Werkverdeling, leiding en glazen plafond

Tot mijn schrik zie ik dat ik maandag wel een blogje heb geschreven, maar niet op de site gezet. Dus bij deze alsnog…

Joris had afgelopen week een weekje vrij genomen. Zo konden we wat klussen doen waarvoor we echt met ons tweeën moesten zijn. Over het algemeen hebben we een duidelijke werkverdeling waar het op constructief werk aankomt: Joris doet houtbouw, dingen die op netjes zagen aankomen en elektra, ik doe zand, stenen, plastische materialen (zoals pleister en cement) en schilderwerk. Destructief werk (slopen) doen we gezamenlijk.

Dus Joris heeft eindelijk ons Glazen Plafond in de keuken vervangen.

Het Glazen Plafond toen het nog in werking was (foto van Willemien, met dank!)

Het keukentje van de boerderij grenst niet aan een buitenmuur. Oorspronkelijk waarschijnlijk wel, maar bij de verbouwing waarbij de nieuwe stal is gebouwd is het helemaal inpandig geworden. Ramen om daglicht binnen te laten waren dus niet mogelijk.  Daar had de oude meneer (of zijn ouders) iets op gevonden. Bij wijze van plafond had hij twee oude ramen over de keuken gelegd. En een deel van het dak van de stal erboven had hij ook vervangen door glasplaten. Die glasplaten zitten gewoon een beetje tussen de panlatten en de dakpannen erboven geschoven. En het Glazen Plafond in de keuken lag netjes horizontaal. Bij regen druppelt er dus water door de glasplaten, wat op het Glazen Plafond bleef staan. Of erlangs de keuken in liep, dat hing een beetje af van de windrichting. Bovendien pasten de ramen niet helemaal, dus aan alle kanten waren kieren met voldoende ruimte om de dikste muis (of rat) binnen te laten. Daarom was er ooit een stuk plastic overheen getrokken. Dat was uiteraard flink smerig geworden. En gedurende de leegstand (of misschien zelfs toen de meneer er al woonde), had er een beest (bunzing?) op gebivakkeerd en als souvenir een stapel vodden, drollen en afgeknaagde muizen- en vogellijken achtergelaten…

Dat wás het Glazen Plafond

Joris heeft het geheel vervangen door een ordentelijk plafond van de lexaanplaten van Rik. Nog steeds daglichtdoorlatend, maar afwaterend, enigszins isolerend, met een stuk minder kieren en niet meer het gevoel dat de glazen ruiten ieder moment uit hun rotte sponningen op je kop kunnen vallen. Wat je noemt een verbetering.

Verder hebben we maar eens een minikraanmachine gehuurd om (tijdelijke) riolering aan te leggen en de tijdelijke waterleiding onder de grond te leggen.  Tot nu toe loosden we op de oude septic tank van de boerderij, maar die begon aardig vol te raken en bovendien stonk het. Nu het nieuwe afvalwaterzuiveringssysteem er is willen we daar op lozen ook!

Graven valt duidelijk onder mijn afdeling: daar heb ik ooit voor doorgeleerd. Zij het dan ook niet voor het bedienen van de kraanmachine. Ik was wel erg blij dat we een kraantje hadden gehuurd, want met alle stenen en boomwortels die in het erf zitten was het anders nooit gelukt om in één dag 35 m rioleringssleuf en 30 m waterleidingsleuf te graven. Het aanleggen van de riolering (met niet teveel en niet te weinig afschot) ging eigenlijk verbazend goed. We hebben buizen gekocht die in elkaar klemmen en niet gelijmd hoeven te worden. Deze riolering is immers tijdelijk; na de verbouwing kunnen we de buizen dus weer opgraven en hergebruiken.

Een interessante vondst tijdens het graven van de sleuf voor de waterleiding: onder het betonnen paadje bij het deurtje van de werkplaats ligt een ouder paadje van veldkeien. En daaronder lag een potje ingemaakte sperziebonen begraven. Een wonderlijke plek. Joris opperde de theorie dat het om een ‘bouwoffer’ bij de bouw van de schuur zou gaan. Maar hoewel onze buurman (die hier geboren en getogen is) blijft herhalen dat het hier een achterlijke streek was, lijkt het me onwaarschijnlijk dat de gewoonte om bouwoffers te brengen hier tot na de Tweede Wereldoorlog in zwang is gebleven. En persoonlijk denk ik bij een bouwoffer toch meer aan een zwart stierkalf zonder enig vlekje, of zoiets. Niet aan een pot geweckte sperzies.

“Nou ja, die mijnheer was ook nogal zuunig…” zei Joris.

Al met al mogen we terugkijken op een productieve week. De tijdelijke waterleiding ligt nu veilig voor de vorst onder de grond, ons afvalwater gaat naar de nieuwe septic tank (nu alleen nog even de pomp op de elektra aansluiten – dat is Joris’ werk, dus – en dan is dat hele systeem in werking), we hebben de nieuwe septic tank maar meteen gevuld met het afvalwater uit de oude tank, zodat de rietplantjes binnenkort water en voeding krijgen, de architect heeft de oude boerderij helemaal ingemeten zodat hij aan nieuwe tekeningen kan beginnen en er staat weer een ronde asbestsanering gepland.

Weer een weg

Het toegangspad was dus ernstig aan reparatie toe. Dus toch maar de loonwerker ingeschakeld. Die heeft op de ergste 50 meter (in de bocht) netjes een laag schoon puin aangebracht. En omdat de weg daar door een kuil liep (waar dus al het water heen liep) ook een drainagebuis onder het pad aangebracht en een greppeltje gegraven naar de sloot. Nu kunnen we weer zonder problemen bij het huis komen!

Toen hij de zode eraf had geschraapt was te zien dat het oorspronkelijke toegangspad nog veel dichter langs de eikenrij liep. Zuinig om het weiland heen. En zuinig verhard, met één rijtje steentjes per bandenspoor (op de foto zie je het rechter spoor; het andere ligt inmiddels onder de begroeiing). Wij hebben nu een wat ruimere bocht door het weiland aangelegd, anders kan straks het bouwverkeer de bocht niet maken. En ook omdat we het hazelaarsbosje willen ontzien, dat ooit vlak langs het pad stond, maar intussen er overheen is gegroeid.

Nu ligt er een nette, goed berijdbare, 3 m brede puinbaan, ietsje hoger dan het weiland. De zijkanten zijn afgewerkt met de zode die eronder vandaan kwam. Het ziet er nu een beetje kaal uit, maar op den duur zal het geheel wel weer groener worden.

Door al het heen-en-weer-gerijd zal het microreliëf van het weiland wel schade hebben opgelopen. Dat is jammer, want het is een aspect van het landgoed waar ik heel blij mee ben. De oude mijnheer heeft  het nooit laten egaliseren. Daardoor is het natuurlijke hoogteverschil (van ruim 3 m!) in het perceel bewaard. Maar ook is op de website van Actueel Hoogtebestand Nederland nog te zien hoe het perceel vroeger was ingedeeld en waar tot de ruilverkaveling een ander boerderijtje heeft gestaan. Waarschijnlijk is dit één van de laatste plekken in Nederland waar nog nooit een bulldozer overheen is gegaan! Ik probeer die lijnen in het veld nu terug te vinden (dat valt nog niet mee), zodat ik ze in ere kan herstellen.