En nu…verder!

Intussen zijn we een beetje geland. Het internet doet het en zelfs de wasmachine (met wat provisorische voorzieningen). Omdat we het helemaal zat waren dat iedereen die bij ons moest zijn bij de buren uitkwam heb ik een (volgens mij tamelijk duidelijk) bordje gemaakt naar nummer 4. De PostNL zag het meteen, maar de firma Baas Stam, die krachtstroom kwam aansluiten, reed er straal langs. Tja, over die firma heb ik al eerder geschreven…

Rik, die zelf aan het verbouwen is, had grote ‘lexaanplaten’ over van zijn serredak. Die kunnen wij weer goed gebruiken om her en der het dak dicht te maken. Het was wel spannend, om met 4 m lange platen op het dak van de bus van Deventer naar De Hoeve te rijden…

Bart en Willemien kwamen weer een dag helpen en hebben de stekjes die ik nog uit de vorige tuin had meegenomen ingekuild/geplant op en kaal stuk van het erf, zodat er zowaar een soort tuintje is ontstaan, de ‘kantine’ wit gesaust en er gordijnen opgehangen. Het begint er steeds beschaafder uit te zien.

Tussen al het harde werken door genieten we ook van onze mooie nieuwe omgeving. Van de schitterende zonsondergangen, de foeragerende staartmezen en winterkoninkjes in de meidoornhaag en van de bloeiende kamperfoelie in de houtwallen.

En we hebben één dagje echt ‘vrij’ genomen, om de omgeving te verkennen. We hebben het Koloniemuseum in Frederiksoord bezocht, waar we de nagebootste kolonistenwoning een stuk ruimer, frisser en degelijker vonden ogen dan ons huisje…

En nu is het heel hard verder klussen. Want bij droog weer is het hier paradijselijk, maar als het gaat regenen (zoals nu) regent het op veel plekken dwars door het dak heen.  Op een deel van de zolder hebben we gewoon een zeil over de zoldervloer gelegd. Geen erg duurzame oplossing (want dat zorgt voor onvoldoende ventilatie van de planken van de zoldervloer), maar volgend jaar hopen we toch te kunnen gaan slopen. Nu blijven de spullen die eronder staan tenminste droog.

Een ander deel van het dak moet echt van buitenaf aangepakt. Maar… daar kunnen we niet bij, doordat op die plek een overkapping tegen de stal is aangebouwd. Die moet dus afgebroken. Maar… onder die overkapping hebben we al allerlei spullen staan die wij uit Amersfoort hadden meegenomen. Die moeten dus ergens anders in. Dus moeten allereerst de twee resterende schuren leeggeruimd. Wie heeft zin om daar de komende weken mee te komen helpen?

Update

Het is even stil geweest op het blog. Wat kost verhuizen toch een tijd en energie! Hoog tijd voor een update. Vooralsnog zonder foto’s, die komen wanneer we het snoertje hebben teruggevonden om foto’s van de camera op de computer te zetten.

7 juli hebben we een groot deel van onze inboedel naar Oss verhuisd. Daar mag het voorlopig bij Joris’ ouders staan. Gelukkig iets minder zware zaken dan de vorige keer, maar toch fijn dat we weer een bus met laadlift hadden.  Onze oude vriend Rob hielp in Oss met uitladen.

Overigens was het dit keer wel makkelijker inpakken, omdat we plotseling de beschikking hadden over héél veel zware kwaliteit bubbeltjesplastic. Mijn oude vriendin Barbara verhuisde op 1 juli van Dublin naar Amersfoort.

(Natuurlijk leuk dat ze weer naar NL komt, maar waarom nou net op het moment dat wij Amersfoort verlaten? Het ergste is: zeventien jaar geleden deed ze dat ook al. Toen verhuisde zij van Groningen naar Den Haag één week voordat ik van Leiden naar Groningen verhuisde. Je zou er bijna wat van gaan denken…)

En tot haar ontzetting wikkelde het Ierse verhuisbedrijf haar volledige inboedel in kilometers bubbeltjesplastic. Nou is dat natuurlijk wel heel handig: alles is beschermd tegen regen, stof, stoten, krassen… en het pakt ook nog makkelijker op. Alleen was dit wel genoeg plastic om de halve Noordzee tot plastic soep te maken. Maar ja, dat leed was al geschied, dus wij hebben er dankbaar een tweede maal gebruik van gemaakt. Het moet gezegd worden: Lundia-planken (met die krasserige ijzertjes) zijn véél makkelijker te hanteren als ze in bundeltjes in bubbeltjesplastic zitten.

8 juli was dan de ‘echte’ verhuizing. Weer vroeg op, gelukkig ook weer veel hulp. En dat was nodig ook! Het kostte veel moeite om ‘alles’ in de bus te krijgen en dat is dan ook niet gelukt.  Uiteindelijk maakten we een schifting: wat kan ook nog met onze eigen bus vervoerd en wat past alleen in de (grotere) huurbus?

Het kippenhok was nog een verhaal apart. Dat had Joris zó gemaakt, dat het precies door de poort zou passen als we ooit zouden verhuizen. Maar sindsdien hebben we een nieuwe poortdeur gemaakt. En de buren hadden hun uitbouw verbouwd, waardoor we moeilijker de hoek om konden. Uiteindelijk lukte het, maar pas na heel veel gevloek en nadat we zelfs de scharnieren van het deurtje eraf hadden gehaald. Op de míllimeter! Ondertussen liep de temperatuur al lekker op.  Gelukkig had de huurbus dit keer airco.

Uitgeput na twee dagen verhuizen, met bubbels op de nieuwe stek

En op het landgoed aangekomen werd de grote vraag: waar moet alles heen? Het is natuurlijk  momenteel een wat wonderlijk geheel, met enkele bewoonbare ruimtes, enkele minder bewoonbare en een aantal plekken die zo lek als een mandje zijn. Momenteel ziet het er dan ook weer ongeveer net zo vol en ongeorganiseerd uit als toen de oude meneer er nog woonde. Alleen zijn het nu onze spullen die er staan.

De volgende dag weer om 06.00 op om de huurbus op tijd weer in Amersfoort te kunnen inleveren. De rest van de dag bezig geweest om de ‘laatste’ (dat dachten we!) spullen in Amersfoort bij elkaar te zoeken en daar alvast wat schoon te maken. Tegen de avond hebben we de loopeenden in hun hok gejaagd, het hok in de bus gezet, die zo vol als maar mogelijk was gepakt met spullen en zijn we met twee auto’s naar De Hoeve gereden.

En op zondag is Joris nóg een keer op en neer gereden om een overvolle bus op te halen, terwijl ik onze leefruimtes bewoonbaar maakte.

“Volgens mij staat er nu nog maar een halve bus ofzo”, zei Joris.

Daarna een week hard gewerkt. Spullen uitgepakt, een kamertje gewit, tijdelijke riolering naar de oude gierkelder aangelegd (in augustus laten we een septic tank plaatsen en helofytenfilter aanleggen), provisorische voorzieningen tegen het inregenen gemaakt, internet geregeld, een nieuwe mooie ren voor de kippen en de eenden gemaakt en eindeloos heen en weer gelopen.

(Dat internet  is een verhaal apart. Ons dorp had geen zin om te wachten tot de provincie haar voornemen om het buitengebied van glasvezel te voorzien eindelijk zou waarmaken. Dus is het dorp met het bedrijf ‘Northned’ in zee gegaan. Die hebben een hoge mast naast het dorpshuis geplaatst. Vanaf daar komt er via een straalverbinding -soort radio- internet naar een ontvanger die je bij je huis moet plaatsen. Werkt prima. Alleen moet je wel een zichtverbinding hebben met de mast. En bij ons staat daar de houtwal tussen. We dachten er nog even over om een heel hoge paal met ooievaarsnest te plaatsen, waar dan ook die ontvanger aan kan hangen. Maar dat is toch een beetje een gedoe, om dat goed windvast te krijgen. Dus ons ontvangstkastje staat nu midden in ons weiland, op een plek waar je de mast nèt kunt zien door een gaatje in de houtwal. Het enige is, dat als het waait er een tak de zichtlijn stoort. We moeten nog even uitvinden welke tak dat is, zodat we wat internet-gerelateerd kunnen gaan snoeien. En het draadje van de ontvanger naar het huis even ingraven. Anders zitten we na de volgende maaibeurt opeens zonder internet…)

Vrijdag 14 juli was de overdracht van het huis in Amersfoort. 13 juli ’s Ochtends vroeg al naar Amersfoort. Daar weer een dag bezig geweest met schoonmaken, laatste dingen loshalen en inpakken. Er blíjft maar zooi uit zo’n huis komen! ’s Avonds lekker gedineerd bij onze lieve buurvrouw Els, die we erg gaan missen. Jammer genoeg wilde ze niet mee verhuizen.  Vrijdagochtend nog even snel, voor de laatste keer, veel boodschappen gedaan op de Amersfoortste markt en bij De Nieuwe Graanschuur (de verpakkingsvrije bio-winkel). Ik zal er aan moeten wennen dat ik niet meer een supermarkt op de hoek van de straat heb! Daarna, ook even snel, nog aardappels, snijbiet, bietjes, uien en courgettes uit de moestuin geoogst. Nu zijn ze nog van ons!

En toen de overdracht bij de notaris. Toch wel een beetje emotioneel: we hebben veel werk en liefde in dat huis gestoken.

Van de kopers kregen we een zelfgekweekte Paulownia, als vervanging voor onze mooie Paulownia tomentosa die we achterlaten en die van het voorjaar zo prachtig paars bloeide. Een eerste boom om op het landgoed te planten! Hij paste niet meer achterin, de bus zat nokkievol. En één fiets moest nog achterblijven bij Els.

In Hilversum de kippen opgehaald, die al twee weken bij Frank en Harmen logeerden. En toen met have en goed op weg naar ‘huis’!

Helaas wilde de bus niet meer starten toen we even een plaspauze hadden gehouden. (Bij de notaris was het erg druk; ze hadden een dubbele afspraak gemaakt. Daardoor stond hun parkeerplaats heel erg vol en moesten wij, met onze grote bus, er snel af. Dus vergeten om nog even van het toilet gebruik te maken.) Daar stonden we, in de stromende regen, op parkeerplaats ‘De Abt’, bij Nagele. Gelukkig was ik tijdig lid geworden van de ANWB. Na anderhalf uur kwam de wegenwacht ons verlossen en konden we de kipjes blij maken met hun nieuwe grote ren.

Intussen scharrelt al het gedierte dus heerlijk rond. Nu snel ergens katten vinden, want er scharrelt hier ook van alles rond dat we niet per se ín huis hoeven. En voor de nabije toekomst staat er ook nog een hond op het programma. En de door mij gedroomde geitjes en varkentjes…

 

 

Verhozen

Het woord ‘verhozen’ wordt nogal eens gebruikt als verleden of voltooide vorm van verhuizen. Maar hoewel onze verhuizing nog niet geheel voltooid is was er van verhozen afgelopen woensdag wel sprake! Na al die weken van mooi weer, een strakblauwe lucht en zonneschijn moet het weer net op onze eerste verhuisdag omslaan.

Omdat het dak van de stal allerminst waterdicht is gaan de meest kwetsbare delen van onze inboedel in de opslag. Gelukkig konden de boeken, de grote schilderijen  en de piano naar Joris’ zus, die in Dalen (Emmen) woont.

Behalve de piano is ook Joris’ werkplaats een puntje van aandacht. De grote vlakbank en de zaagtafel  wegen allebei meer dan 300 kg. Daarnaast staat er nog een massief beukenhouten werkbank en een flink aantal kasten en natuurlijk zwaar gereedschap. Dus een bus met laadlift was geen overbodige luxe.

Om 08.00 een grote 18 m3 bus opgehaald. Via de LETS (local exchange trading system) hadden we hulp geregeld, daarnaast kwam de geweldige klusjesman van de buurvrouw helpen.  Met behulp van de gehuurde pompwagen, stalen rijplaten en het nodige gevloek is het gelukt om alles vanuit de achtertuin naar de bus te krijgen. Waarom heb ik ooit een achtertuin met stapelmuurtjes en trapjes aangelegd?

    

Al met al paste het (uiteraard) nèt. Het idee om de bus zó in te pakken dat alle spullen voor Dalen achterin stonden moesten we laten varen. En intussen begon het zachtjes te regenen…

“Ik hoop dat het nu even een uur goed doorregent, dan is het droog als we in Dalen komen.” zei ik nog hoopvol. Maar de regen schoof netjes met ons mee. Beste spannend, in zo’n grote bus rijden en dan met maar 50 m zicht…

“Goh”, zei Anneke “Het regent hier eigenlijk nog maar net, het is de hele ochtend droog geweest”

Maar dat was het dus niet meer. De spullen-van-de-werkplaats-die-vóór-de-spullen-voor-Dalen-stonden uitgeladen en onder een zeiltje op de parkeerplaats gelegd. Piano uitgeladen en naar zijn logeerbestemming aan de achterkant van het huis gebracht. Bus om het huis heen gereden. Op de oprit geparkeerd (handrem deed het slecht dus hij schoof bijna weer de straat op). De grote narcissenschilderijen  die op platen MDF van 110 x 278 cm geschilderd zijn bleken na uitladen en proberen tóch niet door het trapgat te kunnen. Dus die moesten we weer inladen en er een andere oplossing voor verzinnen. De 35 dozen met boeken gelukkig wel, die staan nu veilig op zolder. Daarna de  spullen-van-de-werkplaats-die-vóór-de-spullen-voor-Dalen-stonden weer ingeladen en wat droogs aangetrokken.

Na een lekkere maaltijd bij Anneke doorgereden naar ons fantastische logeeradres bij Jenny en Joop in Langedijke. Jenny ontmoette ik dit voorjaar op een cursus over voedselbossen. Toen zij hoorde van ons avontuur bood ze ons spontaan het gebruik van  hun comfortabele gastenverblijf aan. Met allerlei luxe die we op de Ratellaan niet hebben, zoals een douche, een schone vloer en de afwezigheid van ongedierte. Daar hebben we dus heel wat weekends dankbaar gebruik van gemaakt.

Donderdagochtend op tijd weer op, want om 07.30 zou de installateur op de Ratellaan zijn om de meterkast op te plussen. Gelukkig was het intussen droog! De installateurs vertelden ons dat op woensdag in Wolvega het zo hard geregend had dat er 30 cm water in de straten stond en de onderdoorgang onder het spoor was afgesloten. In de stal was nu ook goed te zien waar het naar binnen had geregend: bijna overal. Jammer dat we er nu pas aan dachten dat we een stuk zeil over de zolder hadden willen uitspreiden na een periode droog weer…

We hebben ons best gedaan om zoveel mogelijk spullen op zo droog mogelijke plekken neer te zetten en voor alle zekerheid een tentje over de meest kwetsbare apparaten heen gebouwd. Misschien moeten we toch maar beginnen met het bouwen van een degelijke werkplaats.

De architect kwam ook nog langs en stak ons een hart onder de riem met verhalen over véél ergere situaties die hij had meegemaakt. En zoals Joris zei: In Roemenië hebben we boerderijtjes gezien die echt niet degelijker waren dan dit, en nog veel kleiner. Het is een kwestie van je perspectief een beetje verschuiven. We zijn natuurlijk erg verwend met 180 m2 schoon, droog, comfortabel woonoppervlak.

Nog een klein weekje, dan volgende week ‘echt’ over!

 

 

Water is leven

Water – meestal hebben we er in Nederland teveel van, momenteel te weinig. En ook bij ons speelt het een belangrijke rol.

Bij het zoeken naar een plek om onze dromen waar te maken hebben we al gelet op de hoogteligging. We wonen in Amersfoort op 12 meter boven NAP en we willen per se minimaal een meter boven NAP blijven wonen. En liever hoger. Zeker na het kijken van de serie ‘Als de dijken breken’ begin dit jaar. 🙂 Dat is gelukt: het huis en erf liggen op 2,5 tot 3 m boven NAP, de ‘heuvel’ ligt nog 80 cm hoger en alleen waar we een poel willen graven zit je onder NAP. Maar daar moet dan ook een poel komen.

Een waterpoel is leuk, drinkwater vonden we ook belangrijk. Er was namelijk geen waterleiding naar het perceel toe. Blijkbaar vond de oude meneer dat te duur toen het destijds werd aangelegd. Hij had al ander water. En dat blijkt anders te zitten dan we eerst dachten.

Wij dachten oorspronkelijk, dat er twee waterputten op het terrein aanwezig waren. Maar nu het een poosje niet regent en ik er regelmatig emmertjes water uit put, komen ze toch wel snel droog te staan. Wat nader onderzoek wees uit dat er een heel systeem van slangen ligt. We weten het nog niet zeker, maar onze indruk is dat beide ‘putten’ de bovenbouw zijn van een ‘waterkelder’, ‘regenput’of ‘regenbak’, waar het regenwater van het dak in wordt opgevangen. Althans…werd, want het goot- en leidingwerk mist na die jaren leegstand wat cruciale onderdelen. Zo’n regenbak is een beproefd systeem, dat in hoger gelegen gebieden zonder stromend water (beekjes dus, geen leidingwater) al sinds de middeleeuwen een gangbare watervoorziening was. Geen grondwater in de put dus, maar regenwater.

Vanuit de regenbak pompte onze meneer het naar een metalen container die op de zolder staat. En vandaar liep het gewoon door zwaartekracht naar de kraan in de keuken. Helaas mist ook hier het systeem een aantal cruciale onderdelen (bijvoorbeeld de pomp), dus de enige manier om het water nu uit de bak te krijgen is met de hand emmertjes putten.

We gaan zeker weer regenwater opvangen voor de moestuin en om het toilet door te spoelen. Maar we wilden ook drinkwater. En dat bleek ingewikkelder dan verwacht.

Al in december, toen we bezig waren met de aankoop, heb ik geprobeerd uit te zoeken hoe dat in zijn werk gaat, wat voor soort aansluiting wij nodig zouden hebben en wat dat zou kosten. Dat kostte twee keer een ochtend telefoneren met drinkwaterbedrijf Vitens en een Klic-melding (van een paar tientjes), waaruit bleek dat de waterleiding naar de buren dwars over ons terrein loopt en we daar eenvoudig op zouden kunnen aantakken.

Vervolgens was de grote vraag wat voor soort aansluiting we nodig hebben. Vitens wil namelijk het liefst een watermeter alleen in een officiële meterkast plaatsen. Maar ja, die is er niet. De elektriciteitsmeter zit weliswaar in een kast, maar die voldoet in geen enkel opzicht aan het bouwbesluit. Bovendien moet het hele huisje binnenkort toch vervangen. Dan waren er twee opties: ‘tijdelijk water’ en ‘bouwwater’. Wat het verschil is, is me nooit helemaal duidelijk geworden, maar ik heb de situatie uitgelegd en uiteindelijk kwam ik met de Vitens medewerker overeen dat we bouwwater zouden aanvragen.

Dus ik heb me op 28 maart via mijnaansluiting.nl daaraan gewaagd. Zoals zoveel van zulke overheidswebsites die je verplicht moet gebruiken kan ook deze wel wat gebruikersvriendelijker, maar het is gelukt. Al heel snel daarna nam Vitens contact met me op om te vragen wáár de aansluiting precies geplaatst moest worden. En binnen drie dagen kreeg ik dit bericht:

“Bedankt voor uw aanvraag via www.mijnaansluiting.nl, bijgaand vindt u de bevestiging. We gaan uw aanvraag overdragen naar de combi aannemer, die te zijner tijd contact met u zal opnemen en eventuele vragen, bijvoorbeeld over de planning, kan beantwoorden.”

Bijgevoegd de factuur van €754,- + €15,- per strekkende meter ex BTW.

Vervolgens kregen we de sleutels en verdween het waterdossier even naar de achtergrond. Maar op 21 april bedacht ik dat ik nog niets had gehoord. Dus ik belde Vitens weer.

“Ja, dat ligt nu bij de uitvoerder, firma Baas Stam. U kunt beter hen even bellen.”

De front-office-medewerker van firma Baas Stam reageerde wat verbaasd. “Oh, u heeft nog niets gehoord? Ja… ik weet ook niet precies hoe dat werkt. Maar ligt er wel een waterput?”

“Ja, die ligt er.” (Dat dachten we toen dus nog) “Maar ik wil drínkwater!”

“Nee, ik bedoel een waterput om de meter in te plaatsen.”

“*?*”

Het bleek dat wij een metalen bak, een zogenaamde ‘bouwwaterput’ moesten aanschaffen en ingraven. Hoe diep precies en waar we op moesten letten bij het plaatsen, nee, daar had hij geen tekening van.

“Normaal gesproken gebeurt dat door een aannemer en die weten dat gewoon.”

Als ik een foto zou mailen hoe het er bij lag, zou hij aan de uitvoerder vragen of het zo goed was en dan kon de procedure voortgezet. Waarschijnlijk zou het dan binnen een week of twee wel aangelegd kunnen worden.

Nu blijken bouwwaterputten schaars te zijn. De bouw is de laatste jaren weer flink aangetrokken en er zijn er maar weinig op de markt. Maar voor €450,- wilde een handelsbedrijf in Staphorst wel van een tweedehands exemplaar scheiden. We tilden ons een halve hernia en groeven een diep gat, waar we de waterput in lieten zakken. Foto’s gemaakt en voilà,  op 1 mei gemaild naar firma Baas Stam.

Een week later had ik nog niets gehoord. Bellen en mailen leverde niets op: de betreffende medewerker was er niet, had het te druk of reageerde anderszins niet op terugbelverzoeken of mails. Dan maar een klachtenformulier ingevuld en op 9 mei de Vitens gebeld. Tenslotte betaal ik hen, en betalen zij de firma Baas Stam weer. Dat hielp. Op 10 mei kreeg ik bericht dat de waterput in orde was bevonden en dat men zou proberen ons in week 21 aan te sluiten. Het kon ook een weekje later worden.

Op 29 mei hadden we nog altijd geen datum gehoord. Opnieuw gebeld en gemaild. De medewerker gaf nu aan  niet te kunnen zeggen wanneer ze de aansluiting zouden maken, dat ze te krap in het personeel zaten, dat hij geen invloed op de planning kon uitoefenen en dat hij me ook niet kon doorverbinden met iemand die daar wel invloed op zou kunnen uitoefenen.

Opnieuw de Vitens klantenservice gebeld… Dit keer werd me verteld dat er blijkbaar net rond onze aanvraag een wisseling was naar een andere uitvoerder. Wel een beetje vreemd dat ze daar op 9 mei dan niets over gezegd hadden… Naar later bleek ging dit om het samengaan van de firma’s Baas en Stam. Die gaan gezamenlijk alle gas, water, elektra, data en telecom aanleggen in Friesland en de Noordoostpolder. Er staat een trots persbericht over op hun website.

Even later belde de Vitens terug, met het verbijsterende bericht dat er die ochtend contact met mij was geweest en dat zou zijn doorgegeven dat het water die week of de week erop zou worden aangesloten. Dat was niet wat ik gehoord had. “Nou weet u? U kunt het beste zelf even bellen met firma Baas Stam”.

Diepe zucht.

“Met Geertje Korf”

(aan de andere kant, tegen de collega die ik eerder had gesproken : ) “Oh, daar is ze weer”

“Ik hoor allemaal verschillende berichten over op welke datum er nu water kan worden aangelegd.”

“Ja, het staat voor deze week in de planning.”

“Maar vanmorgen sprak ik uw collega, en kreeg ik de boodschap dat er niets gezegd kon worden over wanneer het uitgevoerd zou worden.”

“Ja, toen hadden we de planning nog niet.”

“Kan ik er nu vanuit gaan dat het wordt aangelegd of niet? Ik zit nu al twee maanden te wachten, moet er telkens zelf achteraan – ik vind het allemaal niet al te vertrouwenwekkend.”

“Ja, weet u, u wilt niet wéten wanneer wij die aanvraag kregen –  hij is heel lang blijven liggen. Wij kregen het pas in mei.”

“Dat kan niet, want ik heb op 21 april contact gehad met uw collega over deze aanvraag.”

“O ja *giechel* maar ik werk hier pas sinds mei!”

“Zucht. Ja kijk, ik wil graag weten wanneer het wordt aangelegd. Ik woon daar nog niet, dus kan er niet op stel en sprong aanwezig zijn, ik moet uit Amersfoort komen.”

“Ooooh. Uit Ámersfoort! Nou, we moeten er dan maar op hopen dat het allemaal goed gaat.”

“Zou ik misschien uw leidinggevende kunnen spreken?”

“Nee, die is er nu niet.”

Enfin. Drie dagen later (toevallig was ik in De Hoeve) stond er opeens een meneer van firma Baas Stam op het erf, die de situatie even in ogenschouw kwam nemen. En de volgende dag kreeg ik uit het niets een sms-je dat de watermeter was aangelegd.

Helaas zodanig dat er voor de installateur nauwelijks aan te sluiten was: met de uitloop strak tegen de wand van de bouwwaterput. Dat kostte ook nog een paar telefoontjes met Vitens.

Het allergrappigst was nog, dat ik een week later opeens gebeld werd door iemand anders van de firma Baas Stam.

“Ja, ik moet hier kijken of die bouwwaterput er wel goed bijligt, dat ze ‘m kunnen aansluiten…”

Ik hoop voor de Vitens dat ze een niet al te langjarig contract met die firma Baas Stam hebben afgesloten. En ik vrees met grote vreze voor de rest van de aanlegwerkzaamheden. Ik begin steeds meer begrip te krijgen voor het autarkische regenwatersysteem.

Maar… er komt water uit een kraan op eigen erf! Nu nog binnenshuis, dat wordt een volgende aflevering.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Asbest, motorolie en bloemetjes

We wisten bij de koop dat er veel asbest in het ‘object’ aanwezig was (citaat koopovereenkomst). Asbest is namelijk heel handig spul. Het is sterk, slijtvast, isolerend, brandwerend en bovendien goedkoop. Alleen een beetje jammer dat bij de verwerking ervan vezeltjes vrijkomen die zich vastzetten in je longen, en daar op termijn tot celwoekering (kanker) kunnen leiden. (Kúnnen, dus).

Zoek het asbest (naast de wagendeuren en in die hoge pijp)

Dus voor een oude boer zoals onze vorige bewoner, die sowieso nooit wat weggooide, was het prachtig spul. (Hij is overigens inmiddels 95 en lichamelijk nog in goede gezondheid – alleen geestelijk niet meer. Maar dat schijnt niet door asbest veroorzaakt te worden.) Het zit dan ook overal. En bij het opruimen kwamen we ook de nodige losse stukken tegen tussen alle rommel. Die hebben we voorzichtig en netjes bij elkaar gezet in de stal. En dat hadden we beter niet kunnen doen.

Niet alleen op de daken, ook op de gevels zitten stukken asbest.

Want op 10 mei hebben we keurig een inventarisatie laten uitvoeren. Daarna mochten we er niet meer aan komen. Maar vervolgens duurde het even voor het rapport kwam, waarmee we offertes voor de sanering konden opvragen. (De eerste ronde saneren, althans. Een paar van de schuren met asbestdaken willen we nog gebruiken de komende tijd, dus die blijven nog even staan). Onhandig, want die stapel stond best wel in de weg, eigenlijk.

En toen we met de offertes voor sanering bezig waren leerden we, dat we het beter buiten de stal bij elkaar hadden kunnen zetten. Dan was het namelijk een buitensanering geweest. Nu moet het weggehaald als binnensanering. (Ook al is het ‘binnen’ aspect van die stal maar relatief – het waait er dwars doorheen.) Er moet een tent omheen gebouwd worden, helemaal afgeplakt, onder onderdruk gezet en na afloop moet er een kleefmonster genomen worden met gouden filters (of zoiets) door een onafhankelijk laboratorium. En dat kost ons duizenden euro’s extra.

Tja, het is maar geld. Maar we hadden het liever aan iets anders gespendeerd. En de regelgeving op dit gebied is ook wel erg doorgeschoten.

Want formeel gezien hadden we er helemaal niet aan mogen komen. We hadden bij ieder stukje verdacht materiaal wat we tegenkwamen een inventarisatiebureau moeten laten komen en het vervolgens moeten laten liggen tot we een saneringsbedrijf konden laten komen. Ja, dat kan natuurlijk niet.

Als je de regelgeving zo strikt zou toepassen had er helemaal niemand iets gekund met de boerderij. Dan was-ie blijven staan met alle zooi erin en langzaam verder vervallen.  Tot het moment dat het dak naar beneden kwam en alle asbest, open bakjes afgewerkte motorolie (ca. 100 liter, tot nu toe), potten ouderwetse menie, rattengif, pesticiden, oude accu’s (een stuk of 30), lege batterijen, kunstmest en wat we nog meer aan chemisch afval gevonden hebben (en keurig netjes naar het afvalbrengstation gebracht) zich zou vermengen met de stapels oude zooi. Was dat dan milieutechnisch beter geweest?

Allemaal netjes gescheiden afgevoerd…

Wij hebben het zo netjes mogelijk gedaan. Het voelt wel een beetje zuur als dat dan zoveel geld kost.

Maar goed, deze week wordt het dus gesaneerd. En de positieve kant van het geheel is, dat ik daarom het erf niet op mag en verplicht een weekje in Amersfoort moet blijven. En omdat ik deze week vrij had gehouden van werk (zodat ik op en neer zou kunnen rijden) is er nu tijd om in te pakken, in de tuin te werken, de was te doen en het huis schoon te maken. En de bus (die we Joop noemen) te versieren met vrolijke bloemetjes.

 

Verhuizen…deel 1

Het is niet de eerste keer dat we verhuizen, maar wel de meest ingewikkelde. De vorige keer hebben we eenvoudigweg een verhuisbedrijf ingeschakeld en dat waren we dit keer ook van plan.

Maar ja, dit huisje is een stuk kleiner dan ons huidige huis. De stal is ruim genoeg om spullen op te slaan, maar in verband met vrieskou,  vocht en ongedierte is dat niet  voor alle huisraad even aantrekkelijk. Dus de piano, antieke servieskast, grote eettafels, schilderijen, boekenkasten, Joris’ mooie werkbank en dozen met boeken zouden in de opslag moeten.

Maar dat kan wel eens lang gaan duren, tenslotte moeten we helemaal een nieuw huis bouwen. En dan wordt opslag bij een verhuisbedrijf best wel duur.

Gelukkig hebben we familieleden met ruimte genoeg, waar onze spullen een poosje mogen logeren. Ook fijn, want dan kan je nog eens een doosje boeken omruilen. Alleen… die wonen natuurlijk over het hele land verspreid. En dan wordt een verhuisbedrijf inschakelen ook weer (te) prijzig.

Kortom, het wordt een ouderwetse doe-het-zelf-verhuizing. Een hele planning, want niet alleen moet de huisraad naar drie verschillende adressen, we moeten ook de kippen en de eenden nog verhuizen.

We zoeken wel nog hulp met in- en uitladen! Wie heeft er tijd om te helpen?

  • op donderdag 6 juli ’s ochtends met inladen in Amersfoort
  • op vrijdag 7 juli met inladen in Amersfoort
  • op zaterdag 8 juli met uitladen in De Hoeve
  • en op zondag 9 juli met inladen in Amersfoort èn uitladen in De Hoeve

 

Ode aan de werkplaats

Langzamerhand beginnen we al het één en ander te verhuizen naar onze Friese stek. Met name de dingen die we niet zo vaak gebruiken natuurlijk. De woonkamer, slaapkamer en studeerkamer in Amersfoort zijn nog gezellig, maar de overige kamers worden steeds leger. Daarmee wordt het wel steeds ‘echter’. En gaan we steeds meer voelen wat we achterlaten. De leuke straat, het comfortabele huis, de mooie tuin… ach, we komen weer in een leuk dorp, we bouwen een nieuw huis en ik heb straks 5 ha om mijn groenpassie op los te laten. Maar één ding zullen we toch wel héél erg missen en dat is De Werkplaats.

Joris bouwde de werkplaats van 2009 tot 2011, voor het grootste deel in de zomer van 2010. Samen met de aannemer zette hij een kalkzandsteen binnenblad en de dakplaten erop. Daarna maakte hij hem zelf verder af met isolatie en een buitenblad van potdekselplanken. In een afvalcontainer hadden we prachtige meranti ramen met roedenverdeling gevonden. En het geheel werd bekroond met hergebruikte tuile-du-nord-dakpannen. In één woord: prachtig.

Ook heel functioneel, goed geïsoleerd, voorzien van massa’s stopcontacten en natuurlijk krachtstroom.  We zeiden wel eens tegen elkaar “er zijn mensen die in minder goed geïsoleerde huizen wonen”. (En dat is zéker waar van ons nieuwe huis!)

Daarom: een ode aan De Werkplaats. En aan de man die hem bouwde natuurlijk. ♥

November 2009: de fundering wordt gestort
april 2010: het bouwen van het binnenblad
april 2010: dakplaten erop
Werk aan de nok
folie over de dakplaten
mei 2010: Joris brengt de isolatielaag aan
… en in juni 2010 volgen de potdekselplanken

 

 

augustus 2010: het dak dekken met mooie schoongemaakte oude pannen
november 2010: de overkapping wordt afgemaakt

maart 2011: zwart geschilderd met Ecoleum

ook in april 2017 steekt de pruimenbloesem er mooi tegen af

 

detail
spantconstructie

 

In 2012 bouwde Joris in dezelfde stijl ook nog even een kippenhok en een ‘potting shed’ (tuinschuurtje)
Ja, dit zullen we wel missen. Maar op 5 hectare kan nog veel meer moois gebouwd worden!

 

Een dak boven je hoofd

Het weghalen van het plastic uit de tasruimte

En nu zijn we dan eindelijk zover, dat we álle ruimtes in de stal leeg hebben. Ook de grote stukken landbouwplastic, die her en der in de ruimtes hingen om het water dat door het dak sloeg enigszins tegen te houden zijn (voor het grootste deel) weg. Dus kunnen we eindelijk zien wát we eigenlijk gekocht hebben en in wat voor staat dat is.

In de stal zit veel houtworm, maar dat hadden we niet anders verwacht. Ook wat boktor. We moeten nog even kijken in hoeverre dat nog actief is en in hoeverre de gebintstructuur zelf is aangetast.

Er zijn een aantal bouwfasen te onderscheiden. Het oudste gedeelte lijkt te bestaan uit de middelste kamer van het huisje en de twee zijkamertjes. De ‘eetkamer’ lijkt er later te zijn aangebouwd. Op oude kaarten is te zien dat er tot de jaren ’50 twee gebouwen stonden. Waarschijnlijk was het huisje toen een typisch ‘woudboerderijtje’: één kamer van nog geen 3 x 4 m, met twee bedsteden erachter, twee piepkleine zijkamertjes er aan, een iets naar achter liggende entree en een stal waar hooguit een paar koeien in pasten. Later is er een andere stal naast gebouwd. Na de oorlog zijn de stallen vervangen door één ‘grote’ stal (nou ja, wat heet groot, 10 x 17 meter, dat is natuurlijk niets vergeleken met de stallen ‘op de klei’). Daardoor kwam het huisje dwars op de stal te staan. En omstreeks die tijd is ook de entree vervangen door een ‘riante’ woonkamer / eetkamer van 3 x 3,5 m in (hergebruikte?) roze baksteen.

Bij de bouw van de grote stal lijkt veel gebruik gemaakt van hergebruikte materialen. Balken eindigen op rare plaatsen of je kunt aan inkepingen zien dat ze ooit een ander doel dienden: op planken zit nog oud behang en krantenpapier, wat aangeeft dat ze ooit een wand in een woonkamer vormden.  Toch staat het allemaal nog redelijk recht.

Het schot tussen de hooitas en de ‘bijwerkplaats’ hebben we weggehaald. Nu is het één grote ruimte.

 

Er zitten wel erg veel gaten in het pannendak. Vooral bij de aansluiting van het huisje op de grote stal. Dat is ook de plek waar het water rechtstreeks één van de bedsteden in liep.

Dus heeft Joris dat (provisorisch) gerepareerd: eenvoudigweg van binnenuit het asfaltpapier opengeknipt waarmee de kap van binnen beschoten was, de rotte panlatten vervangen door stukjes uit de houtstapel en de pannen weer teruggelegd. Het resultaat is wel dat het huisje nu ook een (deels) onbeschoten kap heeft, maar aangezien de kap van het huisje in open verbinding staat met de zolder van de stal, die in zijn geheel onbeschoten was, zal dat voor de temperatuur niet veel uitmaken.

Van de buitenkant durven we niet het wrakke dak op. Dan maar er doorheen!
Op deze foto is ook goed te zien hoe klein het huisje eigenlijk is.
Pannen eraf, panlatten vervangen, pannen er weer op…

De volgende fase is de asbestsanering. We zijn heel druk bezig om die te regelen, want werkelijk overal zit asbest en dat moet deels weg vóór we er kunnen gaan wonen. Dat betekent komend weekend nog flink opruimen, zodat de saneerders overal goed bij kunnen. En daarna wordt het heel hard  gaten dichten, zodat we de komende winter tenminste een dak boven ons hoofd hebben.

 

 

EHQS

Bij onze vorige verbouwing kletsten we wel eens met de bouwvakkers, die dan vertelden over de verbouwingen aan hun eigen huis. Steevast kwamen ze dan met een keur aan ‘handige vriendjes’ op de proppen. “Een maat van me is stukadoor, dus die heeft de wanden gedaan, en een andere maat is glaszetter, en die had nog wat ruiten liggen, dus…”. Wij mopperden dan tegen elkaar dat al onze vrienden maar saaie kantoorberoepen hebben. Daar kan je niet echt een beroep op doen bij een verbouwing.

Maar bij de ontwikkeling van zo’n landgoed als dit zijn er wel degelijk zaken waar wij nuttige vrienden voor hebben!

Om het oude cultuurlandschap èn de natuurwaarde van de locatie te herstellen, zoals wij willen, moet je weten hoe de fysische geografie van de plek in elkaar zit. Ik had zelf al het één en ander opgezocht over onze stek op websites als topotijdreis.nl en ahn.nl. Daar kan je respectievelijk alle oude stafkaarten en een gedetailleerde hoogtekaart raadplegen.

Maar onze oude jeugdbondsvrienden Rob en Roos, beiden met een fysisch-geografische achtergrond, zijn er nog wat dieper in gedoken. Ze hebben een zogeheten ‘ecohydrologische quick-scan’, afgekort een EHQS gedaan. En vier peilbuizen geplaatst en bodemprofielen van de boringen opgesteld. Nu kan ik monitoren hoe hoog het grondwater staat in de verschillende jaargetijden. En weet ik dat:

  • in de zandgrond op veel plaatsen leem zit;
  • op het lage deel van ons perceel vroeger een poel lag, die (waarschijnlijk in de ruilverkaveling eind jaren ’60) tot sloot is ‘genormaliseerd’, maar nog steeds als poel functioneert omdat water daar stagneert op de leem;
  • en er bovendien kwel optreedt vanaf het Drents Plateau;
  • het hoge deel van ons perceel op sommige plekken is opgehoogd met heideplaggen met mest uit de potstallen van de verschillende boerderijtjes die hier begin twintigste eeuw hebben gestaan;
  • op dat hoge deel dus op sommige plekken een heel dikke bouwvoor zit (maar op andere plekken, waar gebouwen hebben gestaan, juist niet);
  • het grondwater daar in elk geval dieper dan 2 m onder maaiveld zit.

2017-05-07 13.38.19

2017-05-07 13.39.06

2017-05-07 13.42.39

Zéér nuttige informatie. Dank jullie wel Rob en Roos!