Sneeuw!

Op de laatste ochtend van de kerstvakantie keken we opeens een witte wereld in!

Dat zorgt voor mooie plaatjes, maar ook voor extra werk. De schapen kunnen nauwelijks grazen, ik heb ze wat hooi in de wei gebracht.

De kippen weigeren pertinent hun hok uit te komen.

Toen ’s middags de zon even ging schijnen zorgde dat wel voor heel prachtige winterplaatjes!

Maar de volgende ochtend lag er nóg meer sneeuw…en toen moest Joris wel naar zijn werk. Ik heb de schapen na het melken maar even in de stal gelaten terwijl ik een rondje met het hondje liep.

Ook dat levert mooie plaatjes op, vooral de kronkelige silhouetten van de elzen komen prachtig uit zo.

Het bruggetje over de Linde en het uitzicht vanaf het bruggetje.

Maar nu kunnen de schapen helemaal niet meer bij het gras. Ze proberen wel wat sneeuw te eten. Maar weer hooi brengen dus. Veel extra werk…

Gelukkig is het binnen in huis heerlijk warm!

Tijdelijke voorzieningen…

Toen we in 2022 in het huis trokken waren de muren nog niet gestuukt. We legden wat oude vloerkleden en tapijttegels op de vloer als tijdelijke voorziening en beloofden onszelf een houten vloer als we klaar zouden zijn met de muren.

De buitenmuren hebben we in 2022 al geleemd. Maar het muurtje tussen de woonkamer en de keuken moet nog steeds. Dat is zoiets dat steeds blijft liggen, en langer duurt dan gepland. Komt ook doordat ik nog niet goed weet hoe ik het aan wil pakken.

En bovendien ging de kopse gevel van het huis erg werken. Tussen de staanders van het gebint en de gevel ontstond een enorme spleet, waardoor ook een stuk van de leemlaag afbrokkelde. Daarvoor wil ik ook nog een keer de stukadoorsspaan ter hand nemen.

Dus de twee verschillende (inmiddels enorm smerige) vloerkleden en twee verschillende soorten tapijttegels die bovendien niet eens de hele vloer bedekten lagen er vier jaar later nog altijd. En toen verkochten Joris’ ouders hun vakantiehuisje in Zeeland. Daarvan was de zolder belegd met donkerblauwe tapijttegels.

“Meenemen?” vroeg Joris. “Wel behoorlijk donker…”
“Mja,” appte ik terug. “Maar als het er genoeg zijn voor de hele kamer wordt het wel meer een eenheid. Dat kijkt misschien rustiger.”
“Oké, ik gooi de hele stapel wel in de bus.”

Dus hebben we op eerste Kerstdag blauwe tapijttegels gelegd in de woonkamer. Ze zijn inderdaad behoorlijk donker. En behoorlijk gemeleerd. (Dat laatste heeft dan weer als voordeel dat ze minder besmettelijk zijn dan het witte wollen kleed wat er jaren lag.) En donkerblauw is niet echt meer onze kleur, dus ze staan heel erg lelijk bij de bank en bij de tegels van de keuken.

Maar het is inderdaad meer een eenheid, de kamer lijkt er groter door (zij het met een zekere studentenkamer-vibe) en het vóélt ook rustiger. Aan je voeten. Omdat je niet meer telkens al die overgangen in vloerbedekking, en de randjes waar kleden over elkaar heen lagen, voelt.

De kerstboom (in loodzware speciekuip met aarde) bleek exact op de plek van één tegel te staan, dus toen die op 2 januari weg was kon Joris de laatste tegels leggen. Nu ook netjes om de pootjes van de boekenkast heen.

En zo hebben we nu kamerbreed studententapijt. Oppassen dat we er niet aan wennen. Een wijze buurman zei ooit “Niets is zo permanent als een tijdelijke oplossing!” Maar ik hoop nog steeds dat er vólgende winter een houten vloer ligt…

Boven verder (2)

Tussen alle overige werkzaamheden door heeft Joris verder getimmerd aan wat we “de nieuwe kamer” hebben gedoopt. Een wand tussen de technische ruimte en de nieuwe kamer, mét deuren.

En handgemaakte deuren, met glas in lood, voor zowel de nieuwe kamer als de studeerkamer.

We merken dat met de deuren opeens de warmte in de studeerkamer veel beter blijft hangen. Dat is prettig!

Aftimmeren van het schuine dak volgt nog. Net als de knieschotten en schuifdeurtjes. En de boekenplanken in de studeerkamer. En de leem op de muren.

Er blijft altijd wat te doen…

Stront scheppen

De schapenstal begon weer aardig vol te worden. En het is kerst’vakantie’. Vorig jaar hebben we ook met de kerst de stal leeg geschept. Blijkbaar is dat het ritme, met deze stal: één keer rond de kortste dag, en dan nog een keer eind april. In de winter vult de stal zich sneller, omdat de schapen er dan meer tijd in doorbrengen en er dus vaker opgestrooid moet worden. Zeker in de lammetjestijd zorg ik altijd voor een dikke laag schoon strooisel.

Dus het werd weer tijd voor de stal-workout. Stap één is niet de stal, maar ruimte maken in de composthoop. Vanuit de stal gaat de mest op een hoop, die ik met pallets op zijn plek houd. Na verloop van tijd zakt de mest behoorlijk in elkaar. Gelukkig maar, want ik heb die ruimte hard nodig om er tuinafval en de inhoud van de keukenafval-emmer bovenop te gooien.

Voor ik kan gaan uitmesten moet de hoop halfverteerde-mest-en-wat-minder-verteerd-tuinafval dus omgezet naar stadium twee van de compostering. Daarvoor gebruik ik oude aardappelkisten. Die kregen we in 2020 met de dakpannen die op het huis liggen. Er stonden nog jarenlang restanten in (eerst) drie (later twee, en tenslotte nog één) aardappelkist(en) op de achterweitjes, Op de stal en het kleine schuurtje hebben we vorig jaar en afgelopen voorjaar de (bijna) laatste pannen gelegd. De allerlaatste liggen nu op een stapeltje elders, dus ik heb drie kisten beschikbaar om composthopen in te maken. Gat in de zijkant, wat ik kan dichtstapelen met plankjes – perfect!

Die kisten had ik al grotendeels leeg gemaakt bij de aanleg van de border. Het omscheppen van het compostmateriaal is voor mij twee keer ruim een halve dag zwaar werk.

Sommige gedeelten zijn al bijna perfect verteerd, andere bevatten teveel zaagsel (koolstof) of zijn teveel uitgedroogd geweest om te verteren. En helemaal onderop is de mest zo in elkaar gedrukt dat er geen zuurstof beschikbaar was voor de vertering. Ik schep alles luchtig door elkaar en zorg ervoor dat het minst verteerde materiaal onderop komt te liggen, dat laagjes stikstofrijk- en koolstofrijk materiaal elkaar goed afwisselen en dat alles licht vochtig is (niet te nat, want dan ontstaat er methaan).

Tenslotte dek ik de hoop af met een dikke laag schapenwol, om de warmte van het verteringsproces vast te houden, en een laagjes landbouwplastic, om de vochtbalans goed te houden. Dat is over twee maanden perfecte compost voor de moestuin!

Mijn rug moet dan minimaal een dag bijkomen, daarna is het tijd voor de grote uitmest-dag! Dat doen we met ons tweeën, want anders lukt het niet in één dag. Schapen op tijd in de wei, en terwijl Joris de hond uitlaat begin ik vast met het strooisel wat nog enigszins droog is opzij te leggen. Gek genoeg is het aan de randen en in de hoeken eigenlijk nog prima te gebruiken. Maar in het midden is het echt verzadigd van mest en urine en flink in elkaar getrapt. Dat moet eruit; alles wat nog opnieuw gebruikt kan worden (toch wel ongeveer veertig procent!) leg ik tijdelijk opzij in het ‘werk’gedeelte van de stal.

En dan veertig centimeter natte mest afgraven en wegkruien. Fijn dat er nu een straatje is aan de buitenkant van de mestdeur! Ik zorg altijd voor veel zaagsel en/of vlas onderin de potstal. Dat bevat veel koolstof en neemt de urine op. Daardoor is het niet kletsnat en valt de ammoniaklucht mee. Al blijft het natuurlijk niet het meest welriekende klusje.

Als de stal leeg is (geen foto) gaat het her te gebruiken strooisel er weer in. Daaroverheen een laag vlas en zaagsel en dan wat schoon stro om de boel af te dekken. Aan het eind van de dag liggen de schapen weer dertig cm lager op lekker droog strooisel en is de compostbult vol. Na een paar dagen zie je de stoom er al uit opstijgen!

Tuinwerkzaamheden

Begin november hadden we weer bestratingswerkzaamheden. Maar een stuk kleinschaliger, en véél voorzichtiger dan vorig jaar! Sjoerd heeft drie buitengewoon keurige paadjes aangelegd: achter de stal langs naar de mestbult toe, voor het huis langs (zodat ik de ramen kan lappen zonder me door een oerwoud te hoeven worstelen) en door de border aan de voorkant van het huis naar de moestuin toe.

Die border was ook een groot project van dit najaar. In 2022 was die aangelegd met eigenlijk niet zulke hele goede grond. Maar ik plantte er wat tamelijk droogtebestendige soorten en zaaide er wat inheemse planten tussendoor, en hoopte verder dat er zich snel een strooisellaag zou vormen.

Nou mooi niet dus. Als het veel regende (zoals in 2023) zag het er nog wel mooi uit. Maar in droge perioden ging alles dood. En intussen greep het kweekgras zijn kans. Plus de guldenroede en een astertje, dat ik van een vriendin had gekregen. Het bloeit in het najaar heel mooi lila. Gedurende drie weken. De rest van het jaar overwoekerde het de hele border.

Eigenlijk moest het dus helemaal overnieuw. Dan zijn er twee remedies: afgraven en opnieuw beginnen, of twee jaar afdekken met worteldoek en opnieuw beginnen. Dat laatste is het meest ecologisch. Maar dan kijk je twee jaar tegen zwart worteldoek aan.

Bovendien zou ik dit najaar een grote hoeveelheid veengrond krijgen. Er worden nieuwe petgaten bij de Linde gegraven, en die grond moet binnen een straal van een kilometer (of zo?) verwerkt worden. Ik had afgesproken dat wij 400 m3 zouden krijgen, grotendeels om op het weiland te verwerken. Maar dat bood natuurlijk ook een prachtige kans om die border te vernieuwen.

Dus vanaf september ben ik bezig geweest. Eerst wat er nog van de vaste planten over was, uitgegraven, alle kweek en ander gras en onkruid tussen de wortels weg gepeuterd en ingekuild achter het huis. Toen, samen met Rixt en Huub, de rode esdoorns verplaatst en een begin gemaakt met het afgraven van de slechte grond.

Van de border voor het huis bleef weinig over, toen ik eenmaal zoveel mogelijk wortelstokken van de astertjes had verwijderd. Er kwamen nog een paar vaste planten onder vandaan, die moedig hadden stand gehouden.

De overtollige grond kon ik gebruiken om de ruimte tussen de Grote Eik en de sloot, waar we vorig jaar een muurtje hebben gestapeld, op te vullen. Nu kunnen de eendjes niet meer de Grote Eik ondermijnen! En het is daar niet zo erg als er kweek groeit.

Maar het is verbazend hoeveel kruiwagens het zijn, als je zo’n hele, behoorlijk verhoogde border ver genoeg wilt afgraven om van de kweekwortels af te raken. Het voordeel was, dat ik daardoor weer dichter bij het oude maaiveld kwam. Daar zat eigenlijk betere grond dan dat er op gekomen was.

Bij de aanleg van de paadjes door Sjoerd bleef ook zwarte grond (zonder kweek) over. Maar goed ook, want de veengrond was intussen afgeblazen, vanwege gedoe met de vergunningen.

Ik heb eindeloos zware kruiwagens grond weggebracht. Ook om de vele kraters die Aska overal in het weiland had gegraven dicht te maken.
Daarna heb ik de grond die er overbleef, opgehoogd en verrijkt door er weer vele kruiwagens leem en compost, plus een hele zak bentoniet doorheen te spitten. En toen het geheel afgedekt met een laagje bemeste tuinaarde.

Wéken werk, al met al. Het is natuurlijk niet iets wat je in kwartiertjes tussendoor doet, of op dagen dat het giet van de regen. En intussen gingen de maanden heel snel voorbij, tot het plantseizoen eigenlijk al over was!

Gelukkig was december uitzonderlijk zacht (nou ja, of je er blij mee moet zijn is de vraag. Maar het was nu wel even handig). Pas tweede helft december kon ik eindelijk de planten terugzetten en bollen planten. Het geheel snel nog afgedekt met een laag gesnipperd riet en herfstblad om de bodem te beschermen – en nu mag het winter worden!

Ik ben heel benieuwd hoe het er in het voorjaar uit ziet!