Regen en wind

Regen en wind…regen en wind… December en januari waren ons nog redelijk gunstig gezind. Februari niet. Semi-permanent windkracht 5 en hoger, drie officiële stormen binnen twee weken en buien, die overgaan in regen, die overgaat in buien, die overgaan in motregen, die weer overgaat in regen maken het werk aan het dak vrijwel onmogelijk.

Als het even wat minder hard waait (en droog is) probeer ik snel nog wat panlatten bij te werken. Maar voor het grootste deel waait het te hard om het dak op te gaan. Joris probeert tussen de buien de ingewikkelde details van het overstek te maken. Maar ook dat gaat gewoon niet als er intussen een waterval van het dak over je heen spoelt. Gereedschap wordt nat, luchtdicht tape wil niet plakken.

Door de horizontale regen staat het huis weer vol water, de kelder ook. Het weiland zompt (op zich kon het land wel wat water gebruiken) en de poel is uitgegroeid tot een meer dat ons doet denken aan het natte najaar van 2017, toen we hier begonnen. De schapenstal (die erg wrak is) lekt op allerlei plaatsen. En het huis staat maar nat te worden. Gefrustreerd kijken we omhoog naar de houtvezel dakplaten. Ze schijnen ertegen te kunnen. Maar we hadden er al lang pannen overheen willen hebben.

Begin februari heeft de aannemer een steiger geplaatst. Maar die staat werkeloos te wachten (wat natuurlijk geld kost). Joris heeft een week vrij genomen om de laatste dingen te doen vóór de aannemer aan de slag kan. Maar het KNMI voorspelt steeds meer regen. Hoe vaak we ook naar het weerbericht kijken, het wordt maar niet beter!

Kom op Gerrit Hiemstra, does lief voor ons!

Dak dichten (3)

Wat is zo’n dak gróót! En wat is het dan allemaal veel werk!

Inmiddels zit het merendeel van de houtvezelplaten er op. De onderste rij nog niet, want dat kan pas als ook het overstek is aangebracht. Joris heeft intussen uitgewerkt hoe hij dat wil gaan doen en is druk bezig het hout op maat te zagen voor een kleine 50 m overstek.

Voor het beeld: Nu lijken de muren nog relatief hoog. Maar uiteindelijk komen de pannen tot een kleine 20 cm voorbij de muurplaat (de horizontale balk onderaan de sporen) Daaronder komt een brede goot, die zowel water gaat opvangen als ’s zomers voor welkome schaduw gaat zorgen. De grond rond het huis zal uiteindelijk opgehoogd worden tot iets boven het niveau van de betonnen rand. De verhouding dak / muur oogt dan een stuk authentieker.

Ook de dragers voor de ‘nokruiter’ zitten er al op. De hoekkepers zijn beschermd met folie, wat ook weer is vastgezet met balken. Daarop komen de dragers voor de ‘keperruiters’.

Ik heb een halve middag rondgereden in de buurt om te kijken hoe groot uleborden horen te zijn. We maken geen echte geornamenteerde uleborden, maar wel een verlengde nok met een ‘driehoekje’. Dat is groter dan je denkt… Helaas kwam de ideale maat net niet uit met de plek van de sporen. Ze zijn nu aan de kleine kant, maar anders zouden ze ofwel héél groot worden (wat geen gezicht is) ofwel het werd weer héél ingewikkeld om ze te construeren (en we hebben al genoeg te doen).

De mooie tweedehands Opnieuw Verbeterde Holle Pannen die we hebben gekocht sluiten prachtig, maar hebben weinig speling. De panlatten moeten dus niet teveel afwijken van de 30,7 cm werkende lengte. Wanneer je werkt met een blokje ertussen kan dat zomaar gebeuren. Eén of twee millimeter afwijking laten ze wel toe. Maar na 10 pannen steeds dezelfde millimeter extra is het zomaar een centimeter en dat gaat niet goed. We hebben héél zorgvuldig de afstand van de bovenste panlat af gemeten om onderaan (19 pannen omlaag) een ‘referentiepanlat’ aan te brengen. Daarna heb ik (opnieuw héél zorgvuldig) de hoogtes afgetekend waar de panlatten moeten komen. En dan maar schroeven…

Héél veel panlatten!

Intussen moeten we natuurlijk ook gewoon werken, wandelen met Aska, het huishouden draaiende houden en de dieren verzorgen. We moeten dus helaas steeds vaker ‘nee’ verkopen als mensen op bezoek willen komen of iets met ons willen afspreken. Sorry iedereen, we willen echt onze vrienden en familie niet te kort doen, maar het is nu echt prioriteit nr. 1 dat het dak dicht komt!

Wat wel ontzettend fijn is, is dat we nu een Droge Zolder hebben(nou ja, enigszins droge, en het tocht er flink). En een ‘onder het dak’ (al waait op de benedenverdieping nog wel erg veel regen naar binnen). Bouwmaterialen kunnen we daardoor nu enigszins droog opslaan, zonder dat ze ruimte in de werkplaats innemen. Heel plezierig!

En wat een ruimte! (Maar goed dat we niet voor een steilere dakhelling gekozen hebben, dan zou het nog hoger zijn geworden!)

Planning of volgorde?

“En?”, vraagt iedereen, “wanneer gaan jullie erin?”

Wij antwoorden dan standaard : “Vóór de kerst.”

En als mensen wat glazig kijken verhelderen we nog: “Het is ieder jaar kerst. We zeggen niet welk jaar.”

De werkelijkheid is gewoon dat we geen planning hebben. Om de simpele reden dat bij een project als dit een planning alleen maar voor frustraties zorgt. In de praktijk kost ieder bouwonderdeel méér tijd dan je denkt. Omdat, als je je erin gaat verdiepen, er (véél) meer handelingen nodig zijn dan je denkt.

Je denkt bijvoorbeeld: “Nou, het dak doen we in januari, dan kunnen we februari het houtskelet zetten en in maart kalkhennep gaan storten”

Echt niet.

Want eerst moeten alle platen op het dak bevestigd worden (oeps! de schroeven zijn op! en het is zondag!), er moet folie aan de onderkant bevestigd worden (folie uitrollen, op maat knippen, weer oprollen zodat je het naar boven kunt sjouwen, in positie brengen, vastnieten…), vervolgens moet je de naden aftapen met luchtdichte dampopen tape (oeps! het regent drie weken dus kan je niet tapen!), daarna moeten er panlatten bevestigd worden (wat is de werkende lengte van de dakpannen?) en ‘ruiters’ op de nok en de hoekkepers (dat alleen al gaat ettelijke weekends kosten) en dán pas kan de aannemer pannen gaan leggen. Maar als jíj weet wanneer je klaar bent heeft de aannemer het juist heel erg druk en kan hij pas over drie weken ruimte maken. En dan stormt het net een week lang. En dan zit je opeens al in maart. En moet je nog beginnen met het houtskelet.

Als je dan toeleeft naar ‘eind dit jaar kunnen we er in’ moet je dat keer op keer bijstellen. En dan word je dus heel erg gefrustreerd. Doen we niet. Dit is een once-in-a-lifetime project. Het gaat niet alleen om het resultaat, maar ook om de weg er naar toe. Daar willen we óók van genieten.

“Der Weg ist das Ziel”, zeggen ze in Duitsland zo mooi.

Tegelijkertijd is het wel handig om íets van een planning te hebben, want sommige onderdelen besteden we uit aan aannemers en die hebben een bepaalde aanlooptijd / productietijd nodig. En in 2020 hopen we ook een aantal onderdelen te doen waarbij we vrijwilligers nodig hebben (met name het storten van de kalkhennep!) Daarvoor moeten mensen natuurlijk weten wanneer we dat (ongeveer) gaan doen, zodat ze vast tijd in hun agenda kunnen reserveren 🙂

Daarom heb ik een nieuwe webpagina toegevoegd, waarop ik aangeef wat de volgorde is van de bouwonderdelen. Naarmate een bepaald onderdeel dichterbij komt krijgen we er meer zicht op welke deel-handelingen daarvoor nodig zijn en hoeveel tijd die ongeveer gaan nemen. En zo ontstaat er toch een soort van planning. Zo lang het geen deadline gaat heten!

Dak dichten (2)

We wensen iedereen een gezond en mooi 2020!

De hele kerst’vakantie’ zijn we druk aan het werk met het dak. Vandaag alleen even niet, want momenteel giet het van de regen. Helaas schiet het minder op dan we wel zouden willen. Het zijn weer veel (tijdrovende) handelingen:

  • platen één voor één naar boven manoeuvreren en op hun plaats brengen;
  • voor de platen aan de randen bepalen hoe groot ze moeten worden en zo goed mogelijk op maat afzagen;
  • balken naar boven manoeuvreren en de platen er mee vastzetten;
  • op de balken weer (tijdelijke) panlatten aanbrengen, waarover we over het dak kunnen klimmen voor het afwerken van de randen en de nok;
  • platen langs de nok exact op maat maken;
  • de naad waar de nokplaten elkaar raken afwerken met dampopen, luchtdichte tape;
  • aan de onderkant folie aanbrengen (18 m folie, lastig te hanteren met z’n tweeën!);
  • de laatste (onderste) laag platen over de folie aanbrengen.
Aan de voorkant komt nog een dakkapel op het dak. Maar die maken we later. Nu eerst het dak dicht!
Hier is de nok nog niet helemaal dicht, maar je kunt al zien hoe de zolder eruit gaat zien. Ooit wordt dit ons kantoor / studeerkamer.

Uiteraard kan je boven op het dak alleen maar langzaam en behoedzaam werken. Schroeven indraaien met dikke werkhandschoenen gaat niet goed, dus we hebben alleen maar dunne handschoenen aan (die maken het al onhandig genoeg werken!) Bij 2 graden boven nul met motregen en wind verkleum je dan in no time. En moet je dus na anderhalf uur werken weer opwarmen bij de kachel. Gelukkig was het op oudejaarsdag mooi weer en bijna comfortabel op de zuidkant van het dak.

We hebben de 2 grote dakvlakken af gekregen tijdens het goede weer. Maar vóór de kopse kanten kunnen worden afgewerkt moeten eerst de platen langs de rand onder de juiste hoek worden bijgezaagd. We hebben ze gewoon haaks ‘op maat’ gezaagd. (Of überhaupt nog niet, zoals te zien is op de foto’s). Maar omdat beide dakvlakken een hellingshoek hebben van 43 graden en de platen een dikte hebben van 5 cm, moeten ze ook scheef worden afgezaagd om ze goed te laten aansluiten. Joris heeft een mal gemaakt om onder de juiste hoek te kunnen zagen. Dan nog is het lastig. En het gaat ontzettend langzaam, de reciprozaag loopt vol met houtvezels.


En vandaag giet het dus van de regen en kunnen we überhaupt niet verder. Frustrerend, want dinsdag is er veel wind voorspeld en ik wilde dan in elk geval het zuidwestelijke dakvlak dicht hebben. Tja, als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.

Het zou natuurlijk een perfecte dag zijn om boompjes te (ver)planten. Maar eigenlijk heb ik er ook helemaal geen zin in om dat in de stromende regen te gaan doen. Dus misschien is het wel een perfecte dag om bij de kachel op te krullen met een boekje… (nádat ik mijn administratie en BTW-aangifte heb gedaan!)

Iedere vrije minuut is Joris bezig met bedenken hoe hij de details precies wil uitvoeren

Dak dichten (1)

Nu het een paar dagen wat rustiger weer is zijn we begonnen de houtvezelplaten (Gutex ultratherm) op het dak te monteren. Het valt niet mee! Plaat voor plaat moet naar boven gemanoeuvreerd, in elkaar geschoven en vastgezet. De bovenste (eerste) rij moet strak waterpas. Aan de zijkanten, bij de hoeken van het schilddak, moeten we zó uitkomen dat de platen nog aan de sporen kunnen worden vastgezet. En de verticale naden tussen de platen mogen niet te dicht bij elkaar uitkomen. Een boel gepuzzel!

Bovenop de platen monteren we 5 cm dikke balken. Hierop komen de panlatten, waar de dakpannen aan hangen. De 5 cm dikke balken schroeven we dóór de platen aan de sporen vast. Maar dat kan natuurlijk alleen maar als je nog ziet wat je doet. En er nog bij kunt. Dat betekent dat we de balken vastschroeven zodra de bovenste plaat geplaatst is. De rest van de platen moet dus van onderaf onder de balken geschoven. Uiteraard is het hout nooit helemaal recht, dus het is een hoop gepuzzel en gevloek. En dat alles op grote hoogte…



Ja, alle foto’s zijn van Joris. Als we samen bovenaan bezig zijn worden er namelijk geen foto’s gemaakt 😉 Op deze foto is ook goed te zien dat de vastzet-balken soms doorhangen, of juist omhoog krullen. Dat maakt het op hun plek krijgen van de platen ook niet makkelijker.

Ik ben ook nog steeds snel vermoeid van de kaakoperatie. Kortom, het gaat langzaam. En dat is spannend. Want het is nu best gunstig weer. Maar harde wind kan het dak in deze staat niet hebben. (Regen in principe wel, maar niet oneindig veel natuurlijk.) Na 2 1/2 dag hebben we 1 dakvlak bijna af. Maar in de nok, de hoeken en het afwerken van de onderkant gaat nog veel meer werk zitten. Doorwerken dus, en duimen dat de stormen nog even op zich laten wachten!

1 dakvlak bijna af… Het folie is ervoor om eventueel vocht op de overgang van dak en overstek buiten de muren te geleiden. Maar het goed afwerken van de hoeken wordt ook nog wel een puzzel.

Het dak op

Het volgende onderdeel van het huis is het dak dicht maken. Dan kunnen we daaronder rustig en droog verder bouwen. Joris heeft besloten dat we eerst het hele dak dicht maken, zonder aandacht voor dakkapellen, dakramen etc. Als het nu weer droog zomerweer zou zijn, zouden we dat misschien anders doen, maar gewoon een dak over het skelet heen heeft nu de hoogste prioriteit.

Op de sporen komen houtvezelplaten. Daar bovenop de panlatten en dakpannen. Dat gaan we nu doen. Tussen de sporen komt nog een dikke laag vlaswol isolatie. En aan de binnenkant plaatmateriaal om het te ‘verstijven’. Dat gaan we later doen. Dan plaatsen we ook de dakramen en dakkapel.

De opbouw is dus hetzelfde als bij de werkplaats. Alleen hebben we toen van binnen naar buiten gewerkt, wat makkelijker is. Kon ook prima, want het was kurkdroog zomerweer. Dat is nu niet te doen, met ons werktempo zou alles veel te nat worden. Het materiaal kan best een beetje vocht hebben. Tenslotte is alles dampopen: vocht kan er ook weer uit. Maar het kan niet weken- en wekenlang in de winterregens staan.

(We weten nu al dat we erg gaan vloeken als we straks de vlaswol vanaf de binnenkant moeten aanbrengen. Maar ja, het alternatief is tot juni wachten… met het risico dat de zomer alsnog geen droge zomer wordt. Dat is gewoon geen optie.)

Stap 1 is het tijdelijk aanbrengen van panlatten aan de binnenkant van de sporen, zodat we aan de buitenkant omhoog kunnen klimmen om de houtvezelplaten aan te brengen.

Joris heeft OSB-platen (die ook al voor de bekisting waren gebruikt), als tijdelijke verdiepingsvloer over de balken gelegd. Dat werkt prima. Alleen, waar de trap komt en de vide in de hal, zit geen balklaag. Daar moet de steiger eraan te pas komen. En dat is een gedoe, want voor iedere panlat moet de steiger weer iets verplaatst worden. Veel op en neer geklauter dus. Alles voor de veiligheid…

Je kunt ook al een beetje zien hoe de vorm van de zolder straks gaat worden. Leuk!

Intussen zitten alle latten erop. Nu even wachten tot het een paar dagen droog en rustig weer wordt, want bij windkracht 7 op 6 meter hoogte met grote platen gaan balanceren is vragen om problemen!

Hoofd verbouwen

De oplettende lezer is het opgevallen dat er al een tijdje geen updates waren. Dat kwam doordat ik even uit de lucht was. Behalve dat we een huis aan het bouwen zijn moest mijn hoofd namelijk ook verbouwd. Ik heb had een ‘overbeet’ (waarbij de bovenkaak naar voren staat ten opzichte van de onderkaak) en een ‘open beet’ (de boven- en onderkaak lopen niet goed parallel maar naar voren toe wijken de kaakbogen uit elkaar). Heb ik 30 jaar geleden wel een beugeltraject voor doorlopen, maar daarna is alles weer in oude positie teruggekeerd. Intussen raken raakten alleen mijn achterste kiezen elkaar nog. Boterhammen afhappen was al jaren lastig en netjes articuleren werd ook steeds moeilijker. Op termijn kan dat ook tot kaakgewrichtsproblemen (3x woordwaarde) leiden.

Mijn tandarts (in Amersfoort) was dus al jaren aan het zeuren dat ik daar iets aan moest doen. Hij stuurde me (alweer ettelijke jaren terug) naar een orthodontist, die vertelde dat het niet goed ging komen zonder een operatie aan boven- en onderkaak. Toen ik hoorde wat dat inhield heb ik vriendelijk bedankt. En bij de jaarlijkse gebitscontrole, als de tandarts opnieuw ging zeuren, uitgelegd dat dat dus echt niet ging gebeuren.

Maar ja, toen de tandarts in Wolvega precies hetzelfde zei, en de orthodontist in Heerenveen ook, en de kaakchirurg ook… toen dacht ik dat ik misschien maar eens niet zo eigenwijs moest zijn voor de verandering. Zij hebben ervoor doorgeleerd, weetjewel? En eigenlijk zou het wel fijn zijn als ik mijn gebit nog een jaar of 40 goed kan gebruiken.

November 2018: oefenen met lachen met een beugel in

Dus sinds een jaar loop ik weer als beugelbekkie rond – net als toen ik 14 was, voelde me direct 30 jaar jonger! – en dinsdag 26 november zijn de boven- en onderkaak netjes recht gezet. In de weken daarvoor was ik druk met voorbereidingen. Stapel mooie boeken ingeslagen, de vriezer volgestopt met gezonde soep en pap, allerlei smoothie-recepten gebookmarked, gecontroleerd of de staafmixer het nog doet en een buurman geregeld om het schaap te melken op O-Day.

Gek genoeg zijn er massa’s dames die over hun kaakoperatie blogs hebben bijgehouden. Heel trendy dus om daarover te bloggen. Op basis van de horrorverhalen op die blogs zag ik er best wel erg tegenop. Maar even heel in vogelvlucht: dinsdag geopereerd, twee dagen vreselijk beroerd, daarna stijgende lijn, een hoofd dat geheel volgens script opzwol tot een peervormige voetbal en daarna weer langzaam tot normale proporties terugkeerde, in het weekend nog even een dip en de dinsdag erna was ik stiekem alweer panlatten aan het vastschroeven (niet te lang hoor).

Na de operatie, met interessante koelinstallatie om de zwelling (enigszins) tegen te gaan
Desondanks een peervormig hoofd op vrijdag. Bijzonder oncomfortabel…
Amper 10 dagen na de operatie: de zwellingen zijn nog niet helemaal weg, maar alweer bijna zo goed als nieuw 😉

Alles in orde dus!

UPDATE september 2020. In februari mocht de beugel er alweer uit. Het duurde nog een poosje voor ik weer gevoel in mijn mond had. Maar het verschil is duidelijk te zien: onderstaande fotoreeks is van juli 2018 en september 2020.

Geconserveerde eieren

Van het voorjaar heb ik – bij wijze van experiment – eieren ingelegd in kalkwater, gedurende de korte periode dat de kippen veel legden. Niet al te veel eieren: om te beginnen moesten ze schoon zijn maar je mocht ze niet wassen. Dus als ze niet brandschoon uit het hok kwamen waren ze niet geschikt voor conservering. En daarnaast vroeg ik me toch af of het echt zou werken. Ik had er nog nooit van gehoord, dat kalkwater. En ten derde had ik gewoon niet zo heel veel geschikte potten.

Het handigst zijn potten met een schroefdeksel. Maar ze moeten natuurlijk wel groot genoeg zijn dat je er meer dan vier of vijf eieren in kwijt kan. Ik had maar één jumbo-augurkenpot. Daarom heb ik ook twee van de oude weckpotten gevuld die ik hier in de kelder vond. Maar daar heb ik geen rubbers en klemmen bij (die bestaan ook niet meer van dat merk, weet ik intussen. Had ik niet moeten weggooien dus.) Dus daar lag een dekseltje los op. Vond ik niet heel relaxed. Je zult maar eens per ongeluk zo’n pot omstoten. We hebben de afgelopen maanden dus ettelijke mega-potten met augurken leeggegeten. Kunnen we volgend leg-seizoen even vooruit.

Uiteindelijk had ik drie potten met zo’n 15 eieren per stuk. En het goede nieuws is: het werkt! De eieren ruiken niet en ze zijn (na meer dan een half jaar!) nog prima te gebruiken in gebak, hartige taart en dergelijke. Voor een gekookt of gebakken eitje op brood vind ik ze minder geschikt, de dooier is wat ‘los’ geworden. Maar ze zijn nog steeds lekkerder dan eieren uit de supermarkt. En hoeveel voldoening geeft het om de opbrengst van je eigen erf – zonder elektriciteit!- te kunnen conserveren!

Helaas zijn we nu al aan de laatste eieren bezig. Het wordt dus hoog tijd dat de dames weer gaan leggen . Daar zijn ze al een maand of twee geleden mee gestopt omdat ze allemaal in de rui kwamen. Eigenlijk vind ik dat die vakantie nu wel lang genoeg heeft geduurd. Maar ja, dat leggen is daglicht-gestuurd, dus we zullen nog wel een maandje geduld moeten hebben…

Het laatste beton! (voorlopig…)

Op 4 november is eindelijk het laatste beton in de fundering gestort: de opstaande rand. Ooit komt er nog een laag schuimbeton op de vloer, plus een cementdekvloer, maar dat gaat nog even duren.

Ze konden met de grote pomp nèt niet bij de uiterste hoek van het huis komen, daar moest ik met een kruiwagentje te hulp schieten. Maar het is gelukt!

De bekisting heeft al met al een stuk langer open gelegen dan we hadden gewild. De platen zijn dan ook niet kaarsrecht meer. Jammer.

En nu mag dus – eindelijk – de bekisting er weer af. Nog een heel werk, wan de afgelopen drie maanden zijn daar steeds meer balkjes, planken, spijkers en schroeven in verwerkt. Ik doe mijn best om het weer netjes uit elkaar te halen.

Intussen zijn we al bezig met de voorbereidingen van het dak. We gaan nog niet alle isolatie aanbrengen en ook nog geen dakramen, dakdoorvoeren etcetera. Eerst alléén de buitenlaag van houtvezelplaat op de sporen, daarop panlatten en de dakpannen. Dakkapel, dakramen etc. komen daarna, als we ook de ruimte tussen de sporen gaan opvullen met vlaswol. Het is weliswaar wat lastiger om dat van binnenuit te doen, maar het natte halfjaar is weer aangebroken en we willen het nu eerst overdekt hebben. Nu de betonrand gestort is, kan het regenwater wat ín het huis valt namelijk niet meer weg. En dus staat de kelder intussen halfvol regenwater. Dat door uitgespoeld looizuur uit het eikenhout diepzwart geworden is. Kopje koffie – iemand?

Dat wordt straks nog vervelend, als we die kelder gaan schilderen. Toch maar betegelen dan?

Kaas 2

Van sommige mensen kreeg ik de reactie dat ze het veel leuker vinden om over kaas maken te lezen dan over de bouw.  Dus speciaal voor die lezers een blogje over de kaas. De afgelopen weken gaven de schapen namelijk slóten met melk. En dè manier om melk te conserveren is kaas maken. Maar per keer kan ik maar 5 liter verwerken. Dat worden twee kaasjes van een pond. Eén van een kilo zou ook kunnen, maar daar heb ik geen vorm voor.

(Van Dorien en Jaap mocht ik wel een grotere kaasvorm lenen. Maar die was zo groot dat ik eigenlijk wel 15 liter tegelijk moest verwerken. Ik had 12 liter gebruikt (meer kon ik niet opsparen, de vriezer was vol). Was al een heel gedoe, ik moest er ook een grotere (weck)pan voor lenen. En die paste niet in de gootsteen. Dus werd de keukentafel ook bij de kaasmaakruimte betrokken. Alles kwam vol te staan en stond in de weg. En overal wei over de vloer. En uiteindelijk had ik toch onvoldoende wrongel om de kaas goed te kunnen persen. Of het wat geworden is? Dat weten we over twee weken. Voorlopig houd ik me even bij twee pondskaasjes per keer.)

Dat worden dan ‘Goudse’ kaasjes. Daarnaast heb ik ook al geëxperimenteerd met verse kaas (naturel en met kruiden), Roquefort (mag niet zo heten omdat het niet in Roquefort gemaakt is. Nou ja, Hoevefort dan) en Halloumi (een Cypriotische kaas die niet smelt bij verhitting en die je daardoor ook goed kunt bakken – mmm). Maar de basis is voor mij ‘Goudse’. Wat wij Nederlanders ‘gewone’ kaas noemen. Zo gewoon is het niet. Goudse kaas is een kwalitatief prachtig product. Om dat te bereiken moet je wel wat doen. Vooral als je improviseert in een stacaravankeukentje.

Om te beginnen moet alles brandschoon zijn. Alle gereedschap, je handen, je armen, je werkvlak en natuurlijk de melk. Ik melk twee keer per dag in een maatbeker. Na het melken was ik die af met een speciale afwasborstel en heet water en afwasmiddel. Ik spoel hem na met kokend water en laat hem zonder af te drogen (want wie weet wat er allemaal aan een theedoek zit?!) omgekeerd drogen op een ontsmet rvs blaadje. Net als de emmertjes en potjes  waarin ik de melk meeneem, het zeefje waardoor ik de melk zeef  en de diepvriesdozen waarin ik de melk invries om op te sparen.

Invriezen gaat erg goed bij schapenmelk. Dat komt doordat het erg vette melk is en de melk in heel kleine bolletjes door de melk verdeeld is.

Als ik genoeg melk heb en mijn agenda heb leeg geveegd voor Kaasmaakdag begint het: melk verwarmen tot 32 graden.  (Eerst de soeppan met kokend water steriliseren natuurlijk). 

Intussen ontsmet ik al het gereedschap: kaasvormen, kaasdoek, maatlepels, een pollepel, een schuimspaan, een zeef, een mes om de wrongel te snijden, de thermometer  en natuurlijk het werkblad (ik heb welgeteld 60 cm werkblad tot mijn beschikking). Het meeste kan worden uitgekookt in mijn op één na grootste pan. De thermometer  en mijn handen gaan in een badje met een scheut bleekwater.

Als de melk warm genoeg is (thermometer uit bleekwater, handen ontsmetten, handen en thermometer afspoelen) kan het ‘zuursel’ erbij. Dat zijn de juiste melkzuurbacteriën. Je koopt ze in een pakje, maar dan zitten ze in een soort slaapstand. Om ze actief te maken moet ik eerst een ‘moedercultuur’ kweken, door één liter melk een dag lang te laten verzuren en daarna nog een dag te laten rijpen. De aangezuurde melk vries ik vervolgens in in ijsblokjeszakjes. Zo kan ik steeds de juiste hoeveelheid zuursel pakken.

Nu eerst drie kwartier laten aanzuren. Daarna kan het stremsel erbij. Dat maakt dat de melk gaat stremmen: een puddingachtige consistentie krijgt. Dat komt doordat de eiwitten in de melk in elkaar gaan haken.

Als ik echt zelfvoorzienend zou zijn, zou ik daarvoor de maag van een eigen lammetje gebruiken (dat alleen nog melk gedronken heeft). Maar voorlopig koop ik het gewoon in een flesje. Weet je ook meteen waarom het zo expliciet bij kaas staat als er ‘vegetarisch stremsel’ gebruikt is. ‘Echt’ stremsel is gemaakt van de maag van een jong dier.

Ontsmette maatlepels uit het kokend water vissen en een héél klein beetje stremsel precies afmeten. Daarna nog een minuut voorzichtig roeren met de ontsmette schuimspaan om te zorgen dat het stremsel goed door de melk verdeeld is.

Na weer drie kwartier is de melk gestremd. Het lijkt een beetje op zachte tofu. Nu begint het echte kaasmaken. Met het ontsmette mes (mijn oma’s oude vleesmes) en nadat ik zorgvuldig mijn handen en armen heb ontsmet snijd ik het voorzichtig in blokjes.

 

Daarbij begint de ‘wei’ uit de wrongel te treden. Dit moet voorzichtig gebeuren zodat de stukjes wrongel wel heel blijven. Anders gaat er teveel kaas verloren met de wei.

Nu is het een soort zachte Hüttekäse. Om de wrongel steviger te maken moet ik nu ongeveer de helft van de wei aftappen (die bewaar ik, dan staat er dus een kom met 2 liter wei op het aanrecht. Dat begint al aardig vol te worden…)

Hierbij schep ik onvermijdelijk wat wrongel mee. Dat kieper ik weer terug maar het is van belang dat de wrongel hierbij niet mag afkoelen.

Nu ga ik de wrongel voorzichtig verwarmen door heet water toe te voegen. Deze foto’s geven al een beeld hoe lastig het is de thermometer uit het bleekwater te pakken, af te spoelen zonder dat er chloor in de wrongel komt en vervolgens de wrongel voorzichtig in beweging te houden terwijl ik langzaam water toevoeg. De temperatuur moet op precies 35 graden uitkomen.

Daarna roer ik met de hand een half uur continu langzaam in de wrongel. De brokjes worden steviger en kleiner doordat de wei uittreedt. Dat moet wel geleidelijk gebeuren, anders krijg je brokkelige rubberige kaas.

En dan begint het Grote Geklieder: het vullen van de kaasvormen. Eerst kaasdoek erin. Het vullen moet eigenlijk ‘onder de wei’  gebeuren, maar dat is met deze hoeveelheden bijna niet te doen. De vormpjes worden overvol, omdat er nog heel wat lucht en vocht uit geperst moet worden.

Een hoop geklieder later staan de twee vormpjes onder de pers (die ik ook van Jaap en Dorien mocht lenen). Ik moet wel nog eens een beter contragewicht maken. De vormpjes moeten EXACT gecentreerd staan, anders worden ze scheef geperst, met als gevolg dat de kaasjes onder de pers uit glippen en mijn pannen stuk vallen op de grond. Ik durf er dus niet bij weg.

Komt goed uit, want terwijl de kaas perst, is er nog een ander klusje (behalve alle rommel opruimen). In de wei zit nog vrij veel caseïne. Door de wei te verhitten gaat ook die samenklonteren en kan je het er in een kaasdoek uit zeven. Dan heb je ricotta!

Voor verhitting: groen-gele wei

Als je het verhit zie je de witte ricotta ontstaan

Door een kaasdoek gieten. Niet morsen! Het druipt maar langzaam uit, dus een paar keer bijgieten.

Na drie kwartier persen kunnen de kaasjes gekeerd in de vorm (eerst handen opnieuw ontsmetten!)  en opnieuw onder de pers. Als de korst nog niet goed genoeg gesloten is verwarm ik ze nog even in de wei van het ricotta maken.

Het ricotta maken doe ik in twee fasen: eerst de eerste (onverdunde) wei. Wat daarvan overblijft bewaar ik weer, om bij het koken te gebruiken. Prima om pasta in te koken, pannenkoeken of weicake mee te bakken of soepen en sauzen mee te maken. De ‘tweede wei’, die dus verdund is met heet water, gaat na het ricotta maken naar de dieren. De hond, de katten en de kippen lusten het allemaal. En als er dan nog overblijft breng ik het naar de varkens van de Bouwhoeve, hier vlakbij.

Het uitlekken duurt lang en intussen is er nergens ruimte meer. In de douche gaat het prima en kan gemorste wei geen kwaad. Raad eens wat er dus nog meer van tevoren moet worden schoongemaakt? 😉

En dan heb je dus kaas. Die moet even ‘rechten’ (=rusten, waarbij de zuurselbacteriën nog steeds door werken), en daarna zeven uur in een pekelbadje. Halverwege de pekelduur keren! (Ik ben er al een paar keer midden in de nacht voor uit bed gekomen…)

Dan voorzichtig laten drogen en rijpen. Elke dag controleren en keren. Zo nodig schimmel wegpoetsen met azijn. Na een paar dagen kan je kaascoating gaan aanbrengen. Iedere dag een laagje. Op de foto hieronder zijn de onderste twee (kruiden)kaasjes nog niet gecoat, de bovenste twee wel.

En na ál dit werk, en ál dat schoonmaken en schoonhouden en opletten, heb je kaas! En wat ben je dan trots als je bezoek bij de lunch een stukje Eigen Kaas kunt aanbieden!  🙂

Op de foto: één grote  ‘Goudse’ en een aantal kleine, ‘Goudse’ met kruiden, verse kaas met en zonder kruiden en helemaal links een Roquefort Hoevefort die normaal gesproken in zijn eigen (héél goed afgesloten) bakje ligt te schimmelen. De Halloumi ben ik vergeten op dit staatsieportret, die zit nog in de vriezer.  Glaasje zelfgemaakte pastinaakwijn erbij?

De hoogte in – dag 3

De derde dag was ik niet thuis. De mannen hebben de rest van de sporen erop gezet. En als je dan weer het landgoed op rijdt, staat daar opeens een huis!

WOW!

Het hele erf voelt anders aan: de nieuwe constructie geeft opeens structuur en richting. Wat zijn we blij!

De volgende stap is het afmaken van de betonfundering (die opstaande rand moet nog). De bekisting heeft erg geleden van de vele weken uitstel in de regen. Da’s dan weer jammer.  Tja, als het niet kan zoals het moet… Maar de basis is er!

 

De hoogte in – dag 2

Dinsdag stond de kapconstructie op het programma. Dat was zo mogelijk nóg spectaculairder dan de begane grond.

De spanten werden weer op de grond gemonteerd.

En dan in hun geheel de hoogte in.

Zó hoog wordt het dus!

En het tweede spant. We zijn trouwens héél blij dat we dit hebben uitbesteed. Zelf hadden we er véél langer over gedaan. En we moeten niet denken aan het risico dat er iets zou omvallen. Ik had dit nooit aangedurfd, dat zware spant wat maar met twee lullige latjes vast stond. Maar deze mannen hebben duidelijk al vaker met de constructies van Oude Hengel gewerkt.

Het zijn trouwens ook echt super fijne bouwvakkers. Ze houden de bouwplaats extreem netjes, er slingert niets rond. En ze hebben geen radio 🙂 .

De nokbalk bestaat uit drie delen. Twee zitten er vast aan de spanten en het derde deel wordt er pas op het laatst tussen geplaatst. Prachtig, zo’n bouwpakket!

Na het plaatsen van de hoekkepers is het achterste deel van de constructie ‘klaar’.  De mannen verplaatsen de kraan en zetten het voorste portaal op zijn plek. Dan weer de moer- en kinderbalken aanbrengen in het voorste gedeelte. 

Bij het aanbrengen van de balklaag in het voorste gedeelte waren alle mannen bezet. Dus kon ik zowaar een handje meehelpen met het in de hijs hangen van de balken. Vonden de mannen erg grappig… 😉

Daarna werden de hoekkepers aan de voorkant geplaatst en kwam de vorm van het huis echt tevoorschijn.

En dan het sluitstuk: het plaatsen van de nokbalk!

En ineens staat het hele huis er, alsof het zomaar getekend is!

En als de eerste sporen erop staan is het hoogste punt bereikt! Nou ja, niet helemaal, er komt nog een laag isolatie op en dakpannen natuurlijk. Maar wel het hoogste punt van de constructie. Dus: boompje erop en traditioneel ‘pannenbier’. Met worst.  Werd gewaardeerd door de mannen :-).

En het eindbeeld van de tweede dag. Jammer van de regen…

De hoogte in – dag 1

Firma Oude Hengel had binnen een week nieuwe balken op maat gezaagd. En maandag ging het dus echt de hoogte in. Spectaculair!

Het gebint bestaat uit vier portalen van ieder drie staanders. Eerst plaatsen de mannen de achterste drie portalen. Het voorste portaal is op deze foto  wel gemonteerd en alvast neergezet, maar de kraan kon niet de totale lengte van het huis bereiken. Dus eerst werd de achterkant zoveel mogelijk afgemaakt, toen werd de kraan opnieuw opgesteld en werd ook de voorkant gemaakt.  De liggers over de breedte zijn 9 m lang!

De portalen worden verbonden met lengtebalken,m waar de balklaag voor de verdieping op rust. Volgens mij heet dit ‘moer- en kinderbalken.’

 

Het past allemaal precies in elkaar. En waar het niet helemaal past wordt de grote houten hamer gebruikt tot het wel past.

Het is heel spectaculair om de gigantisch zware balken over je hoofd door de lucht te zien zweven op weg naar hun bestemming.

En aan het eind van de dag kon je al een beetje zien hoe de boerderij eruit zou gaan zien.

Gebintgedoe

En maandag was dus De Dag Dat We De Hoogte In Gingen! Irritant genoeg had de time-lapse camera het net begeven. Teveel regen, waarschijnlijk. Joris heeft ‘m weer aan de praat gekregen en opnieuw veilig droog opgesteld achter het zolderraam van de werkplaats.

Het gebint wordt het dragend skelet van ons huis. Heel belangrijk dus. Daarom hebben we besloten het plaatsen niet zelf te doen, maar ervaren gebintmannen via fa. Oude Hengel (die het gebint levert) in te schakelen.

De mannen moesten uit Duitsland komen en de snelwegen stonden vol met boze boeren (waarover ik ook een heel blog vol zou kunnen schrijven, maar dat is een beetje off-topic).  Dus ze begonnen wat later.

Maar toen ging het eigenlijk bijzonder snel. Ze hadden duidelijk vaker met zo’n bouwpakket van doen gehad. Met behulp van de kraan de onderdelen op werkbankjes hijsen, in elkaar zetten en met de kraan op zijn plaats manoeuvreren. In no time stond het eerste portaal overeind.  En het tweede. En het derde. En toen begonnen ze aan de balklaag voor de verdieping. “Waarschijnlijk kunnen we morgen al de kap erop maken”, zeiden ze.

Spannend! Opeens kreeg het huis vorm om ons heen. Hoewel…

“Ik vraag me af hoe hoog het nu eigenlijk wordt”, zei Joris. Er moet namelijk ook nog een laag schuimbeton op de vloer, plus de cementdekvloer en de afwerkvloer (tegels of parket). Dus we hadden verwacht dat het nu overdreven hoog zou ogen. “Het lijkt helemaal niet zo hoog.”

Ik stond intussen peinzend te kijken naar de dakhelling, die in het gebint ook al goed zichtbaar wordt, en trok die in gedachten door naar de plaats waar de buitenmuur komt. Bleef er wel voldoende ruimte over voor de buitendeuren? (Bouwbesluit verplicht 2.12 m vrije doorgang).

Rolmaat erbij gepakt, opgemeten, tekeningen gecheckt, andere tekeningen gecheckt, het Sketchup model gecheckt… en inderdaad. We hebben de tekeningen in april geaccordeerd. Daarna is er een wijziging aangebracht: toen zijn de metalen pootjes eronder toegevoegd. Die dienen enkel als stevige verankering van het gebint aan de constructieve betonlaag. Maar daarbij is de hoogte van de metalen pootjes van de lengte van de staanders afgetrokken. Alsof de metalen pootjes in het zicht zouden moeten blijven bóven de afgewerkte vloer. Dat was natuurlijk níet de bedoeling.

Na een middag heel druk heen en weer bellen was duidelijk dat er nieuwe kolommen gezaagd zullen moeten worden. Wat zonde! Probeer je zo zuinig mogelijk met grondstoffen om te gaan, krijg je dit. Maar er zit niets anders op. Dus de bouwvakkers konden weer naar huis (en Joris weer naar zijn werk). Het gebint staat nu veelbelovend te wezen… volgende week verder!

Gebint gearriveerd!

Vorige week werden we opeens gebeld dat de fa. Oude Hengel het gebint een week eerder moest komen plaatsen. Op zich prima. Alleen de opstaande rand van het beton is nog niet gemaakt, dus we hopen dat de gebintbouwers een beetje voorzichtig met de bekisting kunnen omgaan.

Dat betekende wel dat we snel moesten uitmeten wáár precies de gebintpalen komen te staan. Die palen worden geplaatst op metalen voetjes, die met chemische ankers aan de laag constructiebeton vastzitten. We moesten dus (op de cm nauwkeurig) uitmeten wáár die voetjes moesten komen.

(Eigenlijk was de afspraak dat het gebint pas gezaagd zou worden nádat wij die voetjes op hun plek hadden staan. Zodat ze rekening konden houden met een centimeter afwijking hier of daar. Maar ja, dat ging dus even anders…)

Het lijkt iets wat je ‘even’ doet, maar geheel naar verwachting kostte het ons ruim een halve dag voor alle voetjes exact op de juiste plek stonden. Meten, nog eens meten, alles lijkt te kloppen, diagonale controlemeting: 6 cm afwijking… opnieuw meten…drie lengtes op een rij die afzonderlijk allemaal kloppen maar in totaal niet…etc.

Daarna stonden de voetjes in de stromende regen, de fundering was een waar zwembad. Woensdag moesten we het water met dweilen en een bladblazer zoveel mogelijk wegwerken zodat de aannemer en Joris ze met chemische ankers konden vastzetten.

En donderdag werd het gebint gebracht! De vrachtwagen kon natuurlijk niet de 3 m brede Ratellaan op, dus we hadden Bert en zijn kraan weer gecharterd om de gebinten naar ons erf te brengen. Alleen had Bert niet helemaal van ons begrepen om hoeveel hout het ging… Het was namelijk niet alleen het gebint zelf (heel veel loodzwaar eikenhout), maar óók de dakconstructie.

Hulde aan Bert, die snel een tweede platte kar regelde en er (met de nodige zweetdruppels!) in slaagde om alle 15 ton hout op ons erf te krijgen. De bochten in ons pad zijn niet makkelijk, met dit soort groot en zwaar materieel!

En zwaar is het: de 15 ton zware kraan kan de 9 meter lange gebintbalken maar net tillen. Hij kantelt erbij!

En daar ligt dan het bouwpakket wat ons huis moet worden. Spannend hoor!

 

… en nog meer beton!

Na het vorige  weekend betonvlechten lag de bekisting er prachtig bij. Eigenlijk had er toen meteen beton in gekund. Maar de betonleverancier kon pas op vrijdag. En op donderdag kregen we te horen dat er op vrijdag ook geen pompauto beschikbaar was. Dus het werd maandag. En dat was jammer.

Want intussen was het gaan regenen. Héél veel regen.  En de bekisting, die immers tijdelijk is, is gemaakt van platen multiplex, die vervormen als ze (te) nat worden. We hadden hem supernetjes en superstrak gemaakt, maar toen het beton eenmaal werd gestort was dat niet meer zo.  Voor de stevigheid zal het weinig uitmaken, maar de randen van het beton zijn wel een beetje minder strak. Dat kan bij de volgende stappen lastiger werken zijn, waardoor kleine koudebruggen kunnen ontstaan. Helaas…

Maar goed, op maandag was dan eindelijk de pompauto er. Dat er een heel zwembad aan water binnen de bekisting lag maakt voor het beton niet uit: dat is zwaar genoeg om het water weg te drukken. Alfred heeft het met de trilspaan netjes glad gemaakt. Dat is wel prettig, want dit is de vloer waarop we voorlopig gaan bouwen. Hierboven komt nóg een laag schuimbeton en een cementdekvloer, maar dat komt pas als  het huis en de muren staan.

Nog meer betonstaal…

Afgelopen weekend hebben we enorm hard gewerkt. Bovenop het schuimbeton komt de laag gewapend beton, de eigenlijke constructief dragende laag. Die wordt iets kleiner dan de laag schuimbeton (het schuimbeton steekt een paar decimeter onder het huis uit) dus daarvoor moest een nieuwe bekisting gemaakt worden. Eigenlijk was het plan om daarvoor de platen die we voor het schuimbeton hebben gebruikt opnieuw te gebruiken. Maar we wisten niet goed hoe we de bekisting dan konden vastzetten. Uiteindelijk toch maar nieuwe platen gekocht. We zullen ze nog wel een keer nodig hebben tijdens de bouw…

De architect en de constructeur hebben ons voor flinke uitdagingen gesteld in deze laag. Het is namelijk niet gewoon een 13 cm dikke betonplaat. Ter plaatse van de staanders van het gebint en van onze zware leemkachel moet de laag 20 cm dik zijn – dus 7 cm onder de bovenkant van het schuimbeton, met een tweede wapeningsnet erin. En rondom moet een extra opstaande gewapende rand komen. (Daarbinnen zal uiteindelijk de laatste laag schuimbeton gestort worden, maar dat gebeurt pas over een héle tijd).

Die extra verzwaring ter plaatse van de staanders en de leemkachel, daar gaan we wel in mee. Tenslotte draagt het gebint het hele gebouw en de kachel weegt ook wel een paar ton. Maar de opstaande betonrand onder de muur begrijpen we eigenlijk niet. De buitenmuren worden namelijk niet dragend. En houtskeletbouw met kalkhennep isolatie, dat weegt (in termen van bouwwerken) bijna niets. Is de constructeur toch uitgegaan van een bakstenen muur?

(Dat is dus iets waar we vragen over hadden moeten stellen toen we vorig jaar de tekeningen van de constructeur terugkregen. Maar daar hadden we toen al drie maanden op zitten wachten en we waren al lang blij dat we door konden. We gingen er vanuit dat het zo zou zijn als we met de architect besproken hadden. En nu is de vergunning op deze manier verleend en moeten we het dus netjes op deze manier uitvoeren. Wat we dan maar doen. Jammer als je probeert zo min mogelijk staal en beton te gebruiken. Nou ja, de fundering wordt in ieder geval héél stevig. Dat is fijn als iemand over honderd jaar, als wij allang dood zijn, het huis nog eens wil verbouwen.)

Joris is begonnen met rondom planken vast te zetten die exact de buitenmaat van de betonnen rand volgen (plus 2 cm, omdat er nog platen tegenaan komen). Daarna heeft hij rondom balkjes exact op maat gezaagd (uit oude balken van de sloop) en tegen de ‘oude’ bekisting van het schuimbeton vastgezet. Daarbinnen hebben we samen de platen (de bekisting voor de betonnen rand dus) met de laserwaterpas op exact de juiste hoogte ingemeten. Nu is te zien tot waar het beton precies komt.

Daarna heeft hij de ‘kooiwapening’ voor de betonnen rand aangebracht, terwijl ik het schuimbeton ter plaatse van de geplande poeren 7 cm verdiepte. Dat was allebei erg zwaar werk. Het schuimbeton is een soort puimsteen, relatief zacht dus, maar ook weer niet zo zacht als zand. En het is lastig om de bodem van de uitdiepingen mooi vlak te krijgen. Eigenlijk zou het het makkelijkst zijn als je al tijdens het storten van het schuimbeton  uitsparingen kon maken met een soort zwevende bekisting. Maar het is natuurlijk  onmogelijk om dat goed en op de juiste plek te krijgen. ‘Gewoon wegscheppen’, zei de aannemer. Het levert een beeld op wat me aan een Pompeïaanse opgraving doet denken. En spierpijn.

Intussen worstelde Joris met meters en meters loodzwaar betonstaal. De kooiconstructie was gelukkig al voorgeproduceerd, maar de segmenten moesten natuurlijk wel rondom aan elkaar gezet en er moesten ook nog L-vormig stekken doorheen gestoken. Daarna moest alles aan elkaar gezet met ijzerdraadjes. En daarbij controleren of het staal nergens dichter dan 2 cm tegen de bekisting zit (dat zou zorgen voor onvoldoende betondekking en dus betonrot.)

Kortom, na het weekend waren we allebei blij dat er weer wat kantoorwerk te doen is. Volgend weekend nog één laag wapeningsnetten aanleggen en dan kan de constructieve betonlaag gestort.

Schuimbeton 2

Gisteren  werd dan eindelijk de tweede laag schuimbeton gestort.  Het had nog wat voeten in de aarde, want ergens was iets mis gegaan in de communicatie en aanvankelijk kwam er maar een betonwagen met de helft van de benodigde hoeveelheid beton. Vervolgens liet de tweede wagen op zich wachten. En dat is niet goed voor schuimbeton…

Met een uur vertraging kwam de tweede wagen aan. Toen kon het schuimbeton al niet meer vlakgetrokken worden, de aannemer kon er niet gaan inzakken na het storten. Niet heel erg, dus we maken het oppervlak wel weer glad met de volgende laag (gewapend) beton. Voor de stevigheid maakt het niet uit en de isolatiewaarde van onze vloeropbouw is toch al gigantisch.

Hiermee is de fundering nog niet af. Er moet nog een laag gewapend beton op, en rondom komt nog een iets hoger liggende rand. Dat betekent nog twee bezoeken van de betonauto en nog een hoop gepuzzel met bewapening en bekisting de komende weken.

 

Kaas 1

Eindelijk ging het regenen. Dat was hard nodig voor de grond. Alleen betekende het, dat het storten van de tweede laag schuimbeton moest worden uitgesteld. Dat kan namelijk niet als het regent: dan tikken de regendruppels de schuimbelletjes kapot en heb je dus geen schuimbeton meer.

Op zich was ik erg blij met de regen. Het land is namelijk nog steeds kurkdroog. Het is zoeken naar goede plekken voor de hongerige schapen. om de twee dagen hebben ze het gras op en moet ik weer een nieuw weitje voor ze uitzetten. Ze geven nu allebei melk, dus ze hebben heel wat gras nodig.

En dat is best veel melk. Meer dan we consumeren als melk of yoghurt. Ik ben daarom hard aan het experimenteren met  kaasmaken. Vijf jaar geleden heb ik wel geleerd om kaas te maken, maar dat was in professionele kaasmakerijen, eerst van geitenboerderij de Grote Stroe en later op kaasboerderij de Kopermolen. Daar verkaasden we 1500 liter (koe)melk tegelijk. Dat is toch anders dan improviseren met 3,5 liter schapenmelk in een stacaravankeukentje.

Mijn grootste pan gebruik ik om de melk te laten stremmen; de één na grootste zit overvol met al het materiaal wat ik wil steriliseren.

Kaasmaken is een proces waar bacteriën bij komen kijken. Je moet uiterst hygiënisch werken om te zorgen dat wel de goede bacteriën in de melk komen, maar geen andere. In een professionele kaasmakerij gebruik je daarom onvermijdelijk best veel chloor. Maar daar kan ons helofytenfilter niet tegen. Ik kook daarom zoveel mogelijk materialen uit.

Kaasje na het persen (in de vorm) en ricotta die ik van de wei heb gemaakt in het vergiet

En een gecontroleerde rijpingsruimte met klimaatbeheersing hebben we al helemaal niet: de caravan is gewoon ongeveer de buitentemperatuur. Die is de afgelopen weken tussen de 35 en de 5 graden C geweest… het was dan ook een grote verrassing dat het eerste harde ‘Goudse’ kaasje na drie weken rijpen zowaar een smakelijk kaasje opleverde. Eens  zien of me dat een tweede keer lukt.

Net echt!

Ik probeer ook een goed recept te vinden voor een zachte schapenkaas, maar dat is nog niet gelukt. Nou ja, recepten genoeg (de meeste voor geitenmelk) maar het resultaat is nog niet naar mijn zin. Verder experimenteren dus. Gelukkig zijn er allerlei leuke Facebookgroepen die met me meedenken.

Intussen staat de koelkast vol met potjes en pannetjes melk, uitlekkende zachte kaasjes, ricotta, yoghurt, kefir en wei, staan op ieder beschikbaar oppervlak kaasjes in verschillende stadia van rijping  en zit de wasmand vol met gebruikte stukjes kaasdoek. Hoe landelijk !

 

Schuimbeton 1

En daar was dan de betonwagen voor de eerste lading schuimbeton! Het is inderdaad blubberig spetterspul.  Gelukkig bleven alle leidingen liggen waar ze liggen moeten.

Het schuimbeton komt er in twee lagen op. De hoeveelheid is namelijk te groot om in één keer te storten. Wij hadden van de blog van Peter en Marleen begrepen dat het juist in één keer moest, maar blijkbaar heeft iedere schuimbetonboer daar zijn eigen regels bij. We konden kiezen tussen een horizontale of een verticale naad. Voor de isolatie en de stevigheid schijnt het niet uit te maken.

Dan maar liever een horizontale scheiding. Anders hadden we halverwege het gat weer een bekisting moeten maken en die op de één of andere manier moeten verankeren zonder gaatjes in het plastic te maken. Een horizontale bovenkant ontstaat vanzelf.

Bovendien is dit wel handig: de buizen voor elektra en glasvezel kunnen nu mooi tussen de lagen in gelegd. Komen die ook vanzelf op de goede hoogte.

Komende woensdag (als het weer meezit) de volgende laag schuimbeton. Daarna komt nog een laag gewapend beton (waarvoor we dus de wapening en de bekisting zelf plaatsen). En daarna nog een rand gewapend beton rondom (idem), waarop de muren komen. Dan wordt het gebint geplaatst en  gaan we het dak maken. Het is allemaal erg spannend.

 

 

Pret met pvc

Nadat we besloten hadden hoe de plattegrond precies moest worden, moesten de leidingen geplaatst worden die in de onderste laag schuimbeton komen. Dat zijn er best veel:

  • aansluiting voor de waterleiding (moet 1 m onder maaiveld het huis uitkomen en precies in het juiste gat van de meterkast omhoog komen);
  • waterafvoer vanuit de keuken;
  • waterafvoer vanuit de bijkeuken;
  • waterafvoer vanuit badkamer en toilet;
  • luchttoevoer voor de kachel (die mag geen zuurstof aan de kamer onttrekken);
  • luchttoevoer / ventilatie voor de kelder;
  • waterafvoer vanuit de schuur.

Daarbij geldt dat

  • de buizen waarop de wc-potten worden geplaatst exact op de juiste plek omhoog moeten komen;
  • alle rioolbuizen een verval moeten hebben tussen de 1 cm per meter en 1 cm per 5 meter (Dat luistert heel nauw. Te weinig verval en het water wordt niet afgevoerd. Teveel verval is ook niet goed: dan loopt het water weg, maar blijft het vaste vuil liggen…) ;
  • alle buizen waardoor lucht wordt aangevoerd iets moeten aflopen naar buiten, zodat eventueel (condens)vocht niet het huis in loopt.

Eerst moest het hele gat en de kelder ingepakt worden in folie. Het folie moet voorkómen dat de grond water aan het uithardende schuimbeton onttrekt en dat het schuimbeton zomaar wegloopt. Schuimbeton schijnt namelijk erg vloeibaar te zijn, een soort milkshake, hebben we begrepen.  Er mag dus geen enkel gaatje in zitten! Heel zorgvuldig afplakken dus…

Lars en Ainhoa kwamen precies op het goede  moment aanwaaien uit Spanje om te helpen met het plastic. Ainhoa heeft ook nog met de verschillende kleuren zand wat kunstwerken onder onze toekomstige vloer gemaakt. Voer voor toekomstige archeologen?

Daarna moesten we een manier verzinnen om alle locaties van buizen te relateren aan de kelder (want die is ons uitgangspunt). Door metseltouwtjes te spannen langs de bovenkant van de kelderwanden konden we een soort meetsysteem-in-de-lucht uitzetten.

En dan moesten we ook nog een manier bedenken om       de buizen straks exact op de juiste plek en in de juiste positie te houden als het schuimbeton er omheen wordt gestort. Ze mogen niet van hun plek spoelen door de ‘milkshake’ en ze mogen natuurlijk ook niet gaan opdrijven!

 

Na een week passen, meten, vloeken, verplaatsen, doorbuigende pijpen ondersteunen, opnieuw meten, opnieuw vloeken, stoeptegels aanbrengen, stoeptegels verplaatsen (gaatjes in het plastic trekken – gaatjes dichtplakken), opnieuw meten etcetera, hopen we dat alles nu foolproof ligt.

De waterleiding aanvoer ingegraven, op de juiste plek waterpas gesteld en  het folie waterdicht rondom afgeplakt. De rioolbuizen onder het juiste afschot en vastgezet met beugels op zware stoeptegels. De pijpen waar de wc op moet komen exact loodrecht gesteld en hopelijk voldoende verankerd met stapeltjes stoeptegels. De uiteinden van de pijpen met blokjes verankerd aan de bekisting.  De buizen zelf met water gevuld tegen het opdrijven. En de rioolpijpen helemaal doorlopend over de volle breedte van het huis, zodat we bij een eventuele verstopping ze ook vanaf de andere kant kunnen bereiken en doorspoelen / -blazen.

Het zijn het soort zaken waar je je van tevoren niet realiseert hoeveel denkwerk erin gaat zitten.  Maar beter nu wat extra denkwerk, dan een fout maken en die vervolgens in schuimbeton gieten…

Het kwam net niet af vóór de vrijdag. Dus moet het nu een weekje liggen: volgende week vrijdag wordt het schuimbeton gestort, als het weer meewerkt. Kunnen we het nog honderd keer nameten, paranoïde als we inmiddels zijn geworden.

Zomerlammetje

Afgelopen week viel mij ineens op, dat Babette een uier begon te ontwikkelen. Het zou toch niet…?

Schapen worden bronstig in de herfst, bij afnemende daglengte. Ik heb vorig jaar Arie pas op 8 december bij de dames gezet. Dat was dus knap laat, twee weken voor de kortste dag. Maar Nel kreeg keurig vijf maanden later lammetjes. Babette niet.

Omdat ik hoopte dat Arie meteen had gedaan wat-ie moest doen had ik ze gezellig bij elkaar laten lopen tot begin juni.En blijkbaar heeft hij dan begin maart toch nog een stoeipartijtje met Babette gehad. Want die begon er ineens indrukwekkend drachtig uit te zien.

En ja hoor. Vanmorgen vóór het ontbijt nog niets – en toen ik na het ontbijt terug kwam om nog even te controleren was er een lammetje. Weer een ooitje. Bij dat ene lammetje bleef het ook.

Het is een mooi sterk meisje, dat binnen een kwartier al in de benen was en op zoek ging naar de speen. Babette heeft haar keurig schoongelikt, maar aan het laten drinken moet ze nog even wennen.

Dit lost in ieder geval één puzzeltje op: ik vroeg me af hoe ik het straks moet doen met het jonge ooitje van Nel. Want de grote ooien wilde ik in november weer bij Arie zetten, maar het is niet de bedoeling dat Arie dan meteen ook zijn dochter dekt. Dus dan zou dat jonge ooitje in haar eentje in een wei staan. (Haar broertje zal tegen die tijd ‘op skivakantie’ gaan – naar de vriezer dus. Tenzij iemand nog een dekrammetje wil. Iemand?) En een schaap alleen, dat is niks. Het zijn kuddedieren. Eigenlijk is het ook waanzin om schapen te houden in zulke kleine aantallen.

Maar dat is nu geregeld: het jonge ooitje kan Babette en haar kind straks mooi gezelschap houden, terwijl moeder Nel (hopelijk) een herfstromance met Arie beleeft. En daarna moet Arie op skivakantie – of naar een ander adres als dekram. Want herfst 2020 zijn zijn twee dochters aan de beurt. Maar zover is het nog niet.

Vooralsnog is het weer even opletten of ze voldoende te drinken krijgt. Ik ben dus weer met flesjes in de weer. In ieder geval is een warmtelamp niet nodig bij een augustuslammetje!

 

 

Waterballet

Vorig jaar hebben we om verschillende redenen de werkplaats gebouwd:

  • om een droge plek te hebben voor gereedschap en opslag;
  • om een droge en goed geïsoleerde werkplaats en kantoor te hebben;
  • als proefproject voor het bouwen van het huis.

Dat laatste is belangrijk, dat bleek vanmorgen maar weer.

Gisteren heeft Joris iets veranderd aan de waterleiding in de werkplaats. En vanmorgen stond de halve vloer blank. Het bleek dat in een bepaald koppelstuk een rubber ring ontbrak.

Joris kwam er achter toen hij om 05.30 wilde wegrijden. Dus wij lagen voor dag en dauw op onze knieën het water op te dweilen van een modderige  werkplaatsvloer die vol zaagsel lag.

Nu, na een paar uur, is de vloer redelijk opgedroogd. Maar in de tijd dat het water op de vloer heeft gestaan is het wel in de wanden getrokken, van leem en houtvezelplaat en mogelijk ook in het hout en de vlaswol daarachter. Dat gaat wel even duren voor die droog zijn.

Leermomentje: ik twijfelde nog over de vloerafwerking in het nieuwe huis. Hout is mooi en warm, tegels of steen zijn praktisch (zeker met huisdieren en als je in en uit loopt zoals wij). Nu is wat mij betreft het besluit rond: zoveel mogelijk tegels of steen, mèt een plint in hetzelfde materiaal en waterdichte mortel. Ik moet er niet aan denken dat er bij een vergelijkbaar ongelukje water de kalkhennep muren in trekt…

 

Plattegrondpuzzelen

Omdat we een “massieve” fundering maken (dus zonder kruipruimte, echt massief kan je dat schuimbeton natuurlijk niet noemen) moet daarin ook al een deel van de installaties gelegd. Riolering en waterleiding moet namelijk 1 m onder maaiveld de woning uitkomen (en het is wat lastig om dat achteraf dwars door een laag gewapend beton heen te leggen). We hadden de hoop dat je in de bovenste laag schuimbeton nog wel wat kon schuiven met leidingen. Maar de installateur drukte ons op het hart dat we de riolering (met name voor de toiletten) meteen op de juiste plek moeten aanleggen. Dat betekent dus, dat we de plattegrond nu meteen helemaal precies moeten uitwerken. Daar zaten nog wat zaken in “die we wel precies zouden bepalen in het werk”.

In de tekeningen van de architect  bleken namelijk wat fouten te zitten, waardoor de gebintconstructie helemaal niet mogelijk was. (Dat is dus niet opgemerkt door de constructeur en ook niet door de gemeente!) Joris heeft de afgelopen maanden vele sessies gehad met de gebintbouwer hoe we dat gingen oplossen. En daarbij bleek dan dat er net een gebintpaal in de keuken kwam te staan op de enige plaats waar de koelkast zou passen, waardoor de koelkast voor het keukenraam zou schuiven. Of middenin de deuropening tussen keuken en bijkeuken, tenzij je die deuropening zou verplaatsen, maar dan zou de antieke kast niet meer passen en er ook geen plek meer zijn voor de meterkast. Kortom, een hele puzzel.

Intussen was ik toch maar eens de meubels op schaal in de plattegrond gaan tekenen. En daarbij bleek dat er helemaal geen handige indeling mogelijk was voor de woonkamer. Ofwel de meubels stonden vóór het raam, ofwel de piano of boekenkast paste helemaal nergens, ofwel de looplijn van hal naar keuken liep dwars door de zithoek heen, wat niet comfortabel voelt. En van ons oorspronkelijke idee dat er vanuit zowel woonkamer als woonkeuken mooie zichtlijnen over het landgoed zouden lopen is al helemaal weinig overgebleven. En in de slaapkamer kon je nauwelijks aan de voeteneind-kant van het bed langs lopen, terwijl dat een doorlooproute is.

Dus zijn we toch weer gaan schuiven: de wc de badkamer in, waardoor de woonkamerdeur verplaatst kan worden en de looplijn niet meer dwars door de zithoek hoeft. Dat maakt de woonkamer een heel stuk benutbaarder maar  de douche moet een andere plaats krijgen. Logisch is in de nis naast de wc, deels onder de trap. Maar het is de vraag of het dan nog lukt met een rechte trap. Mogelijk moet er toch een kwartronde trap in (minder ruimtebeslag in de hal), anders komt ofwel de trap vóór de slaapkamerdeur ofwel moet je door je knieën om te douchen. Bovendien stoot je je knieën aan het bad als je de badkamer in komt.  Dat is op te lossen door de muur van de woonkamer en de keuken niet in één lijn te zetten, zodat de badkamer iets groter wordt (ten koste van de keuken). Doordat de hal nu langer is, kan hij ook iets smaller worden  (de kapstok komt dan onder de trap), waardoor de slaapkamer een paar dm meer ruimte krijgt. Etcetera.

Bij dat alles moet je ook met de kleinste details rekening houden: bijvoorbeeld de manier waarop de ramen in de muur geplaatst worden, de vensterbanken en plek voor gordijnen. In ons vorige huis hadden we met het laatste onvoldoende rekening gehouden, waardoor er aan één kant van het slaapkamerraam geen plek was voor een gordijn. Erg irritant. En in de werkplaats hebben we van oude vloerplanken mooi afgeronde vensterbanken gemaakt, iets breder dan de ramen. Dat oogt prachtig en willen we dus in het huis ook. Maar je moet er wel rekening mee houden dat er dan geen kast vlak naast het raam past. Zeker niet als je de muur vanaf het kozijn iets wilt laten teruglopen voor extra lichtinval.

Onze vensterbanken in de werkplaats. In de woonkamer willen we ze nog iets dieper, en de zijkanten van de muur iets wijder laten uitlopen naar binnen toe (in het Engels heet zoiets een ‘splayed window’ maar ik weet niet hoe het in het Nederlands heet)

op de plattegrond leek dit kastje makkelijk in de hoek te passen…

… maar niet als je de vensterbank breder maakt dan het raam!

Gelukkig heeft Joris inmiddels Sketchup aardig in de vingers en daarmee kunnen we alles tot op de cm nauwkeurig tekenen, inclusief hoe steil de trap wordt en waar de belangrijkste balken van de constructie lopen. En dat alles om precies te weten wáár we een rioolbuis naar boven laten komen. Alles hangt met elkaar samen…