Hitte! (het derde jaar…)

En daar kwam-ie dan, de eerste hittegolf van dit jaar. Ik dacht eigenlijk dat we er eind juni al eentje gehad hadden, net vóór de kalkhennepweek. Maar blijkbaar voldeed die niet aan de eisen.

Fijn dat we de schaduwhokjes voor de rammen hebben. Voor de ooien had ik gelukkig nog twee weitjes met gras-en-schaduw. Weer veel gedoe, want ze moeten toch wel erg vaak verplaatst.

De kleine boompjes doen dapper hun best. (Voor zover ze de droogte va half maart-half juni overleefd hebben dan, want alles wat ik afgelopen winter had geplant is toen overleden.) Het aanbrengen van grote stukken halfverteerd hout bij wijze van mulch lijkt goed te werken.

De moestuin geef ik permanent water. ’s Nachts sproeien lukt niet meer; het water wat uit de bron komt bevat teveel zand, waardoor de zwenksproeieer steeds verstopt. Ik heb er nu drie versleten. In plaats daarvan leg ik de tuinslang tussen de planten. Elke twintig minuten gaat het alarm van mijn telefoon af en leg ik hem iets bij de volgende plant. Op die manier heb ik de meeste planten kunnen redden. Wel een hoop werk. Een paar bedden, die het toch al niet goed deden, heb ik maar opgegeven. Al met al is dit het droogste moestuinjaar wat ik tot nu toe heb meegemaakt.

Slapen in de stacaravan is zo goed als onmogelijk. Maar dat geeft niet; het nieuwe huis is een stuk luchtiger (en was de eerste dagen nog lekker koel). Wel onder een klamboe, de muggen zijn opeens weer terug. Al doen onze ‘huis’zwaluwen hun best bij de bestrijding.

Maar na een paar dagen liep ook in het nieuwe huis de temperatuur op. Wat zal het fijn zijn als de ramen en deuren er in zitten. En de dakisolatie!

We hebben nu al drie jaar alle nattigheid in de winter, gevolgd door een droge zomer. Als dit het nieuwe normaal wordt moeten we het land daarop gaan inrichten. Ik heb allerlei plannen… dat wordt weer planten deze winter!

Drukke dagen

Zoals ieder jaar is er in juli en augustus zoveel te doen dat ik nauwelijks aan een blogje toe kom.

We hebben het eikenhout netjes ‘opgelat’ in de zuidschuur. Dat kostte uiteindelijk een heel weekend sjouwen, want die stond hartstikke vol met andere meuk en natuurlijk moest alles ergens anders komen te staan en liggen, wilde het er allemaal in passen. Maar nu ligt al het andere hout ook weer netjes gesorteerd en liggen de (loeizware!) planken keurig op latten te drogen. Nu maar hopen dat ze niet splijten. En dat de wrakke zuidschuur het nog een paar jaar uithoudt…

Daarna was het hoognodig tijd om een keer te maaien, want dat was nog niet gebeurd dit jaar en eind juli kwam er een weekje droog weer. (Natuurlijk wisten we niet dat er nog een hittegolf aan kwam, ik had beter nog twee weken kunnen wachten. Dat had minstens één ronde schudden gescheeld. Maar ja, achteraf is het mooi wonen…)

Zelf gemaaid (met de maaier van Arnaud), geschud en geharkt (met de Strela). (En in de hoekjes nog een beetje met de hand…) Best veel dan, twee hectare.

En toen kwam de loonwerker om het tot 85 pakjes te persen. De helft hebben we meteen verkocht aan iemand-met-een-paard, de andere helft is voor de schapen van de winter. Het is niet het beste hooi, zo laat gemaaid en van zulk droog land. Maar ze doen het er maar mee. ’s Avonds ging het regenen, maar pas nádat we het hooi onder dak hadden. Zeer bevredigend.

En natuurlijk bouwen we iedere vrije minuut door. De mooie (en loodzware!) Accoya kozijnen zijn gearriveerd en Joris is ze aan het installeren. Weer veel geplak met luchtdichte tape.

Ik ben met verschillende klussen bezig. Ten eerste nog steeds het behandelen van de balken met oxaalzuur. Dat is heel veel (en onaangenaam) werk. Dus het gaat niet zo heel hard. Maar de meeste vlekken verdwijnen wel uit de balken. Móói!

Daarnaast het ‘kaleien’ van de buitengevels: het aanbrengen van een dun stuclaagje om de kalkhennep winddicht te maken. Leuk werk, maar erg zwaar voor mijn geblesseerde elleboog.

Intussen gaat het schapen melken en kaas maken ook nog steeds door. De wei breng ik naar de varkens van de zorgboerderij, die het gretig afnemen. Het éne ooilammetje van dit jaar oefent alvast met op de melktafel brokjes eten. Jong geleerd…

En we hebben na lang twijfelen toch maar een zitmaaier aangeschaft. Eéntje die sterk genoeg is om het weiland mee te kunnen maaien, nadat de schapen er gestaan hebben. Die verwende beesten eten namelijk alleen de topjes van het gras. Maar om het weer goed te laten uitlopen moet het dan wel kort gemaaid. En met de zeis is dat toch wel erg veel werk. Enfin, het ding moet ook ergens staan (achter slot en grendel!) dus daar bouw ik ook nog even een tijdelijk hokje voor.

(En ooit moeten de kozijnen in de olie gezet…)

Aska ziet al ons geploeter gelaten aan. Wat een drukte maken de bazen weer. En het is al zo warm…

Mobiele zagerij

Vandaag kwam de mobiele zagerij om de eiken stammen die we van Henk en Rita gekocht hebben te zagen. Spannend!

En zo ziet dat er dan uit. Wat ontzettend gaaf en wat een prachtige planken! Daar gaan we allerlei moois mee maken! (Natuurlijk eerst wel ‘even’ goed opstapelen, en daarvoor moet eerst ‘even’ de zuidschuur gereorganiseerd… komt er ooit een eind aan de klusjes die ‘even’ en halve of hele dag hard werken zijn? )

Tussendoor

We zijn er nog niet helemaal uit wat we gaan doen tegen de kevertjes. in ieder geval ben ik maar vast begonnen met het schoonmaken van de gebinten. Die zijn behoorlijk zwart geworden, door de maanden die ze in de regen hebben gestaan. Maar er is een fantastisch middel om vlekken uit eikenhout te krijgen: oxaalzuur.

Marleen heeft er al eerder een blog over geschreven. Hun kozijnen moesten netter worden dan voor ons gebint noodzakelijk is, dus ik bespaar me de moeite van het drie keer afspoelen. Ik werk wel van boven naar beneden, want het is natuurlijk niet handig om te druipen op balken die je al hebt schoongemaakt.

En schoon wordt het inderdaad. Het lijkt wel toverij: je brengt de oxaalzuur-oplossing aan en je ziet de zwarte vlekken gewoonweg verdwijnen. Zeer bevredigend, als je zoals ik een beetje poetserig bent aangelegd.

Niet dat het bovenin heel erg leuk werken is. Boven je hoofd werken met vloeistoffen is altijd een geklieder, en als het dan gaat om een zuuroplossing die langs je beschermende handschoenen zo je oksels inloopt is dat bijzonder oncomfortabel. Ik draag er wel een beschermbril bij, maar heb nog geen goede oplossing om mijn onderarmen te beschermen gevonden. Gelukkig kan ik het meeste hout van bovenaf doen.

Intussen heeft Joris andere klussen onder handen genomen. Een (tijdelijke) vloer boven de kelder bijvoorbeeld. Nog even schoonmaken en dan kunnen we daar daadwerkelijk spullen gaan opslaan!

Het voelt er direct koel aan (er komt nog isolatie tussen het kelderplafond en de vloer erboven). Het is ook heel fijn dat we niet meer om het gat hoeven heen te lopen. En het leuke is: als je op de tijdelijke vloer staat, sta je bíjna op de uiteindelijke vloerhoogte. Dan zien de plafondhoogte en hoogte van de ramen er ineens heel anders uit!

Ook heeft hij van oude pallets en een oud landbouwhek toegangshekken gemaakt, waardoor we het hek-om-Aska-binnen-te-houden nu helemaal rond de bouw hebben kunnen zetten. Aska werd namelijk erg ongedurig als wij aan het bouwen waren terwijl zij op het erf bij de stacaravan moest blijven. Terwijl dat toch al aardig wat ruimte bood vergeleken met wat het gemiddelde Nederlandse hondje aan uitloopruimte heeft… een beetje verwend is ze wel.

En hij heeft de pallets met dakpannen en alle andere zooi die zich begon op te hopen vóór het huis een beetje opgeruimd. Nu nog de laatste zakken kalk uit de partytent opruimen, dan kan die ook eindelijk afgebroken.

Dat is allemaal ter voorbereiding op de volgende bouwfase. Morgen worden de kozijnen geleverd. En als die er in zitten komt het hout om de buitenkant af te werken. Vóór die tijd moet ik nog een kaleilaag op de buitenkant aanbrengen (als ik klaar ben met het oxaalzuur). We hoeven ons nog even niet te vervelen…

Beestjes

Met de lammeren van dit voorjaar had ik drie melkgevende ooien. Waarvan er twee ècht heel veel gaven. In juni zat ik op zo’n zeven á acht liter melk per dag. Dat krijgen we natuurlijk nóóit weg. Dus ik was bijna fulltime bezig met melken, schapen verzorgen en melk verwerken. Tot kwark, verse kaas, yoghurt, halloumi, feta en af en toe Goudse kaas.

Goudse kaas is eigenlijk het handigst om te maken als je een melkoverschot hebt, want dat moet lang rijpen en kan je lang bewaren. Maar het is niet eenvoudig om te maken, dat kost bijna driekwart dag (inclusief al het schoonmaken). En eigenlijk gaat het het beste van verse melk. Dus ik kon de melk ook weer niet eindeloos opsparen om één keer per week een grote hoeveelheid kaas te maken. Temeer omdat ik gewoonweg geen ruimte en geen pannen heb om dat te doen.

En het rijpen moet gebeuren in de stacaravan. Die niet de juiste temperatuur heeft en waar op zeker moment vrijwel alle beschikbare oppervlakken waren ingenomen door kaas. En toen zag ik tot mijn grote afgrijzen dat mijn rijpende kaasjes waren aangeknaagd. Door Een Muis.

Dat betekende direct een grondige schoonmaakbeurt en reorganisatie van de stacaravan. We hebben aardig wat etenswaren op voorraad (de winkel is nu eenmaal niet om de hoek) en alles wat niet in blik of glas zit moet voortaan dus in muisdichte plastic kratten. Maar daar kan je geen kaas in laten rijpen. Kaas heeft lucht nodig.

Een hoop gegoochel dus: kaas in kratjes, ’s nacht een deksel op de kratjes tegen de muis, overdag deksel eraf om het goed droog te houden… wéér iets om aan te denken, alsof we het nog niet druk genoeg hebben. Maar het werkte niet goed, schimmel op de kaas en een zuur luchtje.

Met de uitgezette muizenvallen hebben we intussen ‘een’ muis gevangen. Hopelijk was dit de enige. Maar we laten de vallen in de stacaravan nog maar even staan…

‘Bleeding cheese’; een verse kruidenkaas met zoete chilisaus

Gelukkig had ik in de kalkhennepweek genoeg hulp om op andere wijze verwerkte melk weg te werken. In de vorm van verse kaas met allerlei kruiden, cajun-style ricotta, schapenstandyoghurt, schapenkwark en romige vanille- en chocoladevla. Of gewoon als melk.

En vlak vóór de kalkhennepweek heb ik één van de ooien verkocht. Nu heb ik alleen Babette en Nel nog en die lopen gelukkig al aardig terug in melkgift. Drie liter per dag is nog steeds meer dan voldoende om onszelf van al deze heerlijkheden te voorzien.

Lieke heb ik verkocht. De eerste lactatie en ze zat al aan bijna twee liter per dag!

Maar het ene beestjes-probleem was nog niet opgelost of het volgende diende zich aan. Vóór de kalkhennepweek hadden we de eiken gebinten zorgvuldig in plastic verpakt, om te voorkomen dat er kalkvlekken op zouden komen. Ná de kalkhennepweek begon ik enthousiast het plastic er af te halen, om te zien hoe mooi dat nou zou staan, die eiken balken tegen de kalkhennep.

Joris pakt de gebinten in in plastic
En bij het uitpakken zag ik dit…

Hé, zwarte dingetjes, zitten hier nu ook al muizen?

Tot ik een ‘muizenkeutel’ tegenkwam die aan de achterkant in een gebintpaal zat en zich door het plastic heen aan het werken was.

Houtworm!

Het blijkt te gaan om spinthoutkever. Een zogenaamde ‘drooghoutboorder’, die zich vooral thuisvoelt in het spinthout van bepaalde loofbomen, waaronder eiken, in de eerste jaren na het zagen. Een beestje met een vrij korte levenscyclus, waardoor hij zich snel kan verspreiden en grote schade kan aanrichten.

We hebben natuurlijk direct contact opgenomen met bestrijders. En met mijn oud-collega’s van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Want daar zit de nodige kennis over de do’s en dont’s van het bestrijden van ongedierte in houten gebouwen. Al is ons huis wel een beetje jonger dan de meeste monumenten.

Dat leerde ons dat er drie methoden zijn om van het gedierte af te komen: behandeling met gas, met gif of met hete lucht. Het is alle drie milieutechnisch niet erg plezierig.

Gas valt af; dat zou voor ons gebouw peperduur zijn. En het is ook wel een ontiegelijke hoeveelheid giftig gas, die je vervolgens in de open lucht laat ontsnappen.

Bij gif wordt al het eiken ingespoten met een bestrijdingsmiddel, dat tot ongeveer een centimeter in het hout trekt. De beestjes zitten ook dieper, maar als ze er dan uit komen moeten ze door de vergiftigde zone. Het wordt dan wel even goed opletten, want vier van de gebintpalen staan tegen de kalkhennep aan en daar kan dus een vlak niet worden ingespoten. En vervolgens zit je dus met een giftige constructie.

De eiken constructie heeft nog veel vlekken. Die gaan we weg werken met oxaalzuur. Daarna moet het goed drogen en dan wil ik het (enigszins) schuren. Dat stond op de planning voor ‘ergens deze winter’. Als je daarvóór een gifbehandeling zou uitvoeren, ben je vervolgens allemaal giftig schuurstof aan het verspreiden en inademen. Dus als we voor deze methode zouden kiezen moeten we éérst alles met het eiken doen wat we ooit nog willen doen aan bewerking, en er daarna tien jaar af blijven. In die tijd verdampt het gif (ook fijn voor je binnenklimaat). De gifbehandeling zal zelf ook voor vlekken op het eiken zorgen – tja, daar is dan niets aan te doen.

Bij een heteluchtbehandeling wordt er lucht van zo’n 70-80 graden in het huis gepompt, tot de binnentemperatuur op zo’n 60 graden is. Om te voorkomen dat daardoor al het hout enorm gaat draaien en kromtrekken is dit heel vochtige lucht. Als het huis eenmaal op temperatuur is wordt het nog een dag op die temperatuur gehouden, zodat de warmte diep in het hout kan dringen. Dan is alles in het hout wel dood.

Dit wordt bij voorkeur in de zomer (en tijdens een hittegolf) gedaan, dan verlies je de minste warmte. Het kost toch al een enorme partij brandstof. (Bouw je een heel energiezuinig huis, krijg je dit…) Maar dan moet het huis wel dicht zijn. En bij voorkeur goed geïsoleerd. Tja, wij hadden de dakisolatie als project voor komend voorjaar staan, na plaatsing van de dakramen en dakkapel. En sowieso zal het wel september of oktober worden voor we alles wind- en waterdicht hebben. De vraag is of het dan nog warm genoeg is, of dat we het tot volgend voorjaar moeten uitstellen. Wat betekent dat we in de winter nog geen tussenwanden, verdiepingsvloer en dergelijke kunnen aanbrengen.

Daarbij komt, dat we hier overal drogend eiken hebben liggen. Het hout dat we van Rita en Henk hebben gekocht wordt over een paar weken door de mobiele zagerij gezaagd. In de zuidschuur liggen eiken balken die de luifel bij de voordeur moeten gaan dragen. En het houthok zit vol met kleiner eiken, van afgezaagde en afgewaaide takken. Er hoeft maar een ondernemend kevertje op één van die plekken eitjes te gaan leggen en dan kan het probleem de dag na de hittebehandeling weer opnieuw optreden.

En niet alleen het hout kan gaan werken onder invloed van de hete lucht. Van de kalkhennep weten we eigenlijk ook niet hoe die zich zal gedragen. Wat betekent het voor het carbonisatieproces?

Kortom, we zijn er nog niet uit. Los van het geld (chemische bestrijding is duur, heteluchtbehandeling is nog veel duurder) is geen enkele oplossing milieutechnisch wenselijk. Maar niets doen is ook geen optie.

Wat hadden we dan moeten doen? Gewaterd eiken gebruiken. Vroeger werd hout eerst een paar jaar in water gelegd. Dan spoelen de suikers eruit, waarmee het minder aantrekkelijk wordt voor insecten. Maar tegenwoordig nemen we daar de tijd niet meer voor. Aan gewaterd eiken is gewoon niet te komen. En ‘achteraf is het mooi wonen’, zoals men zegt. (Ik dacht eerlijk gezegd dat eiken überhaupt niet aantrekkelijk was voor houtetende insecten.)

Hoe een heel klein beestje voor grote hoofdbrekens kan zorgen…