Helofytenfilter

Op de Ratellaan is geen riolering. Dus moeten we zelf voor onze afvalwaterzuivering zorgen. Volgens de gemeente moest dit minimaal een “verbeterde septictank” zijn. Ik vermoed dat ze daarmee bedoelen wat ook wel een “technische IBA” (individuele behandelinstallatie afvalwater) genoemd wordt. Maar wij willen het graag een tandje beter doen en hebben daarom een helofytenfilter aangelegd. Dat mocht ook van het Wetterskip.

Wat is het verschil?

Een septic tank is niets meer of minder dan een grote bak waar afvalwater in komt. De vaste bestanddelen zinken naar de bodem en gaan, door bacteriewerking in oplossing. Bij voorkeur bestaat de tank uit drie kamers. In de eerste, grootste ruimte blijft de meeste prut al hangen. Periodiek loopt deze over in de tweede kamer, waar nog wat prut bezinkt, en dan naar de derde kamer. Het water wat uit  de tank komt is rijk aan opgeloste organische stoffen en zwavelverbindingen en stinkt dan ook flink.

Daarom hebben wij ervoor gekozen dit water na te zuiveren door middel van een helofytenfilter. Dat is een bed van zand en grind (heel voedselarm dus), waarin riet groeit. (En eventueel ook andere planten, maar die zullen het op termijn tegen het riet afleggen). Op de wortels van het riet (en de eventuele andere helofyten) leven bacteriën. Die breken de opgeloste stoffen in het water af tot voedingsstoffen die het riet kan gebruiken. Het water wat uit het filter komt is schoon.

Natuurlijk zitten er een aantal technische details aan – die staan op de website van onze leverancier, Kilian Water, duidelijk uitgelegd. Maar belangrijk voor ons is dat het een heel robuust systeem is – mits goed aangelegd. Een “technische IBA” werkt als het goed is prima, maar heeft de nodige pompen en electronica. Dat kan ook stuk gaan. Aan een helofytenfilter kan eigenlijk niets stuk gaan (tenzij je er chloor in gooit – dan zijn de bacteriën in je septic tank dood. Maar dat geldt dus eigenlijk voor alle systemen want die beginnen allemaal met een septic tank). Op deze blog staat meer informatie over de verschillende systemen.

Dus afgelopen donderdag en vrijdag is ons systeem aangelegd. We hebben ervoor gekozen om direct maar een groot systeem aan te leggen: een septic tank van 6 m3 en een helofytenfilter van 40 m2. Dat is eigenlijk véél te groot voor een tweepersoonshuishouden, maar als we onze plannen met verblijfsrecreatie gaan waarmaken hoeven we straks niet meer uit te breiden.

hier ligt het terrein er nog ongerept bij…

Edwin Logtenberg, een loonwerker uit het dorp, heeft donderdag een diepe put gegraven voor de septic tank en de pompput. Daarna hebben we samen de bak voor het helofytenfilter aangelegd. Dat was een precies karweitje want de rand van de bak moest verhoogd aangelegd en exact waterpas, terwijl het maaiveld op die plek hartstikke scheef loopt. Bovendien kan een graafmachine die de grond naar zich toe trekt alleen een rechte zijkant maken  aan het gat wat hij trekt. Gelukkig heb ik lang geleden, toen ik nog archeologisch veldwerk deed, genoeg ervaring met graafmachines en meetmethodes opgedaan. Het was leuk om die kennis weer een keer te gebruiken!

Het graven van de pompput – vlak naast het pompoenenveldje

En de eerste hap uit het weiland voor het filter

En passant deed ik weer wat informatie over het perceel op: op de plek van het filter liep ooit een geul. Daar is veen in gaan groeien, waarschijnlijk tijdens een warmere periode aan het einde van de laatste ijstijd. Tijdens een koudere periode is over het veen weer zand afgezet. Waarschijnlijk is de poel die begin twintigste eeuw nog op ons terrein lag een overblijfsel van die geul. De poel willen we trouwens herstellen, maar dat is een ander onderwerp en daar blog ik een andere keer over.

de donkere vlek in de bodem van de put is de onderkant van de geul; in het profiel is de overstoven geul (slecht) te zien

Aan het eind van de middag lag er een keurige rechthoekige bak, met waterpas rand. Nu maar hopen dat het niet zou gaan regenen ’s nachts waardoor de randen weer zouden kunnen instorten… Gelukkig viel dat mee.

Vrijdag was de grote dag! Om 08.00 arriveerde Gerrit van Kilian Water. In de bak kwam superstevig folie, daarin een geperforeerde drainageslang die via een monsterputje is aangesloten op de afvoer.

Rond de drainageslang grind, wat werd afgedekt met worteldoek.

Op het worteldoek kwam zand, dat ook weer exact waterpas moest worden afgewerkt. Daarop ligt de toevoerleiding, en daarnaast werden de rietplantjes geplant.

De plantjes zien er nog wat miezerig uit. Maar riet is oersterk, dus als het goed is overleven ze het wel.

En het geheel werd weer afgedekt met een laag grind.

Intussen arriveerde de vrachtwagen met de septic tank en pompput. Dat was heel erg spannend, want ons onverharde pad is er door alle regen niet steviger op geworden. En het onvermijdelijke gebeurde dan ook, de vrachtwagen kwam vast te zitten. Gelukkig trok Edwin hem er zo weer uit.

 

De vrachtwagen heeft een kraan waarmee hij de putten in het gat tilt. Óók een heel spannende operatie!
Mooi speelgoed hoor, zo’n glimmende vrachtwagen met supersterke kraan…

Met één schuin oog op Buienradar hebben we de putten geplaatst. En gelukkig: het ging exact op het moment dat hij weer op het asfalt was pas regenen.

Daarna moesten alle systemen op elkaar aangesloten worden en de gaten weer gevuld. Al met al waren we om 18.30 klaar.

Het helofytenfilter ligt er keurig bij, al zijn de plantjes nog wat zielig. Maar met al het zware materieel hebben ons pad en het terrein  van de hele operatie flink te lijden gehad…

Op de voorgrond de schachten van de pompput en de septic tank. Op de achtergrond het helofytenfilter. Een deel van de betonplaten van de westschuur hebben we er al uit gehaald, om een rijbaan over het modderpad te improviseren.

 

 

 

Sterke mannen

In ruil voor het gras kwam onze boer met zijn broer (en zijn hulp) ons weer een dagje helpen  met het leeg trekken van de laatste schuur. Daar stonden vooral heel veel oude landbouwwerktuigen in en relatief weinig rommel.

Héél zware landbouwwerktuigen…

Van sommige vroegen we ons af hoe de oude meneer ze er in vredesnaam ooit ín heeft gekregen. Zelfs met behulp van de shovel en vier sterke mannen kregen we de betonmolen er maar nauwelijks uit.

De oogst: een hooischudder, kunstmest- of zaadstrooier, hooiswiller (zo schijnt zo’n ding te heten – wij noemden het altijd een ‘pauwestaart’), mestschuif, twee oude melktanks, een prehistorische betonmolen, stapel oude autobanden, héél veel weidepaaltjes, wat balken en planken die misschien nog bruikbaar zijn tijdens de bouw, de onvermijdelijke oude auto-onderdelen en uiteraard de nodige onbestemde rommel.

Veel apparaten nog in verbazend goede staat. De hooischudder hadden de mannen zo weer draaiend. Een paard ervoor is wel handiger.

De hooischudder houden we, een aantal andere apparaten hebben hun weg gevonden naar liefhebbers en schrootcontainer nummer vier zit nu overvol.

Bloedluis!

We vonden al dat de kippen er de laatste tijd een beetje appelig uitzagen. En opeens zag ik het: bloedluis!

Bloedluis komt in vrijwel ieder kippenhok voor. Maar bij warm en vochtig weer (zoals nu) kunnen de mijten (want dat zijn het) zich explosief vermeerderen. Dat valt in eerste instantie niet op, want overdag kruipen ze weg in kieren en spleten. (En die zitten helaas ook in ieder kippenhok). ’s Nachts komen ze tevoorschijn om de kippen te belagen. Die worden helemaal lekgeprikt. Tot de mijten zo talrijk zijn dat er hele korsten van volgezogen rode mijten in het hok ontstaan. En dat was nu het geval. Getverderrie!

Karali zou een dagje komen helpen bramen snoeien, maar dat werd een dag hok ontsmetten. We hebben het hele hok schoongemaakt met kokend sodawater. Daarna met een verfföhn alle kieren goed heet gedroogd, in de hoop de laatste vampiertjes kapot te stomen. (“Burn baby, burn!” riep Karali uit). En daarna al het houtwerk en alle kieren met witkalk behandeld (dat zou de allerlaatste mijten moeten verstikken).

Het hok zag er prachtig schoon en wit uit. Maar toen ik ’s nachts ging controleren zag ik helaas wéér mijten over de muren kruipen…

We grijpen nog niet naar de fipronil (hoewel ik het hele fipronil-dossier een regelrechte soap vind – er zit meer vergif in een glas wijn!), maar gaan het eens proberen met ‘oliebadjes’ waar de mijten doorheen moeten om de kippen op de zitstok te bereiken. Daar kunnen ze niet doorheen en hopelijk worden de kippen dan niet meer belaagd.

 

 

Te hooi en te gras

Vandaag kwam de boer weer ‘te maaien’. Dat is de tweede keer dit jaar. Eind mei is er ook al een snee af gegaan. Ondanks dat het land niet bemest is, groeit het gras op sommige delen toch nog flink. Vooral waar de leem wat meer aan het oppervlak zit, dat kan je nu goed zien. Het heeft natuurlijk ook wel heel veel geregend de laatste tijd.

We merken nu goed, dat de boeren tegen het weerbericht op moeten werken. Zodra er een droog interval van meer dan 24 uur wordt voorspeld (zoals nu) hoor je overal de maaimachines. En daarna de hooischudders.

Tot hooi zal ons gras het niet brengen dit keer, daarvoor ligt het een dag te kort. Het wordt kuilvoer, waar het jongvee van onze boer van de winter een lekkere hap aan heeft. Een fijn idee.

Omdat de maaimachine niet overal bij kon komen (rond de markeerpaaltjes voor onze grondwaterpeilbuizen en in de hoekjes rond de  schrootcontainer) heb ik een handje geholpen aan de randjes. Ouderwets met vrouwkracht en de zeis. Dat is toch weer anderhalve hap extra voor het jongvee 🙂

Omdat er voor dinsdag regen was voorspeld is de boer nog tot ’s avonds 22.15 bezig geweest om het gras op richels te leggen. Dinsdag kwam de loonwerker, die het in 24 prachtige grote ronde balen draaide.

Jammer genoeg heb ik geen foto van de kar met balen die het terrein af reed, omdat ik toen net bezig was een uitbraak van bloedluis in het kippenhok te bestrijden.

 

Drukke dagen

Nu we hier eenmaal wonen is er zoveel te doen dat het schrijven van blogs een beetje achterloopt.

Afgelopen week hebben we een begin gemaakt met het leegruimen van de “westschuur”. Op dinsdag kwam Joop een dag helpen – toen ging het héél hard.

Joop vindt de zelfgemaakte strijkplank erg leuk

De schuur zit heel wrak in elkaar en lekt aan alle kanten. En wat kwam daar weer een hoop zooi uit! Rottend hout, een oud naaimachine-onderstel, kisten met weckpotten, oude kleren vol rattennesten, héél veel schroot, vijf olievaten met onbekende inhoud, bloempotten, geraamtes van fietsen, bromfietsen en landbouwwerktuigen, een oude bungalowtent, auto-onderdelen, emmers met afgewerkte motorolie, een zelfgemaakte strijkplank, golfplaten, kippengaas, oude kranten, weidepaaltjes, onbestemde stukken oud ijzer, dozen met badkamertegeltjes, vele ongelezen (maar wel door de ratten aangevreten) jaargangen van “De Boerderij”, stukken tuinslang en weer drie oude accu’s.

“Die moet je niet wegdoen hoor”, zei een dorpsgenoot. “Die zijn geld waard!”.

“Oud ijzer, ja”, zei ik. “Maar accu’s?”

“Ja joh, vijftig cent de kilo!”

Eens even nagezocht, en inderdaad. Dat is nou jammer. We hebben al  meer dan 30 oude accu’s naar het afvalbrengstation gebracht die allemaal meer dan 10 kg wogen. (En sommige nog wel véél meer). Daar hielden de mannetjes bij het afvalbrengstation wijselijk hun mond over…

Onaangenaam om in deze vieze zooi bezig te zijn. Hulde aan Joop!

Wat zou de oude mijnheer toch met deze doosjes tegels van plan zijn geweest?

Onder een oude bungalowtent vonden we olievaten met onbekende inhoud
metaal, hout, puin, papier, glas, chemisch… alles wordt netjes gescheiden
En de zoveelste kruiwagen schroot

Het volgende project was het ‘kasje’ dat tegen de schuur was aangebouwd. Ook weer een project van allerlei tweedehands materialen, waaronder nota bene glas-in-lood ramen. Waarschijnlijk uit de tijd dat iedereen die dingen weg deed. Door de jaren heen zijn de nodige ruitjes uit de kas gevallen en vervangen door andere (auto)ramen, die er min-of-meer in geklemd zijn. In, achter en rond de kas uiteraard weer de nodige onbestemde zooi. Het geheel stevig overwoekerd door een druif en braamstruiken. Het heeft me heel wat schrammen gekost voordat alles weg en vrij was.

Het ruimen leverde weer een overvolle 10-kuubs container met afvalhout op. Die ik dit keer zonder spijt zag vertrekken: het was echt allemaal vies, oud en rot, nergens bruikbaar voor.

Met de regen van de laatste weken en het verkeer van containerwagens heeft ons toegangspad het zwaar te verduren. Een deel is op zand, daar gaat het prima, maar een deel loopt ook over wat lemiger grond. Binnenkort gaan we eens kijken of we een mini-puinbreker kunnen huren. We hebben al aardig wat puin liggen en met een laagje gebroken puin kunnen we mooi het pad verstevigen.

Intussen heeft Joris de werkplaats van de oude mijnheer ingericht als zijn eigen werkplaats. Nadat ik de muren had witgeschilderd zag het er al een stuk vriendelijker uit. Wat een opluchting dat we nu het meeste gereedschap weer kunnen vinden!

De kittens Minoes en Max groeien voorspoedig. Ze mogen nu ook naar buiten en komen weer terug als ik ze roep. Buiten spelen is leuk, maar de varens in de vensterbank molesteren vinden ze helaas nog véél leuker.

Voor de komende weken staan er nog genoeg projecten op stapel. We gaan het helofytenfilter aanleggen dat ons afvalwater moet zuiveren, we gaan de laatste schuur leegmaken, er moet heel wat snoeiwerk gedaan worden en we gaan het pad verstevigen. Wie komt er helpen?

 

WC en workshop

Ik blogde al eerder over het composttoilet dat Joris gemaakt heeft. En dat we uiteindelijk op de plek gezet hebben waar ook de oude mijnheer zijn wc had.

Nou was die wc vast functioneel, maar erg decoratief aangekleed was het allemaal niet.  Twee muren van het hokje waren van onafgewerkt cement, de derde van splinterige planken. Het plafond bestond uit een (doorzichtige) oude plastic voederzak, die onder een doorschijnende golfplaat in het dak zat. Daardoor was er weliswaar daglicht, maar in de loop der tijd was er het nodige vuil opgehoopt op en tussen de lagen plastic. Daardoor zat je toch een beetje met het groezelige gevoel dat er ieder moment rattenkeutels op je hoofd konden vallen. Bovendien was de plastic zak net niet breed genoeg. Dat was opgelost met een stuk karton, maar dat was in de loop der jaren scheef gaan hangen en krom gaan trekken.

En om het helemaal erg te maken: ergens erboven ontbraken wat dakpannen. Het water dat daar naar binnen kwam vond niet alleen via de lagen plastic en karton zijn weg de toiletruimte in, maar ook via de vloer. Want de betonvloer loopt af richting de voormalige wc. Met als gevolg dat na iedere bui de vloer blank stond met modderig water, wat op een toilet altijd onaangename associaties oproept.

Kortom: het composttoilet functioneerde uitstekend (geen stank en -tot mijn verrassing- zelfs geen vliegen), maar echt ontspannen zat je er niet.

Zondag hadden we een workshop “haren van en maaien met de zeis” op het erf. (Haren is het heel dun uithameren van het blad. Dat moet zo dun als een scheermes worden een dat krijg je met slijpen niet gedaan. Maar een zeis goed haren is een hele kunst!) Met zoveel bezoek in het vooruitzicht was het zaterdagmiddag hoog tijd om het toilet een beetje te beschaven.

Joris heeft eerst een stuk van de overkapping tussen de stal en de ‘noordschuur’ weg gehaald, zodat hij er bij kon. De  overkapping en het dak van de stal vormden een soort V. Wat een hoop rotzooi had zich daar opgehoopt!

 

De golfplaten vielen zo uit elkaar toen we ze eraf haalden. Geen wonder dat het erdoorheen lekte! Zonder de golfplaten konden we ook het plastic-zak-plafond een beetje schoonvegen. We hebben het vervangen door een ander stuk golfplaat, wat we in één van de andere schuren vonden en wat nog wat heler was. Het kostte wat gepruts en gevloek om het op zijn plek te krijgen.

Je kijkt hier tegen de achtermuur van het wc-hokje aan. De grijze plaat is het plastic-zak-plafond.

Binnen heb ik de cementmuren wit geschilderd. De muur van splinterige planken heb ik bekleed met prachtige eiken fineerplaten, waar we een voorraadje van aantroffen in één van de kleine slaapkamertjes. Het plastic plafond bleef groezelig ogen, maar leek wel een waterkerende functie te hebben. Dus voor de zekerheid hebben we het maar laten zitten en eronder ook een eikenfineer-plafonnetje aangebracht. Jammer van het daglicht, maar we hebben nu wel een toilet met een onvervalste Oostblok-hotel-look. Voor een wat vrolijker noot heb ik er maar wat vlaggetjes op gehangen.

.

Zaterdagavond ging het regenen – een mooie vuurproef. We liepen met zaklantaarns rond (het was intussen donker), maar HET BLEEF DROOG in het toilet. Het wekt nog steeds een beetje associaties op  met de toiletvoorziening van een camping à la ferme anno 1970, maar dat is een hele verbetering ten opzichte van associaties met de toiletvoorziening van een zuidoost-Aziatische gevangenis.

En de workshop zeisen? Die was hartstikke leuk! Er werd druk gehaard, gemaaid, gewet en gestrekeld. Een enkel buitje mocht de sfeer niet verstoren en we sloten af met een lekkere BBQ. Veel geleerd, gezellige mensen en heerlijk gegeten. Wat geweldig leuk dat we zulke dingen op ons erf kunnen organiseren. Dank jullie wel John, Alef, Lieve, Yann, Ric, Cecile, Don, Gretchen, Jojanneke en Jasper voor deze geweldige dag!

haren op een Duits ‘Dengelaparat’
haren op een ‘potje’
knijpen met de zeisknijper
En het ècht haren, met de hand op een haarspit


 

 

 

Groententuin

Ik mis mijn groentetuin. Dit voorjaar heb ik, zoals ieder jaar, gewoon netjes gezaaid en geplant. In mijn mooie bedjes, waarvan ik de bodem vijf jaar lang zorgvuldig zo min mogelijk bewerkt heb maar wel gewied en veel organische stof toegevoegd, zodat het een luchtig en vruchtbaar geheel was…

Maar ik wist natuurlijk dat ik er dit jaar maar nauwelijks van zou kunnen oogsten. Vlak voor de overdracht stond ik nog bietjes en uien uit te graven… de rest is nu voor de nieuwe bewoners. Het zijn aardige mensen, dat scheelt.

Om in De Hoeve een stukje groentetuin aan te leggen, daar had ik gewoon geen tijd voor. Ik begon nog met eind april hoopvol een klein stukje van de voormalige moestuin ‘om te spitten’. Maar die tuin is volledig vergrast. De graswortels vormen een ongelooflijk taai en dicht netwerk. En daar doorheen groeien bramen. Na een uur werk had ik nog geen vierkante meter kaal… dit was duidelijk niet de weg.

Maar. Ik blogde al eerder over het stof-met-zand-met-oud-hooi-en-verrotte-takjes dat we (met hulp van Hanneke) uit de tasruimte hebben gekruid. En stof, oud hooi en verrotte takjes… dat is feitelijk allemaal organisch materiaal. Dus eigenlijk was dat gewoon heel humeus zand. Wel heel erg steriel en kurkdroog zand.  Van bodemleven geen sprake. Maar toch. Als je daar nou wat stikstof aan toevoegt, dan zou er toch iets op gang moeten komen. En laat ik nou stikstof beschikbaar hebben. In een hoek van het terrein staat een oud varkenshokje, waar nog een laag decennia oude, kurkdroge varkensmest in ligt.

Dus. Ik heb tussen de bedrijven door in de hoop zand / stof wat gaten gegraven, daar een plak geweekte mest in gestopt, er wat courgettes, patissons en pompoenplanten in geplant en als ik tijd had er een emmer water bij gegooid.

En kijk nou.

Nu mis ik alleen nog maar de rest van mijn groentetuin.

 

 

 

Allemaal beestjes

Behalve met de kippen en de loopeenden delen we onze nieuwe plek nog met heel veel ander gedierte. Over mijn spinnenangst heb ik me maar heengezet, dat is gewoonweg niet te doen. Zowel huisje als stal zitten vol met spinnen met dunne lijven en lange poten. Ik ben opgehouden ze netjes buiten te zetten en doe mijn best om de webben onder controle te houden.

Daarnaast hebben we hier verbijsterend veel muggen. In Amersfoort hadden we ‘wel eens’ een mug in de slaapkamer, maar hier zoemen ze na zonsondergang in wólken rond. Ik heb horren voor de slaapkamerramen gemaakt maar die zijn nog niet helemaal afdoende. Ik slaap met oordopjes in terwijl je hier hé-le-maal níets hoort ’s nachts – maar ik kan niet tegen dat gejengel in mijn oor. Dan maar een steek, die trekt bij mij toch snel weg. Helaas voor Joris is dat bij hem anders, hij telde na twee dagen 68 muggebulten op één onderarm. De muggen vinden hem een stuk lekkerder dan mij…

Over de papier- en zilvervisjes heb ik al geschreven. Nou hadden we in Amersfoort ook papiervisjes, maar ik ben wel bang dat wat we onvermijdelijk hebben meegevoerd zich hier nu explosief kan vermenigvuldigen. De lokale populatie hier lijkt meer uit zilvervisjes te bestaan, die feitelijk minder schade aanrichten… Ik druppel driftig pepermunt- en lavendelolie in het rond, daar schijnen ze niet van te houden.

Boven ons hoofd (en soms op ooghoogte) bevinden zich buizerds, rode wouwen en ooievaars. De kippen en eenden houden zich dan ook het liefst tussen de (schaarse) bosjes op.

En verder hoor je allerlei muizigs trippelen. Omdat we daar niet helemaal  gelukkig mee zijn hebben we gisteren nog twee beestjes aan de veestapel toegevoegd. Max (naar een rode kater die ik goed gekend heb) en zijn zusje Minoes zijn echte stalkittens, van het soort dat je eigenlijk niet moet kopen, maar dat hier in ruime mate verkrijgbaar is.

(Echt, ik wílde gewoon twee volwassen katten die ik niet meer hoef op te voeden. Maar ik kon geen enkel asiel vinden in de buurt en op Marktplaats stonden helemaal geen advertenties van het soort “Helaas helaas moet ik afstand doen van mijn lieve poes Nelly maar ik ga op een flat wonen en ze moet ècht naar buiten…” Er stonden alleen maar advertenties in de trant van “Drie nestjes is echt teveel voor ons. Wie komt ze halen?” Dus toen hebben we dat maar gedaan.)

Ze zijn speels, sociaal, lief en actief, maar Max heeft ontstoken oogjes en uiteraard zijn ze nog niet ingeënt of gechipt. Dus gaan we morgen ook maar kennis maken met de dierenarts. Intussen doe ik mijn best ze met het fenomeen ‘kattenbak’ vertrouwd te maken. Ze hebben aardig door waar die voor is, maar vergeten wel waar hij ook alweer stond als ze ‘m nodig hebben…

Joris is maar meteen (binnen een half uur na aankomst) begonnen ze te trainen op muizen, met behulp van een filmpje op de tablet.

Officieel verhuisbericht

We moesten nog een verhuiskaartje sturen.  En we konden het niet laten. Twee jaar geleden gebruikten we de prent ‘Liefde vergaat niet’ van Marius van Dokkum om het feest voor onze veertigste verjaardagen aan te kondigen.

(Dat feest dat stiekem dus ook was omdat we getrouwd waren…)

Laten we nou een boerderijtje hebben gekocht wat daar wel héél veel aan doet denken…

 

En nu…verder!

Intussen zijn we een beetje geland. Het internet doet het en zelfs de wasmachine (met wat provisorische voorzieningen). Omdat we het helemaal zat waren dat iedereen die bij ons moest zijn bij de buren uitkwam heb ik een (volgens mij tamelijk duidelijk) bordje gemaakt naar nummer 4. De PostNL zag het meteen, maar de firma Baas Stam, die krachtstroom kwam aansluiten, reed er straal langs. Tja, over die firma heb ik al eerder geschreven…

Rik, die zelf aan het verbouwen is, had grote ‘lexaanplaten’ over van zijn serredak. Die kunnen wij weer goed gebruiken om her en der het dak dicht te maken. Het was wel spannend, om met 4 m lange platen op het dak van de bus van Deventer naar De Hoeve te rijden…

Bart en Willemien kwamen weer een dag helpen en hebben de stekjes die ik nog uit de vorige tuin had meegenomen ingekuild/geplant op en kaal stuk van het erf, zodat er zowaar een soort tuintje is ontstaan, de ‘kantine’ wit gesaust en er gordijnen opgehangen. Het begint er steeds beschaafder uit te zien.

Tussen al het harde werken door genieten we ook van onze mooie nieuwe omgeving. Van de schitterende zonsondergangen, de foeragerende staartmezen en winterkoninkjes in de meidoornhaag en van de bloeiende kamperfoelie in de houtwallen.

En we hebben één dagje echt ‘vrij’ genomen, om de omgeving te verkennen. We hebben het Koloniemuseum in Frederiksoord bezocht, waar we de nagebootste kolonistenwoning een stuk ruimer, frisser en degelijker vonden ogen dan ons huisje…

En nu is het heel hard verder klussen. Want bij droog weer is het hier paradijselijk, maar als het gaat regenen (zoals nu) regent het op veel plekken dwars door het dak heen.  Op een deel van de zolder hebben we gewoon een zeil over de zoldervloer gelegd. Geen erg duurzame oplossing (want dat zorgt voor onvoldoende ventilatie van de planken van de zoldervloer), maar volgend jaar hopen we toch te kunnen gaan slopen. Nu blijven de spullen die eronder staan tenminste droog.

Een ander deel van het dak moet echt van buitenaf aangepakt. Maar… daar kunnen we niet bij, doordat op die plek een overkapping tegen de stal is aangebouwd. Die moet dus afgebroken. Maar… onder die overkapping hebben we al allerlei spullen staan die wij uit Amersfoort hadden meegenomen. Die moeten dus ergens anders in. Dus moeten allereerst de twee resterende schuren leeggeruimd. Wie heeft zin om daar de komende weken mee te komen helpen?