Seizoensklus: zomermaaibeurt poel

De poel is het meest biodiverse stukje van ons terrein. De grond loopt er van hoog (en vrij droog) bij het pad naar beneden, waar het vochtig tot nat is. De poel heeft een heel brede overzone, die ’s winters onder water staat maar ’s zomers droogvalt, en er zijn stukjes lemige zandgrond en stukjes met veen. Heel gevarieerd dus, en voor nog meer variatie voeren we een ecologisch maaibeleid.

Drie keer per jaar wordt rond de poel een deel van het terrein gemaaid met de balkmaaier. Daarbij wordt telkens maar een deel gemaaid, en worden zoveel mogelijk bloeiende planten gespaard.

Eind mei wordt vooral een snee voedselrijk gras weggehaald. Ook wordt dan een deel van de kattestaart en wederik gemaaid, die dan nog niet in bloei zijn. De gemaaide stukken herstellen zich, maar bloeien later dan de niet-gemaaide stukken. Daardoor profiteren insecten er langer van.

Boven de maaibeurt in mei 2024; onder in mei 2025. Je kunt wel zien wat het droogste voorjaar was!

Eind juli (“als het zaad van de ratelaar gevallen is”) is het tijd voor de tweede maaibeurt. Daarbij gaat het vooral om het weghalen van een deel van het gras en de pitrus, en van het riet en de lisdodde die in het laagste deel groeien. In juli / augustus staat het water laag genoeg om daarbij te kunnen (zeker dit jaar!). Maar er zitten dan ook nog heel veel beestjes in de vegetatie, dus het is zoeken naar het evenwicht: wat maai je weg, wat laat je staan?

Eind oktober is de derde en meest rigoureuze maaibeurt. Tegen die tijd staat er meestal al weer het nodige water in de poel. Dan wordt ongeveer de helft gemaaid, om veel biomassa te verwijderen. Wat blijft staan is belangrijk voor dieren om in te overwinteren.

En bij iedere maaibeurt wordt er deels een ‘nieuw’ stuk gemaaid, deels een stuk wat bij de vorige maaibeurt ook is gemaaid, en sommige stukken blijven ook minimaal een jaar ongemaaid, zodat planten en dieren er een hele levenscyclus kunnen voltooien. Zo ontstaat de grootste variatie.

Bij elke maaibeurt moet zorgvuldig gekeken worden hoeveel en wat er gemaaid moet worden, en wat er juist moet blijven staan. Ik heb het geluk dat ik TWEE ecologische hoveniers in de buurt heb wonen die oude NJN-vrienden zijn die ik al meer dan dertig jaar ken. Dus als Hans (van De Groene Stap) het te druk heeft kan ik Jaap (van Mekelogisch Beheer) bellen en andersom. Aan hen kan ik het met een gerust hart overlaten.

Maar het maaisel opruimen doe ik zelf. En dat is drie keer per jaar een forse klus. Soms kan ik een deel gebruiken om hooi van te maken. Maar van riet en lisdodde maak je geen bruikbaar hooi. Bovendien is het vaak toch geen geschikt hooiweer. Gebruiken als mulch in de moestuin is me slecht bevallen. Het is te grof (met riet, lisdodde en wilgjes) en er schieten gras, kattestaart en andere planten uit op. Prachtig bij de poel, maar niet noodzakelijkerwijs in de moestuin. Wat geen hooi kan worden gebruik ik daarom als mulch rond de aanplant van boompjes op het hogere deel van het land. Daar komen we juist biomassa tekort!

Dat is dus wel het enige moment dat ik eventjes minder blij ben met de hoogteverschillen op de hof : kruiwagens vol maaisel moeten tegen de helling op naar de andere kant van ons land gebracht worden.

Wat de klus wel leuk maakt, is dat je dan ook het land , huis en tuin weer eens vanuit een nader perspectief ziet. En het gezoem van insecten en de lekkere geur van hooi en watermunt natuurlijk.

En als ik dan naar het resultaat kijk, is het alleszins de moeite waard!