Herfst…

Het is herfst. En zoals ieder jaar betekent dat, dat wij ook langzamerhand in de ruststand gaan. Maar dit jaar toch wat minder dan de afgelopen jaren. Want doordat het huis nu dicht is, kan ik ’s avonds ook wat doen. Verder metselen aan de kachel bijvoorbeeld .

Ik weet nu wel 100% zeker dat metselen niet mijn hobby is. Maar als je elke avond braaf een laagje of twee metselt is het op een dag gewoon af! En eenmaal in de eerste laag leemstuc ziet hij er al behoorlijk echt uit.

Hij is nog wel héél erg nat. Héél rustig instoken dus. Als het goed is komt volgende week de kachelpijp eraan. Dan moeten we wel nog ‘even’ de koperen buizen die er uit steken tijdelijk aansluiten aan een radiator.

(Door die spiralen komt het water te lopen dat ons buffervat voor warm water ’s winters gaat opwarmen. Maar als we de kachel droog stoken worden die spiralen misschien te heet. We hebben nu nog geen buffervat, maar wel behoefte aan wat extra warmte, zo zonder dakisolatie, verdiepingsvloer en tussenwanden. Dus een oude radiator aansluiten lijkt een handige oplossing.)

Wat zal het fijn zijn als we een warmtebron in huis hebben! En als al het hout dat we zo langzamerhand verzameld hebben tot warmte kan worden omgezet 😉

Buiten is Joris intussen bezig met de voorbereidingen voor de potdekselplanken. Tussen de planken en de kalkhennep komt een geventileerde ruimte. Ik ben erg benieuwd wat daar in gaat wonen – vleermuizen? We delen het huis nu al met allerlei medebewoners, we vinden op de gekste plekken vogelnestjes.

Het is een heel erg secuur werkje. Het Xyhlo biofinish hout is behoorlijk prijzig. Zaak dus om zo zuinig mogelijk te zagen. Maar natuurlijk blijven van alle planken nèt stukjes over die te kort zijn om nog te gebruiken…

Op deze foto is ook goed te zien dat de kantplanken onder de deuren er allemaal in zitten. In principe zouden we nu dus de grond rond het huis weer kunnen aanstorten met het zand dat is weggegraven voor de fundering. Maar eigenlijk willen we dan eerst de rioolbuis vóór het huis aanleggen. Anders moeten we daar weer 30 cm verder voor graven. Bovendien moet Joris met de steiger rond het huis kunnen, en dat is lastiger als er allemaal los gestorte grond ligt.

Nog een reden waarom ik eigenlijk graag die grond rond het huis wil gaan afwerken: in september is eindelijk de sloot geschoond. Dat stond ook sinds begin 2018 op het To Do-lijstje. Maar uit die sloot kwam dus een enorme hoeveelheid wilgenstruiken, met aanhangende bagger, pitrus en braamstruiken. Op zich práchtig spul: lemige grond vol organisch materiaal. Maar in de huidige staat zou het wel héél lang duren voor het allemaal tot vruchtbare grond is omgezet en bovendien ligt het op het land van de boer.

Ik ben langzamerhand, stukje bij beetje, de bult (zo’n 6 m3!) aan het afgraven. Héél zwaar werk! De bramen en wilgen worden gesnipperd, de pitrusplaggen gebruik ik om kuilen op te hogen waar ik regelmatig met de grasmaaier overheen ga (zodat hopelijk het gras wint van de pitrus, maar de kuilen wel mooi worden opgevuld) en de grond zou ik graag bij het huis willen storten. Maar dan liever bovenop, dan onder het zand van onder de fundering. De Volgorde Der Dingen..

Zo ben ik nog meer organisch materiaal aan het verzamelen. Rond de poel begon het ook aardig vol te groeien. Hans heeft al het gras, pitrus en de opgeschoten wilgjes gemaaid. Mooie biomassa om te composteren! Het was wel een klusje om het allemaal op een bult te kruien. Dat wordt straks een bovenlaag voor de tuin.

De bomen staan ook nog veel meer in blad dan vorig jaar (toen lieten ze door de droogte al in september het blad vallen). En het is nog zacht weer … kortom: wel herfst, maar nog geen winterrust!

Nog niet af…

Veel mensen reageren op de mededeling dat het huis wind- en waterdicht is met de vraag: “Oh, dan gaan jullie er zeker nu ook alvast in wonen?” Of “Slapen jullie daar nu ook al?”

Nou nee… Tijdens de hittegolf van de zomer heb ik wel een week of drie in het huis geslapen, maar dat was meer een manier van ‘buiten slapen’. Het huis mag dan wind- en waterdicht zijn, het is nog gewoon een huis in aanbouw. Er moet nog héél veel gebeuren.

Zo ziet het interieur eruit. Eén grote ruimte. Geen tussenwanden.
De vloer moet nog ruim 25 cm omhoog: zo’n 20 cm schuimbeton en 5 cm cementdekvloer. Wat daarop komt weten we nog niet. We twijfelen ook nog over een vloer van stampleem (vind ik mooi, maar schijnt erg kwetsbaar te zijn).
Maar vóór het schuimbeton kan worden gestort moeten eerst alle leidingen exact op de plaats waar ze moeten komen gelegd. En het handigst is, als dan de binnenwanden, of in elk geval de onderkant van de binnenwanden, al staan. Dan kan je namelijk veel beter zien wáár precies de wastafel, het bad en de wc moeten komen.
Moet je natuurlijk ook weten wát voor bad, wc en wastafel.
En uiteraard moeten de leidingen ook ergens op aangesloten; de riolering buiten naar de septic tank moet ook nog aangelegd.
Buiten ontbreekt trouwens nog een stukje isolatie onder de deuren (isolatie van de fundering. Is Joris mee bezig. Als dat af is, kan de riolering aangelegd en kan de grond weer worden aangestort.
Ondersabelmortel eronder om het netjes op zijn plek te houden…
O ja, de buitenkant van de muren moet nog afgewerkt. (Nadat ik alle kozijnen heb geolied.) Dat gaan we doen met Xyhlo biofinish planken. Heel bijzonder spul: de planken hebben een levende(!) coating die sprekend lijkt op ge(creoso)teerde planken, maar volkomen milieuvriendelijk is. Het is een schimmelsoort, die leeft van lijnolie en het hout beschermt tegen invloed van andere micro-organismen (dus rot). De planken zijn inmiddels gearriveerd. Wanneer zouden ze erop zitten? Met het bekleden van de werkplaats is Joris in 2018 twee weken fulltime bezig geweest. Maar dit is ingewikkelder, omdat de kopse kanten van de planken apart met het mengsel behandeld moeten worden, vóór ze worden vastgezet. Dus na elke zaagsnede ‘verven’.
Of dat nog dit jaar gaat lukken…?
Dit is wat je ziet als je binnenkomt. Ooit zie je links de trap (waar nu de BBQ staat) en recht s de deur naar de wc (waar nu de ladder staat). En binnenwanden…
Op de kelder ligt nu een tijdelijk vloertje. Maar vóór het schuimbeton gestort wordt moet daar nog een wat betere vloer gemaakt. Omdat de kelder iets minder diep is uitgevallen dan eigenlijk de bedoeling was, gaan we daar waarschijnlijk toch met een stalen balk en zwaluwstaartplaten werken, dat scheelt veel hoogte. Om te voorkomen dat alle schuimbeton de kelder in loopt moet er natuurlijk ook een muurtje omheen.
Van benedenaf kijk je nu nog recht de nok in
De verdiepingsvloer bestaat nog uit los liggende platen. Dat kan ook niet anders, totdat ik ál die balken heb geschuurd en geolied. Als we eerst de verdiepingsvloer leggen wordt dat aanzienlijk lastiger!
De dakisolatie bestaat nu enkel nog uit 5 cm Gutex platen. Binnenkort arriveert er zo’n 100 m3 vlaswol. Dat moet tussen de sporen verwerkt, zodat we het dakbeschot aan de binnenkant kunnen aftimmeren.
De vlaswol staat nu nog bij de transporteur te wachten. Per pallet 2.60 m hoog…
Dat aanbrengen van de vlaswol moet dus vanaf die losse platen. Goed opletten waar je staat dus.
Eerst de verdiepingsvloer erop timmeren is geen optie, omdat het schuren van de plafondbalken dan nóg veel moeilijker wordt. Maar we willen toch wel graag ‘snel’ de isolatie afmaken. Als straks de kachel het doet blijft de warmte tenminste binnen. Het huis is nu behoorlijk koud en vochtig.
Ik metsel ijverig verder aan de kachel, maar hij is nog lang niet af. En na het metselen moet hij aan de bovenkant worden afgewerkt met o.a. oude grindtegels (van die loodzware dingen van 40×60) . Dat betekent dus een betonzaag huren, die hier krijgen, opstellen etc. Je bent zo weer een weekendje of twee verder. En dan moet de schoorsteen er nog aan. Dakdoorvoer maken, netjes afwerken… O ja, de kachel moet ook nog gestuukt.

Natuurlijk zijn er ook altijd talloze andere klussen en klusjes, variërend van kleine, zoals het maken van windhaken waarmee de openslaande deuren kunnen worden vastgezet, tot grote, zoals het wegwerken van ongeveer 6 m3 takken en ander materiaal dat bij het baggeren van de sloot is vrijgekomen. En het afmaken van de moestuin, het planten van de broodnodige bomen…

Kortom, voor het huis enigszins bewoonbaar is zijn we nog héél wat maanden verder. En dan hebben we het nog niet over de badkamer, de zonneboiler met buffervat, het aansluiten daarvan op de kachel voor warm water in de winter, het aansluiten van het water zelf überhaupt, aansluiten en aanleggen van elektriciteit, aanleg van een ventilatiesysteem… Laat staan zulke dingen als afwerkvloeren en schilderwerk. En een warmwatervoorziening is voor mij toch echt een voorwaarde voor we erin trekken. Voorlopig is onze slaapkamer in de stacaravan echt een heel stuk gerieflijker!

De Kachel en de Volgorde der Dingen

Een wind- en waterdicht huis is één, een warm huis is twee. Daarom hadden we bedacht dat we binnenshuis zo snel mogelijk wilden beginnen met het bouwen van de rocket-leemkachel. Die moet gaan zorgen voor stralingswarmte in de woonkamer, keuken en badkamer, indirecte warmte via het ventilatiesysteem in de rest van het huis en voor warm kraanwater in de winter (’s Zomers moet de zon het water verwarmen). Als die kachel er is kunnen we mooi de enorme partijen brandhout en resthout die we zo langzamerhand hebben verzameld omzetten in warmte om comfortabel te klussen.

Al eerder blogde ik waarom we voor zo’n systeem kiezen.

Dit plaatje geeft de principes weer: de kachel heeft een superhete verbranding. Hiervoor wordt extra lucht aan het vuur toegevoegd (zodat de kachel niet teveel zuurstof aan de kamer onttrekt), die eerst wordt voorverwarmd via de bodem van de kachel. De hete rookgassen worden door een stelsel van kanalen geleid, waarbij ze de hitte afgeven aan een dikke mantel van steen of leem. Die geeft de warmte vervolgens langzaam af aan de ruimte. Wij hebben de kanalen ook door een bankje laten lopen. Dat wordt een héérlijke plek om uit te rusten na een koude winterdag buitenwerk. Bovendien laten we een deel van de ergste hitte van het vuur afvangen door koperen spiralen waardoor water loopt. Deze warmtewisselaars brengen de warmte over naar het buffervat, waar ons warme kraan- en douchewater straks vandaan komt.

(Dit plaatje is heel mooi en duidelijk wat betreft de ‘massa’werking. Maar het klopt niet helemaal wat betreft het type kachel wat wij hebben: een ‘rocket’. Kenmerk daarvan is dat achterin de vuurkamer de halfverbrande rookgassen door de trek van de schoorsteen omlaag ‘geduwd’ en vervolgens weer omhoog getrokken worden. Op dat punt wordt extra zuurstof toegevoegd, waardoor een werveling ontstaat die ervoor zorgt dat de verse zuurstof optimaal mengt met de halfverbrande rookgassen en er dus optimale verbranding plaatsvindt. Het klinkt ingewikkeld, maar Peter van den Berg legt het op zijn site heel duidelijk uit.)

Je kunt zoiets zelf ontwerpen en bouwen. Maar het is best wel (heel erg) complex, je moet met veel zaken rekening houden. Daarom lieten wij ons begeleiden door een ervaren kachelbouwer. Die heeft de kachel ontworpen en samen met ons in drie dagen heel hard werken de basis neergezet. Nu moeten we hem zelf nog afbouwen.

Eerst de contouren uitzetten op de vloer. Het pijpje wat uit de vloer steekt is de luchtinlaat. Die hebben we vorig jaar al aangelegd, voordat het schuimbeton gestort werd.
Er komt natuurlijk nog 25 cm schuimbeton en dekvloer op de huidige vloer. Dus onder de kachel en het warme bankje komt 25 cm Ytong-blokken, zodat ze op hoogte liggen. Onder de kachel ligt trouwens ook al een dubbele laag wapening in de dragende betonvloer, om het gewicht op te vangen.
Achter de stookkamer zit de hoge toren ingebouwd waar de rookgassen omhoog wervelen.
Intussen metsel ik links van oude bakstenen en leem het bankje, waar de (iets afgekoelde) rookgassen de hoek om geleid worden. Erg fijn dat we daarbij alle oude bakstenen gebruiken, die al tijden op het erf in de weg liggen. Het metselen gaat wel heel langzaam, omdat er allerlei kanalen door de kachel lopen die heel zorgvuldig moeten worden uitgevoerd.
De bovenkant van het bankje wordt afgedekt met 2 lagen dikke grindtegels (dit is de eerste laag). In de toekomst komt daar nog een laag mooi afgewerkte leem overheen. De binnenkant van het metselwerk wordt netjes met leem afgesmeerd zodat de rookgassen in het bankje blijven (en niet de woonkamer in komen). Alleen raken langzamerhand onze pallets met stenen op…
Ook merken we dat de stenen geen water opnemen uit de leem tijdens het metselen, waarschijnlijk omdat ze te nat zijn. De leem moet met veel water aangemaakt worden, zodat het metselwerk goed dichtvloeit en er geen rookgassen doorheen kunnen komen. Maar eigenlijk moeten de stenen direct een deel van dat water opzuigen, zodat de leem droger – en dus harder wordt. Dat is niet het geval en dus wint de zwaartekracht: het metselwerk zakt in.

BBovendien realiseren we ons dat we onvoldoende hebben nagedacht over de Volgorde der Dingen. Want de kachel kan uiteraard pas branden als-ie een schoorsteen heeft. Er zijn nog meer redenen waarom hij nog niet volgende week al aan kan; we moeten ‘m nog afmetselen en dat gaat langzaam, door alle ingewikkelde kanalen die netjes in verband gemetseld moeten worden. Daarna moet hij een aantal weken drogen (maar met ons werktempo komt dat vanzelf goed). En zolang er nog geen buffervat is voor warm water moeten we de warmtewisselaars op een andere manier laten doorstromen. Ook daar valt wel een oplossing voor te vinden.

Maar de schoorsteen moet helemaal naar de nok toe lopen. En daarvoor moet hij wel kunnen worden vastgezet aan een muur. De muur tussen de overloop en de studeerkamer / kantoor, in dit geval. Hij kan niet in het luchtledige hangen (zoals de zakjes eikels die links hangen om houtwormen te lokken)!

Alleen – die muur kan pas gebouwd worden als de verdiepingsvloer er ligt. En de verdiepingsvloer kan pas aangelegd worden nadat ik klaar ben met het schuren en oliën van de plafondbalken (wat echt nog héél veel werk is) èn de onderkanten van de planken voor de verdiepingsvloer zijn geschilderd. (Je kunt ze natuurlijk in theorie ook eerst vastzetten en dan schilderen, maar boven je hoofd schilderen is k*werk en bovendien is de kans dat je dan lelijke verfrandjes op de schoon geoliede balken maakt ongeveer duizend procent.)

En er zijn pas een paar balken geschuurd en geolied. (Ze worden wel heel mooi 🙂 )

En natuurlijk hebben we nog heel veel andere klussen, die eigenlijk allemaal het eerst (lees: vóór de winter) moeten. Al het potdekselwerk aan de buitenkant moet worden aangebracht, de kozijnen moeten geschuurd en geolied (in elk geval aan de buitenkant), de rioleringsbuis moet worden aangebracht en aangesloten zodat we de grond rond het huis weer kunnen aanbrengen en inzaaien. En op het erf liggen ook nog tal van klusjes die moeten gebeuren vóór de winter. Dus we constateren dat we (A) even serieus aan de slag moeten met een planning en (B) dat het nog wel even duurt voor we de kachel aan kunnen steken…

Wind- en waterdicht!

Hiep hiep hoera! Het Glas Is Geplaatst! En dat betekent dat we (bijna) Wind- en Waterdicht zijn!

Het begon gisteren al, toen er opeens een wanhopige (Duits sprekende) chauffeur het pad op kwam lopen. Uiteraard nét toen ik kaas stond te maken en niet kon ophouden met het roeren van de wrongel. Hij kwam de ruiten brengen, maar durfde met zijn (10 meter lange) glas-wagen niet de lastige bocht van ons pad op te draaien. Je moet daar een scherpe bocht maken, tussen twee sloten door.

Ik zeg altijd héél nadrukkelijk bij alle leveranties dat onze locatie “alleen bereikbaar is voor auto’s van maximaal 10 meter lang, met een goede chauffeur”. Maar soms gaat het over zoveel schijven dat het niet helemaal overkomt. Hoewel uiteraard geen chauffeur zal toegeven dat hij “geen goede chauffeur” is 😉 . Enfin, het is gelukt om het glas heelhuids hier te krijgen. (Hoe de kaas is geworden wachten we af.)

De rest van de woensdag heb ik besteed aan opruimen in en om het huis. In onze beide vorige huizen is bij het plaatsen van nieuwe ruiten een ruit gesneuveld. Het leek me handig om zoveel mogelijk ruimte vrij te maken voor mannen die met loodzware triple glas ruiten moeten sjouwen.

Vanmorgen stonden stipt om 07.00 de glaszetters op de oprit. Het was nog donker… Gelukkig hadden ze bouwlampen bij zich.

Toen ik om 09.00 terug kwam van een rondje-met-het-hondje zaten al die loodzware triple glas ruiten er al in! Even koffie, vervolgens kitten, en om 11.00 zwaaiden Aska en ik de mannen van achter het glas uit.

En geheel volgens voorspelling: wat een enorm verschil! Ineens voelt het echt als ‘binnen’. In Een Huis. De wind blijft buiten (en vanaf nu de regen ook!).

Het triple glas laat iets minder licht door. Het gekke is, dat het niet donkerder aanvoelt, maar juist lichter. Waarschijnlijk doordat het nu echt als ‘binnen’ voelt. En je bent gewend dat het binnen donkerder is dan buiten. De woonkamer en woonkeuken zijn heel licht. En als de muren gestuukt zijn (over een jaar of zo) wordt het nog veel lichter.

Op dezelfde manier voelt het ook opeens ruimer dan toen de raamopeningen nog leeg waren. Het feit dat het opgeruimd is zal daarbij helpen. Ik kon de verleiding niet weerstaan om de ‘keuken’ meteen een beetje in te richten…

Ook heel fijn: nu kan het huis op slot! Er ligt allerlei gereedschap dus we durfden het erf de afgelopen maanden eigenlijk niet onbeheerd achter te laten. En omdat ik sinds deze week de schapen nog maar 1 x per dag melk heb ik opeens een stuk meer bewegingsvrijheid en kan ik bijvoorbeeld een dagje weg. Hoera!

Natuurlijk zijn er altijd nog dingetjes. Zo moet er nog beslag op de deuren (dat is ook wel fijn om deuren van buitenaf te kunnen openen…). En nu waait het nog door de gaten waar de deurkrukken in moeten. En aan de onderkant van de deuren zitten nog kieren langs de deurkozijnen die moeten worden gedicht. Bíjna wind- en waterdicht dus. Genoeg voor bubbels!

Schuren

Het eerste wat iedereen die ons nieuwe huis bekijkt opmerkt is: “Wat prachtig, die ruige eiken balken! Blijven ze wel in het zicht?”

Dat is wel de bedoeling ja. Maar dan moeten ze wel ietsje gladder worden. Een ruige uitstraling is prachtig, maar ik wil wel de onvermijdelijke spinnenwebben eraf kunnen vegen.

(We hebben hier echt bizar veel spinnen. Gelukkig maar, want anders zouden we nóg meer vliegen hebben).

De balken zijn nu ‘fijnbezaagd’, wat dus niet zo erg fijn is. In de huidige staat blijven niet alleen spinnenwebben, maar ook de hele stofdoek eraan plakken.

Na het behandelen met oxaalzuur van het gebint ben ik dus gaan schuren. Joris had speciaal een nieuwe excentrische schuurmachine aangeschaft. Lichter en veel krachtiger dan de vorige. Met een hoog vermogen en heel veel schuurbewegingen per seconde.

“Pas je wel op dat hij zich niet invreet?” zei hij nog.

Nou.

Het eikenhout bleek zo kanonnehard dat ik de schuurmachine met korrel 24 (!) wel 10 minuten op één plek kon houden en dat nog steeds de ribbels van het zagen op de balken zaten.

Er was duidelijk zwaarder geschut vereist.

Dus nu doe ik alles eerst met de haakse slijper, met schuuropzetstuk. Helaas is dat niet alleen een zwaarder apparaat in termen van vermogen, maar ook in termen van gewicht. Wat vooral vervelend is bij de onderkant van balken, dis nu eenmaal van onderaf geschuurd moeten worden. Ik houd het maar een paar uur vol en zit ’s avonds met trillende armen op de bank.

Hij maakt ook een werkelijk ongelooflijke herrie. En ondanks de aanschaf van een speciaal opzet-afzuigstuk vliegt er enorm veel grof schuursel vanaf. Ogen, neus en haren komen vol te zitten.

Eerst de ribbels en grote oneffenheden weghalen met de haakse slijper, op korrel 40. Daarna is het glad maken met de schuurmachine met korrel 60 een eitje. Korrel 60 klinkt nog niet heel erg glad (voor mensen die wel eens met schuurpapier werken), maar het is glad genoeg. In ieder geval voor de balken boven je hoofd (daar sta je toch niet met je neus op). Glad genoeg om spinnenwebben weg te halen. En met een alleszins acceptabele ruige uitstraling. Wie weet schuur ik de staanders ook nog met korrel 80.

Daarna ga ik het hout behandelen met Verbeterde Houtolie van De Cokerije, mogelijk nog verdund met terpentijn- of citrusolie. Dat moet ook gaan helpen tegen de spinthoutkevertjes. Want dat hoofdstuk was ook nog niet afgesloten.

We hebben over de kevertjes allerlei mensen geraadpleegd, die met allerlei adviezen kwamen, die (uiteraard) grotendeels niet overlapten en soms ronduit tegenstrijdig waren. Dus gaan we maar op ons gezond verstand af en hopen op het beste. (En nu ik ervaar hoe kanonnehard dat hout is krijg ik ook het gevoel dat het gekeverte wel echt flink moet doorknagen om structurele schade aan te richten.)

Gif en gas vinden we allebei eigenlijk geen optie. Een warmtebehandeling gaat dit jaar niet meer lukken. En daarbij twijfelen we of dat effectief is: zoals ik al eerder schreef ligt er hier zoveel eikenhout rond het huis, dat er altijd plekken zijn waar de kevertjes een toevlucht kunnen vinden. Om vervolgens het huis weer te her-infecteren.

Dus voorlopig kiezen we voor een andere strategie. We proberen het hout ín het huis minder aantrekkelijk te maken voor de kevertjes om er eitjes op te leggen. En wat ze buiten uitvreten moeten ze zelf maar weten.

Door de olie schijnen ze het hout minder lekker te vinden om eitjes op te leggen. Dat heeft ook als voordeel dat we het hout stukje bij beetje kunnen behandelen, steeds als er weer een project klaar is. En daarnaast een zak eikels in de nok ophangen, waar ze juist heel graag eitjes in schijnen te leggen. En die zak eikels dan ieder voorjaar verbranden (en vervangen door verse).

Op die manier hopen we de activiteiten van het gedierte voldoende te kunnen sturen. Het is nu eenmaal hun werk om dode bomen op te helpen ruimen. Maar ja, deze bomen hadden wij nu juist dood gemaakt met de bedoeling dat ze lang intact zouden blijven.

Al die balkjes bij elkaar zijn overigens nog een puur beetje schuren. Ik heb uitgerekend dat het in totaal om en nabij de 200 m2 oppervlak is. Ik ben dus deze winter nog wel even onder de pannen, qua klus.

(Wat uiteraard een stuk beter is dan óp het dak zitten, zoals afgelopen winter. Wat heerlijk dat we komende winter ‘onder dak’ kunnen klussen!)