Lammetje(s)!

De bedoeling was dat er dit jaar maar één schaap zou lammeren. Babette heeft vorig jaar heel laat gelammerd, daarna longontsteking gehad en de hele winter heel veel melk gegeven. Dus die wilde ik even een pauze geven en pas komend najaar weer laten dekken. En de twee ooitjes die vorig jaar zijn geboren vond ik ook nog wat te jong om te laten dekken. Bovendien was het plan dat we dit jaar vooral aan het bouwen zouden zijn en dan is het niet handig als ik dagelijks drie uur bezig ben met melkwinning en -verwerking.

Dus alleen Nel ging begin november in een weitje bij Arie de dekram. Met als planning: eind maart / begin april een lammetje. Eéntje leek me wel voldoende. De kudde hoeft niet verder uitgebreid. Er is een grens aan de hoeveelheid ooien die ik met de hand wil melken en ook aan de hoeveelheid melk, kaas en yoghurt die wij nuttigen. Geen ooilammetje dus, maar een rammetje. Mits tijdig gecastreerd zou die als gezelschap voor Arie kunnen dienen. Arie wordt namelijk ontiegelijk chagrijnig als hij in zijn eentje moet staan.

Maar ja, de natuur hè. Eind november, toen ik net uit het ziekenhuis kwam na de kaakoperatie en nog wat groggy op de bank zat, speelde Arie het klaar om te ontsnappen. En trof Joris hem aan bij de andere drie dames. O jee.

Nel leek overigens aanvankelijk helemaal niet drachtig. Balen. Had Arie helemaal niets gedaan? Tot ze opeens binnen drie dagen een uier kreeg. Op 28 maart zette ik haar vóór ons avondeten op stal en toen ik na het avondeten ging kijken… ja hoor! Helemaal volgens planning, één mooi groot, gezond rammetje. Dankjewel Nel.

Een collega van Joris suggereerde Corona als naam, maar dat leek ons toch een wat nare associatie, nu de epidemie steeds heftiger wordt. Via Cor, Coronus en Cornelis werd het uiteindelijk Krelis. Krelis wordt goed bemoederd en drinkt zelfstandig (hoera) en binnen een paar dagen lag de hele kudde gezamenlijk tevreden te herkauwen in de wei. Dat ging dus helemaal zoals de bedoeling was.

Maar nu ontwikkelt Lieke, één van de jonge ooitjes een uier. Zo kan het verlopen; van één (verwacht) drachtige ooi, naar helemaal geen, naar twee. Of meer? Zou Arie tijdens zijn escapade nog meer dames bezwangerd hebben? Omstreeks half april weten we het…

Overigens doet Nel opeens alsof ze helemaal niet meer weet waar de melktafel voor is. Waarom kan er nou nooit iets vanzelf gaan?

Dak dichten (5)

In een paar weken is de wereld helemaal anders geworden. Maar op onze hof eigenlijk… nauwelijks. We voelen nu nog meer gezegend met zoveel ruimte. Het kost geen enkele moeite om afstand te houden van anderen. Het is hier eigenlijk net zo stil als anders (of niet stil: het werk van de de boer-buren gaat natuurlijk gewoon door). Nu duidelijk is dat het coronavirus ook op oppervlakken intact kan blijven zijn we nog voorzichtiger. We gaan het erf nauwelijks af, enkel 1 of 2 keer per week voor boodschappen.

Op het erf is overigens ook genoeg te doen. Het afwerken van het dak kost veel tijd, vooral langs de kepers. Daar moeten de dakpannen precies op maat schuin worden afgeslepen. Daarbij gaat vaak het nokje, waarmee de dakpannen op de panlat hangen, verloren. Dan moeten er dus dakpannen aan elkaar gelijmd worden. Allemaal schuine vlakken (en golvende dakpannen) dus het aftekenen is niet eenvoudig. Omhoog klimmen, aftekenen, naar beneden klimmen, afslijpen, weer omhoog klimmen, passen, als het niet past weer naar beneden om nog een keer bij te slijpen, schoonborstelen, vastlijmen…

Daarna komt over de kepers een ‘ruiterrol’. Dat is een prachtig materiaal: waterdicht en toch ademend, met een speciale ventilatierand, flexibel en zelfklevend. Die zorgt ervoor dat er ook bij harde wind geen wind van onderaf vat op het dak krijgt en dat er geen water tussen de nokvorsten en de dakpannen kan lopen. Om het goed te laten plakken moet je natuurlijk wel even met een stoffer over de dakpannen, zeker bij hergebruikte of afgeslepen pannen. Dat waren de bouwvakkers 2 weken geleden ook even vergeten…

Dáárna kunnen de nokvorsten worden vastgeschroefd. Onderaan beginnen, want je weet niet precies hoe het uitkomt en het ziet er niet uit als je onderaan een pan moet afslijpen. Dat kan je beter bovenaan doen. Dat betekent dus dat er de hele tijd ‘looppaadjes’ open moeten blijven, waar geen pannen liggen.

Dan het afwerken van het ‘ulebord’. Zelfs met daklood (wat tegenwoordig niet meer van lood is) een hele klus om dat goed op de nokvorsten te laten aansluiten en alle aansluitingen waterdicht af te werken.

En tot slot moeten de laatste dakpannen weer terug. Zónder dat de rijen gaan slingeren… (dat is alleen te zien van een afstandje, niet als je zelf bovenop het dak zit). En mèt voldoende panhaken. Kortom, dágen werk. Maar dan heb je ook wat!

De coronacrisis roept natuurlijk ook voor ons vragen op: hoe gaat het verder met de bouw? Kunnen we eind juni zoals gepland met vrijwilligers de kalkhennep storten of moeten we er vanuit gaan dat dat niet lukt? Moeten we het dan door bouwvakkers laten doen of het uitstellen? We weten het niet… in de tussentijd klussen we rustig door. Het volgende project zijn de goten. Daarna kunnen we beginnen met de muurtjes aan de voet van het huis en het houtskelet van de muren.

Dak dichten (4)

En de aannemer kwam inderdaad op maandag! Jammer genoeg niet zelf of met mannen die we al eerder hadden gehad, maar met twee dakdekkers die weer elders waren ingehuurd. Helaas hadden die niet echt gevoel voor onze bouwfilosofie. Tweedehands pannen gebruiken vonden ze absurd. Ze deden dan ook weinig moeite om slechte (afgeschilferde) of afwijkende pannen eruit te filteren. (Uiteraard was zo’n 10% van de partij toch een afwijkende pan. Wel allemaal OVH pannen, maar van een ander fabrikaat.)

Ik ben zelf maar gaan ‘opperen’ (pannen aanvoeren) om daar een beetje een oogje op te kunnen houden. Dat was erg hard werken, want het moet gezegd worden, ze legden de pannen heel vlot op de grote vlakken. Als ik het even niet kon bijbenen draaiden ze rustig een peukje. Pas toen ik er wat van zei kwamen ze meehelpen.

De Hollandse hitjes die – tussen allengs zorgelijker wordend coronanieuws door – de hele dag uit de radio schalden konden we nog aan. De rotzooi die ze maakten was irritant. Dat ze in hun handen hoestten en die vervolgens niet wasten vonden we vies en – in deze tijd – onverantwoordelijk. Maar dat het werk onzorgvuldig en zonder oog voor detail werd uitgevoerd (te weinig panhaken aangebracht; bovenste pannen niet afstoffen zodat de plakrol van de ondervorst niet meer plakte; de houtvezelplaten waar wij zo voorzichtig mee waren kapot gedraaid met hun schoenen…) was de druppel. Na vier dagen besloten we dat ze niet meer hoefden terug te komen. We maken het zelf wel af.

Dat gaat natuurlijk véél langzamer. Het pannendak is dus nog niet af. Maar de zon schijnt (al is de wind koud!). En je kunt al zien dat het héél mooi wordt.

Van de coronamaatregelen merken we betrekkelijk weinig. Joris werkt nu vijf dagen thuis in plaats van één, wat veel reistijd scheelt. Ook zijn sociale afspraken afgezegd. Dat schept allemaal extra tijd om dakpannen te leggen 🙂 . Afstand van anderen houden is makkelijk als de dichtstbijzijnde buren 150 meter verderop wonen. Op het erf blijven is nauwelijks een restrictie als dat erf 5 ha beslaat. En we hoeven ons niet te vervelen, er moet van alles gebeuren. We doen dus gewoon wat we anders ook zouden doen.

Wat de coronacrisis voor de planning van ons huis betekent weten we nog niet. Maar als het dak eenmaal dicht is kan de bouw in principe héél lang stilstaan. Voor de zekerheid hebben we de kalkhennep maar vast besteld. Overige bouwmaterialen kopen we bij de professionele bouwmarkt, die niet drukker is dan anders. En tot nu toe wordt hier nog niet al te erg gehamsterd in de supermarkten. We zijn erg blij dat we niet meer in de stad wonen en ook erg blij dat we niet in Noord-Limburg of Noord-Brabant zijn gaan wonen. We voelen ons bevoorrecht en dankbaar en we wensen iedereen die het met minder ruimte moet doen veel sterkte in deze tijd!

Eindelijk…

Al weken geen blogs. Niet dat er niets te melden was. Maar het slechte weer en de frustratie over het feit dat het dak nog steeds niet gedekt is waren niet bevorderlijk voor humeur en schrijflust.

Door de vele regen en de aanhoudende westenwind was het water in de IJsselmeer zó opgestuwd, dat het water uit de Linde niet geloosd kon worden. En de Linde is de waterafvoer voor deze hele streek. Het werd dus aardig nat, op een zeker moment stond het hele Lindedal blank. Spectaculair! Al werden onze favoriete rondjes-met-het-hondje wel lastig begaanbaar. Aska houdt niet van natte pootjes…

Intussen is het water gelukkig weer gezakt. Het weiland is wel nog vreselijk drassig. Vervelend voor de boer, die kan nu geen mest uitrijden.

Natuurlijk was het af en toe wel even droog. Op die dagen konden we de laatste voorbereidende werkzaamheden voor het dak uitvoeren: het overstek, inclusief lastige details met isolatie en folie, de laatste panlatten, de hoekkepers en de uleborden. Het overstek en de uleborden zijn ook meteen de eerste stukjes zichtwerk! (Nou ja, de gebinten blijven natuurlijk ook in het zicht.)

Het slechte weer maakte het ook niet aantrekkelijk om in de moestuin te werken. Ik heb wel 6 m3 nieuwe houtsnippers gehaald (hopelijk kan ik de volgende lading houtsnippers zelf maken van eigen hout), gezeefd en over de paden verspreid. Nadat ik eerst het anti-worteldoek, dat nog onder de oude snippers lag, onder de paden vandaan had gepeuterd. Het viel me alleszins mee hoe gaaf het worteldoek nog was. Bij de aanleg was ik bang dat er allemaal plastic rafels af zouden komen als ik het weer ging verwijderen. Maar dat viel mee.

Het anti-worteldoek heeft zijn functie goed vervuld: de kweek is verdwenen. Nu is het een kwestie van de paden af en toe aanvullen met houtsnippers. Onderaan het pakket vergaan die geleidelijk tot teelaarde, die door de wormen vanzelf naar de planten in de moestuinbedden wordt gebracht. En het anti-worteldoek kan weer elders op het terrein gebruikt worden waar ik de grasmat wil onderdrukken.

En als dan eindelijk de zon schijnt en je begint de moestuinbedden schoon te maken dan ziet het er wel héél mooi uit, zo met de nieuwe paden! Nu snel gaan zaaien, want ik loop achter op mijn normale schema.

(Nu wil ik alleen nog een Mooi Hek rond de moestuin. Zo’n gezellig landelijk Engels schapenhek. Maar dat is ook weer een heel project…)

En als het goed is komt morgen de aannemer dakpannen leggen! Nu is momenteel niets zeker in deze wereld, dus even duimen dat het ook daadwerkelijk doorgaat….

Oproep!

UPDATE 7 MEI Intussen is aangekondigd dat de maatregelen voorzichtig versoepeld gaan worden. En durven we dus weer erop te mikken dat het kalkhennep storten met een groep vrijwilligers door kan gaan. Bij deze een hernieuwde oproep voor vrijwilligers. Want kalkhennep storten is niet bijzonder zwaar of moeilijk, maar wel véél werk, waarbij veel handjes goed van pas komen.

Uiteraard nemen we daarbij de 1,5 meter afstand in acht en zorgen we voor voldoende hygiëne. Intussen kan ik ook melden dat er een ‘mobiele badkamer’ is gereserveerd, dus douchen is ook mogelijk. Plek genoeg voor tentjes en we hopen dat het tegen die tijd weer zulk mooi weer wordt (in de tussentijd mag het wel even regenen, dan blijft het gras groen…)


UPDATE 6 APRIL Sinds ik onderstaande blog schreef is er natuurlijk van alles veranderd. Momenteel weten we niet hoe lang de maatregelen om het coronavirus af te remmen van kracht blijven. En welke maatregelen het eerst zullen worden opgeheven. Of het eind juni verstandig is om met een gezellige groep kalkhennep te storten… we weten het echt niet. Misschien dat het niet eens mag. Maar het kan ook zijn dat de epidemie (in ons deel van de wereld) snel over raast en de maatregelen versoepeld kunnen worden. En dan is het natuurlijk júíst leuk om mee te doen, want er zijn al zoveel zaken afgelast. We houden het er even op dat het doorgaat. Mocht dat anders worden, dan laten we dat natuurlijk weten. Blijf allemaal gezond en hopelijk tot snel!


ORIGINEEL BERICHT Terwijl het dak zielig in de regen staat te wachten, zijn we in gedachten al bezig met de volgende stap: de muren. Dat is eigenlijk het meest bijzondere onderdeel van het huis. De muren worden namelijk gemaakt van kalkhennep.

Wat is kalkhennep? Simpel gezegd: een mengsel van kalk en hennep. De hennepplant (we hebben het hier dus over de industriële variant, niet de rassen met een hoog THC gehalte) levert twee nuttige grondstoffen: vezels aan de buitenkant van de steel en heel poreus ‘hout’ aan de binnenkant. Het is zo poreus, omdat hennep supersnel groeit. Dat maakt het een milieuvriendelijker materiaal dan hout. Hennep levert per hectare per jaar 4 x zoveel biomassa op als bos.

Dat ‘hennephout’ wordt versnipperd tot ‘scheven’. Die worden aan elkaar gekit met zuivere hydraulische kalk. Dat mengsel (90% hennep, 10% kalk, plus wat water) wordt gestort in een bekisting. En dat levert een muur op die

  • heel stevig is (in het Engels heet het ‘hempcrete’, ofwel ‘hennepbeton’);
  • relatief licht is (althans, vergeleken met baksteen);
  • damp-open, ademend en vochtregulerend is;
  • niet aantrekkelijk is voor ongedierte zoals muizen;
  • schimmeldodend en bacteriewerend is;
  • redelijk waterbestendig is (meer dan strobouw);
  • heel goed isoleert maar tegelijkertijd een hoge thermische massa heeft;

en bovendien een héél lage milieubelasting geeft. De hennep neemt tijdens de groei CO2 op. Bij het branden van de kalk komt weliswaar CO2 vrij, maar gedurende het uitharden neemt de kalkhennep die CO2 weer op uit de lucht. Op de website van Vereniging Kalkhennep Nederland is er meer over te lezen.

Een behoorlijk ideaal bouwmateriaal dus. Waarom wordt het dan nog niet massaal gebruikt in plaats van baksteen? Tja, veranderingen gaan langzaam en de bouw is een behoorlijk conservatieve sector. Maar daarnaast speelt mee, dat het aanbrengen tamelijk arbeidsintensief is. De aangemaakte kalkhennep moet laagje voor laagje worden gestort. Elke laag wordt dan met de hand, aan de buitenkant van de muur, dus tegen de bekisting aan, iets aangeduwd. Op die manier wordt het mengsel aan de buitenkant van de muur iets dichter (zodat het er niet doorheen tocht) maar aan de binnenkant blijft het open (zodat de isolerende werking goed behouden blijft).

Op deze foto’s zie je goed dat de muur uit laagjes kalkhennep wordt opgebouwd

In Frankrijk zijn wel al bedrijven op de markt die kalkhennep machinaal aanbrengen. Maar Nederland is gewoon nog niet zover. En bij deze klus kunnen wij dus héél veel handjes gebruiken. We zoeken dus hulp!

Ben of ken je iemand die interesse heeft om met dit mooie materiaal te leren werken: dit is je kans! We vragen: enthousiasme en werklust. We bieden: een interessante klus op ons mooie landgoed, koffie, thee en een lekkere lunch. Voor wie meerdere dagen meewerkt zorgen we bovendien voor een (eenvoudige) avondmaaltijd.

Het werk wordt begeleid door aannemersbedrijf Ecobouw Salland, dè kalkhennepspecialisten van Nederland. We zoeken voor iedere dag maximaal 5 vrijwilligers. Naar schatting zal het werk ongeveer 7 werkdagen (08.00-17.00) duren, vanaf maandag 29 juni.

Hier sta ik bij een demonstratie ‘bouwen met kalkhennep’ in 2018. Onze aannemer is het materiaal aan het mixen. Even later mocht ik het zelf storten en aanduwen. Het is niet heel erg zwaar werk, maar als je het een hele dag doet natuurlijk wel een goede work-out 😉

Behalve vrijwilligers voor de kalkhennep zoek ik ook hulpkrachten voor de catering. Want ik wil natuurlijk zelf ook aan de muren bouwen, en niet alleen maar broodjes smeren en koffie zetten voor de harde werkers!

Wie meerdere dagen wil helpen mag komen kamperen met tent of (klein) kampeerbusje. De voorzieningen zijn wel héél eenvoudig (composttoilet en kraan), maar we proberen om vóór die tijd nog een solar shower te regelen, zodat er in ieder geval warm gedoucht kan worden. En we hopen natuurlijk op mooi weer met heldere nachten, zodat er genoten kan worden van kampvuur onder de mooie sterrenhemels van De Hoeve …

Regen en wind

Regen en wind…regen en wind… December en januari waren ons nog redelijk gunstig gezind. Februari niet. Semi-permanent windkracht 5 en hoger, drie officiële stormen binnen twee weken en buien, die overgaan in regen, die overgaat in buien, die overgaan in motregen, die weer overgaat in regen maken het werk aan het dak vrijwel onmogelijk.

Als het even wat minder hard waait (en droog is) probeer ik snel nog wat panlatten bij te werken. Maar voor het grootste deel waait het te hard om het dak op te gaan. Joris probeert tussen de buien de ingewikkelde details van het overstek te maken. Maar ook dat gaat gewoon niet als er intussen een waterval van het dak over je heen spoelt. Gereedschap wordt nat, luchtdicht tape wil niet plakken.

Door de horizontale regen staat het huis weer vol water, de kelder ook. Het weiland zompt (op zich kon het land wel wat water gebruiken) en de poel is uitgegroeid tot een meer dat ons doet denken aan het natte najaar van 2017, toen we hier begonnen. De schapenstal (die erg wrak is) lekt op allerlei plaatsen. En het huis staat maar nat te worden. Gefrustreerd kijken we omhoog naar de houtvezel dakplaten. Ze schijnen ertegen te kunnen. Maar we hadden er al lang pannen overheen willen hebben.

Begin februari heeft de aannemer een steiger geplaatst. Maar die staat werkeloos te wachten (wat natuurlijk geld kost). Joris heeft een week vrij genomen om de laatste dingen te doen vóór de aannemer aan de slag kan. Maar het KNMI voorspelt steeds meer regen. Hoe vaak we ook naar het weerbericht kijken, het wordt maar niet beter!

Kom op Gerrit Hiemstra, does lief voor ons!

Dak dichten (3)

Wat is zo’n dak gróót! En wat is het dan allemaal veel werk!

Inmiddels zit het merendeel van de houtvezelplaten er op. De onderste rij nog niet, want dat kan pas als ook het overstek is aangebracht. Joris heeft intussen uitgewerkt hoe hij dat wil gaan doen en is druk bezig het hout op maat te zagen voor een kleine 50 m overstek.

Voor het beeld: Nu lijken de muren nog relatief hoog. Maar uiteindelijk komen de pannen tot een kleine 20 cm voorbij de muurplaat (de horizontale balk onderaan de sporen) Daaronder komt een brede goot, die zowel water gaat opvangen als ’s zomers voor welkome schaduw gaat zorgen. De grond rond het huis zal uiteindelijk opgehoogd worden tot iets boven het niveau van de betonnen rand. De verhouding dak / muur oogt dan een stuk authentieker.

Ook de dragers voor de ‘nokruiter’ zitten er al op. De hoekkepers zijn beschermd met folie, wat ook weer is vastgezet met balken. Daarop komen de dragers voor de ‘keperruiters’.

Ik heb een halve middag rondgereden in de buurt om te kijken hoe groot uleborden horen te zijn. We maken geen echte geornamenteerde uleborden, maar wel een verlengde nok met een ‘driehoekje’. Dat is groter dan je denkt… Helaas kwam de ideale maat net niet uit met de plek van de sporen. Ze zijn nu aan de kleine kant, maar anders zouden ze ofwel héél groot worden (wat geen gezicht is) ofwel het werd weer héél ingewikkeld om ze te construeren (en we hebben al genoeg te doen).

De mooie tweedehands Opnieuw Verbeterde Holle Pannen die we hebben gekocht sluiten prachtig, maar hebben weinig speling. De panlatten moeten dus niet teveel afwijken van de 30,7 cm werkende lengte. Wanneer je werkt met een blokje ertussen kan dat zomaar gebeuren. Eén of twee millimeter afwijking laten ze wel toe. Maar na 10 pannen steeds dezelfde millimeter extra is het zomaar een centimeter en dat gaat niet goed. We hebben héél zorgvuldig de afstand van de bovenste panlat af gemeten om onderaan (19 pannen omlaag) een ‘referentiepanlat’ aan te brengen. Daarna heb ik (opnieuw héél zorgvuldig) de hoogtes afgetekend waar de panlatten moeten komen. En dan maar schroeven…

Héél veel panlatten!

Intussen moeten we natuurlijk ook gewoon werken, wandelen met Aska, het huishouden draaiende houden en de dieren verzorgen. We moeten dus helaas steeds vaker ‘nee’ verkopen als mensen op bezoek willen komen of iets met ons willen afspreken. Sorry iedereen, we willen echt onze vrienden en familie niet te kort doen, maar het is nu echt prioriteit nr. 1 dat het dak dicht komt!

Wat wel ontzettend fijn is, is dat we nu een Droge Zolder hebben(nou ja, enigszins droge, en het tocht er flink). En een ‘onder het dak’ (al waait op de benedenverdieping nog wel erg veel regen naar binnen). Bouwmaterialen kunnen we daardoor nu enigszins droog opslaan, zonder dat ze ruimte in de werkplaats innemen. Heel plezierig!

En wat een ruimte! (Maar goed dat we niet voor een steilere dakhelling gekozen hebben, dan zou het nog hoger zijn geworden!)

Planning of volgorde?

“En?”, vraagt iedereen, “wanneer gaan jullie erin?”

Wij antwoorden dan standaard : “Vóór de kerst.”

En als mensen wat glazig kijken verhelderen we nog: “Het is ieder jaar kerst. We zeggen niet welk jaar.”

De werkelijkheid is gewoon dat we geen planning hebben. Om de simpele reden dat bij een project als dit een planning alleen maar voor frustraties zorgt. In de praktijk kost ieder bouwonderdeel méér tijd dan je denkt. Omdat, als je je erin gaat verdiepen, er (véél) meer handelingen nodig zijn dan je denkt.

Je denkt bijvoorbeeld: “Nou, het dak doen we in januari, dan kunnen we februari het houtskelet zetten en in maart kalkhennep gaan storten”

Echt niet.

Want eerst moeten alle platen op het dak bevestigd worden (oeps! de schroeven zijn op! en het is zondag!), er moet folie aan de onderkant bevestigd worden (folie uitrollen, op maat knippen, weer oprollen zodat je het naar boven kunt sjouwen, in positie brengen, vastnieten…), vervolgens moet je de naden aftapen met luchtdichte dampopen tape (oeps! het regent drie weken dus kan je niet tapen!), daarna moeten er panlatten bevestigd worden (wat is de werkende lengte van de dakpannen?) en ‘ruiters’ op de nok en de hoekkepers (dat alleen al gaat ettelijke weekends kosten) en dán pas kan de aannemer pannen gaan leggen. Maar als jíj weet wanneer je klaar bent heeft de aannemer het juist heel erg druk en kan hij pas over drie weken ruimte maken. En dan stormt het net een week lang. En dan zit je opeens al in maart. En moet je nog beginnen met het houtskelet.

Als je dan toeleeft naar ‘eind dit jaar kunnen we er in’ moet je dat keer op keer bijstellen. En dan word je dus heel erg gefrustreerd. Doen we niet. Dit is een once-in-a-lifetime project. Het gaat niet alleen om het resultaat, maar ook om de weg er naar toe. Daar willen we óók van genieten.

“Der Weg ist das Ziel”, zeggen ze in Duitsland zo mooi.

Tegelijkertijd is het wel handig om íets van een planning te hebben, want sommige onderdelen besteden we uit aan aannemers en die hebben een bepaalde aanlooptijd / productietijd nodig. En in 2020 hopen we ook een aantal onderdelen te doen waarbij we vrijwilligers nodig hebben (met name het storten van de kalkhennep!) Daarvoor moeten mensen natuurlijk weten wanneer we dat (ongeveer) gaan doen, zodat ze vast tijd in hun agenda kunnen reserveren 🙂

Daarom heb ik een nieuwe webpagina toegevoegd, waarop ik aangeef wat de volgorde is van de bouwonderdelen. Naarmate een bepaald onderdeel dichterbij komt krijgen we er meer zicht op welke deel-handelingen daarvoor nodig zijn en hoeveel tijd die ongeveer gaan nemen. En zo ontstaat er toch een soort van planning. Zo lang het geen deadline gaat heten!

Dak dichten (2)

We wensen iedereen een gezond en mooi 2020!

De hele kerst’vakantie’ zijn we druk aan het werk met het dak. Vandaag alleen even niet, want momenteel giet het van de regen. Helaas schiet het minder op dan we wel zouden willen. Het zijn weer veel (tijdrovende) handelingen:

  • platen één voor één naar boven manoeuvreren en op hun plaats brengen;
  • voor de platen aan de randen bepalen hoe groot ze moeten worden en zo goed mogelijk op maat afzagen;
  • balken naar boven manoeuvreren en de platen er mee vastzetten;
  • op de balken weer (tijdelijke) panlatten aanbrengen, waarover we over het dak kunnen klimmen voor het afwerken van de randen en de nok;
  • platen langs de nok exact op maat maken;
  • de naad waar de nokplaten elkaar raken afwerken met dampopen, luchtdichte tape;
  • aan de onderkant folie aanbrengen (18 m folie, lastig te hanteren met z’n tweeën!);
  • de laatste (onderste) laag platen over de folie aanbrengen.
Aan de voorkant komt nog een dakkapel op het dak. Maar die maken we later. Nu eerst het dak dicht!
Hier is de nok nog niet helemaal dicht, maar je kunt al zien hoe de zolder eruit gaat zien. Ooit wordt dit ons kantoor / studeerkamer.

Uiteraard kan je boven op het dak alleen maar langzaam en behoedzaam werken. Schroeven indraaien met dikke werkhandschoenen gaat niet goed, dus we hebben alleen maar dunne handschoenen aan (die maken het al onhandig genoeg werken!) Bij 2 graden boven nul met motregen en wind verkleum je dan in no time. En moet je dus na anderhalf uur werken weer opwarmen bij de kachel. Gelukkig was het op oudejaarsdag mooi weer en bijna comfortabel op de zuidkant van het dak.

We hebben de 2 grote dakvlakken af gekregen tijdens het goede weer. Maar vóór de kopse kanten kunnen worden afgewerkt moeten eerst de platen langs de rand onder de juiste hoek worden bijgezaagd. We hebben ze gewoon haaks ‘op maat’ gezaagd. (Of überhaupt nog niet, zoals te zien is op de foto’s). Maar omdat beide dakvlakken een hellingshoek hebben van 43 graden en de platen een dikte hebben van 5 cm, moeten ze ook scheef worden afgezaagd om ze goed te laten aansluiten. Joris heeft een mal gemaakt om onder de juiste hoek te kunnen zagen. Dan nog is het lastig. En het gaat ontzettend langzaam, de reciprozaag loopt vol met houtvezels.


En vandaag giet het dus van de regen en kunnen we überhaupt niet verder. Frustrerend, want dinsdag is er veel wind voorspeld en ik wilde dan in elk geval het zuidwestelijke dakvlak dicht hebben. Tja, als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.

Het zou natuurlijk een perfecte dag zijn om boompjes te (ver)planten. Maar eigenlijk heb ik er ook helemaal geen zin in om dat in de stromende regen te gaan doen. Dus misschien is het wel een perfecte dag om bij de kachel op te krullen met een boekje… (nádat ik mijn administratie en BTW-aangifte heb gedaan!)

Iedere vrije minuut is Joris bezig met bedenken hoe hij de details precies wil uitvoeren

Dak dichten (1)

Nu het een paar dagen wat rustiger weer is zijn we begonnen de houtvezelplaten (Gutex ultratherm) op het dak te monteren. Het valt niet mee! Plaat voor plaat moet naar boven gemanoeuvreerd, in elkaar geschoven en vastgezet. De bovenste (eerste) rij moet strak waterpas. Aan de zijkanten, bij de hoeken van het schilddak, moeten we zó uitkomen dat de platen nog aan de sporen kunnen worden vastgezet. En de verticale naden tussen de platen mogen niet te dicht bij elkaar uitkomen. Een boel gepuzzel!

Bovenop de platen monteren we 5 cm dikke balken. Hierop komen de panlatten, waar de dakpannen aan hangen. De 5 cm dikke balken schroeven we dóór de platen aan de sporen vast. Maar dat kan natuurlijk alleen maar als je nog ziet wat je doet. En er nog bij kunt. Dat betekent dat we de balken vastschroeven zodra de bovenste plaat geplaatst is. De rest van de platen moet dus van onderaf onder de balken geschoven. Uiteraard is het hout nooit helemaal recht, dus het is een hoop gepuzzel en gevloek. En dat alles op grote hoogte…



Ja, alle foto’s zijn van Joris. Als we samen bovenaan bezig zijn worden er namelijk geen foto’s gemaakt 😉 Op deze foto is ook goed te zien dat de vastzet-balken soms doorhangen, of juist omhoog krullen. Dat maakt het op hun plek krijgen van de platen ook niet makkelijker.

Ik ben ook nog steeds snel vermoeid van de kaakoperatie. Kortom, het gaat langzaam. En dat is spannend. Want het is nu best gunstig weer. Maar harde wind kan het dak in deze staat niet hebben. (Regen in principe wel, maar niet oneindig veel natuurlijk.) Na 2 1/2 dag hebben we 1 dakvlak bijna af. Maar in de nok, de hoeken en het afwerken van de onderkant gaat nog veel meer werk zitten. Doorwerken dus, en duimen dat de stormen nog even op zich laten wachten!

1 dakvlak bijna af… Het folie is ervoor om eventueel vocht op de overgang van dak en overstek buiten de muren te geleiden. Maar het goed afwerken van de hoeken wordt ook nog wel een puzzel.