Loopeendjes!

Al vijf jaar hebben we twee Indische Loopeenden: Leentje het Eendje en Wouter de Woerd. Ze houden de moestuin vrij van slakken – ja, ze eten zelfs van die vieze grote glibberige dikke naaktslakken. De hele winter zoeken ze naar slakken-eitjes in de moestuin, zodat ik de lente niet begin met een explosie van slakken. En in de zomer legt Leentje lekkere eieren.

Meestal laat ze die zonder meer ergens vallen en vergeet ze ze dan. Dus wij eten ze zonder gewetensbezwaar op. Ze smaken naar …ei. Niet anders dan kippeneieren. Als je ze kookt stolt het eiwit iets eerder van van een kippenei, en de dooier juist iets later. Dus het is makkelijker om een perfect eitje te koken.

Maar half mei vond ik al een paar dagen geen eieren. Totdat ik op een gegeven moment Leentje zag zitten, geposteerd tussen de composthoop en en stuk opgerold gaas. Toen ze even van haar plek ging inspecteerde ik de plek en ja hoor! Zeven eieren in een nest, zorgvuldig afgedekt en verstopt onder een laagje hooi en veertjes.

En even later zat Leentje zowaar te broeden. We hielden ons hart vast, want normaal gesproken sluiten we de eenden ’s nachts altijd op, in verband met vossen, ratten en marterachtigen. Maar dat kon nu dus niet. We zetten wat graan en water voor Leentje, die ons woedend toesiste dat we uit de buurt moesten blijven. Af en toe kwam Wouter haar ophalen, om even de pootjes te strekken en een bad te nemen. Dan werd het nest opnieuw zorgzaam bedekt met een dekentje van hooi en veertjes, zodat het broedsel (waarvan één ei intussen was afgekeurd) niet zou afkoelen.

En… na vier weken was het zover. Vijf loopeenden-pulletjes! Naast het nest lag één volgroeid maar dood kuiken. De overige pulletjes zijn verbazend vlug ter been. Ze rennen samen met moeder door de moestuin en schuimen die af naar smakelijke insecten en andere beestjes. Grote naaktslakken zijn nog wat veel voor ze.  Ze zijn onmogelijk te pakken te krijgen, dus we kunnen ze nog steeds niet in het nachthok opsluiten. We hopen maar dat het goed gaat, met vossen, marterachtigen en niet te vergeten Aska, Max en Minoes die op het erf lopen…

Er gaat overigens wel meer niet goed in de ‘veehouderij’: de kippen zijn na een legspurt in maart-april om onverklaarbare redenen weer helemaal van de leg af. En ik melk nu dan wel, maar Nel geeft niet meer dan een ruime halve liter per dag. Geduld en leren…

Betonstaal!

Het Pinksterweekend stond in het teken van het betonstaal. Want het gat voor de kelder ligt nu al weken open en het wordt hoog tijd dat er ook daadwerkelijk een kelder in komt.

Eerste vraag: hoe krijg je de (loodzware) staalmatten in de kelder? Joris heeft een constructie aan de trekker gemaakt, waardoor hij de matten kan oppakken en in de kelder kan laten zakken zonder ál te dicht op de rand te hoeven staan. Dat ging goed.

En vervolgens is het een kwestie van puzzelen en ‘vlechten’. Dat is het aan elkaar vastzetten van de matten met een ijzerdraadje. Van Peter hebben we een mooi haakje geleend dat hij ervoor gemaakt heeft. Maar omdat we met ons tweeën zijn, omdat we nog héél veel meer moeten vlechten en omdat ik nog altijd last heb van pols en elleboog heeft Joris ook een ingenieus apparaatje gekocht. Eén keer trekken en er schiet een spiraal uit, die het ijzerdraad strak in elkaar draait.

Eerst de eerste laag, op blokjes en overal precies ver genoeg van de rand. Vervolgens de “haarspelden”, die aan de zijkanten de twee lagen wapening van elkaar houden, en de afstandshoudertjes die dat over de hele lengte doen. Daarna de bovenste matten. Nog niet vastzetten, want eerst moesten de L-vormige stukken er nog tussen gefrummeld, waar de wapening van de keldermuren straks  aan vastgemaakt wordt. Die bepalen wáár precies de keldermuur komt, best belangrijk dus.

Ook belangrijk: de detaillering rond de bron die vorige week in de kelder geslagen is. Hier komt (diep) grondwater het huis binnen, waarmee we het toilet willen gaan doorspoelen. Maar er moet natuurlijk geen (ondiep) grondwater lángs komen, als het weer eens een nat jaar is en het grondwater tot kelderniveau zou kunnen komen. We hebben er een mof omheen gezet. Die moet eigenlijk nog ingesmeerd met pvc-lijm en zand, zodat het beton er goed aan hecht. De ruimte tussen de mof en de bronpijp zelf vullen we op met vloeibaar rubber.

Al met al bijna drie dagen werk. Zwaar werk ook, het in elkaar gedoken zitten draadjes draaien terwijl je meer en meer balanceert op het betonstaal.  Maar dan heb je ook wat. Eerlijk gezegd vind ik het verbijsterend om te zien hoeveel staal er in zo’n vloertje gaat. Elke 15 cm moet er een draad zitten om spanningen op te vangen. Maar  door alle overlap, kruisingen en vastzetten zit er op sommige plekken wel twee keer zoveel.  Nou ja, we doen maar braaf wat de constructeur berekend heeft.

Lastig was wel, dat er door wind, zon en regen langzamerhand steeds meer zand de kuil in schoof. En toen het staal er eenmaal in lag werd het moeilijk om dat zand er weer uit te krijgen. Zéker op de plekken waar het tijdens regenbuien ónder het folie is gelopen. Aan alle kanten moet het staal met enkele cm beton zijn ‘ingepakt’, anders krijg je betonrot. Maar op sommige plekken is het zand langs de bekisting ónder het folie gekropen en wordt het folie dus tegen het beton gedrukt. Dus op het laatst heb ik ettelijke uren met mijn vingers onder de staalwapening en folie door zitten pielen om het zo goed mogelijk weer vrij te maken.

We hebben het nu maar zo goed en kwaad als het ging afgedekt met zeil. Vrijdag komt het beton. Of misschien woensdag, als de aannemer tijd heeft. Daar hopen we op: hoe eerder het beton er ligt hoe beter!

Grondverzet

Rond de bouwplek liggen grote bergen zand uit de kelder. Die willen we (deels) gebruiken om de voet van de werkplaats op te hogen. De werkplaats ligt namelijk op een sterk aflopend stuk van het terrein. Daardoor lag de fundering deels wat hoger dan ons eigenlijk lief is… en nog bloot. Dus hebben we weer een dagje een shovel gehuurd.

Joris is handig met manoeuvreren, ik deed het hark- en schepwerk. Het was nog een hele puzzel, want deze ophoging is voor de fundering van de werkplaats wèl, maar voor de wortelzone van de Grote Eik eigenlijk níet gunstig.  Rond bomen moet je de grond niet zomaar ophogen. Maar ja, het moet wel bruikbaar zijn…

Het compromis is geworden: onder de grote Eik een smalle ophoging rond de voet van de werkplaats, waar dan (ooit…) nog een vlonderterras overheen komt.  De werkplaats ligt nu deels wel een beetje op een terpje. Tja, we wonen in Friesland, nietwaar?

Aan de andere kant loopt het erf juist af naar de werkplaats toe. Dat hebben we met een laag zand een beetje uitgevlakt. Vooral niet te hoog; we zijn er nog niet helemaal uit wáár er uiteindelijk allemaal verharding moet komen en wat groen blijft. Of weer moet worden…

En aan de achterkant  grenst de werkplaats aan het ‘achterweitje’. Daar wil ik zeker dat het gras doorloopt tot vlak bij de werkplaats. Dus dat betekende: de zwarte grond zo diep mogelijk uitgraven, zand opbrengen en weer afdekken met zwarte grond. Lastig, omdat het achterweitje momenteel in gebruik is als opslagplek voor oude dakpannen, balken, stenen etc. Die moesten dus eerst verplaatst.

Al met al een hele dag (zwaar!) werk.  Maar het resultaat mag er zijn. Als is het hele erf nu wel één grote zandbak. Bijna jammer dat we geen kinderen hebben…

 

Eigen Melk

De lammetjes zijn nu drie weken oud. En dus kan ik Gaan Melken.

Behalve farmcamping Lazy en de Ouwendorperhoeve  waren ook de blogs van dit Duits-Ierse stel één van de inspiratiebronnen om melkschapen te gaan houden. Zij beginnen met melken als de lammeren drie weken oud zijn. De lammetjes lopen overdag gewoon bij de moeder(s) en komen dus voldoende aan hun trekken. ’s Nachts worden ze apart gezet, zodat je ’s ochtends de moeder kan melken.

Dit systeem heeft een aantal voordelen:

  • Je kunt tamelijk vroeg beginnen met melken, terwijl de lammeren toch nog voldoende melk krijgen en rustig kunnen overgaan op gras en brok;
  • Je hoeft maar één keer per dag te melken, terwijl de melkgift toch op gang blijft, omdat de lammeren overdag drinken;
  • Als je eens een keer niet wilt melken(omdat je weg moet of zo), dan laat je gewoon de lammeren die nacht bij de moeder.

Dat leek me ideaal. Nadeel is natuurlijk dat je een lagere opbrengst hebt, maar de bedoeling was dat ik twee schapen zou hebben om te melken. De Ieren hebben ongeveer 0,75 l per schaap per dag, en dat zou voor ons plenty zijn om de behoefte aan melk en yoghurt te dekken en af en toe een (zacht) kaasje te maken.

Dus ben ik daar deze week mee begonnen. Nel rent gewillig voor me uit om op de melktafel te staan. Maar het melken van de volle, strakgespannen uier vindt ze toch niet erg prettig. Veel getrap en af en toe uit nervositeit een plas. Dus na elke melkbeurt moet ik uitgebreid de melktafel schoonmaken. Veel gedoe, voor die driekwart liter melk. Geduld… ze went er vast wel aan.

En van de week heb ik ook, naar het voorbeeld van Bernadette, yoghurt gemaakt van de schapenmelk. Eén portie melk tegen de kook aan gebracht, in een steriele jampot overgedaan, laten afkoelen tot 42 graden, een lepel biologische yoghurt toegevoegd en weggezet in mijn bed. Na een paar uur heb ik er nog een warm kersenpitkussen omheen gelegd, om het niet teveel te laten afkoelen.  Het resultaat: een verrukkelijke, romige, zachte schapenyoghurt.

Mijn Eigen Yoghurt.  Van Mijn Eigen Melk. Die ik zelf heb gemolken uit Mijn Eigen Schaap. Wat ik zelf heb helpen aflammeren, nadat ze gedekt is door Mijn Eigen Ram.

Hoe blij kan je worden van een bordje yoghurt?

 

Spitsuur!

Dinsdagmiddag zou het wapeningsstaal bezorgd worden. Waar dat moest komen te liggen stond nog een puincontainer. Maar die zou maandag worden opgehaald.  En Joris had vanaf woensdag vrij genomen, om het hele Hemelvaartweekend aan de kelder te kunnen werken.

Maandagavond stond de puincontainer er nog. Maar dat was niet erg: het staal zou dinsdagmiddag toch komen?

Op dinsdag om 07.15 stond de transporteur van het wapeningsstaal op het erf. Hij bleek ons pad niet op te kunnen. We hadden gezegd: “een wagen van maximaal 10 meter”. Dat was genoteerd als “de bakwagen”. Maar ze hadden net één dag een nieuwe bakwagen en die was 12 meter. Intussen kon de buurman, die naar zijn werk moest, de Ratellaan niet uit omdat de bakwagen de weg versperde. Het zijn hier allemaal smalle weggetjes…

“Rijd maar even achteruit terug naar het parkeerplaatsje voor de kerk”, zei ik, “daar kan je in ieder geval keren. Ik kom er zo aan.”

Omdat ik een half uur later weg moest naar schapendrijf-training met Aska, dacht ik vast alles bij elkaar te pakken en vast met de auto naar het parkeerplaatsje bij de kerk te rijden. Maar toen wilde mijn bus niet starten.

Aska weer achter het hek gezet, snel de fiets gepakt en naar de kerk gefietst. Toen zag ik pas goed hoe groot de vrachtwagen was: de hele parkeerplaats stond vol! De chauffeur had intussen geprobeerd de vestiging van de leverancier in Wolvega te bellen, maar die was nog niet open (het was pas half 8, tenslotte).

Op dat moment kwam Aska vrolijk blaffend aangerend over de Jokweg. “We zouden toch samen weg gaan, waarom moest ik nou achterblijven?” Blijkbaar is het hek om het erf niet meer afdoende… En kwam de vrachtwagen om de puincontainer op te halen om de hoek. Nog zo’n vrachtwagen in de smalle Ratellaan.

Uiteindelijk heeft de chauffeur het staal naar de vestiging van de leverancier in Wolvega gebracht, dan moet die het maar komen brengen. Gelukkig was onze externe accu opgeladen, waarmee ik de bus weer aan de praat kreeg. En was ik toch nog netjes op tijd voor de schapendrijf-training. En dat alles vóór 09.00.

 

 

 

 

Bekisting keldervloer

Vaak vragen mensen ons “wat is jullie planning, wanneer moet het huis af zijn?”

En het antwoord is: “Er is geen planning en het huis is af als het af is.”

We weten namelijk van ons vorig verbouwingsproject, dat een strakke planning een hoop frustratie kan opleveren. Sommige zaken, waarvan je denkt “dat doen we even”, kosten namelijk véél meer tijd dan voorzien. Dan loop je uit de planning, en raak je gefrustreerd, en ga je proberen nóg harder te werken, waardoor je fouten gaat maken (of jezelf overbelast), wat voor nóg meer vertraging gaat zorgen. Wij vinden dus dat we niets ‘moeten’, maar ‘willen’.

Het stellen van de bekisting voor de keldervloer was zoiets. Want dit is het eerste stukje van het huis en dat moet dus precies op de goede plek  komen.  We dáchten ook dat het gat wat Bert gegraven had ruimschoots groot genoeg was.

Maar een kraanmachine kan maximaal drie kanten van een vierkante kuil netjes afwerken; de kant waar hij staat en waar hij met de bak naartoe trekt, kan nu eenmaal niet heel strak worden. En doordat er nog allerlei zooi om de bouwplaats staat (waaronder de berg puin die uit de grond kwam)  kon Bert in ons geval alleen aan twee tegenover elkaar liggende kanten van het gat staan met de kraan. En omdat het 2,5 meter diep is kon hij het daar ook niet goed zien. Er lag onderin aan twee zijden dus nog wat grond wat er ‘even’ moest worden uitgeschept. (Oeps… wat ik er even uit wílde scheppen dus.)

Daar begon ik mee. Na een poosje herinnerde ik me weer de techniek die ik ooit leerde om grond uit een diepe kuil te scheppen: Een zwaai omhoog vanuit de knieën, waarbij je het eind van de schep vasthoudt met je linkerhand en de steel door je rechterhand laat glijden. Een uitstekende work-out voor álle spieren van benen, romp, schouders en armen…

De drie zandgaten. Goed te zien dat ze net niet tot de leem zijn ingegraven. De linker en de middelste zijn in 1 x volgestort met bovengrond. De derde was blijkbaar niet meer helemaal nodig; die is deels weer met wit zand volgestort. Linksboven is de hoofdmeetlijn te zien.

Het was eigenlijk nog best veel grond. En leem is behoorlijk zwaar.

Over het keldergat heen loopt de hoofdmeetlijn, die Fokko en ik hebben uitgezet. Daar wordt alles aan gerelateerd. We hebben die met een schietlood zo zuiver mogelijk overgebracht naar de bodem van het keldergat.

Toen bleek natuurlijk, dat de wanden onderin toch een beetje scheef lagen en er her en der nog wat meer van de wanden af moest worden gestoken. Nog meer zwaaien met de schep.

Vervolgens was het precies aanbrengen van de bekisting nog een hele klus. Je zou zeggen dat als je twee rechte hoeken uitmeet aan het eind van een rechte lijn, de tegenoverliggende lijn even lang moet zijn. Maar dat werd hij (uiteraard) niet helemaal.

En daarna de onderkant van het gat netjes en zoveel mogelijk waterpas afwerken.

Kortom: al met al zijn we een heel weekend bezig geweest met wat klinkt als iets wat je ‘even’ doet.  (En voelen mijn spieren prettig gebruikt aan.) Maar gelukkig hebben we geen planning. De bekisting ligt er nu strak en waterpas in, en hopelijk precies waar hij moet liggen. Op zich kunnen we met de wanden van de kelder nog wel wat corrigeren, maar die zijn niet makkelijker in te meten dus dat wordt een vergelijkbaar verhaal.

Volgende stap is de wapening aanbrengen. Maar eerst laten we (aanstaande vrijdag) nog een bron slaan. De grondwaterbron bevalt namelijk uitstekend en we willen ook grondwater gaan gebruiken om de toiletten door te spoelen. Het is handig als dat water binnenshuis, dus in de kelder wordt opgepompt: het kan dan niet bevriezen (en grondwater raakt nooit op, in tegenstelling tot regenwater. Je hoeft dus niet een back-up systeem met drinkwater aan te leggen).

Daarvoor moeten we wel nog iets verzinnen om het ijzer en mangaan uit het grondwater te halen. Idealiter zouden we daar al over hebben nagedacht en weten hoe groot de opstelling daarvoor moet zijn en waar die moet komen, maar er zijn nu eenmaal erg véél zaken die aandacht vragen. Wordt dus vervolgd.

In de tussentijd kunnen we alvast een ander klusje aanpakken: de werkplaats ‘aanheuvelen’ met de vrijgekomen grond. Want de werkplaats staat al een jaar ‘op pootjes’. En als de grond rond de werkplaats is opgehoogd kan ik ook het stuk tussen de moestuin en de werkplaats gaan afwerken.

 

Start van ons nieuwe huis!

Een mijlpaal: vandaag de eerste werkzaamheden  ‘aan het nieuwe huis’!  En wel het graven van de kelder. Een origineel verjaardagscadeautje voor Joris…

Om half acht stipt was Bert Elsinga uit Nijeholtpade er, met Grote Kraan (15 ton! Werd het puinpad ook meteen weer een beetje goed aangereden.)

Eerst de ene waterput eruit. Die bleek veel groter dan we hadden gedacht! Er zat ook nog aardig wat water in. Toen Bert eenmaal al het beton uit de modder had gevist zat de puincontainer die we hadden laten komen al bijna vol.  Daar hadden we ons toch een beetje op verkeken…

(De putten zijn van gewapend beton. Dat kan niet gebroken voor op het pad, want dan krijg je allemaal stukjes wapening die uit je pad steken. Dat is vragen om lekke banden.)

Vervolgens de werkplaats. De werkplaats bleek veruit het meest degelijk gefundeerde stukje van de boerderij. Dus daar kwam ook nog heel wat onder de grond vandaan.

Daarna de oude kelder. Waarschijnlijk het oudste stukje van het oude huisje… en het laatste wat moet wijken. Een beetje jammer is het wel.

Daarna maakte Bert het vlak mooi glad zodat we het gat voor de nieuwe kelder konden uitmeten.

Op de foto is te zien dat we precies drie oude ingravingen (de donkere plekken) aansnijden. Oude waterputten? Daarvoor lijken ze te ondiep, ze zitten vèr boven het grondwater. Misschien zijn het zandwinputten, om mooi wit zand uit te halen.

Het lijkt een enórm gat. Maar het gat wordt veel groter dan de kelder zelf. De vloer van de kelder moet, in verband met de stevigheid, namelijk een stukje uitsteken. En je moet ook nog rekening houden met de dikte van de muur van de kelder. Dus de kelder zelf wordt van binnen maar 3 x 3 m, maar het gat is wel 4,5 x 4,5 m.

De onderkant blijkt precies op de grens van zand en leem uit te komen. En het gat is droog, dus geen last van grondwater. Dat is plezierig.

In een halve dag  heeft het terrein een volkomen ander aanzien. De laatste resten van de boerderij zijn weggevaagd, in plaats daarvan ligt er een berg zand, een enorm gat en een enorme berg puin.

Alleen bleek ’s middags, dat de oude ingravingen de wand van het gat instabiel maakten. Dat had ik natuurlijk kunnen weten…  Bert moet dus nog een keer terug komen, vóór  we aan de keldervloer kunnen beginnen.

Klaar voor de start…

Vóór morgen de graafmachine gaat beginnen, moest er nog wel het één en ander gebeuren. Het loodzware eiken gebint lag nog steeds op de betonvloer. Want wáár sla je dat op (op een plek war het niet in de weg ligt en je er ook weer bij kunt als het nieuwe huis gebouwd is) en hoe verplaats je het?

Uiteindelijk werd het een plek buiten het erf, aan de rand van het voedselbos. Ik baal er wel van dat we een steeds grotere ‘vlek’ met zooi aan het maken zijn. Maar dat is onvermijdelijk. In elk geval komen de plastic (wat zijn het? brandstoftanks van vrachtwagens?) die we hier in de rommel aantroffen nu goed van pas. Zo lang ze het houden…

En naast de waterput (die ook verwijderd wordt) lag nog een stapel blad, die we hadden gekregen  van de buren, als mulch voor het voedselbos. Dat moest ik dus nog even snel verplaatsen. Gelukkig een stuk lichter dan de eiken balken.

Met Fokko heb ik een paar weken geleden al de contouren van het nieuwe huis uitgezet en ingemeten. Dus alles ligt nu klaar voor de start!

Verder hebben we afgelopen weekend met ons tweeën het resterende puin gebroken èn het meeste uitgeharkt over het pad.  En zondag kwamen Renée en Simon langs. Simon wil graag meedenken over de details van ons installatieconcept. Want wij merken dat we daar eigenlijk geen ruimte meer voor in ons hoofd hebben. Wat fijn dat er dan mensen zijn die dat wel leuk vinden! (Vooral als het een werktuigbouwkundige betreft die ooit Chief Engineer op de Rainbow Warrior was… 🙂 )

En tenslotte hebben we zondagmiddag nog even een camera gemonteerd om de bouw vast te kunnen leggen in een ‘time lapse’ film. (Ook dit hebben we stiekem afgekeken van Peter en  Marleen. Hun project lijkt in veel opzichten erg op het onze…)

Helaas is de ‘gewone’ camera stuk, dus onscherpe foto’s. Wordt aan gewerkt…

 

Eindelijk!

Na een week is het kwartje gevallen: Nel heeft door dat ze haar kinderen ook kan voeden ín de wei (en niet alleen op de melktafel). Dat levert schattige plaatjes op. Willemien (die samen met Bart een middagje kwam helpen om het voedselbos te mulchen) vond het echter nog niet meevallen om schattige plaatjes te schieten.

En nog iets gaat “eindelijk” beginnen: aanstaande woensdag komt de graafmachine voor de eerste graafwerkzaamheden. Het verwijderen van 2 oude kelders, 2 waterputten en de betonvloeren en het graven van het gat voor de kelder!

Gebroken nachten en gebroken puin

Dan heb je geen kinderen en kom je er toch nog achter hoe dat voelt als je er iedere nacht uit moet voor een voeding… En dan stonden de kinderen niet eens in een wiegje naast mijn bed maar moest ik eerst een trui, een overall, sokken en laarzen aantrekken en naar de stal. Nellie vindt het namelijk prima als ik haar melk, maar weigert stil te staan als de lammetjes drinken. Het is erg belangrijk dat lammeren de eerste paar dagen voldoende ‘biest’ drinken. Daar zitten belangrijke antistoffen in, die ze nodig hebben voor het immuunsysteem. “Biest: Vlug, Vaak, Veel en Vers” leren ze op de landbouwopleiding. Dus molk ik braaf om de vier uur Nel om flesjes te voeren. Ook ’s nachts.

Na drie dagen was ik het zat. Als Nel op de melktafel stil kan staan zodat ik haar kan melken, moet dat ook kunnen als de lammetjes drinken. Intussen was de biestperiode toch afgelopen en geeft Nel ‘gewone’ melk. En het werkt. Dat maakt het leven al iets makkelijker. Maar nog niet helemaal: ik moet er nog steeds aan te pas komen om de stal open te doen en de lammetjes onder Nel te zetten.

   

Bovendien begon Nel zich aardig te vervelen in het stalletje. Dus hebben we de hele familiekudde maar verenigd. Arie en Babette moesten even wennen aan de lammetjes, maar schapen schijnen minder lelijk te doen tegen andermans lammetjes dan geiten (die kunnen vreemde lammetjes zó op de horens nemen en door de stal zwiepen).

Maar het concept ‘buiten voeden’ wil mejuffrouw nog maar niet snappen. Dus moet ik nog steeds vier keer per dag Nel ophalen uit de wei (waarbij Arie en Babette natuurlijk de kans te baat nemen om te proeven of het gras elders niet lekkerder is), met de lammetjes naar de stal brengen, op de melktafel zetten, wachten terwijl het grut zich vol lebbert en daarna de hele kudde weer in de wei proberen te krijgen. Jammer dat Aska nog altijd geen volleerde schapenhond is.

In elk geval kan ik weer doorslapen. En dat is fijn, want zaterdag hebben we weer met veel mensen veel werk verzet: bijna alle hopen puin door de puinbreker gehaald. Zwaar, lawaaiig en stoffig werk. Heel veel dank Jenny, Joop, Jos, Rob, Izie en Barbara  voor jullie spierballen! En ook heel veel dank Karali voor de catering en Marja voor het op Aska passen!

   

 

 

Lammetjes!

Nellies uier werd groter en groter. En gisteren dacht ik ‘het zou wel eens kunnen gaan gebeuren’. Vannacht heb ik haar maar in het goed schoon gemaakte lammerstalletje gezet. Om 12 uur mijn bed uit… nog niets. Maar om 4 uur hoorde ik waar ik in mijn slaap de hele nacht op lag te wachten: een kreunend schaap.

Tegen de tijd dat ik in de stal was, was er al een piepklein ooitje geboren. En even later kwam haar broertje eruit. Helaas snapt Nellie niet helemaal wat de bedoeling is, in plaats van ze schoon te likken en ze te laten drinken staat ze een beetje vreemd te kijken.

Gelukkig bood Arnaud direct een warmtelamp te leen aan. Ik had niet gedacht dat ik die in mei nog nodig zou hebben. Maar Nellie heeft (hopelijk) de laatste echt koude nacht van het jaar uitgezocht: vannacht zijn de mooi opkomende aardappelplanten tot de grond toe afgevroren en had de mais zelfs onder vliesdoek schade. De baby’s liggen nu lekker onder de warmtelamp, na allebei een paar ml biest te hebben gedronken.

Nu maar hopen dat Nellies moederinstincten wel nog op gang komen..

    

Update: Nellie is best vriendelijk naar haar kinderen, maar ze wil ze niet laten drinken. Raar beest: als ik haar melk vindt ze dat prima, ze springt zelfs enthousiast op de melktafel, maar de lammetjes aan haar uier, dat vindt ze maar een raar idee. Meestal is het andersom…

De kinderen krijgen dus genoeg te drinken, maar het moet allemaal via mij en een flesje. Voordeel is natuurlijk dat ik goed kan bijhouden hoeveel ze krijgen, dat Nellie een volleerd melkschaap wordt en dat de kinderen  heel mak worden. Maar het zorgt voor veel werk, afwas en gebroken nachten. En dat was eigenlijk niet de bedoeling.

 

Schapen scheren

De schapen stonden al weken enorm overal tegenaan te schurken als ze de kans kregen. Zelfs als ik in de wei stond werd ik als schurk-paal gebruikt. Oorzaak is waarschijnlijk de wol die door het warme weer begint los te laten. Dat jeukt.

niet te zien, maar hier schurkt Babette uitgebreid tegen een oud veedrinkbakje

Nu dacht ik dat je een hoogdrachtige ooi niet op de kont moet zetten. Maar dat bleek toch te kunnen. En voor mijn eigen overzicht (en de hygiëne)  tijdens het lammeren is het dan handiger om de wol er af te hebben.

Dus kwam vandaag Arian langs om de schapen uit hun jasje te helpen. Weliswaar is het nu juist weer koud geworden, maar dat duurt maar een paar dagen. En de schapen hebben niet zoveel last van de kou. Ze gaan dan meer eten en brengen hun stofwisseling omhoog. Binnen een paar dagen kunnen  ze zich daarmee al weer voldoende warm houden.

Wat hangt er nu boven ons hoofd?

Wát een pakken wol kwamen er af! De schapen hebben ineens veel meer ruimte in hun stalletje.

Helaas bevestigde Arian wat ik al een beetje vermoedde: Nellie zit tegen het werpen aan, maar Babette lijkt helemaal niet drachtig te zijn. Tijd voor een functioneringsgesprek met Arie?

Ze lijken wel tevreden met hun nieuwe outfit

En wat doe ik met de wol? Maandag gaat Ria uit het dorp me laten zien hoe ik moet kaarden en spinnen. Nog een klusje erbij…

 

 

Puinruimerij

De afgelopen weken hebben we geleidelijk alle muurtjes van de boerderij omgeduwd en -geslagen. Het resultaat: een grote puinhoop. En het puin wat we samen met de buren hebben gebroken lag er ook nog. Om het allemaal met kruiwagens over het pad te rijden was loodzwaar. Ik  probeerde elke dag een paar kruiwagens te doen, maar meer dan een paar lukte niet, dan vielen mijn armen er af. Dinsdag kwamen Berber en Jacob gelukkig een middagje helpen. Ze hebben het pad versterkt met ettelijke kuubs gebroken puin en het laatste muurtje wat nog overeind stond omgeduwd.

Om verder te kunnen met de afbraak van de boerderij moest het puin uit de weg. Maar het duurt nog even voor we weer een puinbreker kunnen huren (die zijn erg populair op het moment). We besloten dus eerst maar een shovel te huren. Daarmee hebben we op vrijdag en zaterdag al het losse (maar nog niet gebroken) puin getransporteerd naar hoopjes langs het pad. Zo zal het veel makkelijker worden om het straks met de puinbreker op het pad te breken.

Met de shovel manoeuvreren was nog helemaal niet zo makkelijk. Gelukkig werd Joris er snel handiger in. Het ding maakte het slopen van de laatste onderkanten van de muurtjes en de houten vloeren uit het woongedeelte ook een stuk eenvoudiger.

En toen was de boerderij echt met de grond gelijk. Dat gaf op Paaszondag de gelegenheid voor een bijzonder Paasontbijt. Zeg nou zelf: hoe vaak heb je de mogelijkheid om met Pasen buiten te ontbijten en dan ook nog op de vloer van wat ooit een boerderij was en waar je nieuwe huis gaat komen?

Volgende stap: het gebint. En dat was even puzzelen. Want het originele (grenen) gebint was deels al helemaal doorgerot en staat ook deels nog in het stukje schuur wat voorlopig overeind blijft staan. Maar het stuk waarmee het ooit verlengd was, was van eiken, dus loodzwaar en mooi. Dat wilde ik graag heel houden.

En dan moest het ook nog op zo’n manier naar beneden komen dat het niet op de stacaravan of het tijdelijke schuurtje zou komen. En ook niet de steiger wegslaan waar Joris op stond…

Het grijze is de stacaravan. Die staat deels ín de noordschuur (met zwarte planken en houthok er tegenaan) geparkeerd. Daarvóór staat de grupstal, het stukje schuur wat nog even blijft staan. En de palen van het oude gebint houden dat stukje nog overeind… hoeveel kan je veilig weghalen?

Uiteindelijk hebben we eerst de ene horizontale verbindingslegger doorgezaagd.Daarbij heeft Joris aan beide kanten er eerst een stevige plank onder geschroefd (alleen vastgeschroefd aan het deel wat nog bleef staan). De losgehaalde stukken rustten dus op die plankjes. Met een lange paal konden we de ligger er toen veilig vanaf duwen.

Daarna hebben we het staande deel met spanbanden gezekerd aan de Jonge Eik, zodat het in elk geval niet achterover kon vallen.

Daarna de andere ligger (bijna helemaal) doorgezaagd, opnieuw met een plank eronder om te voorkomen dat hij zou gaan doorhangen en het gebint naar achteren zou omtrekken.

En toen konden we het met ons tweeën vanuit een veilige positie omtrekken. Best spannend.

Daarna was het grenen gebint eigenlijk een fluitje van een cent. Dit keer vormde ik de zekering (dus daar heb ik weinig foto’s van)

Het grenen bintwerk, vol boktor en houtworm, is helaas alleen nog bruikbaar als brandhout. Maar het eiken gebint is nog prachtig! De eiken deuvels kregen we er (met enige overtuigingskracht), nog uit, zodat we het helemaal netjes konden demonteren. Deze bouwwijze maakte het vroeger mogelijk een hele boerderij relatief eenvoudig te verplaatsen. In dit geval zullen we het netjes bewaren. Ik ben al aan het broeden op de vraag hoe dit het uitgangspunt kan worden voor de stal die ooit op de plaats van de noordschuur moet komen.

Al met al een zeer welbesteed paasweekend. En wat een verschil!

Grote schoonmaak

Het is april, het is mooi weer, en dus werd Witte Donderdag de jaarlijkse Schoonmaakdag Van Het Kippenhok. Om bloedluis en andere parasieten te voorkomen doe ik dat ieder jaar in het voorjaar (behalve in 2017, toen ik er door de verhuizing geen tijd voor had – en in augustus dan ook prompt een enorme bloedluis-uitbraak kreeg).

Dat is een hele dag werk: al het losse stro en strooisel eruit, met de stofzuiger helemaal schoonmaken, al het ‘meubilair’ (zitstokken, poepplank etc.) er uit, hele hok (inclusief dak) schoonmaken met kokendheet sodawater, alle naden föhnen met een verfbrander in de hoop nog wat bloedluis dood te stomen, alles dik in de witkalk zetten en helemaal laten drogen (daarvoor moet het dus  warm en droog weer zijn, liefst met een windje).

Daarna heb ik nieuwe zitstokken en een nieuwe poep-plank gemaakt. De schroeven waarmee de zitstokken aan de wand zijn gemonteerd lopen door een oliebadje. In theorie kunnen de bloedluizen dus niet anders dan via dat oliebadje bij de kippen komen. En daar kunnen ze niet doorheen, dan lopen hun tracheeën (adembuisjes) vol. Moeten de kippen natuurlijk niet met hun veren tegen de zijkant van het hok komen. Daarvoor zitten er zijstukken op de zitplanken gemonteerd.

Al met al een hele dag knutselwerk. Maar het resultaat mag er wezen: een fris en schoon hok met gloednieuw meubilair, waar Harrie en de dames weer rustig kunnen slapen zonder ’s nachts door de kleine vampiertjes belaagd te worden. Het was ook geen dag te vroeg: in kieren en naden en op de uiteinden van de zitstokken zaten nu al korsten bloedluis. Die zouden zich in het warme weer akelig snel vermenigvuldigd hebben.

Zou het komen door de zachte winter waardoor de bloedluizen niet zijn doodgevroren? Of doordat het hok nu toch aardig vol zit en daardoor ook ’s winters relatief warm blijft? Of gewoon doordat er altijd naden en kieren zijn waar je niet goed bij kunt en waar de bloedluis zich kan handhaven? Het lijkt raadzaam om voortaan ook in oktober zo’n Kippenhok-Schoonmaakdag te gaan houden. En er schijnt één of ander wondermiddel te bestaan wat diatomeeënaarde heet en waar de mijten niet tegen kunnen. Misschien ga ik dat ook maar eens proberen.

Melktafel

Als Arie heeft gedaan waarvoor-ie is aangeschaft zijn mijn Friese Melkschaapjes drachtig. En dan kan ik dus over ongeveer een maand mijn eerste lammetjes verwelkomen! Hartstikke spannend, want er kan best veel mis gaan bij zo’n geboorte, zeker omdat het voor de schapen ook de eerste keer is.

Bij Hanneke Kuppens in Zevenhuizen (aanrader – overheerlijke geitenkaasjes!) heb ik de afgelopen jaren af en toe geholpen tijdens het lammerseizoen. Dus ik ben niet helemaal onbekend met het principe. Maar ja, dat zijn geiten. En op de Ouwendorperhoeve (aanrader! overheerlijke schapenkaas, -yoghurt en -vlees) heb ik wel enige ervaring met schapen opgedaan, maar dat is al vijf jaar geleden. Er staat alvast navelstreng-ontsmetspul, glijmiddel en een lammetjesfles klaar en het telefoonnummer van de dierenarts staat onder ‘favorieten’ in mijn telefoon.

Maar áls alles goed gaat, en er kómen lammetjes, dan komt er dus ook melk. Want daarvoor heb ik immers Friese melkschapen. En dan kan ik (na een paar weken) dus ook gaan melken. Nu zijn de schapen op dat moment voor het eerst moeder, dus die hebben al heel veel aan hun kop.  En zullen niet zo in de stemming zijn voor nog meer nieuwigheden. Het is dus handig ze alvast aan het principe van de melktafel te laten wennen.

Zó troffen we ‘m aan… wat zou het geweest zijn?

Eén van de objecten die we hier tussen de zooi aantroffen was een soort oerstevig gelast onderstel met twee miniwieltjes. Hans zag er een buitenkeuken in, maar Joris leek het wel een mooi uitgangspunt voor een verplaatsbaar melktafeltje. Oude planken zijn er in overvloed en mooi hoeft het niet te zijn voor schapen… maar wel stevig! Het is een prototype, maar het werkt wel.

      

Hmmm, een hekje aan één kant en een trappetje zijn wel handig
Wat ben je aan het doen?

Wat moet dat met die rommel hier?
Lekker tegenaan schurken… met 70 kilo schaap

 

Zijn dat brokjes? NEE, dat zijn bitjes!

Een melktafel maken is één, de schapen er op krijgen is twee. Gelukkig gaat het na een week al heel aardig. De dames krijgen nu dus twee keer per dag hun brokjes op de melktafel. Ze springen er geheel zelfstandig op, vaak nog vóór het trapje is uitgeklapt. “Waar blijven die brokjes?!”

Het is goed dat hij ook de wei weer kan worden uitgereden, want Babette vindt het vooral een leuk speelobject.

En arme Arie snapt maar niet waarom hij niet met dit nieuwe spelletje mag meedoen!

 

 

Het tweede jaar

Het is haast niet te geloven, we zijn hier alweer twee jaar bezig. De kersenboom bloeit weer – en is al een week één gonzende massa hommels en bijen. Het afgelopen jaar is er veel gebeurd.

De werkplaats is gebouwd.

De poel is gegraven.

De moestuin gaat zijn tweede seizoen in en is uitgebreid.

Er zijn weer heel veel bomen en boompjes geplant.

We hebben er nieuwe kippen bij, en natuurlijk de schapen.

En de boerderij is (bijna) afgebroken.

We kijken uit naar het komend jaar. Hoe zal het zijn als we echt gaan bouwen? Hoe zal het er hier over een jaar uit zien?

 

Eieren conserveren

De hele winter heb ik lopen mopperen op de kippen. De vier jonge hennen, “tegen de leg aan”, die we in september aanschaften legden slechts zo heel af en toe een eitje. Met vier jonge Barnevelders en één oudere, twee jonge Drentse Hoenders en Leentje het Loopeendje hadden we hooguit één ei per dag en vaak helemaal niks. Ik heb zelfs een paar keer eieren moeten kopen, dat was voor het eerst sinds we onze eerste kippen kregen!

Maar nu hebben ze eindelijk begrepen wat de bedoeling is. De acht dames (inclusief Leentje dus) samen produceren nu vijf of zes eieren per dag. Nu eten wij graag eieren, maar dit is zelfs ons te gek. We delen er heel wat uit, maar met de winter nog vers in het geheugen willen we ook weer eens proberen eieren te conserveren.

Ooit heb ik wel eens eieren ingevroren, maar dat was niets. Je moet eiwitten en dooiers scheiden, en dan de dooiers mengen met zout of suiker, omdat ze anders rubberig zouden worden. Dan gebruikte ik ze eigenlijk niet.

Peter en Marleen, die ook een huis aan het bouwen zijn, hebben het vorig jaar geprobeerd met kalkwater. Dat wilde ik ook wel eens proberen. Marleen heeft er een mooie blog over geschreven.

Het valt nog niet mee om aan zuivere hydraatkalk te komen (al schijnen we het komend jaar met de kalkhennep vanzelf op het erf te krijgen). Daarom  heeft Peter me een pakketje wit poeder toegestuurd. Het zag er inderdaad nogal verdacht uit… 😉

Vroeger werden eieren ingelegd in Keulse Potten. Die heb ik niet. Tegenwoordig in plastic emmers. Maar ik heb alleen maar erg grote emmers. Als er dan iets mis gaat met een ei gaat de hele boel bederven, zoals Peter en Marleen hebben gemerkt.

Dus komen de weckpotten die ik in de kelder vond nu goed van pas! Ik zal nog even nieuwe rubbers en klemmen kopen. 30 gram kalk op 1 liter water en dan maar vullen met (schone, ongewassen) eieren. Het ziet er alvast mooi uit, die bepoederde eieren.

We willen ook eieren proberen te bewaren in waterglas en door ze met olie in te wrijven. Eigenlijk komt het er allemaal op neer dat je de schaal afsluit met een substantie die niet aantrekkelijk is voor bacteriën. We zijn benieuwd…

 

 

 

 

Op herhaling

Nu we weten hoe we het handig moeten aanpakken, dan ook meteen maar doorpakken. Afgelopen weekend de rode holle Muldenpannen ook op het andere dakvlak van de werkplaats gelegd. Ik had er al zoveel mogelijk van de zwarte oude holle pannen af gehaald (hoe vaak heb ik die dakpannen intussen in mijn handen gehad?). Vervolgens zaterdag de rest er af gehaald. Daarna heeft Joris alle panlatten verplaatst, ruiterfolie onder de nokvorsten gelegd en de nokvorsten vastgeschroefd. En op zondag hebben we het hele dak gedekt met de rode pannen. Wat een heerlijk gevoel, dat de pannen nu niet meer kunnen weg waaien en dat er geen sneeuw of regen meer onder kan komen.

Vóór…
Tijdens…

En na!
Wát een plaatje!

En de hele week lonkten de muurtjes… Na het eten zei Joris dan “het is nog wel even licht, we wassen zo dadelijk wel af…”en dan ging hij even nog een muurtje om meppen. En ik natuurlijk ook. Eerst de muurplaten eraf wrikken, en dan even kijken hoe stevig het nog was. Niet zo stevig, meestal.  Zeer bevredigend werk.  De oudste muurtjes zijn met kalkmortel gemetseld en die zijn zo om te gooien (met één hand, zonder handschoen aan…). De muurtjes die in de jaren ’60 zijn gemetseld zijn keihard, zij het dan ook vrijwel niet gefundeerd.

Een daar komt ons tijdelijke onderkomen achter de boerderij vandaan… eindelijk uitzicht!
Alleen de muren van de werkplaats staan nog!

Het schone puin wordt allemaal grondstof om het pad te versterken. Maar dat is natuurlijk ook wel een klusje.  Want of we het puin nu éérst breken en dan naar het pad verslepen, of eerst langs het pad leggen en ter plaatse breken, het is veel en zwaar werk. Maar wel bijzonder nuttig en zichtbaar werk. Wie heeft er zin om zich een dagje uit te komen leven en te zien hoe mooi de Hof in de lente is?

De beuk erin

Nu we eindelijk zover waren dat we wisten welke dakpannen we op de werkplaats wilden leggen (het logistieke dingetje waar we vorige zomer nog mee worstelden) èn ze netjes op pallets hadden èn het KNMI vier dagen mooi weer beloofd had moest het er maar van komen: afgelopen weekend pannen op het voordakvlak van de werkplaats gelegd.

Stap 1: Hond uit logeren sturen (Dankjewel Dorien en Jaap!)

Stap 2: Afrastering rond het erf weghalen zodat we er goed bij konden en de steiger konden opzetten.

Stap 3: Kapot gewaaide zeilen weghalen en panlatten op het dak bevestigen.

Stap 4: Met de trekker de pallets  dakpannen tot steigerhoogte optillen.

Stap 5: Pannen op het dak leggen.

Stap 6: Verbijsterd constateren dat we stap 4 en 5 in slechts een halve dag  met ons tweeën hebben uitgevoerd! (Nou ja, overstek, boeidelen, windveren en goten komen nog, daar denken we nu nog even niet aan.)

\

En toen was er dus nog tijd over om even te slopen. Het dakje van de ‘kantine’  was nog een projectje. Want toen we eenmaal de kozijnen eruit gehaald hadden begonnen de plafondbalken heel eng door te buigen. Durfden we niet meer op te klimmen. Joris was opnieuw creatief met de trekker en tilde het hele dak gewoon op, zodat hij rustig de halfsteens muurtjes eronder uit kon tikken.

Daarna trokken we het dak zó los. Het kamertje stelde ook niets voor. Het was aan het oorspronkelijke boerderijtje gebouwd in (waarschijnlijk) de jaren ’30. Halfsteens vrijwel ongefundeerde muurtjes, daarop wat balkjes van 5 cm breed en 7 cm hoog, daarop planken van hooguit 12 mm dik en daarop teerpapier. Ooit was het dak verzwaard door er een laag bitumen overheen te gieten en grint op te storten.

Toen het geheel toch ging lekken heeft de vorige bewoner er gewoon een nieuw dakje overheen gelegd. Verschillende tweede- of derdehands balken erop, tweedehands stukken golfplaat eroverheen, alles vastgezet met een heel assortiment aan schroeven, bouten en spijkers en hoppekee, het kon weer even mee.  Het moet gezegd worden: het lekte daar afgelopen winter niet. Maar het verbaast ons niet meer dat we het niet warm konden houden.

In de ruimte tussen de daken (dus bovenop het grint) vonden we een oude stofzuiger, een frisbee, verschillende blikjes, een gebruikt schuursponsje, heel veel plastic buizen, twee borden en allerlei stukken hout. Tja, wat moet je er anders mee, nietwaar?

En toen we het dak eenmaal hadden weggewerkt konden we gaan doen wat altijd zo LEUK is bij slopen: muurtjes omgooien. Dat is dan lastig stoppen…

Al met al een productief weekend.

Spontane hulp

Op zich zit er best wel vooruitgang in het project. Maar af en toe is het wat moeilijk om de moed erin te houden.  Vooral als het weer zich van zijn maartse kant laat zien en een koude noordwestenwind de ene bui na de andere tegen de ramen slaat. Zo’n afbraakproject ziet er dan ook niet heel opbeurend uit. Dan moet er af en toe Iets Leuks gebeuren.

En toen was daar Henk. Oud-brandweerman en veiligheidsexpert, en vooral: houdt zich creatief bezig met oude materialen een tweede leven geven. Hij kwam af op een Marktplaats-advertentie voor de paneeldeuren. En hij zag allerlei mooie toepassingen voor allerlei andere ‘doorleefde’ stukken hout die we anders gewoon de container in hadden gegooid.

In ruil voor een aanhanger vol sloophout en de jakobsladder (waar hij dan een kast van maakt) kwam hij een ‘dagje helpen’. Gewapend met professioneel gereedschap en een enorme werklust. Met ons tweeën sloopten we in één dag de hele houten betimmering van de voormalige hooischuur weg. Èn de zoldering boven de smeerputschuur. Èn een heleboel sloophout wordt nog een tweede leven gegund. Wat jammer dat we Henk niet eerder zijn tegengekomen!

Toen Joris thuis kwam wist hij niet wat hij zag. En dat wakkert dan de slooplust aan. Dus sloeg hij ook nog even een muurtje om.

“Ik wilde weten hoe stevig het was.”

 

Dakpannenfestival

Toen de pannen van het dak kwamen hebben onze hulptroepen ze zo snel mogelijk opgestapeld op pallets rond het huis. En daar lagen ze nog steeds. Want in de gauwigheid was wel duidelijk geworden dat het níet maar twéé soorten dakpannen waren, zoals ik hoopte.

Al op de eerste Funda-foto’s van de boerderij zagen we dat er twee typen pannen op lagen: Holle Muldenpannen (volgens de gezaghebbende website van Joost de Vree mogen ze officieel niet zo heten, maar ik zie ze op internet overal zo aangeprezen) op de ene helft.  En Oude Holle Pannen op de andere helft.

(Niet te verwisselen met de Verbeterde Holle Pan of de Opnieuw Verbeterde Holle Pan 😉 )

Toen we vorig jaar de pannen op de helft van de nieuwe werkplaats legden hebben we gemerkt dat oude Oude Holle Pannen erg variabel kunnen zijn. In tegenstelling tot nieuw gemaakte Oude Holle Pannen.

De Oude Holle Pan wordt nog steeds gemaakt. Tegenwoordig gebeurt dat met machines en volautomatische ovens. Nieuwe Oude Holle Pannen  zijn daarom allemaal netjes hetzelfde. Vroeger gebeurde het met arbeiders die ze ‘uit de hand’ sneden, ovens die nogal wisselend van temperatuur waren en misschien ook met klei die wisselend van kwaliteit kon zijn. Met wisselende dakpannen als gevolg. Net wat dikker, dunner, korter, langer, breder, platter, holler…

En als het dan ook nog verschillende partijen door elkaar zijn, van verschillende fabrieken, dan gaan de rijen slingeren en krom liggen en is het dus vrijwel onmogelijk om er een goed sluitend dak van te leggen. In het dakvlak wat we vorig jaar op de werkplaats legden zitten dus best wat punten waar we ons niet helemaal senang bij voelen. Vooral niet bij sneeuw.

Dus we hoopten dat wat er van de boerderij af zou komen wat eenvormiger zou zijn.

De Holle Muldenpannen zijn gemakkelijk genoeg te herkennen. Er zit wel enige variatie in lengte en breedte en mate van kromheid in (en er staan vingerafdrukken van de arbeiders in, handgevormd dus), maar ze zijn redelijk  als een sluitend dak te leggen. Maar de Oude Holle Pannen bleken verschillende partijen. En ook binnen de partij kennen ze een enorme variatie. En dan was een groot deel ook nog afgeschilferd door weersomstandigheden in de loop der jaren. Het advies van onze aannemer was dan ook: “Gooi ze maar op het pad, daar heb je niets meer aan!”

Maar… wij vinden de Oude Holle Pannen veel móóier dan de Holle Muldenpannen! Liefst zouden we de Oude Holle Pannen op de werkplaats hergebruiken.

Maar ja, dan zit er maar één ding op: per partij sorteren en bepalen wat er bij elkaar past,  in welke volgorde je ze dan kunt combineren en of je er genoeg hebt. En dat was een klus waar ik behoorlijk tegen op zag. Het is namelijk rotwerk. Zeker bij slecht weer.  Zware dakpannen sjouwen (gewicht Holle Muldenpan 2,7 kg, de Oude Holle Pannen heb ik niet gewogen maar wegen zeker ook meer dan 2 kg per stuk), alsmaar heen en weer lopen en Heel Veel Niet Ergonomisch Verantwoord Bukken. Dus de pannen stonden er nog steeds zoals ze vier weken geleden van het dak af kwamen.

Maar dit weekend kwam Barbara TWEE dagen helpen. En Barbara is iemand die er volkomen de humor van kan inzien om te bepalen of “dit nou zo één van die wat dikkere is, of hoort-ie toch bij die andere, die iets dunner zijn en een wat scherper hoekje hebben?”

Dus we hebben, onder werkelijk abjecte weersomstandigheden (het begon zaterdag nog zonnig, ging steeds harder waaien, tot stormkracht, vervolgens kregen we zondag buien, toen regen en uiteindelijk sneeuw) duizenden dakpannen door onze handen gehad.

“Zijn deze nou korter dan die andere, of horen ze wel bij elkaar?”

“Leg ze maar even apart, dan kijken we zo dadelijk wel of ze bij elkaar horen.”

“Vind jij dit een rond of een scherp hoekje?”

“Mmmm, rond. Nee, toch scherp. Kijk eens vanaf de achterkant? O ja, kijk, hij heeft een breder nokje. Die hoort dáárbij.”

“Wat denk jij, is deze nog te hergebruiken?”

“Hmmm. Is dat gat door en door? O, kijk, hij heeft hier ook een haarscheur. Leg maar bij de B-keuze.”

“Is dit nu wel een machinaal gevormde? Hij heeft wel van die strepen maar ik kan het niet goed zien want het hoekje is eraf”

“Dit lijkt wel zo’n omgeslagen randje. Alleen kan je het niet goed meer zien, want hij is afgebrokkeld.”

“Hee, van dit type ligt volgens mij ook nog een stapeltje achter de werkplaats. O nee, dit is een andere, zie je wel. Volgens mij hoort deze bij de iets bredere die op die pallet liggen bij die wat dieper gegolfde, met een smaller nokje.”

Etcetera. En intussen duizenden kilo’s gebakken klei heen en weer tillen. Je krijgt diep respect voor de arbeiders wier vingerafdrukken in de dakpannen stonden die door onze (beschermend gehandschoende) handen  gingen.

We liepen dus niet in de Klimaatmars mee, maar waren wel heel ecologisch bezig. Althans, wat betreft hergebruik. Want hoe verplaats je vervolgens pallets met dakpannen? Met de trekker. Maar rijden met een pallet vol hoog opgestapelde dakpannen over ongelijk terrein – dat is vragen om scherven. En hoe zet je ze vast? Harmen gaf het antwoord: met rekfolie. Dat is dus weer wat minder ecologisch; ben je allemaal plastic zakjes aan het besparen, wikkel je een hele rol plastic om je bouwmateriaal. Het zat me niet lekker, maar ik wist ook geen betere methode.

De eindscore viel helaas een beetje tegen. Er waren toch wel heel veel dakpannen in erg slechte staat. Nog bruikbaar voor een houthok of zo, maar niet voor een dak wat echt dicht moet zijn. We hebben niet genoeg Oude Holle Pannen voor de werkplaats. Maar wel precies genoeg Holle Muldenpannen. De Oude Holle Pannen moeten wachten tot we de kapschuur bouwen, waar nu de noordschuur nog staat. Ooit, als het huis af is…

Van boven naar beneden…

Het werk gaat harder dan de berichtgeving. We klussen zo hard, dat ik s’avonds te moe ben om er een blogje over te schrijven.

Het afbreken van de kapconstructie is… spannend. Je moet nadenken welke balken je in welke volgorde afzaagt. Als ze blijven hangen en op een verkeerde manier naar beneden komen kan dat tot levensgevaarlijke situaties leiden. Gelukkig hebben we al een keer zoiets gedaan; de stal achter ons huis in de van Bemmelstraat. Al was die wel een stukje kleiner. Joris heeft de steiger tot 6 m hoog opgebouwd, veel werk, maar een stuk veiliger dan vanaf een ladder. En dan maar zagen.

eerst alle panlatten door, anders blijft alles aan elkaar hangen
voor ieder stukje dak moet de steiger opnieuw opgebouwd… veel werk, maar wel zo veilig!

 

Het oude hooiluik kan voor het eerst in een halve eeuw weer open

De palen van het gebint van de oude hooischuur zijn van grenen en sterk aangetast door rot en houtworm. Het gebint wat de oude meneer begin jaren ’60 op de kop heeft getikt om de constructie te verlengen is van eiken en heel mooi. Er staat zelfs nog een timmermansmerk in. Jammer dat we het niet kunnen gebruiken in het nieuwe huis, maar het heeft niet de juiste afmetingen (en op maat maken is veel duurder dan een nieuw gebint maken). Dan moet het maar het uitgangspunt worden voor een toekomstige schuur!

 

 

Bij de afbraak van die stal in de van Bemmelstraat hebben Corrie en Maarten ons destijds goed geholpen. Dus kwamen ze dit keer ook weer een dagje. Het wordt een soort traditie. Al hopen we niet dat we over wéér 10 jaar wéér een huis aan het afbreken zijn (maar wie weet wat Corrie en Maarten nog voor plannen hebben?)

Trip Down Memory Lane: twee foto’s van juni 2008. Tja, ons huidige project is wel echt versie 2.0. Maar we hebben veel geleerd van de vorige keer. En het was net zulk mooi weer… en dat in februari!
En Maarten en Corrie hebben er nog altijd lol in!

Het grootste deel van het dak was (gelukkig) onbeschoten; je keek van onderaf direct tegen de pannen aan. Maar in de werkplaats en de zolder boven het huisje zat er dakleer (asfaltpapier) en kippengaas onder de panlatten. Dat bleek enorm lastig te verwijderen; het kippengaas hield alles stevig bij elkaar. Corrie en ik volgden de strategie om het gaas draadje voor draadje weg te knippen en zo de kap van het huisje bloot te leggen. De mannen kozen voor de rechtstreekse benadering: eerst het hele dak van de werkplaats naar beneden, en dan demonteren. Dat ging wel sneller.

De sporen van het huisje waren verbijsterend slecht. Allerlei verschillende stukjes rest- en afvalhout, vol houtworm en half vergaan. Toen het kippengaas er eenmaal af was trokken mannen zó de hele kap om.

A je to!

En toen stond de topgevel vrij… en ook dat was 10 jaar geleden geen feest. Gelukkig hadden we dit keer iets meer ruimte. Tien jaar geleden viel de schoorsteen bijna in de steeg waar kleine buurjongetjes heen en weer renden. Dat kon nu gelukkig niet gebeuren.

(En nog even een plaatje van 10 jaar geleden… vanaf een steiger werkt het een stuk plezieriger. Maar de schoorsteen van ons huidige project was wel een stuk harder dan deze topgevel!)

De voorgevel van de woonkamer bleek in spouw gebouwd! Gek genoeg loopt het binnenspouwblad naadloos door in de (buiten)muur van de ‘aangebouwde’ kamer, terwijl het buitenspouwblad aansloot bij de muur van de slaapkamertjes. Hoe dit nu weer zit met volgorde en bouwhistorie?

In ieder geval zijn er maar weinig spouwankers voorzien. Het buitenspouwblad was met een balkje zó los te wrikken!

Nog een deel van het hout weg en dan de muren! Het voelt goed om het langzaam en zorgvuldig te doen. We willen zoveel mogelijk hergebruiken.

Stevige balken ontspijker ik om straks te gebruiken bij het stutten van de bekisting als we beton gaan storten. Kleine balkjes worden tijdelijke boompalen (ze zullen maar een jaar of twee, drie meegaan, maar tegen die tijd moeten boompjes ook op eigen wortels kunnen staan).

Het overige onbehandeld hout kan de kachel in.

Dakpannen zoeken we uit: wat hergebruikt kan worden gaat netjes op pallets (die we kregen van buurman Koos!). En de rest gaat, met het overige puin, de puinbreker in. Want straks moeten de funderingstrucks het pad over (en als ik denk aan de mogelijkheid van een vastgelopen betonwagen vol uithardend beton krijg ik wel een beetje buikpijn. Dus dat pad moet stevig zijn!)

Kippengaas en ander metaal gaan naar de schroothandel. Al met al hoeft alleen het behandeld hout, het dakleer en wat overig los spul (piepschuim, pur, plastic) afgevoerd te worden. Het voelt dan ook meer als ‘demonteren’ dan als ‘slopen’. Cradle to cradle, circulaire economie enzo…

 

 

 

Het dak eraf!

We zijn weer een mijlpaal verder – de pannen zijn van het dak! Dat was best een spannende aangelegenheid. De boerderij is zo’n 7 meter hoog en het was de vraag in wat voor staat de panlatten zouden zijn. Maar gelukkig hadden de mannen van de aannemer dit vaker gedaan. Die schoven een ladder tegen het dak, timmerden een glijbaantje op maat voor de dakpannen en daar kwamen ze naar beneden!

De dakpannen léken maar uit twee soorten te bestaan: Oude Holle (of Hollandse) pannen op de ene helft van het dak, Holle Muldenpannen (?) op de andere helft. Maar uiteraard bestonden de oude pannen uit verschillende partijen. Dus er moest een treintje gevormd worden en onderaan stonden we heel hard te sorteren en de pannen op pallets te stapelen.

Onze hulptroepen (Harmen, Jenny en Joop, Arnaud en Edwin) hadden hun handen meer dan vol, maar het ging verbazend rap!

Boven de ‘smeerputschuur’ zit een beloopbare zolder, dus daar konden de pannen ook van binnenuit worden weggehaald. Hoewel de dunne zoldering angstwekkend begon te buigen onder het gewicht van de stapels pannen…

   

Eigenlijk gebeurde er niets noemenswaardigs: niemand viel naar beneden, en niemand kreeg een dakpan op zijn kop. Het meest opmerkelijke was de LP van Johnny Hoes (“Scheiden doet lijden”) die we vonden, weggestopt achter een balk. Waarom?, vraag je je af.

Vóór de lunch waren alle pannen van het dak! Jenny, Joop, Arnaud, Edwin en de mannen van de aannemer vertrokken toen weer. Joris heeft de hele middag verder getimmerd aan het dakje voor de grupstal, die nog even blijft staan. Harmen tilde bij wijze van krachttraining nog even alle pannen van de zoldering van de smeerputschuur naar beneden.

  

Nu oogt de boerderij als een oorlogsfilmdecor. En staat het hele erf vol met pallets dakpannen. En er liggen weer grote stapels afgekeurde en gebroken pannen: voer voor de puinbreker en grondstof voor het pad. Als we dat hebben opgeruimd is de volgende stap het ontmantelen van de kapconstructie. En dan de muren, en het gebint… we zijn nog niet klaar!

Puinzooi

Afgelopen week hebben we zoveel mogelijk hout uit de boerderij verwijderd. Alles wat niet constructief was kon weg. Plafonds, plinten, de schoorsteenmantel, vensterbanken, lijstjes, randjes, tussenwandjes…

Het leverde af en toe hilarische situaties op. Bijvoorbeeld toen Joris bezig was het hardboard plafond van de oude werkplaats eruit te slopen en ik hem kwam zeggen dat het kippenhok met een lekke band staat (op zich al een aparte mededeling). Net op dat moment kwam  de hoek van het plafond naar beneden, waar onder het schuine dak nog wat zooi bleek te zijn weggestouwd. Waaronder een gloednieuw autowiel, nog in de verpakking… Helaas bleek het niet op de as van de kipcaravan te passen.

Toen ik het verlaagde zachtboard plafond van het keukentje eruit haalde bleek ook daar het één en ander te zijn weggestopt. Diverse doosjes diepvrieszakjes, een verpakking plastic bekertjes, een doosje Douwe-Egberts spaarpunten en een Trommeltje. Een Schat? En ja hoor, in het trommeltje twee Beursjes. Met daarin wat oude Wilhelmina- en Julianamuntjes. Een een briefje waarop in een beverig handschrift de inhoud vermeld staat. Helaas klopte het niet helemaal, de schrijver / schrijfster van het briefje had de twee Wilhelmina-guldens voor rijksdaalders aangezien.

En dan het hardboard plafond van de woonkamer (ons voormalige kantoor). Daarboven bevond zich de open ruimte van de zolder. Maar dat was zo’n gore boel dat we ons daar nog niet echt in hadden gewaagd. Op het hardboard bleken kranten te liggen. Daar bovenop een paar planken, zodat er her en der over gelopen kon worden. Bijvoorbeeld om emmertjes neer te zetten waar het dak lekte.  Over het geheel heen waren glaswoldekens gelegd ter isolatie, met daar overheen weer stukken landbouwplastic. Af en toe was er ook nog het één en ander aan de welbekende zooi op terechtgekomen (potjes, oude kleren, buizen, lege plastic zakken…). Daarin was een dier (ratten? bunzing?) gaan nestelen. Die had daar jaren lang gewoon in een heerlijk nest van fijngeknaagde kranten, oude kleren,  plastic zakken en glaswol. De perfecte plek om dode vogels op te peuzelen (toch een bunzing dan, waarschijnlijk).

Uiteindelijk heeft Joris een gat gezaagd in het plafond, waar ik van bovenaf (op die planken) zoveel mogelijk van de smerige stoffige stinkende bende doorheen heb geharkt. In vuilniszakken gestopt en afgevoerd. Daarna kon de rest van het plafond eruit. Al met al weer een hele houtcontainer vol gekregen, ook alle niet meer bruikbare planken die al tijden op een hoop buiten lagen. Dat ruimt lekker op.

Zaterdag was het tijd voor een eerste kennismaking met de mobiele puinbreker. Op het erf ligt namelijk al sinds anderhalf jaar een gestaag groeiende hoop puin. We kunnen dat goed gebruiken om het pad te verstevigen. Als de boerderij straks wordt afgebroken hebben we nog veel meer puin. Maar zou het inderdaad rendabel zijn om het zelf te breken? Veel mensen raden ons aan om het ‘gewoon’ af te voeren. Maar dan moeten wij dus ook ‘gewoon’ weer puin aanvoeren, want het pad zal voor het bouwverkeer nog wel wat verstevigd moeten worden en met 300 m oprijlaan heb je aardig wat puin nodig.  Tijd om de proef op de som te nemen en een mobiele puinbreker te huren.

Onze buren hebben hier meer ervaring mee en vonden het leuk om te komen helpen. Het kostte eerst nog wel wat moeite en gevloek om hem aan de praat te krijgen. Hij werd zonder gebruiksaanwijzing geleverd en we zagen per ongeluk de olietank aan voor de brandstoftank. Er moest dus eerst nieuwe olie in. Maar toen ging het ook als een zonnetje! Onder luid gerommel verknaagt het ding kapotte stoeptegels, bakstenen, hele stukken muur, dakpannen, bloempotten, halve slijpstenen en brokken beton tot een prachtige grondstof voor het pad. Alleen… de grootste kuilen in het pad zitten 300 meter verderop. Heen en weer rijden met kruiwagens bleek niet effectief; mijn armen vielen er bijna af maar we konden het tempo van het grommende monster niet bijhouden. Uiteindelijk hebben we het gestort in het voormalige slaapkamertje. Daar ligt het prima en we kunnen het rustig met de trekker verplaatsen. Wat ons betreft een succes; de muren zijn geen afval, maar grondstof voor de toegangsweg.

Hulde aan Marja, Jos en Rob voor het helpen. Nu hebben we allemaal spierpijn…

Huisjes en historie

Dit weekend kwam Barbara weer helpen. We hebben de tien vogelhuisjes opgehangen, die ik netjes dubbeldik in de lijnolie had gezet. Nog een beetje zoeken naar goede plekken. We hebben genoeg grote bomen, maar die staan dan weer net niet in de buurt van de fruitbomen. En dat is de bedoeling: in de nestkastjes moeten mezen komen wonen, die de rupsen opeten die afgelopen voorjaar al mijn fruitbomen kaal vraten.Nu maar hopen dat de mezen zich niet beperken tot de rupsen in de eiken waar de vogelhuisjes in hangen… we gaan het merken!

En we hebben de grote stukken landbouwplastic die nog in de boerderij hingen als een soort van regenopvang weg gehaald. (Helaas vingen ze niet alleen regen. Ook het stof van decennia kwam mee…)  De constructie komt steeds meer bloot te liggen. Wat een ruimte nu in de boerderij!

Het interieur van de ‘tas’ (de oude hooischuur). De jakobsladder zijn we nog steeds niet kwijt.
De ‘entree’, zonder alle rare halletjes-van-oude-toneeldecors en ‘plafonds’ van landbouwplastic
Eerst die enge ‘dakramen’ eruit (stukken glas die tussen de panlatten waren geschoven)

Verder hebben Barbara en Joris en de grote deuren uit de stal gehaald. Want we hebben weer een container voor sloophout staan, en die moet na een paar weken wel weer retour anders moeten we huur gaan betalen.  We zijn dus al het hout wat al uit de boerderij gehaald kan worden eruit aan het trekken. Plafonnetjes, de keukenkastjes (die gefundeerd bleken te zijn op lege Completa-potten, oude deuren, allerhande latjes en lijstjes…

(Joris kon zich even niet inhouden en begon ook alvast de muren naar beneden te timmeren.)

We hebben onze ideeën over de bouwhistorie van de boerderij wat bijgesteld. Op oude kaarten is te zien dat er eerst twéé gebouwtjes stonden. Waarschijnlijk was het woonhuisje toen een ‘gewoon’ woudboerderijtje, zoals er hier veel staan. Een woonkamertje met bedsteden, een keukentje met een laag dak en een klein stalletje erachter. Een deel van de muren van dat stalletje is nog terug te vinden in wat wij de ‘smeerputschuur’ noemen.

Hier kijk je tegen de muur van de ‘smeerputschuur’ aan, nu de hoge staldeuren zijn weggehaald. Als je goed kijkt, zie je in de linkermuur dat het metselwerk boven het raampje van later datum is. (Rechts ook, maar dat is op deze foto moeilijk te zien.) Waarschijnlijk waren dit de muren van het oorspronkelijke stalletje achter het woudboerderijtje. Dat verklaart ook de rare lage raampjes. Je ziet hier in de streek wel meer van die boerderijtjes met hele lage stalmuurtjes.

De ingang van het huis was aan de noordwestkant van de keuken, op de plek waar wij het bed van de oude mijnheer vonden. (Dat vertelde mevrouw Elzinga me, die op de boerderij hiernaast is opgegroeid). Naast het woudboerderijtje stond een houten (hooi)schuur met twee hoge wanden. Dat is nu de ‘tasruimte’.

In de jaren 1930 of 1940 is er een kamer aan het huisje gebouwd. Je kunt nog zien dat die muur ooit een buitenmuur is geweest, er zat ook een raam in wat is dichtgemaakt.  Misschien was er in die kamer ooit ook wel een bedstee. Aan de plafondbalken zit nog het restant van een houten wand.

Bij een verbouwing (waarschijnlijk na het jaar 1954, toen de oude meneer het kocht) is het bedrijfsgedeelte flink uitgebreid. Het gebint van de hoge schuur werd in ZW-richting doorgetrokken tot in het voormalige stalletje. Hiervoor gebruikte hij een op de kop getikt tweedehands gebint. Aan de zuidoostkant van de schuur heeft hij een werkplaats gebouwd. (Een neef van hem, die hier een keer aan kwam, wist zich nog te herinneren dat de oude meneerdaar stond te metselen). Het  geheel werd overdekt door één groot (stelp)dak. Dat verklaart waarom er boven in de wanden van de tasruimte (hooi)luiken zitten, die helemaal niet open kunnen, omdat ze tegen het schuine dak aan draaien.

Dit was dus oorspronkelijk de buitenmuur van de schuur – nu de wand van de tasruimte. Het is bijna niet te zien, maar rechts bovenin de foto zit een mysterieus hooiluik, dat helemaal niet open kan omdat het tegen het dak van de werkplaats aan draait.
Hier een betere foto van het oude hooiluik
En van binnenuit de ‘tas’ (de oude hooischuur dus) gezien

Bij die gelegenheid is de muur van het oude stalletje achter de woning ook verplaatst, waardoor de voormalige keukendeur  moest worden opgeheven. Dat keukentje werd toen 2 slaapkamertjes (al zijn de bedsteden misschien nog wel tot 1970 in gebruik geweest als er logees waren. Rond 1970 zijn ze in elk geval verbouwd tot kast). Voortaan kwam je dus het huisje binnen via de nieuwe deur in de stal. Toen is waarschijnlijk ook de keuken verplaatst naar de plek waar wij hem aantroffen. Ook zijn toen de buitenmuren van de stal door steen  vervangen.

De dichtgemetselde voormalige keukendeur. Nu komt die uit op de ‘smeerputschuur’, maar vroeger ging die gewoon naar buiten.

Ik vermoed dat die grote verbouwing eind jaren ’50 / begin jaren ’60 heeft plaatsgevonden. In 1955 heeft de oude meneer eerst de ‘westschuur’ gebouwd, getuige de kranten die ik daar in de nok vond. Net als wij, zal hij tijdens de verbouwingen ook plek nodig hebben gehad voor dieren en spullen. Dus misschien heeft hij ook de ‘noordschuur ‘ nog wel eerst gebouwd, als hooischuur tijdens de grote verbouwing aan het hoofdgebouw.  Dat lijkt logisch; de west- en noordschuur waren in elkaar geflanst van planken, stukken golfplaat, oude ramen en asbest, terwijl de stelp grotendeels redelijk netjes gemetseld is.

Wij zitten met hetzelfde probleem: waar laat je alles, als je het hoofdgebouw  neerhaalt? Omdat ons nieuwe huis een paar meter meer naar het zuidoosten komt, kunnen we een klein stukje van de oude stal ( de ‘grupstal’) tijdelijk laten staan tussen de noordschuur en het nieuwe huis. Een deel van het dak laten we zitten, een liggende balk  wordt de nieuwe nokbalk en Joris heeft van oude balken en planken nieuwe sporen gemaakt, zodat we van binnenuit een nieuw dakje kunnen maken. Het zal niet geweldig zijn, maar het is weer een paar m2 waar we bouwmaterialen enigszins droog kunnen opslaan. Nu staan de schapen er nog, dus ik moet ook nodig het oude varkensstalletje aftimmeren, zodat die daar in kunnen. Wat een geschuif met functies is het toch, zo’n bouwproject.

Joris maakt van binnenuit een dakje over de ‘grupstal’, zodat die nog even kan blijven staan