverancier, maar die was het intussen helemaal zat en kon of wilde het transport niet meer wijzigen (dat moest ook weer met een derde partij). “Oké, op jouw verantwoording.” zei Joris “En denk erom, ik zeg het nog een keer: een auto van maximaal 10 m lang, met goede chauffeur!”.

Om 09.00 zouden ze opladen. Om 11.00 was de vrachtwagen er nog steeds niet. Om 11.30 werd Joris gebeld, door de chauffeur. “Hoe kan ik daar komen? Mijn wagen past echt niet dat weggetje in!”

[Hier ben ik de verslaglegging even kwijt, maar ik geloof dat de chauffeur eerst achteruit de Ratellaan is ingereden, geprobeerd heeft om dan rechtsaf ons pad in te steken, wat uiteraard niet lukt, de Ratellaan weer is uitgereden, helemaal naar Noordwolde is gereden om te keren, terug kwam, nu gewoon vooruit het pad opreed, onvoldoende indraaide voor de bocht, daardoor op zeker moment met twee wielen boven de sloot hing, uiteindelijk met een halve hartverlamming bij ons erf stond en toen ook nog probeerde om met een 11 m lange zware vrachtwagen op ons van water verzadigde weiland te keren. We zeggen het altijd: “Maximaal 10 meter lang, met een goede chauffeur.” Blijkbaar komen we niet heel serieus over.]

Nadat ik de chauffeur met een kop koffie had gereanimeerd terwijl Joris telefonisch de leverancier uitfoeterde laadde de chauffeur de eerste lading van 12 pallets af. Joris had een pompwagen gehuurd om de pallets in het huis mee te kunnen verplaatsen en een heel ingenieuze oprit over de drempel gebouwd waar de pompwagen over kon (helaas geen foto).

Pallets optillen met de trekker, over een pad van rijplaten naar het huis rijden, vóór de drempel neerzetten, pompwagen eronder, plastic rond de pallets lossnijden, bovenste vier kussens vlaswol eraf halen zodat de pallet de deur door kon, pallets met de pompwagen naar achterin het huis rijden, waar we al ruimte hadden gemaakt, losse vlaswolkussens er weer op terug stapelen. 80 m3 is best wel veel.

Intussen hadden de chauffeur en Joris samen de leverancier ervan overtuigd dat de rest van de leverantie niet die dag ging plaatsvinden. De chauffeur is erin geslaagd achterwaarts heelhuids ons erf weer te verlaten. Toen de beschutting van de vrachtwagen weg was kreeg de wind grip op de pallets.

Eenmaal omgekieperde pallets moesten eerst met de hand tot de helft afgeladen voor we ze weer overeind konden zetten. De vlaswol weegt haast niets, maar het zijn grote en onhandige dingen, je kunt er maar 3 tegelijk vastpakken. En je trekt ze vrij makkelijk kapot. En het ging regenen.

Enfin… na heel veel stress en een paar gekneusde boompjes (toen een pallet vol die al vlak voor de deur stond omwoei en op de boompjes-in-potten terechtkwam die daar staan) hebben we deze eerste lading min-oif-meer droog binnen gekregen. Joris is nog naar de leverancier gereden en heeft proefondervindelijk vastgesteld dat er precies één pallet vlaswol tegelijk in de bus past (mits er ook een paar in de cabine gestapeld worden). Nog 12 keer naar Wolvega op en neer rijden lijkt een handiger transportmethode dan een vrachtwagen.

Dus nu staat het halve huis vol vlaswol. Het heeft een eigenaardige geur. Doet me een beetje denken aan de cacaodoppen die ik vroeger in de tuin als bodembedekker gebruikte. Kunnen we eindelijk gaan isoleren!

Schuren

Terwijl Joris potdekselplankjes timmert en het radiatorsysteem bouwt heb ik vanaf begin december een gigantische klus weer opgepakt: het schuren van het gebint.

Dat hout is mega-ruw en oerend hard en het moet in een aantal fasen bijgewerkt. Eerst (en dat is verreweg het zwaarst) met de haakse slijper en korrel 40. Dat gebeurt weliswaar met afzuiging, maar niet al het stof wordt opgezogen. Er komt verbazend veel stof in je longen en je ogen. Ik moet het dus ingepakt in stofmasker, veiligheidsbril en gehoorbeschermers doen. Niet comfortabel, al manoeuvrerend op de steiger. En zwaar! Diep respect voor het zorgpersoneel dat de hele dag zo ingepakt moet rondlopen. Ik hoop wel dat hun mondmaskers iets beter ademen dan de mijne.

De onderkanten van de balken zijn het zwaarst. En je móet blijven kijken wat je doet, want door de beweging van de machine voel je het niet als je hem niet vlak houdt . En dan krijg je dus beschadigingen in het hout.

De volgende (veel makkelijkere) fase is met de schuurmachine met korrel 60. Dan nog een keer met korrel 80 en dan de ‘verbeterde houtolie’ erop. Zo heb ik het in de keuken gedaan.

Maar de balken in de keuken vind ik wel erg donker geworden. Nogal richting ‘bruine kroeg anno 1982’. Vooral waar de vlekken van het looizuur nog niet helemaal weg waren. Dus heb ik het in de woonkamer tussen de korrel 60- en de korrel 80 fase nóg een keer met oxaalzuur behandeld.

Hier had ik net even geen veiligheidsbril op… meestal wel, oxaalzuur wil je niet in je ogen krijgen! Linksachter de iets te donkere balken in de keuken.

En dan wordt het wel èrg mooi licht. En zou het dan niet nóg mooier worden als je er ‘nog even’ met korrel 120 overheen gaat? En misschien toch op de staanders nog even met korrel 180?

Enfin, véle, véle dagen schuren later zijn de balken in de woonkamer en de slaapkamer prachtig en de staanders aaibaar glad. (De ruige uitstraling is wel wat tammer geworden.) Nu de rest nog…

Vuur!

Joris heeft zich over de kerstdagen toch gestort op de installatie van een radiator. En een prachtig systeem gebouwd.

De pomp duwt het water de koperspiralen in de kachel in.
Daar warmt het op. Op de temperatuursensors kunnen we aflezen hoe heet het wordt.
Vandaar komt het in de radiator, waar de warmte aan de ruimte wordt afgegeven. Met expansievat als eerste beveiliging.
Aanvankelijk was het systeem helemaal open als tweede beveiliging: vanuit de radiator stroomde het in de zwarte emmer, en vandaar trok de pomp het weer de kachel in. Zo zou er nooit teveel druk kunnen ontstaan.
Maar veel warmer dan 40 graden wordt het (nog) niet. En zo’n open emmer is niet echt handig natuurlijk. Ook omdat we juist het vocht uít het huis willen hebben.
Daarom is het systeem iets vereenvoudigd: T-stukje ertussen, vanwaar een leiding door de muur loopt naar een oud olievat (bewaard uit de ‘erfenis’).
Als de temperatuur / druk oploopt kunnen we dat open zetten. Maar vooralsnog is de kachel nog druk bezig zichzelf warm en droog te stoken. We stoken hem nu 2 keer per dag. Je ziet het oppervlak aardig van kleur veranderen!

Na een stookbeurt loopt de temperatuur in het radiatorsysteem op tot een graad of 30-40 en blijft dat úúúren lang. Op den duur zakt de temperatuur in de radiator weer terug naar een graad of 18. Ook de wanden van de vuurkamer voelen dan nog lauw tot warm aan. Daarmee is het makkelijk genoeg om een nieuw vuur zó weer aan te krijgen.

En hoewel het nog niet echt ‘behaaglijk warm’ in het huis is, zijn de scherpste randjes van de kilte er wel af. Het voelt meteen weer een stuk meer als een huis! Nu die dakisolatie nog….

Toch een belangrijke mijlpaal: rook uit de schoorsteen.Tot de negentiende eeuw, toen de Stellingwerven nog tamelijk woest en ledig waren, gold hier namelijk een ongeschreven regel. Als je in één nacht een bewoonbare plaggenhut bouwde, mocht je er blijven wonen. Nu was de vraag wat ‘bewoonbaar’ is ook toen al rekkelijk en aan interpretatie onderhevig. Daarom gold als hard criterium, dat er ’s ochtends rook uit de schoorsteen moest komen.

Ons huis is niet in één nacht gebouwd. En we streven naar een zo schoon mogelijke kachel, dus zo min mogelijk rook uit de schoorsteen. We moesten dan ook wat meer bureaucratie overwinnen. Maar we zijn er toch maar mooi in geslaagd om een huis neer te zetten!