Van boven naar beneden…

Het werk gaat harder dan de berichtgeving. We klussen zo hard, dat ik s’avonds te moe ben om er een blogje over te schrijven.

Het afbreken van de kapconstructie is… spannend. Je moet nadenken welke balken je in welke volgorde afzaagt. Als ze blijven hangen en op een verkeerde manier naar beneden komen kan dat tot levensgevaarlijke situaties leiden. Gelukkig hebben we al een keer zoiets gedaan; de stal achter ons huis in de van Bemmelstraat. Al was die wel een stukje kleiner. Joris heeft de steiger tot 6 m hoog opgebouwd, veel werk, maar een stuk veiliger dan vanaf een ladder. En dan maar zagen.

eerst alle panlatten door, anders blijft alles aan elkaar hangen
voor ieder stukje dak moet de steiger opnieuw opgebouwd… veel werk, maar wel zo veilig!

 

Het oude hooiluik kan voor het eerst in een halve eeuw weer open

De palen van het gebint van de oude hooischuur zijn van grenen en sterk aangetast door rot en houtworm. Het gebint wat de oude meneer begin jaren ’60 op de kop heeft getikt om de constructie te verlengen is van eiken en heel mooi. Er staat zelfs nog een timmermansmerk in. Jammer dat we het niet kunnen gebruiken in het nieuwe huis, maar het heeft niet de juiste afmetingen (en op maat maken is veel duurder dan een nieuw gebint maken). Dan moet het maar het uitgangspunt worden voor een toekomstige schuur!

 

 

Bij de afbraak van die stal in de van Bemmelstraat hebben Corrie en Maarten ons destijds goed geholpen. Dus kwamen ze dit keer ook weer een dagje. Het wordt een soort traditie. Al hopen we niet dat we over wéér 10 jaar wéér een huis aan het afbreken zijn (maar wie weet wat Corrie en Maarten nog voor plannen hebben?)

Trip Down Memory Lane: twee foto’s van juni 2008. Tja, ons huidige project is wel echt versie 2.0. Maar we hebben veel geleerd van de vorige keer. En het was net zulk mooi weer… en dat in februari!
En Maarten en Corrie hebben er nog altijd lol in!

Het grootste deel van het dak was (gelukkig) onbeschoten; je keek van onderaf direct tegen de pannen aan. Maar in de werkplaats en de zolder boven het huisje zat er dakleer (asfaltpapier) en kippengaas onder de panlatten. Dat bleek enorm lastig te verwijderen; het kippengaas hield alles stevig bij elkaar. Corrie en ik volgden de strategie om het gaas draadje voor draadje weg te knippen en zo de kap van het huisje bloot te leggen. De mannen kozen voor de rechtstreekse benadering: eerst het hele dak van de werkplaats naar beneden, en dan demonteren. Dat ging wel sneller.

De sporen van het huisje waren verbijsterend slecht. Allerlei verschillende stukjes rest- en afvalhout, vol houtworm en half vergaan. Toen het kippengaas er eenmaal af was trokken mannen zó de hele kap om.

A je to!

En toen stond de topgevel vrij… en ook dat was 10 jaar geleden geen feest. Gelukkig hadden we dit keer iets meer ruimte. Tien jaar geleden viel de schoorsteen bijna in de steeg waar kleine buurjongetjes heen en weer renden. Dat kon nu gelukkig niet gebeuren.

(En nog even een plaatje van 10 jaar geleden… vanaf een steiger werkt het een stuk plezieriger. Maar de schoorsteen van ons huidige project was wel een stuk harder dan deze topgevel!)

De voorgevel van de woonkamer bleek in spouw gebouwd! Gek genoeg loopt het binnenspouwblad naadloos door in de (buiten)muur van de ‘aangebouwde’ kamer, terwijl het buitenspouwblad aansloot bij de muur van de slaapkamertjes. Hoe dit nu weer zit met volgorde en bouwhistorie?

In ieder geval zijn er maar weinig spouwankers voorzien. Het buitenspouwblad was met een balkje zó los te wrikken!

Nog een deel van het hout weg en dan de muren! Het voelt goed om het langzaam en zorgvuldig te doen. We willen zoveel mogelijk hergebruiken.

Stevige balken ontspijker ik om straks te gebruiken bij het stutten van de bekisting als we beton gaan storten. Kleine balkjes worden tijdelijke boompalen (ze zullen maar een jaar of twee, drie meegaan, maar tegen die tijd moeten boompjes ook op eigen wortels kunnen staan).

Het overige onbehandeld hout kan de kachel in.

Dakpannen zoeken we uit: wat hergebruikt kan worden gaat netjes op pallets (die we kregen van buurman Koos!). En de rest gaat, met het overige puin, de puinbreker in. Want straks moeten de funderingstrucks het pad over (en als ik denk aan de mogelijkheid van een vastgelopen betonwagen vol uithardend beton krijg ik wel een beetje buikpijn. Dus dat pad moet stevig zijn!)

Kippengaas en ander metaal gaan naar de schroothandel. Al met al hoeft alleen het behandeld hout, het dakleer en wat overig los spul (piepschuim, pur, plastic) afgevoerd te worden. Het voelt dan ook meer als ‘demonteren’ dan als ‘slopen’. Cradle to cradle, circulaire economie enzo…

 

 

 

Het dak eraf!

We zijn weer een mijlpaal verder – de pannen zijn van het dak! Dat was best een spannende aangelegenheid. De boerderij is zo’n 7 meter hoog en het was de vraag in wat voor staat de panlatten zouden zijn. Maar gelukkig hadden de mannen van de aannemer dit vaker gedaan. Die schoven een ladder tegen het dak, timmerden een glijbaantje op maat voor de dakpannen en daar kwamen ze naar beneden!

De dakpannen léken maar uit twee soorten te bestaan: Oude Holle (of Hollandse) pannen op de ene helft van het dak, Holle Muldenpannen (?) op de andere helft. Maar uiteraard bestonden de oude pannen uit verschillende partijen. Dus er moest een treintje gevormd worden en onderaan stonden we heel hard te sorteren en de pannen op pallets te stapelen.

Onze hulptroepen (Harmen, Jenny en Joop, Arnaud en Edwin) hadden hun handen meer dan vol, maar het ging verbazend rap!

Boven de ‘smeerputschuur’ zit een beloopbare zolder, dus daar konden de pannen ook van binnenuit worden weggehaald. Hoewel de dunne zoldering angstwekkend begon te buigen onder het gewicht van de stapels pannen…

   

Eigenlijk gebeurde er niets noemenswaardigs: niemand viel naar beneden, en niemand kreeg een dakpan op zijn kop. Het meest opmerkelijke was de LP van Johnny Hoes (“Scheiden doet lijden”) die we vonden, weggestopt achter een balk. Waarom?, vraag je je af.

Vóór de lunch waren alle pannen van het dak! Jenny, Joop, Arnaud, Edwin en de mannen van de aannemer vertrokken toen weer. Joris heeft de hele middag verder getimmerd aan het dakje voor de grupstal, die nog even blijft staan. Harmen tilde bij wijze van krachttraining nog even alle pannen van de zoldering van de smeerputschuur naar beneden.

  

Nu oogt de boerderij als een oorlogsfilmdecor. En staat het hele erf vol met pallets dakpannen. En er liggen weer grote stapels afgekeurde en gebroken pannen: voer voor de puinbreker en grondstof voor het pad. Als we dat hebben opgeruimd is de volgende stap het ontmantelen van de kapconstructie. En dan de muren, en het gebint… we zijn nog niet klaar!

Puinzooi

Afgelopen week hebben we zoveel mogelijk hout uit de boerderij verwijderd. Alles wat niet constructief was kon weg. Plafonds, plinten, de schoorsteenmantel, vensterbanken, lijstjes, randjes, tussenwandjes…

Het leverde af en toe hilarische situaties op. Bijvoorbeeld toen Joris bezig was het hardboard plafond van de oude werkplaats eruit te slopen en ik hem kwam zeggen dat het kippenhok met een lekke band staat (op zich al een aparte mededeling). Net op dat moment kwam  de hoek van het plafond naar beneden, waar onder het schuine dak nog wat zooi bleek te zijn weggestouwd. Waaronder een gloednieuw autowiel, nog in de verpakking… Helaas bleek het niet op de as van de kipcaravan te passen.

Toen ik het verlaagde zachtboard plafond van het keukentje eruit haalde bleek ook daar het één en ander te zijn weggestopt. Diverse doosjes diepvrieszakjes, een verpakking plastic bekertjes, een doosje Douwe-Egberts spaarpunten en een Trommeltje. Een Schat? En ja hoor, in het trommeltje twee Beursjes. Met daarin wat oude Wilhelmina- en Julianamuntjes. Een een briefje waarop in een beverig handschrift de inhoud vermeld staat. Helaas klopte het niet helemaal, de schrijver / schrijfster van het briefje had de twee Wilhelmina-guldens voor rijksdaalders aangezien.

En dan het hardboard plafond van de woonkamer (ons voormalige kantoor). Daarboven bevond zich de open ruimte van de zolder. Maar dat was zo’n gore boel dat we ons daar nog niet echt in hadden gewaagd. Op het hardboard bleken kranten te liggen. Daar bovenop een paar planken, zodat er her en der over gelopen kon worden. Bijvoorbeeld om emmertjes neer te zetten waar het dak lekte.  Over het geheel heen waren glaswoldekens gelegd ter isolatie, met daar overheen weer stukken landbouwplastic. Af en toe was er ook nog het één en ander aan de welbekende zooi op terechtgekomen (potjes, oude kleren, buizen, lege plastic zakken…). Daarin was een dier (ratten? bunzing?) gaan nestelen. Die had daar jaren lang gewoon in een heerlijk nest van fijngeknaagde kranten, oude kleren,  plastic zakken en glaswol. De perfecte plek om dode vogels op te peuzelen (toch een bunzing dan, waarschijnlijk).

Uiteindelijk heeft Joris een gat gezaagd in het plafond, waar ik van bovenaf (op die planken) zoveel mogelijk van de smerige stoffige stinkende bende doorheen heb geharkt. In vuilniszakken gestopt en afgevoerd. Daarna kon de rest van het plafond eruit. Al met al weer een hele houtcontainer vol gekregen, ook alle niet meer bruikbare planken die al tijden op een hoop buiten lagen. Dat ruimt lekker op.

Zaterdag was het tijd voor een eerste kennismaking met de mobiele puinbreker. Op het erf ligt namelijk al sinds anderhalf jaar een gestaag groeiende hoop puin. We kunnen dat goed gebruiken om het pad te verstevigen. Als de boerderij straks wordt afgebroken hebben we nog veel meer puin. Maar zou het inderdaad rendabel zijn om het zelf te breken? Veel mensen raden ons aan om het ‘gewoon’ af te voeren. Maar dan moeten wij dus ook ‘gewoon’ weer puin aanvoeren, want het pad zal voor het bouwverkeer nog wel wat verstevigd moeten worden en met 300 m oprijlaan heb je aardig wat puin nodig.  Tijd om de proef op de som te nemen en een mobiele puinbreker te huren.

Onze buren hebben hier meer ervaring mee en vonden het leuk om te komen helpen. Het kostte eerst nog wel wat moeite en gevloek om hem aan de praat te krijgen. Hij werd zonder gebruiksaanwijzing geleverd en we zagen per ongeluk de olietank aan voor de brandstoftank. Er moest dus eerst nieuwe olie in. Maar toen ging het ook als een zonnetje! Onder luid gerommel verknaagt het ding kapotte stoeptegels, bakstenen, hele stukken muur, dakpannen, bloempotten, halve slijpstenen en brokken beton tot een prachtige grondstof voor het pad. Alleen… de grootste kuilen in het pad zitten 300 meter verderop. Heen en weer rijden met kruiwagens bleek niet effectief; mijn armen vielen er bijna af maar we konden het tempo van het grommende monster niet bijhouden. Uiteindelijk hebben we het gestort in het voormalige slaapkamertje. Daar ligt het prima en we kunnen het rustig met de trekker verplaatsen. Wat ons betreft een succes; de muren zijn geen afval, maar grondstof voor de toegangsweg.

Hulde aan Marja, Jos en Rob voor het helpen. Nu hebben we allemaal spierpijn…

Huisjes en historie

Dit weekend kwam Barbara weer helpen. We hebben de tien vogelhuisjes opgehangen, die ik netjes dubbeldik in de lijnolie had gezet. Nog een beetje zoeken naar goede plekken. We hebben genoeg grote bomen, maar die staan dan weer net niet in de buurt van de fruitbomen. En dat is de bedoeling: in de nestkastjes moeten mezen komen wonen, die de rupsen opeten die afgelopen voorjaar al mijn fruitbomen kaal vraten.Nu maar hopen dat de mezen zich niet beperken tot de rupsen in de eiken waar de vogelhuisjes in hangen… we gaan het merken!

En we hebben de grote stukken landbouwplastic die nog in de boerderij hingen als een soort van regenopvang weg gehaald. (Helaas vingen ze niet alleen regen. Ook het stof van decennia kwam mee…)  De constructie komt steeds meer bloot te liggen. Wat een ruimte nu in de boerderij!

Het interieur van de ‘tas’ (de oude hooischuur). De jakobsladder zijn we nog steeds niet kwijt.
De ‘entree’, zonder alle rare halletjes-van-oude-toneeldecors en ‘plafonds’ van landbouwplastic
Eerst die enge ‘dakramen’ eruit (stukken glas die tussen de panlatten waren geschoven)

Verder hebben Barbara en Joris en de grote deuren uit de stal gehaald. Want we hebben weer een container voor sloophout staan, en die moet na een paar weken wel weer retour anders moeten we huur gaan betalen.  We zijn dus al het hout wat al uit de boerderij gehaald kan worden eruit aan het trekken. Plafonnetjes, de keukenkastjes (die gefundeerd bleken te zijn op lege Completa-potten, oude deuren, allerhande latjes en lijstjes…

(Joris kon zich even niet inhouden en begon ook alvast de muren naar beneden te timmeren.)

We hebben onze ideeën over de bouwhistorie van de boerderij wat bijgesteld. Op oude kaarten is te zien dat er eerst twéé gebouwtjes stonden. Waarschijnlijk was het woonhuisje toen een ‘gewoon’ woudboerderijtje, zoals er hier veel staan. Een woonkamertje met bedsteden, een keukentje met een laag dak en een klein stalletje erachter. Een deel van de muren van dat stalletje is nog terug te vinden in wat wij de ‘smeerputschuur’ noemen.

Hier kijk je tegen de muur van de ‘smeerputschuur’ aan, nu de hoge staldeuren zijn weggehaald. Als je goed kijkt, zie je in de linkermuur dat het metselwerk boven het raampje van later datum is. (Rechts ook, maar dat is op deze foto moeilijk te zien.) Waarschijnlijk waren dit de muren van het oorspronkelijke stalletje achter het woudboerderijtje. Dat verklaart ook de rare lage raampjes. Je ziet hier in de streek wel meer van die boerderijtjes met hele lage stalmuurtjes.

De ingang van het huis was aan de noordwestkant van de keuken, op de plek waar wij het bed van de oude mijnheer vonden. (Dat vertelde mevrouw Elzinga me, die op de boerderij hiernaast is opgegroeid). Naast het woudboerderijtje stond een houten (hooi)schuur met twee hoge wanden. Dat is nu de ‘tasruimte’.

In de jaren 1930 of 1940 is er een kamer aan het huisje gebouwd. Je kunt nog zien dat die muur ooit een buitenmuur is geweest, er zat ook een raam in wat is dichtgemaakt.  Misschien was er in die kamer ooit ook wel een bedstee. Aan de plafondbalken zit nog het restant van een houten wand.

Bij een verbouwing (waarschijnlijk na het jaar 1954, toen de oude meneer het kocht) is het bedrijfsgedeelte flink uitgebreid. Het gebint van de hoge schuur werd in ZW-richting doorgetrokken tot in het voormalige stalletje. Hiervoor gebruikte hij een op de kop getikt tweedehands gebint. Aan de zuidoostkant van de schuur heeft hij een werkplaats gebouwd. (Een neef van hem, die hier een keer aan kwam, wist zich nog te herinneren dat de oude meneerdaar stond te metselen). Het  geheel werd overdekt door één groot (stelp)dak. Dat verklaart waarom er boven in de wanden van de tasruimte (hooi)luiken zitten, die helemaal niet open kunnen, omdat ze tegen het schuine dak aan draaien.

Dit was dus oorspronkelijk de buitenmuur van de schuur – nu de wand van de tasruimte. Het is bijna niet te zien, maar rechts bovenin de foto zit een mysterieus hooiluik, dat helemaal niet open kan omdat het tegen het dak van de werkplaats aan draait.
Hier een betere foto van het oude hooiluik
En van binnenuit de ‘tas’ (de oude hooischuur dus) gezien

Bij die gelegenheid is de muur van het oude stalletje achter de woning ook verplaatst, waardoor de voormalige keukendeur  moest worden opgeheven. Dat keukentje werd toen 2 slaapkamertjes (al zijn de bedsteden misschien nog wel tot 1970 in gebruik geweest als er logees waren. Rond 1970 zijn ze in elk geval verbouwd tot kast). Voortaan kwam je dus het huisje binnen via de nieuwe deur in de stal. Toen is waarschijnlijk ook de keuken verplaatst naar de plek waar wij hem aantroffen. Ook zijn toen de buitenmuren van de stal door steen  vervangen.

De dichtgemetselde voormalige keukendeur. Nu komt die uit op de ‘smeerputschuur’, maar vroeger ging die gewoon naar buiten.

Ik vermoed dat die grote verbouwing eind jaren ’50 / begin jaren ’60 heeft plaatsgevonden. In 1955 heeft de oude meneer eerst de ‘westschuur’ gebouwd, getuige de kranten die ik daar in de nok vond. Net als wij, zal hij tijdens de verbouwingen ook plek nodig hebben gehad voor dieren en spullen. Dus misschien heeft hij ook de ‘noordschuur ‘ nog wel eerst gebouwd, als hooischuur tijdens de grote verbouwing aan het hoofdgebouw.  Dat lijkt logisch; de west- en noordschuur waren in elkaar geflanst van planken, stukken golfplaat, oude ramen en asbest, terwijl de stelp grotendeels redelijk netjes gemetseld is.

Wij zitten met hetzelfde probleem: waar laat je alles, als je het hoofdgebouw  neerhaalt? Omdat ons nieuwe huis een paar meter meer naar het zuidoosten komt, kunnen we een klein stukje van de oude stal ( de ‘grupstal’) tijdelijk laten staan tussen de noordschuur en het nieuwe huis. Een deel van het dak laten we zitten, een liggende balk  wordt de nieuwe nokbalk en Joris heeft van oude balken en planken nieuwe sporen gemaakt, zodat we van binnenuit een nieuw dakje kunnen maken. Het zal niet geweldig zijn, maar het is weer een paar m2 waar we bouwmaterialen enigszins droog kunnen opslaan. Nu staan de schapen er nog, dus ik moet ook nodig het oude varkensstalletje aftimmeren, zodat die daar in kunnen. Wat een geschuif met functies is het toch, zo’n bouwproject.

Joris maakt van binnenuit een dakje over de ‘grupstal’, zodat die nog even kan blijven staan

Koud – en toch warm

De asbestmannen hebben het complete dak van de kamertjes verwijderd. Nu is het huisje echt geen huis meer.

 

En gistermiddag ging het sneeuwen. Dat levert mooie plaatjes op maar het maakt het buitenwerk lastiger. Gelukkig is het in de werkplaats lekker warm en daar bouw ik alvast een heleboel huisjes.  (Nou ja, bouwen, het is meer monteren van prefab). Voor mezen, die hopelijk komend voorjaar de rupsen onder controle gaan houden. Ik wil niet dat wéér alle nieuwe aanplant wordt kaalgevreten!

 

De vloer van ons tijdelijke onderkomen is wel heel koud. Maar precies op het goede moment arriveerde er een nieuw paar warme sokken uit Noorwegen! Ik begin zo langzamerhand een hele collectie op te bouwen want ik heb me zelf ook maar eens aan de schone kunst van het sokkenbreien gewaagd. Die van mij zien er nog niet zo netjes uit als die van mijn nicht Berber, maar oefening baart kunst (hoop ik).

De lange bedsokken links blijven de topstukken van de collectie. Die heeft de oma van een Finse uitwisselingssudent 20 jaar geleden voor me gebreid. Ze zijn te mooi om te verslijten, dus ik draag ze alleen in bed – heerlijk!

En toen ik op een Facebook-pagina voor oud-leden van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (voor de ingewijden: ouwe sokken dus) iets postte over de koude vloer bood een volslagen onbekende spontaan aan om slofjes voor me te vilten! Daar krijg je het vanzelf al warm van…

De kippen weigeren om naar buiten te komen

Asbest- derde ronde

We hebben de afgelopen dagen hard gewerkt aan het leeghalen van het huisje. De smerige lagen tapijt en zeil zijn eruit gehaald (daaronder lagen kranten uit 1962 op de vloer – een leuk doorkijkje naar het verleden. We hebben ze niet bewaard, want we gaan er vanuit dat de Leeuwarder Krant wel ergens digital gearchiveerd zal zijn).

Daarna was de beurt aan het tussenwandje-met-inbouwkast tussen de twee kleine slaapkamertjes. Dat leek als één van de weinige onderdelen geen zelfbouw – het zat verbazend degelijk vast. Al het overige inbouwmeubilair, zoals de keukenkastjes en de hoekkast in de ‘eetkamer’, waren duidelijk  zelf gemaakt van op de kop getikte onderdelen.

De voorzetraampjes (afkomstig uit het ouderlijk huis van onze buurvrouw, volgens haar zeggen) die tegen de slaapkamerraampjes gespijkerd waren gingen eruit (wat de ventilatie en het uitzicht aanmerkelijk verbeterde).

En toen konden de saneerders aan de slag voor de derde ronde asbestsanering: de betimmering aan de binnenkant van de twee slaapkamertjes en de aangebouwde ‘eetkamer'(waar wij onze kantine hadden). Dit is een (dure!) ‘binnensanering’, dus moest met alle heisa worden uitgevoerd: De hele kamertjes afgeplakt tot een soort tent, waar 14 pascal onderdruk op kwam te staan en waar de als maanmannetjes uitgedoste saneerders eerst moesten douchen vóór ze weer in de buitenlucht mochten komen. Daarna stond de pomp nog de hele nacht te loeien en de volgende dag kwam er een onafhankelijk bureau luchtmonsters nemen (wat ook twee uur duurde) en meten, vóór het geheel werd vrijgegeven en de hele santenkraam weer kon worden afgebroken.

(Nu wil ik de gevaren van asbest niet bagatelliseren, maar als je er dan bij bedenkt dat de oude mijnheer continu overal stukkies asbest tegenaan timmerde en zaagde en overal stukkies asbest had rondslingeren en dat hij op zijn 96e lichamelijk nog kerngezond is, zij het dan in hoge mate dement, dan vraag je je toch af of het wellicht niet een heel klein pietsje doorgeslagen is allemaal…)

Dit is de douche, door het raam heen gefotografeerd

Nu de asbest weg is, is goed te zien dat het huisje echt niets voorstelt. De originele woonkamer heeft nog muren van 1 steen dik – de muren van  de aanbouw waar de 2 slaapkamertjes in zaten  (oorspronkelijk waarschijnlijk de keuken) en de later eraan gebouwde ‘eetkamer’/ kantine  zijn maar een halve steen dik. Langs de kunststof kozijnen met dubbel glas  (duidelijk zelf geplaatst) kan je zó naar buiten kijken.

Door de nattigheid van de asbestmannetjes-douche komt het behang op de muren van de woonkamer er zó af. Er zitten kranten onder, zelfs nog uit 1989! Ik herinner me dat mijn moeder me omstreeks die tijd vertelde dat er ‘vroeger’ kranten onder het behang geplakt werden. Voor de oude man was ‘vroeger’ in 1989 duidelijk nog niet afgelopen.

De kranten uit eerdere jaren geven weer leuke inkijkjes in het verleden.

Er moet nog één plaat asbest gesaneerd worden voor we echt kunnen gaan afbreken: die zit als dakbeschot onder de pannen van de kleine kamertjes. Dat is een ‘buitensanering’, die weer om andere heisa vraagt:  tot 5 m rondom moet alles opgeruimd en schoongemaakt, het gras kort gestrimd en aangeharkt worden, opdat een visuele inspectie goed mogelijk is.

Nou moesten we toch opruimen, want er heeft zich zo langzamerhand van alles rond het huisje opgehoopt wat toch weg moet vóór we kunnen gaan slopen. Het verwijderen van de pannen was eng, we kunnen niet op die plaat gaan zitten. Joris heeft ze zo ver weg gehaald als hij vanaf de steiger kon reiken./ Hopelijk nemen de asbestmannetjes er genoegen mee.

De oude man had een ingenieuze constructie gebruikt bij de dakafwerking (windveer): Hij had oude kunststof goten (van weer andere buren) over de verrotte windveren heen gelegd en verzwaard met ijzeren pijpen. Bijzonder…

 

 

Glasvezel

Het dorp gonst van de geruchten. En niet alleen ons dorp, in heel Weststellingwerf is het onrustig. Wat is het geval?

Na héél veel jaren voorbereiding, en lobbywerk, en aanbestedingen, en tenders, zou er dit jaar eindelijk glasvezel worden aangelegd in  de gemeente. De precieze voorgeschiedenis speelde zich af voordat wij De Hoeve in het vizier kregen, maar er was een tender vanuit de provincie, en die heeft het bedrijf Kabel Noord gewonnen. Dat legt in diverse Friese gemeenten glasvezel aan, in samenwerking met de provincie en gemeenten.

Nu kregen we in december opeens ook een brief van een andere partij: Glasvezel Buitenaf. Dat is ook een bedrijf wat glasvezel aanlegt, afkomstig uit de Achterhoek. Zij hebben ook al in heel wat gemeenten een netwerk aangelegd.

Kabel Noord hanteert als voorwaarde om aan te leggen dat zich minstens 60% van de huishoudens moet aanmelden. Glasvezel Buitenaf hanteerde een ondergrens van 50%.

De afgelopen weken  waren er informatie-avonden van beide partijen. Naarmate de concurrentiestrijd heviger werd liet Glasvezel Buitenaf de ondergrens helemaal vallen. Op hun eigen website zeggen ze:

“Afgelopen week vonden er drie informatieavonden plaats van Glasvezel buitenaf in Weststellingwerf. Tijdens deze avonden heeft Glasvezel buitenaf gemerkt dat er veel onduidelijkheid is onder de inwoners. Zij zijn bang dat als twee glasvezelaanbieders campagne voeren er een groot risico is dat beide partijen de aanmelddrempel niet halen. Glasvezel buitenaf heeft goed geluisterd naar deze inwoners en heeft daarom besloten: Wij gaan glasvezel aanleggen in het buitengebied van Weststellingwerf.
Alle adressen die op dit moment geen coax of glasvezelaansluiting hebben, kunnen een abonnement afsluiten bij Glasvezel buitenaf. Iedereen die dit vóór 4 maart doet, krijgt zonder extra aansluitkosten een glasvezelaansluiting.”

Dus of zich nu 10% van de inwoners aanmeldt of 50%, glasvezel komt er. Dat  klinkt mooi. Maar dat is wel een risico voor het bedrijf, zoals de lokale krant ook aangeeft. En wat lees ik op de website van de gemeente?

“Omdat het belangrijk is dat er glasvezel komt in het buitengebied, werken de Friese gemeenten en de provincie hier al geruime tijd aan. […] De provincie besloot in 2017 met Kabelnoord in zee te gaan. Kabelnoord ondertekende een overeenkomst met de provincie en de Friese gemeenten, waarin afspraken zijn vastgelegd waaraan Kabelnoord zich moet houden. De afspraken zijn onder andere:

  • Vaste tarieven
  • Aanleggarantie bij alle witte adressen bij minimaal 60% belangstelling

Deze afspraken  en daarmee garanties zijn er met andere marktpartijen niet.”

Het is voor ons wel relevant. Want wij liggen natuurlijk ver van de weg af. Dus een potentiële aanbieder moet om ons aan te sluiten bovengemiddeld grote kosten maken. Zijn ze daartoe bereid? Gisteravond berichtte Omrop Fryslan: 

“Het verschil tussen de twee aanbieders lijkt te zitten in de zogenoemde ‘moeilijke adressen’: adressen die geïsoleerd liggen door afstand of water. Kabelnoord doet 100 procent, als ze de ondergrens halen. Het Almelose bedrijf spreekt zich nog niet helder uit over de moeilijke adressen. “Misschien laten we die liggen of komen we er met een apart aanbod”, zei een woordvoerder maandag.”

Hmmm. Dus er is een kans dat we ná sluiting van de reactietermijn, als we niet meer kunnen kiezen, opeens horen dat het toch niet doorgaat of duurder wordt? Het is namelijk zo, dat aan de tender van de provincie oorspronkelijk slechts een aansluitverplichting hing van 95%. Dus ik hield er steeds rekening mee dat wij bij die 5% adressen zouden zitten die niet in aanmerking komen. Maar intussen heeft Kabel Noord aangegeven dat als ze de 60% deelname halen ze íedereen gaan aansluiten. Ook die 5% ‘moeilijke’ adressen.

Op de klantenservice pagina van Glasvezel Buitenaf heb ik nagevraagd hoe het nu zit met de ‘moeilijkheid’ van ons adres.

“Geeft uw bedrijf garantie dat ik ook daadwerkelijk word aangesloten als ik me bij jullie aanmeld? Ik woon op 300 m vanaf de openbare weg en die openbare weg is een pad wat we met slechts één ander huishouden delen. De afstand van ons huis tot aan een ‘echte’ weg is 500 m.”

Ik kreeg snel antwoord:

“Geachte dhr. Korf,
Hartelijk bedankt voor uw bericht! Uw adres is toegevoegd aan ons ontwerp. Als u zich aanmeldt, leggen wij glasvezel aan op uw adres ongeacht de afstand. Zolang er geen coax of glasvezel aanwezig is op uw adres, gaan wij aanleggen. “

Toch zit het me niet lekker. Hoe ziet dit bedrijfsmodel er eigenlijk uit voor Glasvezel Buitenaf?

Kabel Noord heeft een businesscase waarbij het per adres zo’n €4500 kost om adressen aan te sluiten. Zeggen ze. Dat is een gemiddelde (ons adres is ongetwijfeld duurder! 😉 , en dat wordt alleen rendabel als er 60% van de mensen uit Weststellingwerf deelneemt. Zo begreep ik op de info-avond. Ik neem aan dat die berekening gewoon is gemaakt door de lengte van de wegen te leggen naast het aantal adressen dat langs de wegen ligt, enkele gefundeerde aannames te maken over variabelen zoals de afstand van de huizen tot aan de weg en te kijken hoeveel procent van die adressen dan moet meedoen om het winstgevend te maken.

Nu claimt Glasvezel Buitenaf dat ze ook gaan aanleggen als er maar 10% van de inwoners deelneemt. Logischerwijs kost het dan per adres gemiddeld 6 x zoveel. De afwijking wordt wel groter, want het kan 10% zijn die vlak bij elkaar woont of 10% die ver uit elkaar woont. Het getal komt dichter bij het werkelijke gemiddelde te liggen naarmate we het over hogere percentages hebben. Maar laten we even uitgaan van 6 x zoveel. Dat is dus €27.000 per adres!

Gezien de concurrentiestrijd tussen de twee kan ik me best voorstellen dat Glasvezel Buitenaf bereid is om in Weststellingwerf enig verlies te lijden om hun goede naam te houden en marktpositie te veroveren. Maar het verschil met de prijs die je betaalt voor aansluiting (€1600 bij Glasvezel Buitenaf, Kabel Noord vraagt €1800) is enorm. Per aan te sluiten huishouden maakt Glasvezel Buitenaf dan dus zo’n €25.000 verlies.

Weststellingwerf heeft ruim 11.000 huishoudens. Dus als maar 10% daarvan zich aanmeldt boekt Glasvezel Buitenaf willens en wetens een mogelijke verliespost in van rond de 1100 x €25.000 = €27.500.000

In dit bedrag zitten flink wat aannames (waaronder de werkelijke kosten voor een aansluiting) ; het kan wat lager uitvallen, maar ook een stuk hoger (bijvoorbeeld als die 10% aanmeldingen verspreid over de gemeente op afgelegen adressen liggen). Evenzogoed, ettelijke tientallen miljoenen mogelijk verlies, dat is nogal wat. Ik heb geen verstand van bedrijfseconomie, maar  begin me af te vragen of dat dat wel kan kloppen voor een bedrijf van deze omvang.

Want als het bedrijf dat gaat aanleggen failliet gaat vlak vóór of tijdens de aanleg van glasvezel, dan hebben de mensen die zich bij hen hebben aangemeld dus helemaal niets. En als de andere partij intussen heeft besloten af te zien van aanleg in Weststellingwerf gaat de hele glasvezel niet door.

Gelukkig staan we er niet alleen voor om een besluit te nemen. Op de dorps-whatsapp worden verwoed meningen en overwegingen gedeeld. De verschillende Stichtingen Dorpsbelangen en Plaatselijk Belangen en de overkoepelende Vereniging Kleine Dorpen gaan deze week nog in conclaaf. Over één ding is iedereen het eens: liever vandaag dan morgen glasvezel! Dus hopelijk leidt deze hele concurrentiestrijd niet tot tweespalt, zoals Omrop Fryslan waarschuwt, maar juist tot eensgezindheid en en gezamenlijk besluit.

Oproep!

Een nieuw jaar en een nieuwe fase in ons project!  De komende weken gaan we de oude boerderij afbreken. De elektriciteit is er intussen af. Het volgende wat er af moet zijn de dakpannen. Voor het werk op het dak (gevaarlijk! je weet niet in wat voor staat de panlatten zijn!) huren we de aannemer in,  maar het is handig om beneden aan de glijbaan veel  handjes te hebben om dakpannen op pallets te stapelen. Het allermooist is het, als we zoveel mensen hebben dat er ook mensen bezig kunnen om de dakpannen direct óp de werkplaats te leggen. Maar of dat gaat lukken?…

Bij deze een oproep voor iedereen die zin heeft in een (half) dagje lekker werken met een gezellige groep. Uiteraard zorgen we voor goede catering, handschoenen en helmen!

Heb je geen zin in dakpannen, maar wil je wel een dagje komen helpen, dan hebben we nog een klus: bomen planten. Er moeten nog ongeveer 300 bomen en boompjes de grond in de komende weken. Wie helpt er mee? 

 

Kipkaravaan

De afgelopen dagen zijn er weer veel bomen en boompjes de grond in gegaan. Aan de achterkant is ons erf nu begrensd door een prachtige meidoornhaag. Die moet twee weitjes omgrenzen die relatief veel schaduw hebben en waar we de dieren dus goed in de zomer kunnen laten grazen.

Onze bedoeling is om zowel de schapen als de kippen regelmatig op een schoon stukje gras te zetten. Dan krijg je minder snel problemen met wormen en andere parasieten.  En ze kunnen dan lekker vers gras eten en het gras mooi kort houden.  Met de schapen  gaat dat tot nu toe prima. We hebben elektrische schapennetten van 1,08 m hoog (wolf-proof!) die makkelijk te verplaatsen zijn.  Ik verplaats het hek, intussen zoeken de schapen naar lekkere hapjes over het weiland, en zodra ik met een bakje brokjes rammel rennen ze naar me toe  en kan ik ze in hun nieuwe weitje zetten.

Met de kippen zelf zou dat ook nog wel kunnen. Maar het kippenhok is wat anders. Dat is loodzwaar en superdegelijk. Het was ook niet echt als mobiel bedoeld. We hadden dus meteen al het plan, toen we onze plek kochten, om er een onderstel op wielen voor te maken. Daarvoor hebben we allerlei karretjes en oude auto-assen uit de zooi bewaard. Maar ja, tijd! Er is al zoveel te doen!

Toen zag Joris op Marktplaats een ‘IBC-container-karretje’. Vlakbij. En helemaal perfect voor het kippenhok!

Maar hoe krijg je het hok op de kar? En daar kwam onze geweldige buurman Arnaud weer met de shovel helpen. Nog een heel gedoe, met blokjes, en precies pas, en het gewicht op de juiste manier verdelen (en natuurlijk precies tijdens de enige hoosbui van de hele dag).

Maar voilà: onze kip-caravan! Makkelijk verplaatsbaar met de trekker (en voor kleinere stukjes ook met de hand, hebben we al gemerkt).

Boomplantdagje

Ik heb een golfelleboog. Niet van al dat golfen op ons landgoed, maar van het stuken van de schuur. En een slijmbeursontsteking in mijn schouder. Allebei bekende klachten. Ik weet precies waar ze door komen (overbelasting) en ik weet ook precies wat ik eraan moet doen (RUST HOUDEN – hahahaha…).

Dus gisteren kwamen Barbara en Hans mij helpen met een zware klus: het inplanten van het ‘oude’ pad. Het pad liep eerst aan de buitenkant van de houtwal, omdat daar ook nog een huisje stond. Een klein strookje langs het weiland van de buurman hoort daar officieel nog bij ons perceel. Maar omdat er geen hek tussen stond reed het verkeer voor ons adres steeds verder het land van de buurman in. Daarom hebben we het toegangspad verlegd naar ‘binnen de houtwal‘. Het oude pad mag deel van de houtwal gaan uitmaken.

Maar ja, dat betekende dus wel dat het gemarkeerd moet worden. Want de buurman huurt vaak loonwerkers in om te maaien, en die letten niet op dat soort subtiliteiten. Die maaien netjes tot het randje. Vorig jaar had ik er al wat boompjes gezet, maar die werden dus afgemaaid. Dit keer hebben we er drie stevige palen vóór gezet en ruim 30 boompjes geplant in het oude pad. Daarvoor moest dus wel door een oude puinlaag heen gegraven worden. En daarom was het héél fijn dat Barbara en Hans kwamen helpen! Dank jullie wel!

 

Bedsteewand en schapen in de stal

De ‘mooie’ oude bedsteewand was waarschijnlijk één van de oudste delen van het huisje. Er is namelijk ooit een nieuwe vloer in gekomen, en een nieuwe voorgevel voor gezet, en alle andere delen zijn ook ooit een keer vervangen. Echt een stukje historie. Maar ja, wat moet je ermee. Leuk om een garderobe van te maken, of een kastenwand, maar we weten zo 1-2-3 niet waar en we hebben  ook geen plek om het op te slaan.

Gelukkig wilden onze overburen Eddy en Susan de bedsteewand wel gebruiken in hun boerderij-verbouwings-project. Dus gisteren is die verwijderd. Daarbij viel acuut de steunbalk die de vloer ondersteunde van de keldermuur, zodat ik de kelder in tuimelde.

 

Het oogt raar. Nu is de afbraak echt begonnen!

En ik moest bedenken wat ik met de schapen zou doen met oud& nieuw. Want het zijn inmiddels forse dames en als ze in paniek raken houdt een enkel schrikdraadhekje ze echt niet tegen. En het carbidschieten is op het weiland naast ons. Gelukkig hadden we de oude grupstal intussen vrijwel leeg. Met behulp van een oude deur (die ooit tussen de ‘entree’ en de ‘wagenschuur’ zat) heb ik een hokje omgebouwd tot provisorisch stalletje. Niet heel ruim, maar Arie en de dames gingen er gewillig in. Veel makke schapen, zoiets… Voorlopig kunnen ze er aan wennen dat ze ’s nachts worden opgestald. En met Oudjaar hoeven we ons dan geen zorgen te maken.

 

Fijne kerst!

De vergunning  is officieel binnen! Met als overwegingen erbij:

De aanvraag omgevingsvergunning betreft een energieneutrale woning en de bouw ervan geschiedt biobased circulair (bouwen met materialen met een lage milieubelasting). Dit is een zeer gewenste ontwikkeling. Milieuneutraal bouwen past binnen de omgevingsvisie; thema Weststellingwerf Klimaatneutraal; waarin in circulair bouwen als aandachtspunt wordt genoemd. In het coalitieakkoord “Samen werken Gewoon doen” staat beschreven dat wij een gemeente zijn die duurzaamheid stimuleert en omarmt. Tevens geeft het aan dat initiatieven tot hergebruik worden toegejuicht.

De welstandscommissie geeft in haar advies van 17 januari 2018 aan dat een dergelijk plan als deze aanleiding kan zijn om de toetsingscriteria meer op het huidige tijdsgewricht aan te passen.  Omdat het college duurzaam bouwen wil stimuleren is besloten om af te wijken van het welstandsadvies ten einde deze aanvraag mogelijk te maken. Dat is ook in het college besloten.

We bespeuren een zekere afstand tussen de visie van het gemeentebestuur en de werkwijze van de afdeling vergunningverlening 😉 maar we zijn ontzettend blij!

Dus nu zijn we hard bezig de boerderij leeg te halen. Wat een zooi komt er dan toch nog uit! Erg snel gaat het niet, want het is een heel gepuzzel hoe en waar we alles opslaan. We hebben

  • de nieuwe werkplaats, het kantoor en de zolder: voor zaken die echt droog, vorstvrij en (enigszins) schoon moeten blijven.

  • de ‘noordschuur’: die is half-open. Bij harde westenwind regent het dus een beetje in, maar het is er droog genoeg voor alles wat je normaal gesproken  in een schuur bewaart: fietsen, tuinspullen, tuinstoelen, de voorraad timmerhout, de steigers, allerlei oude bouwmaterialen die we mogelijk nog willen gebruiken…

  • de ‘zuidschuur’: dat is helemaal een wrak afdak. Dit voorjaar hebben we er een  zeiltje over gespannen maar het is een kwestie van afwachten wanneer hij uit elkaar waait. We hopen maar dat dat nog even duurt, want we hebben hem hard nodig! Daar staat de trekker, samen met wat oude landbouwwerktuigen die we te mooi vonden om weg te doen, de platte kar, ettelijke oude karretjes die ‘nog best eens handig zouden kunnen zijn’ en een heleboel oude balken en (sloop)hout die straks goed van pas gaan komen tijdens de bouw.

We krijgen bíjna alles wel ergens in. Behalve het brandhout (dat moet dus buiten onder een zeiltje)  en de 26 balen hooi! Die liggen er nog steeds, want er is nog plenty gras voor de schapen. Ik geef ze af en toe wel wat hooi en dat vinden ze erg lekker, maar het slaat nog geen deuk in de voorraad. Wat moeten we daar nu weer mee doen? (Het staat nu overigens ook niet echt droog: sneeuw waait zo door het dak van de oude stal heen.)

      

Al met al is het een groot feest om nu eindelijk ècht te gaan beginnen. Om de feestvreugde nog verder te vergroten kregen we een heerlijke kersttulband van de buurman wiens schapen dit jaar op ons land hebben gelopen. En een worstpakket en een fles wijn van de aannemer. (Worst, een tulband en een fles wijn – was dat niet wat er in Roodkapjes mandje zat?)

En zondag was de kerstmarkt van het dorp, met levende kerststal, kerstengelen, een kerstman in een rijtuig, een brassband in een tent en het koor van de Hoeve in het dorpshuis die afwisselend voor muzikale omlijsting zorgden, prachtige verlichting in het dorp (jammer van de regen!), lekkere hapjes en heel veel mensen die ons vrolijk begroetten alsof we hier al jaren wonen. Dat geeft een heel warm kerstgevoel!

En we kregen zóveel kerstkaarten van dorpsgenoten en buren, dat ik er tekortkwam!  Dus bij deze iedereen: vrolijk kerstfeest!

Bomen

Als we straks ons huis bouwen, gaat daar heel wat hout in. Daarom wil ik ook veel bomen terug planten. Vroeger was het een goed gebruik om, als er een boerderij werd gebouwd, direct ook een bosje aan te planten. Daaruit kon hout worden geoogst voor reparaties en te zijner tijd, na een eeuw of wat, zouden de bomen groot genoeg zijn voor toekomstige generaties om een nieuwe boerderij van te bouwen. Hier in Friesland heet zoiets een ‘iekenhiem’ (letterlijk: eikenhuis) heb ik begrepen.

Zoiets doen wij ook en Landschapsbeheer Friesland helpt ons erbij: vandaag zijn er 31 eiken langs de sloten geplant.  Vooralsnog zijn de boompalen dikker dan de boompjes zelf, maar dat komt vanzelf goed. Het ziet er direct heel anders uit!

Dat is nog niet het laatste plantwerk voor deze winter: Landschapsbeheer Friesland komt ook nog een meidoornhaag achter het erf planten en  ‘bosplantsoen’ op de nieuwe houtwal (die is aangelegd met de grond uit de poel). En zelf ga ik met nog meer ‘bosplantsoen’ (van Stichting Heg en Landschap) de lange singel dwars over het terrein aan de zuidoostkant verder herstellen en en her en der wat vogelbosjes planten. En dan heb ik nog een verlanglijstje voor het voedselbos: mispels, tamme kastanjes, kaki’s, nog één peer en twee appels, nashiperen, Japanse walnoot, Chinese kornoelje, olijfwilg, schijnaugurk…

 

Positief bericht!

De wethouder zou uiterlijk 15 december laten weten of het college bereid was af te wijken van het welstandsadvies. We begonnen al aardig bezorgd te worden, naarmate die datum dichterbij kwam. Maar gisterochtend ontvingen we eindelijk het verlossende mailtje:

Wij kunnen u meedelen dat het college afgelopen dinsdag heeft besloten af te wijken van het welstandsadvies voor de aanvraag van Ratellaan 4 in De Hoeve. Dat betekent dat er op dat punt geen weigeringsgrond meer is en de vergunning verleend kan worden.

Hoera! We durven het pas echt te geloven als we de vergunning in huis hebben, maar we zijn al ontzettend blij!

 

 

 

Kantoor verhuisd

Afgelopen weekend hebben we het kantoor verhuisd. Het is een enorme verbetering, zo’n kantoor wat tochtdicht is en wat gewoon lekker warm blijft met een pelletkacheltje (zodat je niet continue hout in de kachel hoeft te gooien).

Laatste beeld van het oude kantoor. Denk het vieze luchtje (oude man, hond en kachel) er maar bij.

Aska slaapt er ook al, de katten moeten nog over, dat komt als we een kattenluikje in de deur hebben gemaakt.

Mijlpalen

Wegens overlopende agenda’s is het even rustig op het blog. Jarige vaders, sinterklaas, werk-deadlines en dergelijke maken de korte dagen barstensvol. Maar intussen hebben we wel weer een klein mijlpaaltje: de werkplaats en kantoor zijn klaar voor de ‘interne verhuizing’!

Met van Bemmelstraatschuifdeuren!

Joris heeft de tussenwand tussen kantoor en werkplaats afgemaakt en oude deuren (die buren uit onze oude straat over hadden!) omgebouwd tot schuifdeuren. In het  kantoor is een pelletkacheltje geplaatst. Dat is een beetje een zwaktebod: zo’n pelletkachel is helemaal niet zo milieuvriendelijk, met pellets die in plastic zakjes door vrachtwagens hierheen vervoerd moeten worden. Het zou veel beter zijn om op eigen hout te kunnen stoken, liefst in een massakachel. Maar een massakachel neemt erg veel ruimte in en we hebben ook geen tijd om hem te bouwen (en te laten drogen). En een gewone houtkachel wordt vreselijk heet, daar moet je veel ruimte omheen houden. Die hebben we niet, want de kantoorruimte wordt heel erg vol. Bovendien heb je voor zowel een massakachel als een gewone houtkachel een rookafvoer nodig die boven de nok uitsteekt. En de zolder van de werkplaats staat ook al zo vol. Dus dan toch maar een paar jaar met pellets werken. Hopelijk hebben we ooit tijd om ‘m te vervangen door een massakachel.

Nu nog heel veel ruimte… maar er moet ook heel veel in!

En er is water! Een paar weken geleden hebben we een (voorlopige) waterleiding aangelegd. Eigenlijk schrok ik ervan hoe droog de grond nog was; de bovenste 10 cm is vochtig, daaronder kurkdroog poeier. Nu kan de wasmachine ook naar de werkplaats verhuizen. Een fijne gedachte, dan kan die in elk geval niet meer bevriezen.

veel scheppen – bovenin zaten veel boomwortels en stenen, daaronder kurkdroog zand
Thyleenslang onder de boomwortels doorgetrokken
Vóór we ‘m weer dichtgooiden hebben we onbehandelde oude planken over de slang gelegd. Als we hem ooit weer opgraven is dat een ‘waarschuwing’

 

Water uit de kraan! Nu kunnen we koffie, thee en de wasmachine zetten in de werkplaats! 🙂

Dus binnenkort gaat éindelijk het kantoor ‘over’. En dan moeten we ook serieus de rest van wat er nog in de boerderij staat gaan verplaatsen, zodat de dakpannen ook ‘over’ kunnen. Een half jaar later dan we hoopten… ach, wat is een half jaar op een mensenleven?

Welstand in de niet-stand (2)

Wat is hier mis mee? Een bescheiden ontwerp…

Het heeft even geduurd, maar nu eindelijk weer een update. De afgelopen weken waren we allebei vréselijk druk met werk, En daarnaast kwam nog het hele welstands-gedoe. En gedoe is het woord. Het heeft zóveel negatieve energie gekost, dat ik me er nu pas toe kan zetten om er een blogje over te schrijven.

De vorige blog sloot ik af met de hoop dat we een gesprek zouden kunnen hebben met de welstandscommissie en de wethouder. Maar een afspraak met de wethouder ging zomaar niet. Dan moesten we eerst met de welstand praten.

Dat gesprek verliep ongeveer zoals we al verwachtten. De welstandscommissie gaf aan dat hun advies aan de gemeente was gericht en niet aan ons. (Nu betwijfel ik of dat advies dan ook daadwerkelijk bij de gemeenteraad is aangekomen, maar formeel hebben ze gelijk.) En dat de gemeente er blijkbaar geen aanleiding in had gezien om tussentijds de welstandsnota te wijzigen.

Volgens de welstandscommissie zitten we in Nederland op klei (blijkbaar hebben ze hier nog nooit in de grond gegraven) en is er dus een traditie van metselwerk.

Tja, ook dat is (deels) waar. Sinds ongeveer 100 jaar wordt er hier vooral gebouwd in baksteen (die natuurlijk niet hier gebakken wordt; we hebben hier immers geen klei). Daarvóór konden de mensen hier geen baksteen betalen en woonden ze in hutten van plaggen en hout.

“Tja”, zei de welstandscommissie,  “u bouwt in de vorm van een stelp en daar hoort metselwerk bij”.

Met de ‘voorgevel’ in baksteen. Voldoet dit meer aan ‘redelijke eisen van welstand’?

“Maar wacht even”, vroeg ik, “u heeft het nu specifiek over metselwerk en baksteen. In allebei de adviezen ging het over ‘steenachtig’. Wat valt er dan onder steenachtig?”

Tja, daar kon de commissie niet echt een antwoord op geven, want volgens de rayonarchitect zou ‘een keimlaag’ eventueel ook nog mogen (“Stucwerk vind ik te glad en die kleurstelling op uw plaatje is te licht”)  maar volgens  het andere commissielid moesten het echt bakstenen zijn. Steenstrips mocht ook. “Maar hoe meer u de discussie opzoekt, hoe lastiger het voor ons zal zijn om die grens te bepalen.” Dreigende taal, oftewel: bouw nu maar in baksteen.

Zou dit wel mogen? Volgens de rayonarchitect wel, volgens het andere commissielid niet…

Dat wij erop wezen dat het hele buitengebied hier volstaan met glad wit gestuukte huizen was natuurlijk geen argument. “Dan neemt u aan dat dat altijd met een positief advies is gebouwd en dat durf ik niet te zeggen”.

Dus de leden van de commissie zeggen aan de ene kant dat ze toetsen aan de criteria van de gemeente, maar aan de andere kant verschillen ze van mening hoe die criteria moeten worden opgevat. “Dat is niet erg transparant”, zeiden wij.

“Tja”, zei de commissie, hier staat heel duidelijk het woord ‘baksteen.'”

“Ja”, zei ik, “maar nu wijst u op die objectgerichte criteria voor boerderijen uit 2011, waarvan de ambtenaar steeds nadrukkelijk heeft gezegd dat we ze niet mochten gebruiken omdat ons huis geen agrarische bestemming heeft. En als die dan toch van toepassing zijn, dan zou ook de toevoeging ‘voor nieuwe boerderijen ook andere gevelmaterialen mogelijk’ moeten gelden. Want dat staat eronder.”

Nee, dat was niet de bedoeling. Want dan had het ontwerp daartoe ook aanleiding moeten geven. “En uw ontwerp geeft vanuit esthetische perspectief of historische perspectieven daar geen aanleiding toe.”

Dus als het niet had geleken op een historische boerderij, als wij niet waren uitgegaan van de karakteristieken van de bestaande bebouwing en de bebouwing in de omgeving, maar als we een heel andere vorm hadden neergezet, dan had een houten gevelbekleding geen rol gespeeld?

“Tja. Als u met een ander ontwerp komt dan moeten wij vanuit een ander ontwerp weer opnieuw dat plan gaan beoordelen en dat doen we in eerste instantie weer aan de hand van die gebiedscriteria. Maar een ander ontwerp zou misschien wel aanleiding kunnen zijn om in andere materialen te gaan denken.”

Hoppa!! Daar komt even een konijn uit de hoge hoed springen!  Dus een ander ontwerp had andere materialen mogelijk gemaakt? Had dat dan misschien in het vooroverleg (á €488,-) kunnen worden genoemd? In plaats van op het moment dat wij  9 maanden intensief ontwerpen en ruim €18.000,- aan  ontwerpkosten,  constructieberekeningen en energieberekeningen verder zijn?!

We hebben het in het vooroverleg uitgebreid gehad over de problemen van dampopen bouwen versus metselwerk. Maar toen kregen we als advies dat het ontwerp uitzicht bood op een positief advies, hoewel het wringt met de richtlijn voor steenachtig, maar dat ook op andere wijze aan het gewenste bebouwingsbeeld tegemoet gekomen kon worden. Oftewel: ontwerpt u lekker door op de ingeslagen weg.

En nu we het er toch over hebben, vorig jaar is vlak bij ons in de buurt een huis gebouwd wat hélemaal met hout bekleed is. Zelfde bestemmingsplan, ook in het buitengebied, meer zichtbaar vanaf de weg dan ons huis.  En uit het welstandsadvies ten aanzien van die woning (dat we hebben opgevraagd) blijkt dat die houten gevelbekleding geen enkele rol heeft gespeeld. Waarom kon dat dan wel?

een foto van een billboard met de afbeelding van deze woning
De plankjes zijn nog niet zwart. Maar duidelijk een houten gevel. Dit mag dus wel?

“Ja, eh… daar zou ik verder in moeten duiken. Op het moment dat u een schuur had ontworpen in plaats van een woning dan is hout eerder een optie.”

Tot zover het transparante advies van de welstandscommissie. Blijkbaar had een moderne schuurwoning wèl in duurzame materialen mogen worden uitgevoerd. Maar hoe we dat in vredesnaam uit de welstandsnota hadden moeten herleiden is me een raadsel, want daar staat geen woord in over houten schuurwoningen. En zoals gezegd, dat hadden we dan graag in januari gehoord en niet driekwart jaar en een half jaarsalaris later.

En nogmaals, moderne schuurwoningen kunnen hartstikke mooi zijn. Maar je ziet dezelfde typen terug van Pieterburen tot Vaals en van Alkmaar tot Zevenaar. Hieronder: acht verschillende woningen, uit het hele land: raad maar waar ze staan.

   

     

     

   

(Antwoord: Dit zijn de karakteristieke bouwstijlen van achtereenvolgens Veghel, Nederhorst den Berg, Wehl, Delden, Arnhem, Halfweg, Staphorst en Gouda. Meteen herkenbaar, toch?)

Wij wilden een huis ontwerpen dat duidelijke kenmerken van déze streek heeft. Dat bijdraagt aan het afwisselende landschap met bosjes en houtwallen waar je telkens de karakteristieke Friese schilddaken bovenuit ziet steken. Blijkbaar telt dat niet mee bij de beoordeling ‘naar redelijke eisen van welstand’.  Hadden we dat maar eerder geweten, want een moderne schuurwoning was qua functioneel ontwerp een stuk simpeler geweest.

Je vraagt je af wat nu het nut is van vooroverleg. De welstandsbeoordeling blijft een ‘black box’, waarvan je maar moet afwachten wat eruit komt. De welstandscommissie wijst naar de welstandsnota, maar geconfronteerd met wat er precies in die nota staat draaien ze alle kanten op. Waarbij ze aangeven  dat de nota inderdaad aan een update toe is, maar dat we daarvoor bij de gemeente moeten zijn.

Dus, mevrouw de ambtenaar, mag ik dan nú een gesprek voeren met de wethouder?

Dat mocht anderhalve week later. Ik had van tevoren een memo toegestuurd, waarin ik had aangegeven wat onze redenen waren om het ontwerp te maken zoals dat eruit ziet.  Dat heb ik met een presentatie nog eens toegelicht. Ons verzoek aan de wethouder is, om af te wijken van het welstandsadvies. Dat is immers, zoals de welstandscommissie ook aangeeft, enkel een advies. En als je de concept-Omgevingsvisie van de gemeente leest, of het kersverse coalitieakkoord, zou je zeggen dat de gemeente voldoende aanleiding heeft om in dit geval van dat advies af te wijken.

De wethouder was erg geïnteresseerd, maar hij wilde nog niets loslaten. Het (bijgewerkte) memo gaat naar het college. Vreemd dat het hele college blijkbaar moet meebeslissen over een klein bouwplannetje in het buitengebied. Er zal wel een stukje politiek achter zitten.

We kunnen er nu weinig meer aan doen; uiterlijk 15 december horen we wat de gemeente wil. En of we dan verder kunnen? We zullen het moeten afwachten. Gaat de gemeente niet akkoord, dan zijn wij zo’n €25.000,- euro lichter (ontwerpkosten, energieberekening, constructieberekening, leges vooroverleg, leges vergunningaanvraag), kunnen we niet bouwen en moeten we helemaal van voren af aan beginnen.

“Jullie willen het ook veel te netjes volgens de regels doen”, zeggen onze dorpsgenoten. “Dat werkt hier niet zo.”

Dat blijkt.

Welstand in de niet-stand (1)

Al stukadorend zijn er heel wat weken verstreken. Daarin zijn we ook bezig geweest met een minder leuk aspect van ons project: de vergunningen. Hier een update.

Op 6 september hebben we de aanvraag voor de bouwvergunning voor het nieuwe huis ingediend. We verwachtten weinig problemen. We hebben immers begin dit jaar al ‘vooroverleg’ gehad met de gemeente. Toen wees de welstandscommissie erop dat volgens de welstandsnota gevels van woongebouwen ‘een stenig karakter’ moeten hebben, terwijl wij potdekselplanken toepassen. Daar hebben we het toen uitgebreid over gehad en we kregen als advies:

‘Wel merken we op dat het ontwerp wringt met de richtlijn van steenachtig voor de gevel. Ten aanzien van dit aspect verwachten we dat hier in de uitwerking nadere aandacht wordt besteed en eventueel op andere wijze wordt voorzien in het door de gebiedscriteria beoogde bebouwingsbeeld.’

In het gesprek hebben we het toen gehad over toevoeging van een dakkapel, een duidelijk verschil in de hoeveelheid glas en meer detaillering van de goten.  Dat zou zorgen voor meer onderscheid tussen een ‘woon-‘en een ‘stal-‘gedeelte, zoals dat bij boerderijen gebruikelijk is. En dat advies hebben we opgevolgd.

Op 11 oktober ontvingen we bericht van de welstand:

‘Op grond van de ingediende gegevens deelt de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit u mee dat het plan, getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria, niet geheel voldoet aan redelijke eisen van welstand. De kritiek betreft het plan op zichzelf en in relatie tot de omgeving en is op het volgende gericht. 

[…] Het metselwerk is onvoldoende betekenisvol toegepast. 

De woning is hierdoor in strijd met de criteria die in hoofdzaak steenachtige gevels voorstaan. Door de voorgevel (zuidwestgevel) uit te voeren in metselwerk en dit metselwerk overhoeks door te zetten tot het eerste raam kan hier aan tegemoet worden gekomen.’

Dat is vreemd… hier hebben we toch het al eerder over gehad? Wij willen juist geen metselwerk toepassen, omdat dat een hoge milieu-impact heeft en minder dampopen is. Door de kalkhennep te omhullen met metselwerk zou zich ‘leefvocht’ gaan ophopen in de constructie. Dat hebben we bij het vooroverleg ook uitgelegd. Opnieuw bellen. De behandelend ambtenaar zou er achteraan gaan bij de welstandscommissie.

Het was natuurlijk voor onszelf ook weer aanleiding om even na te lezen hoe het ook alweer zat. En hé: in de welstandsnota staat bij gebiedstype ‘Landelijk Gebied’:

In beide gebieden [van de gemeente] is sprake van evenwijdig aan de Linde en Tjonger gelegen bebouwingsassen in een hele lage dichtheid. Op sommige plaatsen zijn deze bebouwingsassen verdicht tot kleine lintdorpjes of – gehuchten. Voor het overige komen verspreid liggende boerderijen veelvuldig voor. Voor de beschrijving van deze boerderijen en de daarbij behorende welstandscriteria wordt verwezen naar de objectgerichte criteria.

Boerderij… zijn wij een boerderij? In een lintdorpje of gehucht wonen we in elk geval niet. De welstandsnota geeft als definitie: Boerderij – gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de stolp, kop-hals-romp en andere typen

Een voormalige boerderij is dus ook een boerderij. Het huidige huis is een oud boerderijtje, dat is zeker. En het nieuwe gebouw krijgt ook het karakter van een boerderij, juist omdat we op een streekeigen wijze willen bouwen. Dus misschien moeten we toch even kijken naar de objectgerichte criteria voor boerderijen. Die zijn een stuk recenter (uit 2011) dan de welstandsnota (uit 2004). En daarin staat dat voor nieuwe boerderijen ook ‘andere gevelbekledingen’ mogelijk zijn. Dat heb ik  direct aangegeven aan de behandelend ambtenaar. En afwachten maar.

Op 17 oktober weer een mailtje van de gemeente:

‘Ik heb even naar deze criteria gekeken en kom tot de conclusie dat deze criteria gelden voor nieuwe boerderijen en agrarische bedrijfsgebouwen op agrarische erven en niet over nieuwbouw boerderijen op een woonbestemming.

Daarnaast heb ik zoals afgesproken contact gehad met de persoon van hus en hiem die bij het eerste gesprek gezeten heeft.

Zijn verhaal is het volgende:

“In het gesprek van de 17e januari is door ons aangegeven dat we beoordelen aan de hand van de richtlijnen en dat het dus van belang is dat de woning een steenachtige expressie krijgt. Dit hoeft niet te betekenen dat de woning geheel in steen wordt opgetrokken maar wel dat er op de juiste plaatsen in de gevels gebruik wordt gemaakt van metselwerk. Natuurlijk kwam de afgezonderde locatie ter sprake en was er een discussie over houten woningen in het buitengebied die vaker aan de orde is. Daarom hebben we toen de zinssnede over aanpassing van de criteria aan het advies toegevoegd.

Het advies van mijn collega is in lijn met het eerdere vooroverleg en conform de nog steeds geldende criteria. De suggestie is een suggestie en we staan open voor alternatieven, die echter wel het resultaat moeten opleveren dat de indruk ontstaat dat we met een steenachtige woning te maken hebben.”

Ik heb ook nog even navraag gedaan over het eventueel afwijken van het welstandsadvies.

De gemeente is niet bereid om af te wijken van het welstandsadvies.

Ik wil u adviseren om samen met uw architect te zoeken naar een oplossing, die een steenachtig karakter heeft en toch werkbaar is voor jullie.’

Dit wordt vreemd. Ik zie namelijk nergens dat het zou moeten gaan om agrarisch bestemde gebouwen. Het woord ‘bestemming’ of ‘bestemd’ komt niet eens in de welstandsnota voor.

Bovendien horen we nu echt iets anders dan bij het eerste welstandsgesprek.  Toen ging het om ‘wringen met een richtlijn‘, waar ‘eventueel op andere wijze aan tegemoet gekomen kon worden’. Nu is het ineens  ‘van belang dat de woning een steenachtige expressie krijgt‘. En wat is eigenlijk ‘een steenachtige expressie’?  Moet het baksteen zijn? Natuursteen? Lokale veldkeitjes? Marmer? Gestuukt met een cementgebonden mortel? Gepleisterd met een kalkmortel? Met leem?

Er gaan nu allerlei zaken door elkaar heen spelen. Waarom zijn de objectgerichte criteria voor boerderijen (die andere gevelbekleding toestaan) niet van toepassing, waarom geeft de welstandscommissie tegenstrijdige adviezen, wat wil de welstand nu eigenlijk en waarom vindt de gemeente het welstandsadvies belangrijker dan de klimaatambities die ze zo nadrukkelijk benoemt in de Omgevingsvisie en  het recente Coalitieakkoord? Een halve dag later stuur ik een uitgebreide mail met deze vragen terug.

Daarna… weer radiostilte. Tot 26 oktober.  Weer mail. Met het langverwachte positieve bericht? Helaas:

‘Naar aanleiding van uw mail heb ik overleg gehad met mijn leidinggevende. In dit overleg heb ik aangegeven dat u ‘bedenkingen’ heeft m.b.t. het welstandsadvies. Ook heb ik aangegeven dat u niet bouwt volgens de traditionele manier, maar dat u andere materialen en technieken gebruikt. 

Hij heeft op zijn beurt overleg gehad met de wethouder over uw aanvraag. Hieruit is gekomen dat de gemeente vasthoud aan het welstandsadvies wat er nu ligt en dat er niet afgeweken gaat worden van dit advies. Ik wil u dan ook vragen om uw aanvraag aan te passen, zodat deze wel voldoet aan het welstandsadvies.’

De vragen uit mijn vorige mail worden niet beantwoord. Dus maar weer bellen.

De reden die de behandelend ambtenaar geeft voor haar conclusie dat de ‘objectgerichte criteria voor boerderijen’ niet moeten worden toegepast, blijkt te zijn dat in de inleiding van die notitie staat:  ‘Het beleid is gericht op beheer en versterking van compacte agrarische erven met een goede landschappelijke inpassing‘. Volgens haar betekent dit, dat deze criteria alleen bedoeld zijn voor boerderijen met een agrarische bestemming volgens het bestemmingsplan.

Tja… er staat ook: ‘Verspreid over het gemeentelijk grondgebied komen […] historische boerderijen voor‘,‘Daarnaast blijkt dat veel agrarische bedrijven zijn beëindigd.’  en ‘Verwacht mag worden dat het aantal agrarische bedrijven zal afnemen waardoor functiewijzigingen en bijkomende verbouwingen zich zullen aandienen.’ En de definitie van boerderijen spreekt niet voor niets van gebouwen met een (oorspronkelijk) agrarische functie.  Daar kan je net zo makkelijk uit afleiden dat de objectgerichte criteria voor boerderijen juist ook op niet-agrarisch bestemde boerderijen van toepassing zijn. Dat wordt een welles-nietes verhaal.

Volgens het eigen voorwoord moet de welstandsnota ‘leesbaar, begrijpelijk en opwekkend zijn voor verschillende gebruikers’. Dat wordt bevestigd in het kersverse Coalitieakkoord (juni 2018): ‘Wij willen een gemeente zijn met zo weinig mogelijk beperkende regels. De regels die er zijn moeten transparant en duidelijk zijn.’ Maar blijkbaar is de nota toch voor meerdere uitleg vatbaar, evenals het advies van de welstandscommissie uit het vooroverleg.

Met de welstandscommissie is intussen geen aanvullend contact geweest; dat vond de leidinggevende niet nodig. En heeft de wethouder nu daadwerkelijk een inhoudelijke afweging gemaakt over energiezuinig bouwen en zwarte potdekselplanken versus een stenen ‘voor’gevel? Of is er alleen maar gevraagd: ‘Wilt u afwijken van een welstandsadvies?’? Dat wordt ook niet duidelijk.

Intussen hebben wij wel een probleem. De termijn voor vergunningverlening verloopt op 1 november en de gemeente werkt heel eenvoudig: als op dat moment niet alle seinen op groen staan wordt de vergunning  niet verleend. Maar dan zijn wij wèl de leges voor behandeling (ettelijke duizenden euro’s!) verschuldigd. En wat de gemeente betreft staat het sein voor welstand nog duidelijk op rood.

We voelen ons behoorlijk machteloos. En ook gefrustreerd en teleurgesteld. Wij hebben júist ernaar gestreefd om, bij een energieneutrale woning met een superlage milieu-impact, te komen tot een bebouwingsbeeld wat past bij de streek en de locatie. Voor afmetingen, vorm, dakhelling, oriëntatie op de kavel en bouwvolume zijn we uitgegaan van het bescheiden boerderijtje wat er nu staat. Daardoor hebben we enige concessies moeten doen aan functioneel te gebruiken ruimte en behoorlijk ons best moeten doen om tot onze gewenste energieprestatie te komen. Maar wat we hier zo mooi vinden is het afwisselende landschap met open weilanden, houtwallen en bosjes, waar je de typerende Friese schilddaken bovenuit ziet steken. Dan moet je geen grote, opvallende cataloguswoning of knalwitte villa gaan neerzetten, zoals je (helaas) toch veel ziet gebeuren.

 Wij hebben met zwarte potdekselplanken gekozen voor een ‘streekeigen’ materiaal met een zeer ingetogen karakter wat functioneel is voor onze wijze van damp-open en energiezuinig bouwen en past binnen het streven om te bouwen met hernieuwbare materialen. En naar aanleiding van het vooroverleg en het welstandsadvies wat daaruit voortkwam hadden we ook echt de indruk dat de welstandscommissie erin meeging dat ook op andere wijze een ‘voorgevel’ gesuggereerd kon worden.

Moet zo’n nota dan letterlijk worden toegepast? Nee, in de inleiding van de welstandsnota staat: ‘Veel liever zien we bouwplannen waarbij de welstandscriteria worden gebruikt als opstapje, als middel om na te denken over de schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. In zo’n geval kan het zelfs voorkomen dat de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn.

Tja, dat hebben wij dus juist gedaan. Onbegrijpelijk.

Nu mág de gemeente afwijken van het advies van de welstandscommissie. Bijvoorbeeld vanwege zwaarwegende maatschappelijke of inhoudelijke redenen. Klimaatverandering en de energietransitie zijn behoorlijke maatschappelijke opgaven. Als je het Coalitieakkoord 2018 leest, zou je dan ook verwachten dat de gemeente een bouwplan als dit  toejuicht:

‘Initiatieven, die van belang zijn voor de samenleving worden gestimuleerd en gefaciliteerd.

Er is een klimaatakkoord waarin de ambitie is opgenomen om in 2050 in Nederland zo goed als energieneutraal te zijn. Onze gemeente ondersteunt dit en draagt er aan bij om dit waar mogelijk te stimuleren of te versnellen.

 We willen

  • een gemeente zijn die duurzaamheid omarmt en stimuleert; 
  • stappen zetten om te voldoen aan de (landelijke) doelstellingen op het gebied van energieneutraal worden en het verminderen van afval (circulaire economie);
  • samen met de netwerkbeheerder(s), corporaties en andere direct betrokkenen komen tot een plan van aanpak voor het nagenoeg energieneutraal maken van ons woningenbestand.

En bovendien staat er:

‘Wij vinden dat bouwvoorschriften helder geformuleerd moeten zijn en uit moeten gaan van kansen in plaats van beperkingen. In dat kader is de rol van een welstandscommissie beperkt tot een adviserende rol.

Onze ambtelijke organisatie heeft een houding die open, benaderbaar en meedenkend is.  Er wordt opgave gericht gewerkt en de organisatie zoekt naar de ruimte om op creatieve wijze de vragen op te lossen. Er wordt gedacht vanuit mogelijkheden, afspraken die gemaakt worden komen we na en kwaliteit staat centraal.’

Met deze teksten in gedachten hebben we verzocht om een verlenging van de termijn. We willen in gesprek met de welstandscommissie en de verantwoordelijk wethouder. Van beiden willen we weten waarom er niet op een integrale manier naar het bouwplan wordt gekeken. Voor welstand betekent een integrale beoordeling: materiaalgebruik in combinatie met het algehele karakter, de ingetogen kleurstelling, vorm, afmetingen en ligging op de kavel. (Natuurlijk willen we ook uitleg waarom de ‘objectgerichte criteria voor boerderijen’ niet van toepassing zijn.) En voor de gemeente (dus de wethouder): de welstandsaspecten in combinatie met de extreem lage milieubelasting van de gebruikte bouwmaterialen en de extreem hoge energieprestaties.

We geven de moed nog niet op!

 

 

 

Uitgeleemd

Na vijf weekends hard stukadoren is het gelukt: alle wanden van de werkplaats zijn gestuukt. En dus donkerbruin. Best een mooie kleur bruin, eigenlijk. Maar toch wat donker voor een werkplaats. Daarom komt er witte leemverf overheen.

Op basis van eerdere ervaringen met ‘natuur’verf ging ik er vanuit dat de meest witte kleur nog helemaal niet zo wit zou zijn. Maar dat is-ie wel: de kleurnaam ‘Dover’ van Tierrafino is goed gekozen: de verf droogt krijtwit op – iets witter dan we bedoeld hadden. In combinatie met de afgeronde randjes rond de (kleine) ramen en het nog wat ruige stucwerk doet het me enigszins denken aan witgekalkte mediterrane kerkjes of het soort Zweedse huisjes waarvan afbeeldingen staan in het boek ‘de gebroeders Leeuwenhart’ van Astrid Lindgren. (Althans – dat laatste dacht ik. Mijn eigen exemplaar staat nog altijd in een doos bij Anneke op zolder en op internet kan ik niet het plaatje vinden wat ik zoek.)

Best aardig, al is het niet helemaal het effect wat ik beoogde…. Nou ja, hoe witter hoe lichter, dat compenseer weer voor de iets te klein uitgevallen raampjes.

Nu nog de tussenwand afmaken, een pelletkacheltje erin en dan kunnen we het kantoor verhuizen naar het nieuwe bijgebouw!

 

Poel

Geen nieuwe updates de laatste weken, want het is, in één woord samengevat, DRUK!

De afgelopen drie weekends ben ik non-stop aan het leemstuken geweest. Het resultaat wordt steeds mooier (al vallen de gedroomde afgeronde hoeken rond de ramen nog niet mee…) maar mijn elleboog gaat wel zeer doen.  Daarom is het niet zo erg dat ik het door de week erg druk met kantoorwerk heb. Joris heeft het natuurlijk ook heel erg druk, met een baan van 40 uur plus zo’n 12 uur reistijd en diverse nevenactiviteiten. “Na november komt er weer lucht in de agenda” houden we onszelf voor.  Hoewel ik vandaag weer gebeld werd voor een klusje…. zou de economie soms weer aantrekken of zo?

Tussendoor oefen ik met Aska voor een wedstrijd schapendrijven, werkt Joris overal elektriciteitskabels door de werkplaats, moeten  we iedere dag minstens anderhalf uur (!) met Aska fietsen en wandelen (mijn hemel wat een energie heeft dat beest!), moet ik regelmatig naar de Randstad (dat is een dagreis, waarbij Aska vaak de avond tevoren al met logeerpakketje bij onze fantastische buren wordt afgeleverd), hebben we een officiële zwoegerziekte-vrij-status voor de schapen bereikt en hopelijk een ram geregeld om ze eind dit jaar te laten dekken, is het gras weer een keer gemaaid (toch weer drie sneden dit jaar), vergader ik met de groencommissie van het dorp, moet mijn gebit binnenkort weer in de steigers zodat ik de nodige vooroverleggen daarover met kaakchirurg en orthodontist heb (alles is een eind rijden!), zorgde het koffiezetapparaat voor kortsluiting (en toen ik een nieuw kocht via Marktplaats bleek dat bij de ouders te zijn van een architecte die het ‘ruilverwonings-project’ hier in de De Hoeve heeft begeleid), is er iets raars met mijn enkel wat een operatie in Sneek ! of all places) noodzaakt, was er een avond over ‘wat voor dorp willen we zijn?’ in het dorpshuis en belde Landschapsbeheer Friesland eind september dat ze aanstaande maandag de poel zouden komen aanleggen.

In het kader van een landschapsherstelproject mogen wij zomaar gratis een poel laten aanleggen, de houtwallen herstellen en worden er ook nog eiken langs de sloot geplant!

Maar, wacht even. Maandag ben ik er niet! Dan moet ik naar Utrecht! En ik wil er wel bij zijn!

Na wat heen-en-weer gepraat kwamen we op 8 oktober. Vanmorgen om half acht arriveerde een indrukwekkende graafmachine. Ik vroeg me af of hij wel ons pad over zou kunnen. Dat ging, maar hij durfde niet over de Ratellaan, daar zou hij waarschijnlijk de randen van het asfalt kapot rijden. Gelukkig mocht hij van de buurman over diens veld rijden.

Gisteren had Hans alvast het hoge gras en pitrus gemaaid, zodat de boomkikkers die we regelmatig spotten (!) hopelijk weg zouden kruipen.

Met een grote freesmachine werd de zode kapot gefreesd. En toen begon het Grote Graven. Een enorme happening, waarbij ook Omrop Fryslan en de pers langs kwamen.

Wat een hoop grond komt er uit zo’n poel!

Aska is zo onder de indruk van alle werkzaamheden dat ze helemaal vergeet om er vandoor te gaan

Je kon prachtig de opbouw van de bodem zien. Onder de vruchtbare bouwvoor zat een laagje uitgespoeld zand, daaronder veen, daaronder ijzerrijk zand en daaronder leem. Alleen niet overal precies zo of op dezelfde hoogte. Dus het was beste wel een beetje zoeken om het zo uit te voeren dat er zoveel mogelijk interessante biotopen voor amfibieën zouden ontstaan. . Gelukkig begeleidde Hans de uitvoering; die heeft daar voldoende ervaring mee en weet precies waar je op moet letten.

De bodemopbouw is goed te zien
Steeds meer mensen…

Firma van de Meulen uit Suwald voert het keurig uit!

Er kwam jammer genoeg weinig leem uit, het was vooral humeus zand en venige grond. Pas helemaal onderin zit leem die mogelijk geschikt zou zijn om mee te bouwen. Maar dieper hoeft de poel ècht niet…

De vrijgekomen grond is verwerkt in een wal aan de westkant. Dit najaar wordt die beplant.  Hopelijk hebben we dan wat minder wind uit die hoek…

Met de vrijgekomen grond wordt de dubbele houtwal aan de westkant van het land weer hersteld.
En het resultaat! Nu is de natuur aan zet.

Dus nu hebben we… een groot gat. Als het gaat regenen een mooie poel. Maar voorlopig mag het best nog even droog blijven, tot we eindelijk de pannen op het dak van de werkplaats hebben liggen of zo.

De randen zullen groen worden, onderin moet water komen te staan. En nu maar wachten op de orchideeën, boomkikkers, heide, vlinders, salamanders, ringslangen…

Leem

Joris heeft hard gewerkt aan de tussenwand tussen kantoor en werkplaats. De elektriciteitsbuizen en stopcontacten zitten op hun plaats. Tijd om de stukadoor in mijzelf los te laten! Lang geleden heb ik een cursus stuken gedaan, maar dat was ‘gewoon’ met gips, van die zakken roodband en geelband van Knauf. In ons nieuwe huis willen we ‘natuurlijk’ leem gebruiken.

Aska vindt dat we veel teveel bezig zijn met saaie dingen, in plaats van met haar te wandelen

Dan valt er nog heel wat te kiezen: leem is te verkrijgen in allerlei kwaliteiten en verschillende kleuren. Met, uiteraard, ook verschillende prijsklassen. Gelukkig geeft Geert de Bock van  de Leemshop uitstekend advies.  Eigenlijk was ik wel gecharmeerd van het idee van witte basisleem (dan kan je er nog eens een stukje af stoten zonder dat het opvalt). Maar die is duur, (nog) niet verkrijgbaar in de sterkteklasse die je nodig hebt voor de onderste laag en komt bovendien van ver weg. Daarom kozen we voor goedkope Nederlandse basisleem. Het wordt bij Emmen gewonnen en zon- en wind-gedroogd: een mooi ‘oer’-product met hele lage milieubelasting dus.

Het enige wat nóg milieuvriendelijker zou zijn, is onze eigen leem hier uit de grond halen. Dat wil ik ook nog wel eens proberen, maar  de proefjes die ik tot nu toe heb gedaan suggereren dat er teveel zand in de leem hier zit. Misschien ga ik het nog wel een keer proberen, als we een grote voorraad hebben, bijvoorbeeld van het graven van de poel.

Al overleggend met de Leemshop bleek dat Geert ook workshops geeft; eigenlijk een dagdeel begeleiding om je op weg te helpen met het stuken. Dat leek me wel een goed idee, tenslotte zijn er heel wat muren te gaan. Hans vond het ook leuk en sloot aan. Dus hebben we afgelopen vrijdag uitgebreid les gekregen.

Omdat de houtvezelplaten iets kunnen werken ten opzichte van elkaar (bijvoorbeeld bij harde wind) gebruik je een wapeningsnet in de leem. Het meest ecologisch is jute, maar dat schijnt erg lastig te verwerken te zijn, zeker rond kozijnen en vensterbanken enzo. Dus toch maar gekozen voor glasvezel.

Joris met even na of de muur nog wel recht staat

De eerste stap is de netten precies op maat te knippen. Vervolgens de leem op de muur smeren. Met een kamspaan met tanden van 1 x 1 cm verdeel je de leem totdat er overal gemiddeld ongeveer precies een halve cm leem op de muur zit. Wapeningsnet ertegenaan hangen, met de hand een beetje in de leem drukken en met de spaan het net goed vast en glad strijken. Dat is de eerste laag, later komt er nog een halve cm leem overheen. Simpel toch?

het glasvezel wapeningsnet geeft ook een leuk visueel effect bij flitslicht…

 

Nee natuurlijk, de leem kwam er aan alle kanten weer vanaf. Vooral boven de ramen. Het maken van de mooie afgeronde hoekjes rond de kozijnen viel ook helemaal niet mee: de leem bleef meer aan de spaan plakken dan aan de muur.  Ondanks dat ik van tevoren de houtvezelplaat had voorgestreken met een speciaal damp-open hechtmiddel voor leemstuc.

mooi afgerond hoekje

Maar oefening baart kunst, en na een heel weekend stuken ben ik niet ontevreden over de eerste paar muurtjes. Het wordt niet superstrak, maar  een klein beetje organisch effect valt binnen onze tolerantiegrens. De eerste laag mag nu drogen (deze week heb ik het te druk met kantoorwerk). Daarna komt er een tweede laag leem overheen. En dan nog drie(!) lagen leemverf, want die Nederlandse basisleem is wel vrij donker van kleur.

Het voorstrijkmiddel maakt de muren meteen wat lichter
Helaas is de leem zelf erg donker van kleur
Maar het begint al te drogen…

Zolder en kelder

De werkplaats is nog niet helemaal af. Maar we hebben besloten de zolder alvast in gebruik te nemen, nog vóórdat hij af is. Dat wil zeggen, we tapen de naden van de OSB-platen aan de binnenkant niet helemaal af. Aan de buitenkant is het dak wel helemaal kierdicht, want er moet natuurlijk geen vocht in komen. Maar dat beetje tocht doordat de naden aan de binnenkant niet kierdicht zijn nemen we voor lief. Misschien is het zelfs wel gunstig voor een beetje ventilatie als het straks vol staat met al onze zooi.

We zijn vast begonnen om het één en ander naar boven te verplaatsen. Zo heb ik eindelijk mijzelf gedwongen de kelder van het oude huisje leeg te halen. Daar stonden maar liefst 54 prachtige oude weckpotten, dik onder het stof, zand, spinnewebben, dode pissebedden en andere viezigheid  – waarschijnlijk al zo’n 45 jaar. Op basis van de oude kranten die we vonden in de bedstee bóven de kelder schatten we dat het kelderluik sinds de vroege jaren ’70 niet meer open is geweest. Het is natuurlijk niet een helemaal waterdichte datering – de kranten kunnen ook later naar de bedstee verplaatst zijn.  De rubber ringen heb ik maar weggegooid: de weckpotten vullen weer twee dozen voor de zolder.

Wel een opluchting om zaken naar een ‘schone’ ruimte  te kunnen verplaatsen. In een doos met kampeerspullen en in verschillende dozen  met (antiek) porselein hebben muizen huisgehouden. Misschien nog van vóórdat we de katten hadden, want die dozen hadden we al uit Amersfoort verhuisd en in de stal gezet vóór onze eigen verhuizing. Verpakkingsmateriaal is aangeknaagd (en onze lakenzakken, opblaaskussentjes en het grondlaken voor de tent ook 🙁 ) en alles zit vol poep en pies. Getver! Alle dozen moeten dus gecontroleerd en zo nodig uitgepakt, de inhoud afgewassen en opnieuw ingepakt.

Beneden is inmiddels de hele muur van de werkplaats met warme houtvezelplaat bekleed. Nog ‘even’ de elektriciteit aanleggen en dan kan de leemstuc erop.

Pannendak

Afgelopen weekend kwamen Wies en Robert met de kleine meisjes logeren; wij vormden een handige  uitvalsbasis om naar de reuzen in Leeuwarden te gaan kijken. Bart en Willemien kwamen ook en Karali bood aan om ook langs te komen. Zoveel helpende handen was een goede gelegenheid om eindelijk een begin te maken met het dakdekken, want er lijkt nu toch wel echt een einde aan het mooie weer te zijn gekomen.

Maar zoals het altijd gaat: vóór je iets kunt doen moet je eerst nog iets anders doen. In dit geval: het schoonmaken van de stapels dakpannen die van de oude schuur af kwamen, en die sinds oktober vorig jaar op stapels in een hoek van het erf lagen.

En tijdens het schoonmaken zag ik weer, dat het weliswaar allemaal donker geglazuurde ‘oude holle’ pannen zijn, maar wel van verschillende partijen. Die allemaal nèt ietsje anders zijn. Soms duidelijke verschillen, soms héle subtiele, die je eigenlijk pas gaat zien als je er een stuk of 1000 door je handen hebt gehad. Dat is niet gunstig voor de waterdichtheid. Een pannendak sluit het mooist als de pannen zo uniform en maatvast mogelijk zijn.

De aangewezen methode zou dus zijn: eerst alle (>1000) pannen zorgvuldig op soort sorteren, bepalen hoeveel je van elke soort hebt en welke het best op elkaar aansluiten en vervolgens het dak dekken diagonaal vanuit één hoek met opeenvolgende reeksen pannen.

En daar kwam het gat tussen theorie en praktijk: toen ik eenmaal enigszins een idee had van wat de kenmerken waren van de verschillende partijen was het al zaterdagmiddag. Bovendien wisten we niet precies hoeveel pannen er in de lengterichting van de werkplaats zouden komen te liggen.

Dus als het niet kan zoals het moet dan moet het maar zoals het kan: we hebben de meest herkenbare soorten eruit geselecteerd en zijn daarmee begonnen. Met zoveel handen konden we een mooi ‘treintje’  maken. Lotis werkte dapper mee. We moeten toch maar op zoek naar werkhandschoenen maatje XXS want met je blote handen dakpannen doorgeven vonden wij voor een vierjarige wel erg hardcore (zelf vond ze dat ze ook best wel twéé dakpannen tegelijk kon doorgeven.)

 

Met hulp van het vogelaarsoog van Bart (getraind op het herkennen van kenmerk-combinaties) en het timmermansoog van Willemien (die van een afstand aanwijzingen gaf of we wel recht gingen) lukte het toch nog redelijk om het dak te dekken met rechte rijen. Over sommige plekken zijn we niet helemaal tevreden.  Nu maar hopen dat het voldoende water- en stormvast ligt…

Hier was Willemien dus koffie aan het zetten. Ook fijn, maar zonder het wakend timmermansoog gingen de rijen toch enigszins slingeren  
Van een afstand ziet het er best redelijk uit

Er komt nog een overstek langs de lange zijden. Daarvoor moeten eerst nog dragers worden aangebracht. De einden van de daksporen die uit de overgang muur-dak  steken liggen immers ónder de dakisolatie en de daklatten en panlatten die daarop zijn bevestigd, terwijl de panlatten van het overstek direct op de sporen bevestigd kunnen worden. Op de daksporen moeten dus dragers voor het overstek worden aangebracht. Dat heeft als voordeel dat we ook een klein knikje in de dakvoet kunnen aanbrengen, wat er net wat levendiger uitziet.  En natuurlijk komen er ook nog dakgoten.

Binnen is Joris bezig de stucplaten aan te brengen. Ook moet er nog een tussenwand geplaatst, de elektriciteit moet aangelegd en dan kan ik de binnenzijde stuken. Nog veel werk en we krijgen haast. Want pas als de binnenkant af is kunnen we de spullen uit de boerderij overbrengen en de boerderij gaan afbreken. En dan hebben we eindelijk de pannen voor de ándere zijde van het dak….

Op de boerderij liggen de ‘oude holle’ pannen wel redelijk strak. Hopelijk is dit één (maatvaste) partij.

Eindelijk regen!

En daar kwam het dan eindelijk: de langverwachte regen. Als het NOS-journaal opent met de woorden “Het regent in Nederland!” weet je zeker dat er iets bijzonders aan de hand is…

Wij kregen zomaar, in drie dagen achter elkaar, 72 mm! En schoven daarmee van de categorie gebieden met het ernstigste neerslagtekort naar het op één na kleinste neerslagtekort.

Het gras in het weiland begint al wel weer groen(ig) te worden, maar het gras op het erf is dermate stukgelopen dat het niet meer uitloopt. Dat wordt dus een modderboel komende winter. We kunnen nog wel wat metalen roosters gebruiken als tijdelijk looppad, mocht iemand ze over hebben…

 

Intussen zitten we niet stil met het werk aan de werkplaats: we hebben weer kilometers tape geplakt, Joris heeft binnen al een deel van de wand bekleed met houtvezelplaten waarop ik straks kan stuken, en ik heb de twee resterende gevels zwart geschilderd. Dat honingkleurige was ook mooi, maar het blijft niet honingkleurig… na één winter is het onregelmatig grauw verkleurd. Met een beits op basis van lijnolie is het hout goed beschermd.

En we hebben, met hulp van onze fantastische buren Leo en Henderika, de trap geplaatst. Dat geeft ook al weer meer het gevoel van een ‘echt’ gebouw.

Wat moet er nu nog gebeuren? Dakpannen op het dak! Dat is natuurlijk heel belangrijk. Een klus die met meerdere handjes veel sneller geklaard is. Wie komt er komend weekend helpen?

Binnen komt nog een laag houtvezelplaat tegen de muren en plaatsen we een binnenwand tussen het ‘kantoor’ en de werkplaats. Dan moet er nog elektriciteit worden aangelegd en moeten de muren met leem worden gestuukt en gesaust. We zijn dus nog niet klaar. Maar dan hebben we ook echt een plezierige ruimte voor het werk tijdens de bouw van het woonhuis.

Het voelt nu al heel fijn. Eindelijk echt iets wat als een ‘gebouw’ voelt, met dichte, tochtvrije muren, een plezierig binnenklimaat en een vlakke vloer die niet zwiept als je eroverheen loopt.

Hulp!

Afgelopen weekend kwamen Bart en Willemien helpen. Dat was erg fijn: Bart heeft binnen in de werkplaats weer kilometers panelen afgetapet en Willemien en ik hebben weer een gevel zwart geschilderd. Wat wordt het mooi!

Nu kunnen binnenkort de pannen op het dak, dan is het eindelijk echt wind- en waterdicht. Dat is wel een klus waarvoor het handig is als er veel mensen zijn. Wie komt er helpen?

We hebben alvast (met hulp van Bart, verschillende héél dikke en zware balken, een palletwagen en een aantal kunststof rijplaten)  Joris’ zware vlakbank en zaagtafel naar de nieuwe werkplaats overgebracht. Ze hebben flink geleden van het verblijf in de koude en vochtige stal afgelopen winter. Het wordt heel wat poetsen om de roest er weer af te krijgen.