Hitte! (het tweede jaar…)

En toen kwam de hitte… en het wàs erg. Verschrikkelijk zelfs.

Op 20 juli was het eigenlijk nog koel, we hadden zelfs een buitje. Op 21 juli was het erg mooi weer en werd het al aardig warm in de zon. En toen werd het heter… en heter…

temperatuur gemeten in de schaduw

We hebben ons eigen hitteprotocol:

  • van tevoren zorgen dat de moestuin goed nat is (elke nacht sproeien);
  • zoveel mogelijk boompjes van tevoren water geven;
  • zoveel mogelijk mulch rond de boompjes;
  • schapen in de schaduw (en op gras).
Door veel hooi rond de bomen te stapelen hoopte ik verdamping en opwarming van de grond te beperken

Maar ondanks dat alles dus best natte voeten had, werd het in de zon zó gloeiend heet dat er heel wat hitteschade optrad. In één dag veranderde het gras op het stuk wat we hebben verpacht van sappig groen naar crispy blauw en vervolgens naar geel. Het gras op ons eigen stuk was al niet zo sappig meer en werd gewoon bruin.

De schapen in de schaduw houden was een enorm gedoe. Er is namelijk geen plek meer met ’s middags schaduw, waar ook nog een beetje gras staat en waar ik de elektrische netten kan neerzetten. Aan een pin kunnen ze wel staan, maar erg leuk vinden ze dat niet. En daarbij

  • mag Arie niet bij de ooien (maar wel bij de lammetjes);
  • maar hij kan ook niet helemaal ergens in zijn eentje in een hoekje staan, dan wordt hij helemaal hysterisch;
  • zijn de schapen erg goed in het omgooien van wateremmers;
  • heb ik geen tijd om elke dag netten te verplaatsen (dat is best veel werk);
  • werken de netten niet zo goed, omdat de grond zó droog is dat de aardpin (een 60 cm lange koperen buis!) geen effect meer heeft;
  • moeten de lammetjes zo langzamerhand gespeend worden; ik zet ze in de loop van de dag bij moeder vandaan. Elke dag een half uurtje eerder. Maar dat vinden ze niet leuk! Zo ontzettend niet leuk dat ze zó een schrikdraadnet omtrekken.
  • Het helpt wel iets als ze dan bij Arie in een weitje staan,
  • maar dat betekent dat Arie dus ’s middags in een (beschaduwd) weitje moet staan, in plaats van aan de ketting,
  • en dat was er niet meer.
  • en als Arie in een weitje staat en hij vindt dat de ooien te ver weg zijn, rent hij zó het net door, of er nu stroom op staat of niet. Vervolgens verandert het arme beest in een geëlektrificeerde rollade.
Het gras in de berm was nog een beetje groen…

Kortom: het was elke dag een puzzel. De volwassen schapen heb ik zoveel mogelijk aan een pin gehad, ’s ochtends aan de ene kant van de houtwal, ’s middags aan de andere kant. Het gras en onkruid  langs het pad is nu helemaal plat en de hazelaars zijn ook netjes “opgesnoeid”. De lammetjes liepen ’s ochtends vrij bij mama en stonden ’s middags in een ieniemienie weitje waar dan net een plukje schaduw overheen viel. Drie keer per dag verhuizen (steeds een uur werk, met veel geprotesteer van de schapen) en nieuw water er naartoe slepen. Van alle gekkigheid gaf Nel nauwelijks nog melk. (Als de lammetjes al niet ’s nachts ontsnapten zodat ze haar  ’s ochtends helemaal leeggelebberd hadden). En uiteraard kon ik niet langer dan een paar uur van het erf af.

… en zo zag het eruit nádat de schapen er drie middagen gestaan hadden.

Tussendoor kon ik weinig anders doen dan in ontzetting toezien hoe het gras en de boompjes verschrompelden. Boompjes die de droge zomer van vorig jaar overleefd hadden gaven het nu op.  De eiken zitten onder de meeldauw, het blad is blauwgrijs. De vlieren zijn geel. Lijsterbessen en krentenboompjes zijn rood en bruin, alsof het al oktober is. Berken en meidoorns worden geel en laten hun blad vallen, net als de jonge lindes.

Gekleed in een oud overhemd van Joris (tegen de verbranding) en een brede zonnehoed probeerde ik nog water te geven maar het had gewoon geen zin. Niet zo gek; in de zon liep de temperatuur op tot ver boven de 50 graden.

(Precies weet ik het niet, maar ik probeerde yoghurt te maken. Dat doe je door melk tot ca. 40 graden te verwarmen, te ‘enten’  met wat yoghurt en het dan een aantal uur op 40 graden te houden. Normaal gesproken doe ik dat met behulp van een dikke wollen deken en een kersenpitkussen, nu had ik het in de zon gezet. Maar ik lette niet op en toen ik weer bij de pot met yoghurt-in-wording kwam stond de thermometer die ik ernaast had gelegd op 55 graden. Dat heeft de yoghurt niet overleefd. Geen wonder dat de boompjes in hitteshock raakten. Ze konden het water niet snel genoeg transporteren van de wortels naar de bladeren.)

Zelfs het riet in het helofytenfilter, dat ál ons afvalwater te verwerken krijgt, is drooggevallen en verschrompeld.

Eén kip heeft de hitte ook niet overleefd. De anderen zitten zielig hijgend in de schaduw. We letten er goed op dat ze altijd water hebben. De enigen die zich er weinig van aantrekken zijn de eendjes. Maar die hebben dan ook hun eigen zwembad.

Ondanks water geven…

Zulke hitte doet iets met je. Mede vanwege het slaapgebrek (er was nergens meer een koele plek om te slapen) werd het steeds onwerkelijker. Soms was het doodstil en hoorde je niets dan het getsjirp van de krekels en sprinkhanen in  de zinderende lucht, soms woei er een hete wind die steeds meer blaadjes meevoerde, tot hele verschrompelde toppen uit de bomen aan toe.

Wordt dit het nieuwe normaal? Daar lijkt het wel op. Alle voorspellingen over klimaatverandering komen uit en dit soort hittegolven en droogeperioden zullen vaker en vaker voorkomen. Het sterkt me nog meer in het idee dat we moeten volhouden en méér bomen planten. Zowel om de klimaatverandering tegen te gaan, als om de wereld ondanks de klimaatverandering leefbaar te houden. Bomen zorgen voor schaduw en koelte. Ze produceren biomassa die kan worden omgezet in humus, die het water in de bodem vast houdt. Met hun lange wortels kunnen ze langer bij het grondwater komen dan gras. En als we de juiste soorten planten, kan je ook van bomen heel veel oogsten: een voedselbos. Daar moeten we naartoe.

 

Droogte (het tweede jaar…)

Het land ziet er weer bijna net uit als vorige zomer. Eigenlijk nog een beetje ruiger, want het gras staat op veel plekken ook vreselijk hoog. Vorig jaar heeft Hans tussen de boompjes van het voedselbos een keer gemaaid, dit jaar is daar gewoon niet gemaaid. De boer heeft de “grote lappen” in juni wel gemaaid. Maar zijn machines passen niet tussen de boompjes van het voedselbos en hij heeft ook èrg ruim om de solitaire boompjes heen gemaaid. Aanvankelijk vond ik dat niet zo erg. Ik dacht de ongemaaide stukken door de schapen te laten begrazen. Het lange gras werpt ook wat meer schaduw op de grond, die daardoor minder snel uitdroogt. Maar toen werd het heel heet en droog en werd het gras veel te snel veel te lang. Dat vinden de schapen niet meer lekker. En als je ze erin zet, trappen ze het meer plat dan dat ze het eten. Op veel plaatsen werd het beeld dus bepaald   door omgevallen en platgetrapt hoog gras.

Ik heb geprobeerd er met de zeis doorheen te komen, maar dat is erg zwaar omdat het gras al zo lang en droog is. Daarom hebben we van de boer een maaier geleend, die achter onze trekker past. Daarmee hebben we een groot deel kunnen maaien. Het beeld wordt er niet beter van (helemaal geel!) en aan het gemaaide gras heb je niets voor hooi.  We stapelen het daarom rond de boompjes, als mulchlaag en om de grond daar vruchtbaarder te maken. En als het ooit weer gaat regenen kan het overige gras weer groen uitlopen.

Er blijven nog wat randen hoog gras staan, voor de vlinders, krekels en konijnen.

Tot die tijd moet ik water geven. Zowel aan de boompjes die afgelopen winter zijn geplant als aan de boompjes van het jaar daarvóór. Dat is een fulltime baan. Bij ieder boompje moet de slang een minuut of twintig blijven liggen. Op die manier loopt het water niet weg over de uitgedroogde grond, maar langzaam diep de grond in, precies bij de boomwortels. Twintig minuten is te kort om tussendoor terug naar de boerderij te lopen en iets anders te gaan doen. Maar de moestuin moet ook water en dat is hetzelfde verhaal. Ik kom dus wel aan mijn stappen!

Intussen is er nauwelijks meer groen gras voor de schapen. Bijna alles is ofwel te lang en niet meer smakelijk, ofwel te droog, ofwel helemaal aan de andere kant van het terrein (dat is niet handig als je een schaap ’s ochtends moet ophalen voor het melken), ofwel er hebben minder dan drie maanden geleden nog schapen gestaan (dan zitten er nog wormen-eitjes in het gras). Heb je zóveel land en niet eens een plek waar drie schapen plus twee halfwas een beetje lekker kunnen grazen. De schaarse plekjes in de buurt van het erf waar schaduw (en dus nog wat groen) is, mag ik pas half augustus weer gebruiken: dan zijn de eitjes van de schapenwormen dood. Ik moet duidelijk een beter regime bedenken! Gelukkig heeft de boer gezegd dat ik ze dan wel tijdelijk mag zetten op het gedeelte dat hij pacht. Dat ligt wat lager en daar is het wel nog groen.

En komende week is er weer heet weer voorspeld… ik zie het met angst en beven tegemoet.  Met veel pijn en moeite blijven de bomen nu net in leven. Eén hittegolf en er zal gigantische schade zijn. Niet alleen op ons landgoed; ik zie ook elders, langs wegen en in de natuur, bomen (ook oudere bomen) die het héél moeilijk hebben met twee van deze droge jaren achtereen.  Wordt dit het nieuwe normaal? Het is erg zorgwekkend: het maakt duidelijk dat we echt een andere koers moeten inslaan.

De bouw ligt een beetje stil: we wachten op het storten van de keldermuren. Daarna kan het gat voor de fundering worden uitgegraven en de fundering gestort. Maar vóór we dat kunnen doen, moeten we ook zorgen dat we op orde hebben waar het uitgegraven zand heen moet. Dat willen we niet afvoeren, maar gebruiken om aan het eind en het begin van het terrein een dam te verbreden.  Dan kan de boer makkelijker het land op en af, zonder dat hij langs ons huis hoeft.  Vóór je iets kunt doen, moet je altijd iets anders doen…

 

 

 

 

 

Tropendagen

Eind juni pas en het is alweer kurkdroog. De grond begon nog met een achterstand van vorig jaar. In maart heeft het lekker geregend, maar daarna droogde de grond alweer snel uit. En de stortbuien die elders in het land in juni vielen dreven De Hoeve allemaal voorbij…

Intussen hebben we ook weer de nodige tropische dagen achter de rug. Dus ik heb weer een dagtaak aan water geven. Gelukkig dat we vorig jaar de bron hebben laten slaan! Het is nauwelijks bij te houden, want het gaat niet alleen om de moestuin, maar ook alle jonge aanplant van afgelopen winter en het jaar daarvoor heeft het moeilijk. Ik rijd dus weer met IBC-containers water achter de trekker over het terrein.

  

Nu is echt goed het verschil te zien tussen de fruitbomen, die van het voorjaar allemaal een dikke mulchlaag van oud hooi hebben gekregen, en het “landschappelijk” plantgoed wat gewoon in het gras is geplant. De mulchlaag zorgt ervoor dat de aarde een stuk langer vochtig blijft. Maar als dit weer aanhoudt zal ik toch ook die van water moeten gaan voorzien.

   

Joris heeft de hitte getrotseerd en was in de loeihete kelderkuil stoïcijns aan het betonvlechten. De opgaande delen van de wapening mogen we zelf doen, dan doet de aannemer de (stalen) bekisting. Mits het wel helemaal waterpas wordt natuurlijk.

   

Sinds kort kijken we uit op de koeien van “onze” boer Arnaud, die in het weiland grenzend aan het onze grazen. Aan de zuidkant van de scheidingssloot, op ons terrein, staat rij grote eiken.  De koeien laten duidelijk zien dat ze daar erg blij mee zijn!

En met deze hitte is het in ons tijdelijke onderkomen ook te heet om te slapen. Buiten is het beter uit te houden. Het wordt alleen wel èrg laat donker en èrg vroeg licht. En afgelopen weekend was het dorpsfeest, met snoeiharde pompende muziek  tot 2 uur ’s nachts. Dus na de hete dagen liep ik een beetje te wankelen op mijn benen. Gelukkig is het nu wat koeler weer!

 

Alles tegelijk

In mei was het nog lang koud. En juni was heel warm.  Daardoor zijn in de moestuin de vroege groenten laat en de late groenten vroeg. Alles is dus tegelijk.  Met het hete weer schiet alles de grond uit en omdat ik ijverig water geef groeit het meeste goed. We oogsten volop sla, broccoli, meiraapjes, spitskool, koolrabi, tuinbonen, kapucijners, sugar snaps, knolvenkel, verse uien en jonge aardappels. Wat we niet op kunnen geven we weg of vriezen we in. De vriezer zit al halfvol en dan moeten de sperziebonen en courgettes nog komen!

   

   

De bietjes gaan  wat minder dit jaar, vooral omdat de jonge loopeendjes een voorliefde hebben voor bietenblad. En dan eten ze niet de snijbiet (die ook welig groeit, maar waar we niet eens aan toe komen), nee, het moeten natuurlijk de mooie zoete zaailingen van zomerbietjes  zijn. Nou ja, niet alles kan goed gaan.

Met het gedierte gaat het sowieso wat minder. Nel geeft nog altijd niet meer dan een halve liter melk per dag (plus wat de lammeren drinken. Dat moet overigens het nodige zijn, want ze groeien als kool.) De schapen blijken een worminfectie te hebben, die ze waarschijnlijk hebben meegebracht van de verkoper en die zich pas bij warm weer openbaart. In eerste instantie sloeg het ontwormingsmiddel wat ik van de dierenarts kreeg ook nog niet aan: hun wormen zijn er resistent voor. Ik heb ze nu opnieuw ontwormd met een ander middel. Beide keren betekende dat, dat ook dat halve litertje melk een week lang mijn neus voorbij ging (wachttijd).

De lammetjes zijn flink gegroeid. In dit hok zet ik ze ’s nachts apart, zodat ik moeder kan melken. Ze liggen er overdag ook graag in voor de schaduw te herkauwen. Het was een konijnenren. We vragen ons af voor wat voor soort konijn precies, want het hok is zo zwaar, dat het alleen met de trekker te verplaatsen is. Het is in ieder geval lammetjes-proof!

Vanwege de wormen moet ik een streng omweidingsregime aanhouden: ze mogen pas na 3 maanden terugkomen op een plek waar ze eerder hebben gestaan. Op zich hebben we natuurlijk weiland zat, maar het betekent dat we bijna alleen plekken in de zon hebben. De schaarse plekken met schaduw zijn inmiddels ‘verbruikt’ en op de plekken waar nog schaduw is kan ik de elektrische netten niet goed neerzetten. Op echt hete dagen zet ik de dames daarom aan een pen langs het pad.  Dat was even wennen, maar het is te prefereren boven oververhitte schapen in de zon.

Nel en Babette liggen ook graag in de schaduw.

Het omweidingsregime betekent overigens ook dat het gras te lang wordt op de plekken waar de boer niet heeft gemaaid. Ik doe mijn best met de zeis, maar het is niet bij te houden. Daar moeten we echt nog een oplossing voor verzinnen!

Arie staat, in verband met geboorteregulatie, momenteel apart. Maar hij wordt helemaal hysterisch als hij de dames niet in het oog kan houden. Dan stelt een schrikdraadnet weinig voor… Nadat hij zich tot vier keer toe als een soort rollade in het net had weten te wikkelen heb ik besloten dat hij ook aan een pin gaat, buiten het damesweitje. Best handig, eigenlijk. Zo kan hij mooi het gras maaien rond ons opgeslagen bouwmaterieel. Wel goed opletten steeds, dat hij niet binnen bereik van de boompjes staat. Want die eet hij ook graag.

En de kippen zijn, na de eiervloed in maart en april, in de loop van mei weer vrijwel helemaal gestopt met leggen. Binnenkort moet ik de geconserveerde eieren gaan aanbreken. In Amersfoort hebben we nooit problemen gehad met de kippen, maar hier heb ik drie keer nieuwe gekocht en houden ze er na een poosje telkens mee op. Vreemd. Tuinbouw ligt me duidelijk beter dan veeteelt.

Leentje en haar kroost maken de moestuin dus onveilig, maar wagen zich af en toe ook daarbuiten. En dat is dan weer minder, want gisteren liepen er opeens nog maar vier pulletjes achter Leentje aan. Gepakt door een kat, vos, rat of marter? We zullen het nooit weten…

Leentje en de eendjes op 21 juni. Het achterste witte eendje was gisteren opeens weg…

Beton!

Weer een mijlpaal: het eerste beton! Uiteindelijk kon de aannemer pas op vrijdag om 14.00 komen, terwijl wij om 14.15 weg moesten naar de bruiloft van Rik en Annelies. Het beton kwam van dezelfde betoncentrale met dezelfde chauffeur  als de vorige keer, maar we hebben hem nadrukkelijk gezegd dat hij niet op de rijplaten mag keren!

Er was maar precies genoeg beton… gelukkig is het de mannen  gelukt om de hele vloer netjes vlak te krijgen. (Ook wel fijn dat er niet ergens een halve m3 overtollig beton gedumpt hoefde te worden.)

Het volgende onderdeel zijn de opgaande kelderwanden. En dat is lastig, want die bekisting moet enorm sterk zijn in verband met het gewicht van het beton. De aannemer raadde ons zeer sterk af om die zelf te gaan bouwen.  Volgens hem kan het alleen met stalen bekisting, niet met een houten ‘verloren’ bekisting zoals wij van plan waren. Woensdag komt er iemand praten van een gespecialiseerd bedrijf. Misschien verhuren die ook bekistingen…

 

 

 

Loopeendjes!

Al vijf jaar hebben we twee Indische Loopeenden: Leentje het Eendje en Wouter de Woerd. Ze houden de moestuin vrij van slakken – ja, ze eten zelfs van die vieze grote glibberige dikke naaktslakken. De hele winter zoeken ze naar slakken-eitjes in de moestuin, zodat ik de lente niet begin met een explosie van slakken. En in de zomer legt Leentje lekkere eieren.

Meestal laat ze die zonder meer ergens vallen en vergeet ze ze dan. Dus wij eten ze zonder gewetensbezwaar op. Ze smaken naar …ei. Niet anders dan kippeneieren. Als je ze kookt stolt het eiwit iets eerder van van een kippenei, en de dooier juist iets later. Dus het is makkelijker om een perfect eitje te koken.

Maar half mei vond ik al een paar dagen geen eieren. Totdat ik op een gegeven moment Leentje zag zitten, geposteerd tussen de composthoop en en stuk opgerold gaas. Toen ze even van haar plek ging inspecteerde ik de plek en ja hoor! Zeven eieren in een nest, zorgvuldig afgedekt en verstopt onder een laagje hooi en veertjes.

En even later zat Leentje zowaar te broeden. We hielden ons hart vast, want normaal gesproken sluiten we de eenden ’s nachts altijd op, in verband met vossen, ratten en marterachtigen. Maar dat kon nu dus niet. We zetten wat graan en water voor Leentje, die ons woedend toesiste dat we uit de buurt moesten blijven. Af en toe kwam Wouter haar ophalen, om even de pootjes te strekken en een bad te nemen. Dan werd het nest opnieuw zorgzaam bedekt met een dekentje van hooi en veertjes, zodat het broedsel (waarvan één ei intussen was afgekeurd) niet zou afkoelen.

En… na vier weken was het zover. Vijf loopeenden-pulletjes! Naast het nest lag één volgroeid maar dood kuiken. De overige pulletjes zijn verbazend vlug ter been. Ze rennen samen met moeder door de moestuin en schuimen die af naar smakelijke insecten en andere beestjes. Grote naaktslakken zijn nog wat veel voor ze.  Ze zijn onmogelijk te pakken te krijgen, dus we kunnen ze nog steeds niet in het nachthok opsluiten. We hopen maar dat het goed gaat, met vossen, marterachtigen en niet te vergeten Aska, Max en Minoes die op het erf lopen…

Er gaat overigens wel meer niet goed in de ‘veehouderij’: de kippen zijn na een legspurt in maart-april om onverklaarbare redenen weer helemaal van de leg af. En ik melk nu dan wel, maar Nel geeft niet meer dan een ruime halve liter per dag. Geduld en leren…

Betonstaal!

Het Pinksterweekend stond in het teken van het betonstaal. Want het gat voor de kelder ligt nu al weken open en het wordt hoog tijd dat er ook daadwerkelijk een kelder in komt.

Eerste vraag: hoe krijg je de (loodzware) staalmatten in de kelder? Joris heeft een constructie aan de trekker gemaakt, waardoor hij de matten kan oppakken en in de kelder kan laten zakken zonder ál te dicht op de rand te hoeven staan. Dat ging goed.

En vervolgens is het een kwestie van puzzelen en ‘vlechten’. Dat is het aan elkaar vastzetten van de matten met een ijzerdraadje. Van Peter hebben we een mooi haakje geleend dat hij ervoor gemaakt heeft. Maar omdat we met ons tweeën zijn, omdat we nog héél veel meer moeten vlechten en omdat ik nog altijd last heb van pols en elleboog heeft Joris ook een ingenieus apparaatje gekocht. Eén keer trekken en er schiet een spiraal uit, die het ijzerdraad strak in elkaar draait.

Eerst de eerste laag, op blokjes en overal precies ver genoeg van de rand. Vervolgens de “haarspelden”, die aan de zijkanten de twee lagen wapening van elkaar houden, en de afstandshoudertjes die dat over de hele lengte doen. Daarna de bovenste matten. Nog niet vastzetten, want eerst moesten de L-vormige stukken er nog tussen gefrummeld, waar de wapening van de keldermuren straks  aan vastgemaakt wordt. Die bepalen wáár precies de keldermuur komt, best belangrijk dus.

Ook belangrijk: de detaillering rond de bron die vorige week in de kelder geslagen is. Hier komt (diep) grondwater het huis binnen, waarmee we het toilet willen gaan doorspoelen. Maar er moet natuurlijk geen (ondiep) grondwater lángs komen, als het weer eens een nat jaar is en het grondwater tot kelderniveau zou kunnen komen. We hebben er een mof omheen gezet. Die moet eigenlijk nog ingesmeerd met pvc-lijm en zand, zodat het beton er goed aan hecht. De ruimte tussen de mof en de bronpijp zelf vullen we op met vloeibaar rubber.

Al met al bijna drie dagen werk. Zwaar werk ook, het in elkaar gedoken zitten draadjes draaien terwijl je meer en meer balanceert op het betonstaal.  Maar dan heb je ook wat. Eerlijk gezegd vind ik het verbijsterend om te zien hoeveel staal er in zo’n vloertje gaat. Elke 15 cm moet er een draad zitten om spanningen op te vangen. Maar  door alle overlap, kruisingen en vastzetten zit er op sommige plekken wel twee keer zoveel.  Nou ja, we doen maar braaf wat de constructeur berekend heeft.

Lastig was wel, dat er door wind, zon en regen langzamerhand steeds meer zand de kuil in schoof. En toen het staal er eenmaal in lag werd het moeilijk om dat zand er weer uit te krijgen. Zéker op de plekken waar het tijdens regenbuien ónder het folie is gelopen. Aan alle kanten moet het staal met enkele cm beton zijn ‘ingepakt’, anders krijg je betonrot. Maar op sommige plekken is het zand langs de bekisting ónder het folie gekropen en wordt het folie dus tegen het beton gedrukt. Dus op het laatst heb ik ettelijke uren met mijn vingers onder de staalwapening en folie door zitten pielen om het zo goed mogelijk weer vrij te maken.

We hebben het nu maar zo goed en kwaad als het ging afgedekt met zeil. Vrijdag komt het beton. Of misschien woensdag, als de aannemer tijd heeft. Daar hopen we op: hoe eerder het beton er ligt hoe beter!

Grondverzet

Rond de bouwplek liggen grote bergen zand uit de kelder. Die willen we (deels) gebruiken om de voet van de werkplaats op te hogen. De werkplaats ligt namelijk op een sterk aflopend stuk van het terrein. Daardoor lag de fundering deels wat hoger dan ons eigenlijk lief is… en nog bloot. Dus hebben we weer een dagje een shovel gehuurd.

Joris is handig met manoeuvreren, ik deed het hark- en schepwerk. Het was nog een hele puzzel, want deze ophoging is voor de fundering van de werkplaats wèl, maar voor de wortelzone van de Grote Eik eigenlijk níet gunstig.  Rond bomen moet je de grond niet zomaar ophogen. Maar ja, het moet wel bruikbaar zijn…

Het compromis is geworden: onder de grote Eik een smalle ophoging rond de voet van de werkplaats, waar dan (ooit…) nog een vlonderterras overheen komt.  De werkplaats ligt nu deels wel een beetje op een terpje. Tja, we wonen in Friesland, nietwaar?

Aan de andere kant loopt het erf juist af naar de werkplaats toe. Dat hebben we met een laag zand een beetje uitgevlakt. Vooral niet te hoog; we zijn er nog niet helemaal uit wáár er uiteindelijk allemaal verharding moet komen en wat groen blijft. Of weer moet worden…

En aan de achterkant  grenst de werkplaats aan het ‘achterweitje’. Daar wil ik zeker dat het gras doorloopt tot vlak bij de werkplaats. Dus dat betekende: de zwarte grond zo diep mogelijk uitgraven, zand opbrengen en weer afdekken met zwarte grond. Lastig, omdat het achterweitje momenteel in gebruik is als opslagplek voor oude dakpannen, balken, stenen etc. Die moesten dus eerst verplaatst.

Al met al een hele dag (zwaar!) werk.  Maar het resultaat mag er zijn. Als is het hele erf nu wel één grote zandbak. Bijna jammer dat we geen kinderen hebben…

 

Eigen Melk

De lammetjes zijn nu drie weken oud. En dus kan ik Gaan Melken.

Behalve farmcamping Lazy en de Ouwendorperhoeve  waren ook de blogs van dit Duits-Ierse stel één van de inspiratiebronnen om melkschapen te gaan houden. Zij beginnen met melken als de lammeren drie weken oud zijn. De lammetjes lopen overdag gewoon bij de moeder(s) en komen dus voldoende aan hun trekken. ’s Nachts worden ze apart gezet, zodat je ’s ochtends de moeder kan melken.

Dit systeem heeft een aantal voordelen:

  • Je kunt tamelijk vroeg beginnen met melken, terwijl de lammeren toch nog voldoende melk krijgen en rustig kunnen overgaan op gras en brok;
  • Je hoeft maar één keer per dag te melken, terwijl de melkgift toch op gang blijft, omdat de lammeren overdag drinken;
  • Als je eens een keer niet wilt melken(omdat je weg moet of zo), dan laat je gewoon de lammeren die nacht bij de moeder.

Dat leek me ideaal. Nadeel is natuurlijk dat je een lagere opbrengst hebt, maar de bedoeling was dat ik twee schapen zou hebben om te melken. De Ieren hebben ongeveer 0,75 l per schaap per dag, en dat zou voor ons plenty zijn om de behoefte aan melk en yoghurt te dekken en af en toe een (zacht) kaasje te maken.

Dus ben ik daar deze week mee begonnen. Nel rent gewillig voor me uit om op de melktafel te staan. Maar het melken van de volle, strakgespannen uier vindt ze toch niet erg prettig. Veel getrap en af en toe uit nervositeit een plas. Dus na elke melkbeurt moet ik uitgebreid de melktafel schoonmaken. Veel gedoe, voor die driekwart liter melk. Geduld… ze went er vast wel aan.

En van de week heb ik ook, naar het voorbeeld van Bernadette, yoghurt gemaakt van de schapenmelk. Eén portie melk tegen de kook aan gebracht, in een steriele jampot overgedaan, laten afkoelen tot 42 graden, een lepel biologische yoghurt toegevoegd en weggezet in mijn bed. Na een paar uur heb ik er nog een warm kersenpitkussen omheen gelegd, om het niet teveel te laten afkoelen.  Het resultaat: een verrukkelijke, romige, zachte schapenyoghurt.

Mijn Eigen Yoghurt.  Van Mijn Eigen Melk. Die ik zelf heb gemolken uit Mijn Eigen Schaap. Wat ik zelf heb helpen aflammeren, nadat ze gedekt is door Mijn Eigen Ram.

Hoe blij kan je worden van een bordje yoghurt?

 

Spitsuur!

Dinsdagmiddag zou het wapeningsstaal bezorgd worden. Waar dat moest komen te liggen stond nog een puincontainer. Maar die zou maandag worden opgehaald.  En Joris had vanaf woensdag vrij genomen, om het hele Hemelvaartweekend aan de kelder te kunnen werken.

Maandagavond stond de puincontainer er nog. Maar dat was niet erg: het staal zou dinsdagmiddag toch komen?

Op dinsdag om 07.15 stond de transporteur van het wapeningsstaal op het erf. Hij bleek ons pad niet op te kunnen. We hadden gezegd: “een wagen van maximaal 10 meter”. Dat was genoteerd als “de bakwagen”. Maar ze hadden net één dag een nieuwe bakwagen en die was 12 meter. Intussen kon de buurman, die naar zijn werk moest, de Ratellaan niet uit omdat de bakwagen de weg versperde. Het zijn hier allemaal smalle weggetjes…

“Rijd maar even achteruit terug naar het parkeerplaatsje voor de kerk”, zei ik, “daar kan je in ieder geval keren. Ik kom er zo aan.”

Omdat ik een half uur later weg moest naar schapendrijf-training met Aska, dacht ik vast alles bij elkaar te pakken en vast met de auto naar het parkeerplaatsje bij de kerk te rijden. Maar toen wilde mijn bus niet starten.

Aska weer achter het hek gezet, snel de fiets gepakt en naar de kerk gefietst. Toen zag ik pas goed hoe groot de vrachtwagen was: de hele parkeerplaats stond vol! De chauffeur had intussen geprobeerd de vestiging van de leverancier in Wolvega te bellen, maar die was nog niet open (het was pas half 8, tenslotte).

Op dat moment kwam Aska vrolijk blaffend aangerend over de Jokweg. “We zouden toch samen weg gaan, waarom moest ik nou achterblijven?” Blijkbaar is het hek om het erf niet meer afdoende… En kwam de vrachtwagen om de puincontainer op te halen om de hoek. Nog zo’n vrachtwagen in de smalle Ratellaan.

Uiteindelijk heeft de chauffeur het staal naar de vestiging van de leverancier in Wolvega gebracht, dan moet die het maar komen brengen. Gelukkig was onze externe accu opgeladen, waarmee ik de bus weer aan de praat kreeg. En was ik toch nog netjes op tijd voor de schapendrijf-training. En dat alles vóór 09.00.